Mag ik even in uw doosje kijken?

‘Mag ik even in uw tas kijken?’ luidt de titel van een column van Renée Braams die ik vandaag op de website van de Volkskrant las. Een titel die uitnodigt, omdat iedereen direct weet wat de schrijfster bedoelt. Bij mij riep de titel herinneringen aan gisteren op, de dag dat ik, het ligt voor de hand, een supermarkt bezocht. Mijn volle boodschappentas met lege yoghurtpotten en bierflessen leegde ik bij de statiegeldautomaat en met een bescheiden assortiment boodschappen (1 pizza, 6 eieren, 2 volle yoghurtpotten en 6 volle bierflessen) in mijn mandje toog ik richting kassa. Ik ga niet beschrijven dat ik achteraf toch voor die andere kassa had moeten kiezen, omdat de lange rij daar veel sneller slonk dan verwacht. Ik zag hoe de man voor mij moeite had om de munten in zijn portemonnee van elkaar te onderscheiden. Hij reikte het open muntvakje naar voren, zodat de caissière het benodigde kleingeld eruit kon halen.

“Ik ben dus niet de enige die daar problemen mee heeft”, dacht ik, want ik zit in de fase dat ik mijn leesbril steeds vaker draag op momenten dat ik niet lees. Mijn oma gaf vroeger haar portemonnee altijd aan de caissière en vroeg of zij het geld eruit wilde halen. De man voor mij was niet mijn oma, maar iemand van mijn leeftijd. Hij had in ieder geval lef en schaamde zich niet voor zijn optreden. En nu to the point. De caissière kijkt omhoog, groet mij vriendelijk en start de lopende band om mijn boodschappen in haar richting te bewegen. Ze pakt het doosje met eieren, houdt het even vast en opent het doosje. Ik dacht direct aan een vriendin van vroeger, die in de supermarkt bij de aankoop van eieren altijd controleerde of de inhoud niet beschadigd was. Ik vond het lichtelijk overdreven en zei altijd, dat het kopen van eieren nu eenmaal met risico’s verbonden is. Als je pech hebt, dan kom je thuis en is er een ei kapot.

Zij vond mijn argument niet steekhoudend. Sterker nog, ze vond mijn argument belachelijk. De caissière sloot het doosje, schoof het voorzichtig verder en scande nu de flesjes bier. Ik keek de mensen in de rij aan. Hadden zij het ook gezien? Waarom keek zij in het doosje met eieren? Om te zien of alle eieren nog in orde waren? Dat was toch niet haar probleem. Ik bleef met deze vraag rondlopen totdat ik het stukje in de Volkskrant las over de caissière van de C1000. Dat zette me weer aan het denken. Zouden er mensen zijn die proberen om levensmiddelen in een doosje eieren de winkel uit te smokkelen? Ik dacht na wat ik allemaal mee had kunnen nemen in een doosje eieren; een paar teentjes knoflook, een bosje peterselie, misschien een pakje poedersoep maar dan houdt het wel op. Nu schoot daar opeens een geniaal idee door mijn hoofd, geen idee waar het vandaan kwam. Het was het idee om de eieren er in de supermarkt uit te halen en dan het doosje te vullen met andere waren. Of je gaat gewoon met een leeg eierdoosje de winkel in, de eieren liggen thuis al veilig in de koelkast, en vult het doosje met wat kaas, worst en wat er nog meer allemaal in past. Wat een geniaal idee! Natuurlijk moet ik voor de uitvoering ervan wel een andere supermarkt uitzoeken en hopen dat ik niet tegen een caissière aanloop die vraagt of ze even in mijn doosje mag kijken.

Bankrover eist twee bier

Sommige berichten in een krant beklijven. Het is nieuws dat je pakt, omdat het tot de verbeelding spreekt. Niet voor niets bestaan er romans en films die op een krantenberichtje zijn gebaseerd. Gisteren las ik een dergelijk bericht in diverse Berlijnse dagbladen. Het bericht roept meteen een beeld op van een hoofdpersoon, die in deze situatie is beland. Als dit bericht aanleiding geeft tot het schrijven van een roman of filmscenario,dan wordt het vast en zeker een tragikomedie. Hieronder het bericht in de Nederlandse vertaling:

Arrestatie:bankrover eist twee bier

Opnieuw klonk in een bankfiliaal in Berlijn het overvalalarm. Een duidelijk verwarde dader bedreigde in de wijk Charlottenburg een medewerker van de Postbank. Hij wilde geen geld maar twee bier en contact met de lokale radio- en televisiezender RBB.

De 68-jarige Hans-Peter G. had een adviesgesprek in een filiaal van de Postbank aan de  Joachimstaler Straße. Tegen 13:20 uur bedreigde hij een 49-jarige medewerker, hij zou een pistool bij zich hebben. Hij liet het wapen echter niet zien. “De dader gedroeg zich atypisch voor een bankrover’, zei een politiewoordvoerder. “Hij eiste geen geld maar twee bier en contact met de televisiezender RBB.”

In het bericht staat verder,dat de politie de man na circa 3 kwartier overmeesterde. Vandaag las ik in de krant, dat de overvaller behoorlijk dronken was. Het was echter een wanhoopsdaad. Een paar dagen eerder had een bankovervaller in de wijk Zehlendorf  300 man politie beziggehouden,omdat hij een werknemer van de bank had gegijzeld. Hij eiste geen twee bier maar één miljoen euro plus een vrije vlucht. Zo niet, dan zou hij de bank opblazen. Na uren lang onderhandelen gaf de man zich over. Zijn wapen was nep, net als de zak springstof. Dat bleek een zak meel te zijn. Niet nep was het motief. Ook hier was sprake van een wanhoopsdaad.

Opgeslagen en meegenomen

Opgevangen, vandaag, in de trein  – een ICE – tussen Hannover en Berlijn. Daarna opgeslagen, in mijn hoofd, en later neergeschreven, hier, in dit blog.

“Mama, wat is het warm.“
„ Ja kind.“
„Mama, in de winter is het warm en in de zomer is het koud.“
„Ja.“
„Mama?“
„Ja kind.“
„Is dat niet raar?
„Ja kind,dat is raar.“