Berlijn is arm maar sexy

Berlijn is arm maar sexy. Dat zijn de legendarische woorden van Klaus Wowereit, burgemeester van Berlijn. Het klinkt alsof het de woorden zijn van een oude, grijze burgemeester, die ze een paar honderd jaar geleden uitsprak. De heer Wowereit is echter springlevend en de huidige burgemeester van de Duitse hoofdstad. Zijn legendarische woorden zie je vaak terug in artikelen en in columns, zoals hier. Het zijn handige woorden om als columnist of stukjesschrijver op voort te borduren.

De stad is nog steeds arm. Wel zie je een enorme toeloop van mensen die niet arm zijn en die in de stad relatief voordelig een grote woonruimte kopen of huren. Bij sommige arme mensen in Berlijn leidt dit tot nijd. Ze vinden dat mensen met veel geld niet in Berlijn mogen wonen, want anders kloppen de legendarische woorden niet meer. De rijke mensen die naar Berlijn zijn getogen zochten juist hun heil in het sexy karakter van de stad. Het probleem is dat Berlijn hierdoor minder arm dreigt te worden en daardoor het sexy karakter verliest. Hier zijn arm en sexy net zo van elkaar afhankelijk als dader en slachtoffer. De één kan niet zonder de ander. De nieuwe, rijke Berlijners bewegen zich dan ook zo onopvallend mogelijk door de stad, het liefst met lange haren en versleten kleding. Jaren geleden zag een creatieve Berlijner dit fenomeen al opkomen en waarschuwde de kledingindustrie. De modedesigners zijn hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor zijn ideeën om kwalitatief goede kleding in een versleten toestand op de markt te brengen. Gedistingeerde merken maken ook nu nog reclame met hun used-look, totaal versleten, uitgebleekte en gekreukelde modellen jeans. Hoe kapotter, hoe beter.

Is er dan nog wel iets sexy-achtigs te beleven in de stad? Jazeker. Gisteren ontving ik per e-mail een uitnodiging voor de HIT and RUN CINEMA, waarbij het motto is dat je onbekende films op onbekende locaties gaat bekijken. Nu moet ik oppassen, want op de uitnodiging stond nadrukkelijk vermeld de tekst niet in Facebook of soortgelijke plekken te posten. Daarom schrijf ik niets over de locatie, maar alleen over het initiatief. Aanstaande vrijdag begint het. De gasten moeten om 21:00 uur bij een S-Bahnstation zijn (de naam wordt vermeld). Vanaf dit station zijn er tot 21:30 uur pijlen uitgezet die de weg wijzen naar de tijdelijke bioscoop. Om 21:30 uur worden de pijlen weer weggehaald. Volgens de uitnodiging is de locatie een voormalige opvangplek voor daklozen. Een verwilderd stuk grond van 12.000 vierkante meter, bebouwd met resten van historische gebouwen. In de voormalige slaapzalen groeien vandaag de dag bomen, aldus de beschrijving. De film wordt in de originele taal vertoond. Dus nooit die Duitse nasynchronisatie.

Dat vind ik wel weer typisch Berlijn, zo’n initiatief. Het herinnert me aan mijn bezoek aan de nacht van de poëzie in Utrecht in de stadsschouwburg. Daar beleefde ik het tegenovergestelde. Ik had het evenement ooit een keer in Vredenburg meegemaakt. Je liep met je biertje door de gangen, de zaal in, de zaal uit, naar boven, naar beneden en alles stond in het teken van de poëzie. Het was een avontuurlijke nacht. In de stadsschouwburg was het even slikken op het moment dat iemand van de organisatie mij vertelde dat het verboden was om een flesje bier in de zaal te nuttigen. Hetzelfde gold voor een glas wijn, cola of wat voor drankje dan ook. Op dat moment ben ik naar buiten gelopen, heb thuis mijn spullen bij elkaar gepakt en verhuisde nog dezelfde nacht naar Berlijn. Dat was mijn nacht van de poëzie.

Fietsers en voetgangers

In de jaren ’90 woonde ik in Amsterdam, sinds 2011 woon ik in Berlijn. Dagelijks denk ik aan mijn televisiedebuut uit die tijd. Een debuut dat ik zelf nooit heb teruggezien. Ooit trok ik vanuit Amsterdam met een groot blad papier en wat viltstiften richting Hilversum. Op een parkeerplaats nabij de televisiestudio’s stond een grote bus, waar de opnames plaatsvonden van Achterwerk in de kast. Volgens mij is dat televisieprogramma ooit ontstaan naar aanleiding van de rubriek achter op de VPRO-gids. Die rubriek was voor kinderen, de paar minuten zendtijd was voor kinderen én volwassenen.

Destijds ergerde ik me nogal vaak als ik per fiets vanaf de Indische buurt het centrum van de stad naderde en in de buurt van de Munt en het Waterlooplein telkens weer horden voetgangers op het fietspad aantrof. Er was geen doorkomen aan. De uitzending heb ik nooit gezien, omdat de uitzenddatum tot twee maal toe werd uitgesteld vanwege problemen in Irak. Telkens verscheen er een ingelaste uitzending en kwam Achterwerk te vervallen. Na de uitzending sprak iemand mij aan en vertelde dat hij mij op televisie had gezien. In die uitzending deed ik als fietser mijn beklag over de situatie in de hoofdstad.

Maar waarom denk ik dagelijks aan dit debuut? Omdat ik in Berlijn vooral als voetganger onderweg ben en het hier precies omgedraaid is. Hier tref ik dagelijks hordes fietsers op de stoep aan. Er is geen doorkomen aan. Iedereen fietst hier op de stoep. Oké, als de straat er slecht aan toe is, dan kan ik er nog wel begrip voor opbrengen. Maar hier nemen de fietsers gewoon de stoep in beslag. Ontspannen over de stoep wandelen is er niet bij, want voor je het weet knalt er een fietser tegen je op. Complete gezinnen,studenten, racefietsers, koeriers, kantoorpersoneel, alles en iedereen.  Hoewel ik ook graag fiets, mogen wat mij betreft die hordes fietsers van de stoep geplukt worden en verplicht uitleg krijgen over het verschil tussen een fietspad en stoep voor voetgangers. Daar denk ik wel eens aan. En telkens denk ik, dat moet ik een keer opschrijven. Dat is dan nu gebeurd.

Kunst en kunstenaars

louvre-museum-paris-1487808-640x480Kunst kan een afspiegeling van de maatschappij zijn. De kunstenaar creëert zijn of haar visie op de maatschappij, maar de kunstenaar kan net zo goed zijn visie verkondigen op het gebied van de liefde, de dood of het leven, om een paar klassieke voorbeelden te noemen.

Vandaag de dag zit iedereen om zijn of haar visie verlegen. Het is een teken des tijds. Iedereen voelt die ontrust, de stilte voor een dreigende catastrofe maar wat doe je met dat gevoel? Niet iedereen kan zijn of haar visie omzetten in een kunstwerk. Daarom zijn er blogs en rubrieken met ingezonden brieven.

Dat kunst iets elitairs heeft, dat is een oud gegeven. Mensen die interesse hebben in kunst, zijn zelf ook vaak artistiek actief.  Ze schilderen, schrijven of hakken figuren uit steen of hout. Het is dus een klein wereldje, dat van de kunstenaars en de kunstliefhebbers. Geregeld wordt er stuivertje gewisseld. De kunstliefhebber heeft nu zo veel inspiratie opgedaan, dat hij zijn jaarkaart voor het museum aan de wilgen hangt en aan de slag gaat om een meesterwerk te scheppen. Andersom heb je de kunstenaar die na het maken van een meesterwerk in een diepe depressie valt en niet meer in staat is om een kunstwerk te maken. Deze kunstenaars worden museumbezoekers, die overal kritiek op hebben.

De vraag kan nu luiden, wat is de moraal van dit verhaal? Die vraag ga ik niet stellen. Waarom zou ik dat doen? Ik sluit dit stukje gewoon af met een punt, zoals de meeste mensen een stukje tekst afsluiten met een punt.