Het voetgangersstoplicht

stoplichtberlijnVanochtend moest ik tijdens mijn wandeling naar het postkantoor twee keer uitwijken vanwege een mobiele blokkade van twee naast elkaar rijdende kinderwagens. Het is niet voor niets dat deze buurt in heel Berlijn, en ook ver daar buiten, bekend staat als ‘bijzonder vruchtbaar’. De wijk is ook een plek waar mensen komen die het maar niets vinden dat je er overal biologische winkeltjes, boetiekjes en yogaclubjes aantreft. Deze mensen plakken stickers met de tekst ‘fuck yoga’, waarmee ze indirect naar de Schwaben wijzen. Sommige Schwaben vinden het wederom niets dat zij verantwoordelijk worden gehouden voor de stijgende huren en de toenemende burgerlijkheid. Wat doe je nu als je uit Schwaben komt en geen latte macchiato drinkt, niet bij een reclamebureau werkt en niet in een “loft”  aan Kollwitzplatz woont, waar voorheen plaats genoeg was voor vier gepensioneerden en vijf arbeidersfamilies? Lees hier het relaas van deze “Schwaab”.

Eigenlijk wilde ik het over heel iets anders hebben, namelijk over de gele, plastic kapjes bij de voetgangersstoplichten. Ik woon nu negen maanden in Berlijn, een symbolische tijdspanne voor Prenzlauer Berg, maar dat even terzijde. Uit (Nederlandse) gewoonte drukte ik de eerste maanden altijd op die gele kapjes als ik over wilde steken, hoewel je het eigenlijk geen drukken kunt noemen. Ik wilde erop drukken maar de drukknop ontbrak. Dus legde ik een kort moment mijn hand op het gladde plastic. De eerste weken hield ik het gedrag van andere gebruikers van het voetgangerstoplicht in de gaten, omdat ik iedere keer zwaar twijfelde of het aaien over die gele kap wel zin had. Gelukkig, ik was niet de enige die dacht dat je met een beetje aaien het voetgangerslicht eerder op groen kon krijgen. Vorige week sprak ik met een paar Duitsers over dit onderwerp, het kwam toevallig ter sprake. Wel, ze moeten gedacht hebben “altijd lachen met die gekke Hollanders”. Zij beweerden in ieder geval dat die kapjes niet bedoeld waren om je hand er op te leggen. De kap is gewoon de behuizing van een apparaatje dat akoestische signalen voortbrengt voor de slechtziende en blinde voetganger, die op die plek wil oversteken. Tja, die geluiden had ik ook wel gehoord.

Dus hield ik in het vervolg mijn handen in mijn jaszakken of op mijn rug. Soms keek ik gniffelend naar iemand die met zijn hand het kapje betastte, in de hoop snel te kunnen oversteken. Maar wat schetste vanochtend mijn verbazing? Er zijn ook voetgangerstoplichten met een geel kapje én het opschrijft “ Bitte berühren”. Vanochtend zag ik deze uitvoering voor het eerst, onder de brug bij de beroemde curryworstzaak ‘Konopke’. Twijfelend legde ik mijn hand op de gele kap, die ook nog eens was uitgerust met een afbeelding van een hand. Zou dit gedaan zijn om te voorkomen dat mensen hun zweetvoet tegen het kapje zouden drukken en daarna onschuldige passanten nietsvermoedend hun fris gewassen hand er weer tegenaan hielden? Je weet maar nooit, hier is alles mogelijk. Ik “betastte” voorzichtig het kapje. Enkele seonden later flitste het rode voetgangsstoplicht al op groen. Dit moest ik op de gevoelige plaat vastleggen,zodat alle bezoekers en bewoners van Berlijn eens en voor altijd kunnen zien, dat ik dit niet uit mijn duim heb gezogen en vooral  om te laten zien wat voor een grootse ontdekking ik vanochtend heb gedaan.

Advertenties

Kleine cafeetjes zonder w.c.

Na een paar maanden experimenteren met ” Berlijn Vandaag” is een ding duidelijk geworden: aan een site met min of meer vertaalde berichten uit de Duitse media lijkt me geen behoefte. Daarom zet ik een streep door dit concept.  De naam ” Berlijn Vandaag” houd ik in tact, alleen de inhoud zal vanaf nu drastisch verschillen met de inhoud van voorheen. Ik ga deze plek vanaf nu vullen met persoonlijke ervaringen uit Berlijn oftewel, het wordt een blog.

Hiervoor moet ik de lay-out nog een beetje veranderen maar dat komt later. Eerst wil ik dit eerste blogbericht afmaken. Een blogbericht over de leuke, kleine cafeetjes in Berlijn. Als nieuwkomer in deze stad is het mij opgevallen, dat vrijwel alle kleine cafeetjes GEEN toilet hebben. Nu  kan je zeggen, ik kom toch voor het café en niet voor het toilet. Dat is juist. Maar toch voel me toch niet op mijn gemak als ik telkens weet dat ik bij lichte aandrang de deur uit  moet om ergens in een ander café naar de w.c. te kunnen. Als je pech hebt, dan loop je eerst drie w.c.-vrije cafeetjes binnen en heb je na een avontuurlijke tocht nergens een w.c. gevonden.

Gisteren had ik na een langere zoektocht dan eindelijk een w.c. gevonden in een bar die me eigenlijk wel beviel. Die me zelfs beter beviel dan de bar waar ik vandaan kwam. Als ik geen tientje in mijn zak had, dan had ik daar nooit een paar biertjes gedronken. Op een gegeven moment viel het me op dat ik zonder jas in een bar zat en ik het geouwehoer van mijn buurman al een tijdje miste. Het kostte me een halve avond om de bar met mijn jas weer terug te vinden. De buurman lag al op één oor. Dat zijn zo de na- en voordelen van de kleine cafeetjes zonder w.c.

Zo, de kop is er af. Het eerste blogbericht staat nu online. Natuurlijk zijn reacties van harte welkom.Ik las namelijk net op blog.nl dat “iemand die een blog begint dat veelal doet met de intentie een online conversatie op te starten over het besproken onderwerp”. Nu moet ik eerlijk zeggen, dat het vooral mijn intentie was om zelf iets neer te pennen en niet om hier eindeloos over te bakkeleien. Maar ik heb de reageerknop geactiveerd en dus zou ik zeggen ” aarzel niet om te reageren”.