De lente staat voor de deur

19.03.2013: Berlin Kreuzberg, one day before spring
19.03.2013: Frühlingsanfang in Berlin Kreuzberg
19.03.2013: Berlijn Kreuzberg, één dag voor de lente

Advertenties

De man achter glas

Amsterdam is en blijft een mooie stad. Ik ben hier alweer een tijdje niet geweest en juist na een langere afwezigheid geniet ik nog meer van de prachtige spiegelingen in het water van de grachten en de historistische panden in de binnenstad. Het is bovendien een genot om weer eens met de tram door de stad te reizen. Als ik op maandochtend in de stromende regen het Centraal Station verlaat, wacht ik met vele anderen op lijn13 richting Geuzeveld. Natuurlijk hou ik bij binnenkomst net als de andere passagiers mijn OV-chipkaart voor de chippaal. Ik weet dat er nog 3 euro op mijn kaart staat. De chippaal wenst mij een goede reis en ik neem plaats tegenover de man in het hokje achter glas, achter in de tram. Wat de functie van de man achter glas achter in de trams precies is, dat weet ik niet. Veel passagiers wensen hem een goedemorgen en hij wenst die passagiers eveneens een goedemorgen. Als hij om die reden daar zit, dan vind ik dat niets eens zo gek. Maar ik zie al snel dat hij ook in de gaten houdt of je je als passagier wel aan de spelregels van het vervoersbedrijf houdt.
„Dat mag niet mevrouw. Dat is gevaarlijk. Alleen als u een zitplaats heeft.“
„Ik heb ‘m al vanaf Leiden bij me en dat gaat zonder problemen.“
„Mevrouw, als de tram een noodstop maakt, dat kunt u ook andere passagiers hiermee verwonden. Hier is een rechterlijke uitspraak over geweest. Een momentje….”
De man achter het glas zoekt in een aktetas tussen allerlei papieren en haalt er dan een geplastificeerd document uit. Hij houdt het voor het gezicht van de mevrouw, die nog steeds met haar rug naar mij toe staat. Ik kan niet zien waarover de discussie gaat. Ik vermoed dat de jonge vrouw een baby op haar arm draagt en dat het gevaarlijk is om met een baby op je arm in een rijdende tram te staan. De baby kan bij een noodstop van de arm vliegen en niet alleen zichzelf maar ook andere passagiers verwonden. De dame reageert niet op het document van de man achter glas. Ze draait zich half om en blijft staan. De man achter glas denkt “ik heb je gewaarschuwd, dan zoek je het zelf maar uit” en bergt zijn document weer op.  Ik wil mijn zitplaats afstaan aan de jonge vrouw met de baby, maar dat is niet meer nodig. De jonge vrouw heeft geen baby maar een kartonnen koffiebeker in haar hand. Weer wat geleerd. Je mag dus alleen koffie in de tram drinken als je zit.

De jonge dame stapt na drie haltes uit. Ondertussen geeft de man achter het glas een toerist wat tips over het overstappen op een andere tram. Aan zijn accent te horen is de man achter het glas een echte Amsterdammer. Een aardige vent. Ik besluit hem eens te vragen hoe dat nu zit met die chipkaart, want ik kan het niet uitstaan dat ik met gewoon geld noch een treinkaartje kan kopen, noch mijn chipkaart kan opladen.
„Met gewoon geld?, vraagt hij. „Dat is bijna niet meer mogelijk. Misschien bij Albert Heijn of de Primera.“
„Maar volgens mij kan dat daar alleen met een kaart. Dus moet je pinnen en kun je niet met gewoon geld betalen.“
„Ja, als dat zo is, dan weet ik het ook niet“, vertelt hij me.
„Het is toch raar“, ga ik verder. „Heb je gewoon geld bij je, kun je niet reizen. Bij de NS lukt het ook al niet.“
„Mijnheer, het is zeker raar. Weet u, ik moest laatst 100 euro hebben. Had ik snel nodig. Dus ik ga naar een andere bank dan mijn eigen bank en wil geld uit de automaat halen. Ik weet dat ik daarvoor extra moet betalen, maar ik had die 100 euro dringend nodig. Wat gebeurt er? De automaat registreerde dat ik er was geweest, maar gaf geen geld. Het geld was ook niet van mijn rekening afgeboekt, dat niet. Maar ik mag één keer per dag bij een andere bank geld uit de muur halen. Dat lukte nu dus niet meer, want dat had ik gedaan, maar zonder succes.“
“We zijn volledig in handen van automaten”, zeg ik.
“Ach,één flinke gammastraal van boven, door alle automaten en dan kijken wat er gebeurt. Of die zonnewinden. Toch?”
Hij lacht, ik lach. We zijn het wel met elkaar eens. Toch ben ik verbaasd dat hij het opeens over zonnewinden heeft. Zou hij mijn stukje over de zonnestormen hebben gelezen. Dat betwijfel ik ten zeerste. Maar het is interessant om te weten dat hij, een doodgewone Amsterdammer achter het glas achter in de tram, dit weet. Bij de Marco Polostraat stap ik uit en wens de man achter glas nog een prettige dag.

Het verschil tussen reizen met de tram in Amsterdam en met de S-Bahn in Berlijn is groot. In de S-Bahn in Berlijn gebeurt ook altijd wel wat, maar de sfeer is niet te vergelijken met die in Amsterdam. In Berlijn zijn situaties in een S-Bahn soms leuk maar vaker bizar. In Amsterdam zijn ze soms bizar, maar vaker leuk. Het grote verschil tussen de twee steden is natuurlijk het betaalsysteem, want ik begrijp nog steeds niet hoe een buitenlandse toerist in Amsterdam zijn chipkaart oplaadt. Een blik op de website van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Amsterdam leert mij dat het vervoersbedrijf het veel te ingewikkeld vindt om de toerist uit te leggen hoe dat werkt en ook kost het het bedrijf te veel moeite uit te leggen dat je dan weer rekening moet houden met zones en dergelijke. En ja, natuurlijk is het bijna onmogelijk ook nog uit te leggen dat je een chipkaart niet met gewoon geld kunt opladen, maar dat je moet pinnen. Daarom schrijft het bedrijf ook prominent op haar website: “De GVB dagkaart is voor een bezoek aan Amsterdam veruit het gemakkelijkste en voordeligste vervoerbewijs. 24 uur per dag onbezorgd reizen door heel Amsterdam zonder op zones en overstaptijden te letten; beslist een aanrader!” Dat stond echter op de website, want zowel de link als de tekst is later veranderd. De laatste zin van dit stukje sloeg echter op de oude website tekst. Voor de toeristen die in Amsterdam niet verder dan de Marco Polostraat willen reizen, is dat wel een duur ritje.

Openbaar vervoer en pannenkoeken

theehuisrhijnauwen.nl

theehuisrhijnauwen.nl

Een bliksembezoek aan Nederland brengt me vandaag wederom in de problemen met het openbaar vervoer. De buschauffeur die bijna door verstikking stierf van het lachen staat nog in mijn geheugen gegrift. Dat was een jaar geleden, in een Utrechtse stadsbus, waarin ik de man achter het stuur mijn in een oude verhuisdoos opgedoken strippenkaart liet zien.

Hoe gaan buitenlandse toeristen daar in Nederland in godsnaam mee om, vraag ik me vandaag af en kijk deze zondagmiddag in de ogen van de NS kaartjesautomaat  station Bunnik. Morgen wil ik met de trein vanaf hier naar Amsterdam en weer terug. Het lijkt mij een goed idee alvast een kaartje te kopen. Met mijn chipkaart, die ik vorig jaar voor bijna 10 euro uit een automaat trok, kan ik niet met de NS reizen. Dat laat de kaartjesautomaat mij schriftelijk weten. Bovendien vertelt de NS-automaat mij dat ik me bij het gebruik van een chipkaart eerst moet registreren. Gewoon een kaartje kopen en met geld – daarmee bedoel ik bankbiljetten en munten – betalen, blijkt onmogelijk. Ik sta met een bankbiljet van 20 euro voor de automaat en waan me in een sf-film, waar bankbiljetten alleen nog in musea te bewonderen zijn. De automaat biedt echter wel de mogelijkheid om met muntgeld betalen, een gleuf voor papiergeld ontbreekt. Een retourtje Amsterdam kost € 16,40 en een dergelijk bedrag aan muntgeld heb ik zelden in mijn portemonnee.

Ik stap in de auto en rij terug naar de jeugdherberg in recreatiegebied Rhijnauwen, waar ik voor een mooie prijs in een prachtige kamer in een nog fraaier landhuis kan overnachten. Ik vertel de receptionist mijn verhaal over de betaalmoeilijkheden.
“Gewoon pinnen, toch”, antwoordt hij nonchalant. Ik begrijp nu pas dat je , als je niet kunt pinnen, je vrijwel geen mogelijkheid hebt om met de trein te reizen. Gelukkig is het vandaag zondag en dat betekent erg veel klandizie bij het café van het hostel en dus veel muntgeld. Dat legt de receptionist mij uit. Zonder problemen wisselt hij mijn 20 euro biljet tegen muntgeld, zodat ik morgen toch nog even met de trein naar Amsterdam kan.

Het verblijf in hostel Stayokay in Bunnik  boekte ik via internet, net als de avondmaaltijd voor 10 euro. Wat blijkt, ik ben de enige die van die maaltijd (wat de pot schaft) gebruik maakt. Ik begrijp dat het hostel niet voor 1 persoon de keuken opengooit en een kok aan het werk zet. De receptionist biedt mij daarom een tegoedbon aan voor het theehuis Rhijnauwen, dat min of meer naast het landhuis ligt. Ik had dit huis al gezien en vooral geroken, want de geur van pannenkoeken hangt in de wijde omgeving. Om op advies van de receptionist de topdrukte te omzeilen loop ik tegen half acht naar het restaurant, waar ik volgens mij al een keer was geweest toen ik nog een tiener was.

Mijn favoriete pannenkoek is de pannenkoek met ragout. Een blik op de kaart leert me dat het woord ragout er niet op voor komt. Bril af, bril op, nog steeds geen ragout. Der serveerster biedt uitkomst: een pannenkoek met ragout hebben ze niet. Een kleine tegenvaller. Maar ik geniet even later van de pannenkoek “4 feesten”, waarbij zelf een ballon wordt geserveerd. Als ik even later aan de koffie met appelgebak zit, wrijft onder mijn tafel de zwart-witte huiskat tegen mijn enkel en geeft kopjes. Ik geef hem of haar wat kruimels. De vriendelijke kat lacht mij tevreden spinnend aan, ik lach terug en denk, ook zonder de pannenkoek met ragout is het al met al een feestelijke en geslaagde avond.