De tuinstoelgang

Iedereen heeft er wel eens eentje gezien. Er zijn zelfs mensen die naar binnen zijn geweest en er hun fecaliën hebben achtergelaten, om het maar netjes uit te drukken. Ik heb het natuurlijk over de toiletcabine die vooral opduikt bij grote evenementen, op bouwterreinen en in de buurt van openliggende straten. Op weg naar de S-Bahn in mijn nieuwe Duitse omgeving loop ik dagelijks lang een toiletcabine. Hij staat op de groenstrook tussen de stoep en de straat. Aan de overkant wordt een huis gerenoveerd, dus ik ga er maar vanuit dat de bouwvakkers het toilet gebruiken. Vorige week bekroop mij opeens het gevoel om op zo’n w.c. te zitten. Vraag me niet waar die behoefte vandaan kwam, ik weet het niet. Aangezien ik te laf was deze cabine te gebruiken, schreef ik de naam van het verhuurbedrijf op. TTS-WC. Gelukkig hebben ze een website en kon ik ze meteen bellen. In dit soort situaties denk ik niet te lang na, maar voeg ik direct de daad bij te woord.
“Een standaard toilet”,  vertelde ik.  “Voor één dag, in de voortuin”.
Het huren bleek geen enkel probleem. Of ik interesse had in de VIP uitvoering? Ik twijfelde.
“Met wastafel, voetpomp, spoelwatertank en een fecaliëntank van 230 liter. “
Dat red ik niet’,  grapte ik. “
Wie bitte?”
“Lass mar”,  zei ik in slecht Duits. De man bleek een serieuze toiletcabineverkoper te zijn met wie niet te sollen viel. Hij probeerde me nog de VIP toiletwagen aan te smeren, met twee  damestoiletten, urinoirs én twee herentoiletten. Ik bedankte voor het vriendelijke aanbod. Twee dagen later zette een kraanwagen de wc in de voortuin. Mijn medebewoners van het huis had ik niks verteld. Ze wilden ze de man wegsturen.
“Nee, die heb ik besteld. Het is maar voor één dag.” De bewoners keken elkaar en mij sprakeloos aan, als wilde ze zeggen ‘wat hebben we nu voor een gek in huis gehaald.”
“Het is toch heerlijk om een keer lekker in de voortuin te mogen poepen”,  legde ik uit,. “Iedereen mag er op. Maar ik moet nu heel nodig.”
Ik liet mijn verbaasde huisgenoten achter en genoot van mijn eerste tuinstoelgang.

Advertenties

Geven en nemen

Is geven altijd prettiger dan nemen? Geven kun je vandaag de dag aan de persoon die bij de supermarkt de daklozenkrant aanbiedt. Of aan de straatmuzikant in het park, de bedelaar op straat of de vrijwilliger met een collectebus. Ik ben iemand die vaak te veel fooi geeft in een bar of restaurant. Uit ervaring weet ik hoe slecht de gemiddelde ober verdient. Geven is prettig als je er iemand een plezier mee doet. Geven hoeft natuurlijk niet altijd in de vorm van geld. Het geven van een hand kan al voldoening schenken. Gisteren wilde ik dolgraag geven maar ik wist niet zo snel hoe. Op aanraden van een huisgenoot stapte ik met een fiets en een te slappe fietsketting een soort winkel van Sinkel binnen. Naast een woonkamer met batterijen, lampjes, schroeven, naaimachine-olie, gloeilampen, visnetten en soldeerbouten bezat de eigenaar een betegeld voortuintje met zakken bloemenaarde en graszaad. Je kon hier ook kopiëren, faxen, de tuin laten doen en je fiets laten repareren. De kleine, zeer oude man vroeg me mijn fiets op z’n kop te zetten. Hij knutselde wat met tangen en schroevendraaiers, trok de ketting strak en klaar was Kees.
“Heeft u ook olie voor die ketting?”  vroeg ik, met de zekerheid dat hij zoiets had. Ik moest gewoon iets kopen, want alleen die kleine reparatie, dat was me te weinig.
“En doe er maar twee zakken bloemenaarde bij’  zei ik, omdat me niets beters te binnenschoot. Uiteindelijk betaalde ik tien euro. Zeven euro voor de spullen en drie voor de reparatie. Ik legde de twee zakken aarde op m’n  stuur en fietste richting huis. Wat moest ik in godsnaam op een kamer zonder tuin en balkon met 40 liter bloemenaarde?
“Kunt u dit nog gebruiken?”  De vrouw in de tuin keek me achterdochtig aan. Wat wilde die engerd?
“Het is uh..uh.. ik kon het niet meer terugbrengen, ik moet vandaag verhuizen, spoed, ziekte, kan niet meer. Ik raaskalde maar wat en legde de zakken neer. De verbaasde vrouw knikte beleefd maar bleef op haar hoede. Geven is niet altijd zo makkelijk als de meeste mensen denken.