Van een kleine ijstijd tot grote spirituele groei

zonHet weer was nog nooit zo populair. Iedere dag lees je wel iets over gesneuvelde weerrecords en over mensen die het weer beu zijn. Ik begrijp dat niet, want op school leerde ik als kind de spreekwoorden “Maart roert zijn staart” en “Aprilletje zoet heeft nog wel eens een witte hoed”. Als ik in mei het ijs nog van de voorruit van mijn auto moet krabben, ja, dan zou ik er ook genoeg van hebben.

Onderzoek

Ik ga ervan uit dat de zon dit jaar nog wel tevoorschijn komt. De zon speelt dit jaar een bijzondere rol. Ik schreef eerder al iets over de toename van zonnestormen. Momenteel voer ik in voorbereiding op een artikel onderzoek uit naar de samenhang tussen de zonneactiviteit en gedrag bij mensen. Daarmee begeef ik me tussen vele wetenschappers en pseudo-wetenschappers die het allemaal niet met elkaar eens zijn en dat is natuurlijk altijd interessant en soms amusant.

 IJstijd
Om te beginnen zijn wel alle wetenschappers het met elkaar eens dat in 2008 de 24e zonnecylus begon en dat de maximale zonneactiviteit in mei 2013 het hoogst zal zijn. Wat betekent dit? Daar kunnen heel veel mensen heel veel verschillende antwoorden op geven. Iemand die je op dit gebied in alle internationale kranten en tijdschriften telkens weer tegen het lijf loopt is de Nederlandse professor C. de Jager. Hij wordt graag geïnterviewd en geciteerd, omdat hij namelijk een “spectaculaire” voorspelling doet en spectaculaire voorspellingen, daar lusten de media wel pap van.

De Jager zegt dat de zonneactiviteit al jaren erg laag is en dat we op een kleine ijstijd zouden kunnen afstormen, een tweede Maunderminimum. Deze astronoom is binnen zijn vakgebied wereldberoemd. Meerdere internationale eredoctoraten en onderscheidingen vielen hem al ten deel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat hij de waarheid in pacht heeft en dat zijn voorspellingen per definitie juist zijn. Dat geeft hij gelukkig zelf ook toe in een interview dat ik met hem tegenkwam. Wat kan ik daar zelf tot nu toe over over zeggen? “Keine Ahnung”.

Zon
Als je het over de zon en zonneactiviteit hebt, dan kun je niet om de Mayas heen. Sinds enkele jaren heeft deze bevolkingsgroep enorm aan populariteit gewonnen en worden ze ten onrechte telkens weer met de wereldondergang in verband gebracht. Gelukkig vond ik een goed artikel over deze onterechte “beschuldiging” in de Trouw van vorig jaar.

Mayas
Centraal in de Mayacultuur staat de interpretatie van de tijd, namelijk dat deze cyclisch is. Daar kan ik mij wel in vinden. Natuurlijk is ook dit een onderwerp waar iedereen wel een mening over heeft en is het een thema waar filosofen , theologen en tal van andere wetenschappers en niet-wetenschappers een mening over hebben. Daarom tip ik het alleen even aan en ga verder met de zon.

Wijsheid en wetenschap
Volgens een groep Mayas in het Mexicaanse Yucatan biedt de hoge zonneactiviteit in 2013 een grote ondersteuning voor de mens, omdat volgens hen de mens de fotonen kan opnemen en inzetten als bron van levendige, creatieve energie.  Zij zien de maand mei als de geboorte van de eerste nieuwe galactische zonnecyclus. Dat vind ik interessanter klinken dan het verhaal over de kleine ijstijd.

Ik ga met mijn onderzoek dan ook verder op dat pad. “Wegen ontstaan door ze te gaan”, schreef Kafka en wist niet dat zijn uitspraak jaren later bij Wikiquote zou belanden én zelfs in dit bericht, om het op fraaie wijze af te sluiten.

Museum zonder toegangsdeur?

Huis Doorn (Foto: Wikipedia)

Huis Doorn (Foto: Wikipedia)

Berlijn heeft één ding gemeen met het leven in Spanje, namelijk het “uit eten gaan”. Dat doe ik hier net zo makkelijk als in de periode (1996- 2006) dat ik op Mallorca woonde. De prijzen zijn hier dermate laag, dat buiten de deur eten veelal niet duurder is dan thuis zelf iets te koken. Dat heeft tot gevolg dat ik regelmatig in een Thais, Indisch of Italiaans restaurantje te vinden ben. De ene keer ’s avonds, de andere keer ’s middags.

Vandaag genoot ik van een gezonde Indische maaltijd met een nog gezonder glas Yogi thee als begeleider. Terwijl je in Spanje overal de krant op tafel ziet liggen, vind je hier doorgaans een rek met een uitgebreide leesportefeuille. Ik vraag me af of je de leesportefeuille in Nederland nog tegenkomt. Vroeger lagen die bladen altijd bij de kapper, dat weet ik nog. Maar goed, hier liggen ze in vrijwel iedere horecagelegenheid en dus bladerde ik door Der Spiegel, om te zien wat er zoal aan de hand is in de wereld. Verbaasd stootte ik op een bericht uit het dorp waar ik ben opgegroeid. Dat is een rare gewaarwording. Ik ben namelijk opgegroeid in een klein dorpje, Doorn genaamd. Het is vooral “beroemd” als woonplaats van Simon Vestdijk en als verblijfplaats van de Duitse Keizer Wilhelm II.

Het verblijf van die eigenaardige keizer vormde de aanleiding van het bericht met als titel „Der Kaiser im Exil“. Volgens het bericht bezuinigt de Nederlandse overheid extreem veel in de kunst- en cultuursector.  Door die bezuinigen stonden nu al 6 van de 8 personeelsleden van Huis Doorn op straat. Ik las verder dat de heer Sietsema van Huis Doorn toch nog hoopte op een financiële bijdrage van de Nederlandse overheid, want volgend jaar is het immers precies 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. Daarbij speelde Keizer Wilhelm II, die in 1918 naar Nederland vluchtte, geen onbelangrijke rol. De man had er in Duitsland namelijk een behoorlijk zooitje van gemaakt.

Ik heb de website van Huis Doorn net even bekeken en vastgesteld dat minister Bussemaker heeft aangegeven een project te willen bekostigen over de Eerste Wereldoorlog ter gelegenheid van de herdenking 2014-2018. Dat is in ieder geval iets. Daarnaast las ik dat het ministerie het behoud van de collectie wil steunen maar dat de steun echter niet meer geldt voor de openstelling voor het publiek. Dat betekent dus dat het een museum blijft, echter met de vermelding dat het 7 dagen per week, 24 uur per dag, gesloten zal zijn voor publiek. Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat Huis Doorn ooit zou moeten sluiten. Er werken al sinds jaar en dag meer dan 100 vrijwilligers om alles in stand te houden. Als het om kunst en cultuur gaat, dan denk ik vaak, wat is Nederland in de loop der jaren toch een “armselig” land geworden.

Ratatouille

Vandaag wilde ik hier iets schrijven, maar wat ? Deze eerste zin duidt er al op dat ik het nog steeds niet weet. Dat is juist. Toch begin ik maar, zodat de kop er af is. Vandaag boden zich zo veel potentiële onderwerpen aan, dat ik geen beslissing kon of liever gezegd wilde nemen.

God is een ingenieur
Ik las bijvoorbeeld een interview met de schrijver Erst-Wilhelm Händler naar aanleiding van zijn nieuwe boek „Der Überlebende“. De titel van het interview trok, zoals het een goede titel betaamt, direct mijn aandacht: „Gott ist ein Ingenieur“. De hoofdpersoon in de roman is een ingenieur, zijn vrouw is kunstenares. Een belangrijke bijfiguur blijkt een pater te zijn, die als bestuurslid bij een hightech bedrijf werkt. Een geestelijke als topmanager? Heeft de auteur zijn creatieve fantasie de vrije loop gelaten? Dat vraagt de interviewer aan de auteur. Händler ontkent dit ten zeerste en zegt dat hij zich zelfs nog eufemistisch heeft uitgelaten.

Onderdrijven
Letterlijk zegt hij in het interview “ Ich habe sogar noch untertrieben“. Dat is leuk, tenminste, dit woordgebruik. In het Duits kun je übertreiben en untertreiben. In het Nederlands kun je weliswaar overdrijven maar onderdrijven is een woord dat niet bestaat. Dat is voor een vertaler altijd weer leuk om te lezen. Die verschillen tussen de talen, dat was ook een onderwerp waar ik meer over wilde schrijven.

Soep
Maar er lag vandaag ook nog een column op de loer. Bijvoorbeeld over de man die vanmiddag het Indiase eetcafé verliet om buiten een sigaret te roken. Op het moment dat hij de deur achter zich dichttrok, zette de dikke Indiase kok de kop soep op tafel van de man die buiten stond. Daarbij dacht ik meteen dat ik van geluk mag spreken dat ik nog een roker was in de tijd dat er gewoon een asbak op tafel stond en je de sigaret even uitmaakte om je soep op te eten. Daar wilde ik ook over schrijven.

Nieuwe krant
Of over de opkomst van nieuwe kranten. Zelf bereid ik al langere tijd een nieuwe krant voor, omdat ik denk dat vandaag de dag veel mensen in staat zijn om nieuws te verkopen. Je moet alleen weten hoe en ik weet dat. Het is interessant om te zien dat er momenteel op journalistiek gebied van alles gebeurt, net als op wetenschappelijk gebied. De geloofwaardigheid en de competentie van beide gebieden worden door meer en meer mensen al langere tijd in twijfel getrokken, een tendens die dagelijks stijgt. De nieuwe initiatieven zoals De Nieuwe Pers en De Correspondent zie ik als een eerste, in mijn ogen nog zeer lauwe, reactie. Wat visie betreft zijn het toch geen vernieuwende media. De Correspondent gaat bijvoorbeeld op zoek naar de verhalen achter het nieuws (was dat niet de naam van de actualiteitenrubriek van de VARA, waar Paul Witteman ooit furore maakte) en De Nieuwe Pers brengt nieuws in een andere vorm.

Nog nieuwere krant
Ik ga nieuw nieuws creëren, er een andere betekenis aan geven en hou me verre van de traditionele berichtgeving. Hoe dat precies in zijn werk gaat, dat verklap ik natuurlijk niet. Mijn journalistieke vorm wordt nu al van harte financieel ondersteund door bedrijven die zich in mijn visie kunnen vinden. Tot nu toe impliceert dat, dat ik ook achter de visie van die bedrijven sta. Samen zetten we iets nieuws op poten voor iedereen die benieuwd is hoe we het er op deze planeet de komende jaren het beste van kunnen maken, in tal van opzichten. Over dat onderwerp wilde ik ook nog meer schrijven. Maar de tijd is op. Er is nog veel ander werk aan de winkel.

Ratjetoe
Al met al had ik voor vandaag meer dan voldoende onderwerpen. Nu is dit stukje noch een column, noch een nieuwsbericht of een artikel geworden. Het is eerder een soort ratatouille. Ach, ook best lekker op z’n tijd. Bovendien bekt het mooi als titel.