Een prettig gesprek met Eva

Zojuist voerde ik een interessant gesprek met Eva:

EVA zegt: Welkom bij de Klantenservice van NS. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: Toilet verstopt
EVA zegt: Wilt u meer weten over stationsvoorzieningen (zoals NS-service- en verkooppunten, fietsenstallingen, kluisjes, toiletten, winkels en restaurants)?
U zegt: Toilet verstopt
EVA zegt: Ik begrijp het nog niet helemaal. U wilt informatie over de voorzieningen (zoals NS-service- en verkooppunten, fietsenstallingen, kluisjes, toiletten, winkels en restaurants) van stations?
U zegt: Toilet zonder wc-papier
EVA zegt: Ik begrijp het niet helemaal. Wilt u meer weten over stationsvoorzieningen (zoals NS-service- en verkooppunten, fietsenstallingen, kluisjes, toiletten, winkels en restaurants)?
U zegt: Fietsband.
EVA zegt: Dat begreep ik niet helemaal. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?
U zegt: Appeltaart
EVA zegt: Ik weet hier helaas niets over. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Wilt u dat?
EVA zegt: Ik weet hier helaas niets over. Sorry, maar ik kom er echt niet uit. Ik raad u dan ook aan om alsnog contact op te nemen met de klantenservice. Wilt u dat?
U zegt: Wilt u dat?
EVA zegt: Sorry, dat snapte ik even niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Bent u echt?
EVA zegt: Ik ben de virtuele assistent van NS. Ik kan u helpen met klantenservice vragen die u heeft over NS. Kan ik u nog ergens anders mee van dienst zijn?
U zegt: Geen mens van vlees en bloed?
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: Veel van mijn vragen begrijpt u niet.
EVA zegt: Dat begreep ik niet helemaal. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?
U zegt: Als dat echte mensen zijn, dan lijkt me dat wel beter, denkt u niet?
EVA zegt: Dat begreep ik even niet. Wat bedoelt u?
U zegt: Nou, gewoon,echte mensen!
EVA zegt: Dat begreep ik niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.
U zegt: U begrijpt niet veel. Ik denk dat het beter is om te stoppen.
EVA zegt: Dat begreep ik even niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?
U zegt: Laat maar.
EVA zegt: Ok, ik stop hiermee. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
U zegt: U begreep wat ik schreef?
EVA zegt: Dat begreep ik even niet. Wat bedoelt u?

Sanitaire stop

Er zijn mensen die zichzelf niets gunnen. Vorig jaar bezocht ik met een groepje mensen een congres in Hamburg. Op het station nabij het congresgebouw wilden we nog een kleinigheid eten en iets drinken. Eén van de mensen uit het groepje, een alternatief geklede man met een baardje, ik schatte hem een jaar of 65, moest naar het toilet. In het kleine zaakje in de wandelgangen van station Hamburg Dammtor was geen toilet voorhanden.
“Als je hier naar links gaat, dan zie je op een gegeven moment aan de rechterkant een toegang tot de openbare toiletten”, hielp ik hem uit zijn benarde situatie.
Wat bleek, die ingang had hij ook gezien, maar hij weigerde er zo veel geld aan uit te geven. In plaats daarvan banjerde hij met een volle blaas en een slecht humeur door de stationshal, op zoek naar een gratis toilet. Uiteindelijk belandde hij in de toiletten van Mc. Donalds. Een jaar later overleed hij tijdens een vakantie aan een hartstilstand. Op het moment dat een kennis mij over zijn plotselinge dood vertelde, dacht ik aan die scène op het station. Hij gunde zichzelf niet eens 50 cent om ontspannen naar het toilet te gaan. Het moraal van het verhaal kan ik nu al prijs geven, namelijk “gun je zelf ook eens wat” .

De idee van dit stukje ontstond tijdens een toiletbezoek aan de openbare toiletten op het centraal station van Berlijn. Voor de ingang stonden groepjes mensen met een portemonnee in hun hand, op zoek naar een 1 euro munt. Soms hoorde ik in het Nederlands “1 euro, nee, dat gaat deze jongen dus echt niet betalen”. Ik wierp mijn euro in de automaat, trok het bonnetje eruit en liep door het klaphekje. In een frisse, schone, witte ruimte opende ik de deur van een w.c.-hokje, hing mijn tas aan de aluminium haak en genoot van de rustgevende muziek en het schone toilet. Natuurlijk vind ook ik een euro een hoge prijs en ben ik een pleitbezorger van gratis sanitaire voorzieningen, wereldwijd, maar aan die gedachte heb je niet veel als je op het station staat en naar het toilet moet. Na het toiletbezoek, ik zat al in de trein, haalde ik het bonnetje uit mijn jaszak. Voordat ik het wilde weggooien zag ik dat het een waardebon van 0,50 cent was, te besteden bij een winkel op een van de DB-stations in Duitsland. Een chronische klager zou zeggen “maar je moet wel minimaal 2,50 euro uitgeven, kijk maar op de achterkant”. Ik zeg, dat is een Kaffee mit Kuchen met 50 cent korting.

Tot slot, “alle guten Dinge sind drei”, liep ik gisteren over de Alexanderplatz en zocht een geschikte plek voor een sanitaire stop. Door de prettige ervaring op het centraal station, wilde ik nu de openbare toiletten van Alexanderplatz wel eens zien. Een euro in de automaat, groen licht en plassen maar. Er kwam echter geen bonnetje uit het apparaat.
“Dat haal ik straks bij de toiletjuffrouw” , dacht ik. De toiletruimte was duidelijk kleiner, er klonk geen muziek en het rook alsof de vloer gewist was met hetzelfde water als gisteren en de dag daarvoor. Een tegenvaller dus. Voor de uitgang vroeg ik de toiletjuffrouw naar mijn tegoedbon.
“Die krijgt u hier niet”, legde ze mij met haar plat Berlijnse accent uit. De toiletjuffrouw stond achter een balie, haar taak bestond nu alleen nog maar uit het schoonmaken. Het bekende schoteltje voor de geldelijke bijdrage is vervangen door automaten. Ik haalde mijn tegoedbon van het centraal station uit mijn portemonnee en legde het als bewijsstuk op de balie.
“Zo’n bonnetje bedoel ik.”
“Ik weet wat u bedoelt. Die krijgt u hier niet. Niet bij Alex en niet bij Friedrichstrasse.”
Wilde ze me “verarschen”.
“Niet bij Alex en Friedrichstrasse maar wel bij Hauptbahnhof?”, vatte ik samen.
“Joet, zo is het.”
De logica ontging mij totaal.
“Altijd of is er vandaag een storing bij Alex en bij Friedrichstrasse?”
“Nee, u krijgt hier nooit een bon.”
“Dus hier betaal ik altijd 1 euro, terwijl ik op Hauptbahnhof 50 cent in de vorm van een tegoedbon terugkrijg?”
Ze knikte moeizaam met een blik van ‘hè, hè, hij heeft het door.”
“Vreemd”, zei ik.
“Andere keten”, zei ze.
Andere keten? Dat had ik dus over het hoofd gezien. Ze had gelijk. Mijn tegoedbon was van Rail&Fresh en deze aardige recht-door-zee Berlijnse dame werkte voor Mc.Clean.
“Dat is duidelijk, maar het blijft wel erg raar”, vertelde ik haar.
Ze knikte.
“Dat is het”, zei ze.
“Ik vind een euro ook behoorlijk veel geld, als je er geen muziekje bij krijgt en zelfs zonder tegoedbon weer het toilet moet verlaten.”
“Dat is het”, zei ze.
“Dat is het”, antwoordde ik en nam afscheid van de toiletjuffrouw van Mc.Clean, die bepaalde zaken in het leven net zo vreemd vindt als ik.

Armoede of armoedig

Vanochtend heb ik op een hotelkamer ergens in Amterdam televisie gekeken. Eindelijk weer eens Nederlandse televisie. Ik viel in de live uitzending “Reiziger in muziek” en realiseerde me dat alles wat ik nu zag en hoorde, zich bij mij in de buurt afspeelde. Dat was niet echt opwindend. Als ik vanavond op de Duitse televisie Günther Jauch zie, dan gebeurt in wezen hetzelfde, alleen in een andere hoofdstad. De muziek interesseerde mij niet zo zeer, maar wel het bordje met “armoede”, dat zo nu en dan in beeld kwam. De presentator sprak ook over “deze tijden van armoede”. De geïnterviewde componist legde uit dat hij niet van zijn werk kon leven. Op het moment dat er een erg moderne en vooral experimentele uitvoering van Bach ten gehore werd gebracht, zapte ik weg. Opeens was ik te gast bij Harry Mens, die een show op RTL-7 heeft. Het was een wereld van verschil, tussen de VPRO en RTL-7. De verzuiling was duidelijk weer terug van weg geweest. Naast Harry Mens zat een enorme boezem, met daarachter een vrouw en daar omheen een jurk. Ik herkende haar, het was Karin Bloemen. Grappig om haar in deze show te zien, waar ze op een of andere manier niet inpaste en dat bedoel ik natuurlijk niet letterlijk.  Na 10 minuten begreep ik dat ze hier min of meer uit commerciële overwegingen zat, want zo nu en dan blikte de camera naar een hotelmanager. In zijn hotel zou Karin Bloemen optreden. De naam van het hotel werd meermaals genoemd. Dit zou kunnen klinken als een verwijt, maar dat is het niet. Ik begreep nu waarom Karin Bloemen in deze show zat. Het ging immers om een promotie van haar show en van het hotel. Ik had hetzelfde gedaan. Karin Bloemen had ook in een VPRO show kunnen zitten. Zij maakt immers kleinkunst voor een groot en klein publiek. De componist uit de VPRO-uitzending had omgekeerd niet bij Harry Mens terecht gekund, want dat paste niet. De mannen in pak met stropdas uit de RTL-show hadden geen kaas gegeten van moderne, experimentele muziek. Zelf heb ik er ook geen kaas van gegeten, voeg ik er meteen maar aan toe,  en ik draag noch een pak noch een stropdas. De VPRO-uitzending straalde iets uit van “kunstenaars onder elkaar” en de RTL-7 uitzending straalde iets uit van “zakenlui onder elkaar”. Een ding hadden beide uitzendingen gemeen: de armoede. Ook bij Harry Mens werd gesproken over “deze zware tijden”en ‘de tijd van armoede die voor ons staat”. Mijn twee-daagse bezoek aan Nederland maakte me duidelijk dat iedereen in den lande niet in de ban van Sinterklaas maar van de armoede is. Het is bijna grappig om te zien, want waar is die armoede dan?  De nieuwe regering heeft aangekondigd dat hij op komst is en snel zijn intrede zal doen. De toekomst is somber. Door deze sombere uitspraken in de media  verkeert het land plotsklaps in een sombere stemming en vreest iedereen de lege schappen in de supermarkt, een kleiner stukje vlees op het bord,  met een wollen, zelfgebreide trui voor de kolenkachel terwijl vader in de kelder de kolenkit vult. Daar komt natuurlijk nog bij dat de winter op komst is. Dat vertelde de weerman. Temperaturen zullen dalen. Het is niet moeilijk om te voorspellen wat er binnenkort allemaal op de Nederlandse televisie te zien zal zijn. Ouders die geen geld hebben om een sinterklaascadeautje voor hun kinderen te kopen, kinderen die huilend voor hun schoen zitten, omdat er geen i-phone maar een wortel in ligt. Ik wil de armoede niet bagatelliseren, maar je kunt het natuurlijk ook zwaar overdrijven. Uiteindelijk wordt televisie gemaakt om hoge kijkcijfers te behalen en armoede scoort. Dat zie je ook op de Duitse televisie, waar de Hartz IV- families (families in de bijstand) vaker dan ooit de  beeldbuis vullen. Het is leed en leed doet het goed op de televisie. Het grote nadeel is echter, dat dit soort uitspraken als een mantra door de bevolking woekeren. Als je dag in, dag uit leest hoe slecht het is gesteld, dat het nog slechter wordt en dat de toekomst er zeer somber uitziet, dan duw je mensen daarmee in een depressie, en als je niet oppast ook nog van bruggen en gebouwen. Door  hetzelfde nieuws met een positieve ondertoon te brengen, voorkom je veel ellende, zonder dat je nieuws ontwijkt of van naïviteit beticht kan worden.  Al het wereldnieuws kan vanuit een heel ander perspectief naar buiten worden gebracht. Hoe dit er uit komt te zien, daarover later meer.