Franz Kafka prijs voor Amos Os

Foto Wikipedia: Amos Oz in Brussel, september 2005

Foto Wikipedia: Amos Oz in Brussel, september 2005

De Franz Kafka prijs voor literatuur gaat  dit jaar naar de Israëlische schrijver  Amos Oz. Dat maakte de jury op maandag bekend. De prijs van het Franz Kafka Genootschap  in Praag wordt uitgereikt aan schrijvers die zich in bijzondere mate hebben ingezet voor humaniteit en tolerantie.

Oz zal in oktober in Praag een bronzen sculptuur van de kunstenaar Jaroslav Ronaen en het prijzengeld van  10.000 in ontvangst nemen. Tot de juryleden hoort onder andere de Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki.

Onder de vorige prijswinnaars bevinden zich  Elfriede Jelinek, Harold Pinter en Vaclav Havel. Het laatste boek dat van Oz in de Nederlandse taal verscheen heet “Onder vrienden”, waarin de 74-jarige auteur zijn ervaringen in een kibboets verwerkt.

Bron: www.derstandard.at

Advertenties

Nog niets nieuws onder zon

nieuwsDe laatste weken, eigenlijk moet ik schrijven de laatste jaren, de laatste eeuwen, staat de wereld behoorlijk op zijn kop. Gezien de vluchtigheid van het nieuws schrijf ik vrijwel nooit over actuele gebeurtenissen. Op het moment dat je bijvoorbeeld een goed stuk over de vermoorde broertjes of de vermoorde Britse soldaat hebt geschreven, schiet iemand op de Kalverstraat in Amsterdam vijf passanten neer. Deze schietpartij in de winkelstraat is slechts een luguber voorbeeld om te illustreren hoe “houdbaar” nieuws is. Volgens mij is nieuws soms zeer beperkt, soms levenslang houdbaar.

Die houdbaarheid van nieuws hangt van het vaak zeer selectieve geheugen van de nieuwsconsument af. Er zullen lezers zijn die het nieuws over de vermoorde soldaat in Engeland altijd weer zullen oprakelen om hun ongenoegen over Moslim-fundamentalisten te uiten. Andere lezers staan hun leven lang stil bij de moord op de grensrechter of de twee broertjes uit Zeist. Het slechte nieuws past bij een mening, een overtuiging. Het onderstreept deze overtuiging, het zet een levensopvatting kracht bij. Natuurlijk spelen emoties en betrokkenheid ook een rol. Hierover schreef Bas Heijne vandaag uitvoerig in zijn column op nrc.nl, die mij weer aanzette om dit stuk te maken.

Wie maakt uit wat nieuws is? Die vraag staat in mijn oude “Basisboek journalistiek”. Om hier een antwoord op te geven, wordt in het boek een uitspraak van voormalig Telegraaf-journalist Henk van der Meyden geciteerd. Van der Meyden zei ooit in een televisieprogramma “Wat nieuws is bepaal ik.”  De auteur van het boek schrijft waarom Van der Meyden niet helemaal ongelijk heeft en geeft aan dat in de praktijk de benadering en de aanpak van het nieuws sterk afhankelijk is van de betrokken journalist. “Zijn referentiekader, gemoedstoestand, leeftijd, achtergrond, sociale klasse bepalen mede hoe ‘feiten’ onder woorden of in beeld worden gebracht. Het is zijn selectie, zijn interpretatie van die feiten.”

Het “Basisboek journalistiek” stamt uit 1992, het jaar waarin de 20-jarige Larry Page nog niet weet dat hij zes jaar later een zoekmachine met de naam Google in het leven roept. Daardoor is de inhoud deels gedateerd. Wie maakt uit wat nieuws is, dat is vandaag de dag niet meer alléén afhankelijk van de betrokken journalist, het is afhankelijk van iedereen. Dus zou de passage nu moeten luiden: “Het referentiekader van iedereen, de gemoedstoestand van iedereen, leeftijd, achtergrond, sociale klasse van iedereen bepaalt hoe ‘feiten’ onder woorden of in beeld worden gebracht. Het is de selectie van iedereen, hoe iedereen de feiten interpreteert.”

Iedereen wil vandaag de dag nieuws maken en van alles aan de kaak stellen. Dat zag je in Londen. Het is werkelijk bizar om te zien hoe de Nigeriaanse jongeman na afloop van zijn gruwelijke en misselijkmakende daad een camera zoekt om zijn verhaal te doen. Hij geeft redelijk cool zijn statement af,  alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik hoopte bij het zien van die beelden nog dat het niet echt was gebeurd, dat het in scene was gezet en dat later bekend zou worden dat het slachtoffer niet echt dood was maar dat het een figurant bleek te zijn. Helaas werd mijn hoop niet de waarheid.

Het beeld van de moordenaar blijft me fascineren. Waarom? Omdat hij niet voldoet aan mijn beeld van een gruwelijke moordenaar. Mijn beeld komt uit films en andere fictie, want ik heb nog nooit een gruwelijke moordenaar in levende lijve ontmoet. Zo ziet een gruwelijke moordenaar er dus uit. Het bevestigt mijn opvatting dat je niet aan iemand kunt zien of hij een gruwelijke moordenaar is. De gruwelijke moordenaar uit Londen was ooit een baby, die nog niet wist wat hem in het leven te wachten zou staan. Datzelfde geldt voor alle gruwelijke massamoordenaars en dictators uit het verleden. De nieuwe leider van Noord-Korea lag 30 jaar geleden nog in de wieg, niet wetende wat hem te wachten stond. Iedereen weet hoe die baby zich in relatief korte tijd heeft ontwikkeld.

Maar wat was er van Kim Jong-un geworden als hij met lieve ouders in vrijheid was opgegroeid, met aardige, hartverwarmende mensen om hem heen? Dan was Kim Jong-un nu misschien wel een sympathieke boer, een spontane zanger of een begenadigd filosoof. Uiteindelijk zijn het de regeringen en de godsdiensten die een vrij leven voor de baby’s onmogelijk maken. Veel baby’s worden grootgebracht door mensen die denken dat het leven op aarde afhankelijk is van politieke opvattingen en godsdienstovertuigingen. Die levensopvatting wordt doorgegeven en de opgroeiende baby’s weten niet beter. Ooit, als heel veel baby’s afstand nemen van de alle vormen van politiek en alle godsdiensten, dan zijn heel veel mensen op de wereld er een stuk beter aan toe. Daar ben ik van overtuigd.

50 jaar literair landgoed aan de Wannsee

 FOTO:© Tobias Bohm/LCB : Literair instituut LCB viert 50-jarig jubileum


FOTO:© Tobias Bohm/LCB : Literair instituut LCB viert 50-jarig jubileum

Precies 50 jaar geleden ontstond in een prachtige villa aan de Berlijnse Wannsee het Literarisch Colloquium Berlin (LCB). Deze gebeurtenis was voor veel Duitse kranten aanleiding om vandaag met een bijdrage over één van de belangrijkste instituten binnen de Duitstalige literatuur te verschijnen.

De villa
De bouw van de villa, die op steenworp afstand van S-Bahnhof Wannsee ligt, ging in 1825 van start. De eerste eigenaar heette Robert Guthmann, een directeur van een cement- en kalksteenfabriek, die niets met literatuur van doen had. Na zijn dood verhuurde zijn kleinzoon gedeeltes van het huis aan een neef van de moeder van Carl Zuckmayer. Deze Duitse schrijver wijdde in 1925 de villa min of meer literair in door er zijn roman Fröhlichen Weinberg te schrijven. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wisselde de villa vele malen van eigenaar. In 1945 gebruikten Amerikaanse militairen het fraaie bouwwerk als een uitvalsbasis.

Korte tijd  later opende hier het Casino-Hotel am Wannsee haar deuren. De literatuur doet pas echt zijn intrede als Hans Werner Richter, lid van de bekende literaire beweging “Gruppe 47”, er in 1962 een vaste ontmoetingsplek voor de Gruppe 47-leden van maakt. Een jaar later is het Literarisch Colloquium een feit. De Ford Foundation neemt de financiële injectie ter stimulering van het project voor haar rekening. Later mag het LCB op financiële steun van de lokale overheid en derde partijen rekenen.

De man die ervoor zorgde dat dit allemaal in goede banen verliep heette Walter Höllerer, de schrijver, literatuurcriticus en literatuurwetenschapper die 10 jaar geleden in Berlijn stierf. In alle vandaag verschenen artikelen duikt hij op als Zirkusdirektor der Literatuur (Circusdirecteur van de literatuur) of Literaturpabst (literatuurpaus). Dat laatste woord bestond destijds nog niet. Het was een benaming die literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki later kreeg toebedeeld. In de villa aan de Wannsee vonden onder de naam Tunnel über der Spree ook andere ontmoetingen met schrijvers plaats. De gasten spraken er onder andere over de verhoudingen tussen West- en Oost-Duitsland. Onder hen bevonden zich regelmatig dichters met het bekende blauwe DDR-paspoort. “Maar de criteria voor de gesprekken bepaalde de literatuur, niet de politiek. Dat was in het LCB altijd zo geweest en dat is voor velen een belangrijk aspect van deze villa”, aldus een bericht in de Berliner-Zeitung.

Nieuwe media
Walter Höllerer was dichter, literatuurwetenschapper, professor aan de Technische Universiteit en ook lid van de literaire beweging ‘Gruppe 47′. In 1961 initieerde hij een opeenvolgende reeks lezingen in de pas gebouwde congreshal bij Tiergarten in Berlijn. Hier traden internationaal bekende schrijvers op zoals de Oostenrijkse Ingeborg Bachmann, de Franse toneelschrijver Eugène Ionesco en de Franse schrijfster Nathalie Sarraute. Ook de Amerikaanse literaire grootheden John Roderigo Dos Passos en Henry Miller waren van de partij. Zij traden allen voor zo’n anderhalf duizend toeschouwers én televisiekijkers op.

Walter Höllerer maakte namelijk graag gebruik van de nieuwe media. Hij noemde zijn reeks lezingen dan ook “Literatur im technischen Zeitalter” (literatuur in het technische tijdperk). “Sprache im technischen Zeitalter” (taal in het technische tijdperk) noemde hij het tijdschrift dat hij destijds oprichtte en dat tot op de dag van vandaag de actualiteit zoekt in poëzie en proza, in inhoudelijke discussies en essays (Spritz).  De televisie is nu niet meer van de partij, maar de radio is nog steeds regelmatig present bij het LCB. De radiozender “Deutschlandfunk” zendt al jaren de gespreksreeks “Studio LCB” uit.

Nederlandse en Vlaamse schrijvers
In het internationaal bekende LCB resideren schrijvers en literair vertalers uit de hele wereld, ook uit Nederland en België. In 1999 verbleef hier bijvoorbeeld de Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen. De jaren daarna  verbleven er veel Franstalige, Belgische auteurs zoals Claude Raucy, Lilliane Wouters, Jean-Philippe Toussaint, Stéphane Lambert en Nicole Verschoore. In 2005 trok de Nederlandse schrijver Adriaan van Dis vanuit Parijs naar het literaire landgoed, in 2009 gevolgd door de Nederlandse schrijfster Johanna Geels. De laatste Nederlandse bezoeker was de dichter H.C. Ten Berge, die in december 2011 en januari 2012 op deze unieke plek resideerde.

In de villa vinden regelmatig interessante, literaire avonden plaats. Deze avonden bestaan vaak uit boekbesprekingen, discussies met literatuurcritici en schrijvers, lezingen, vertalersavonden, etc. In het recente verleden waren ook Nederlandse schrijvers van de partij. Eind januari 2001 stond bijvoorbeeld Harry Mulish de bezoekers in de villa nog te woord met zijn lezing “Das Wissen der Literatur”. Een jaar later waren Thomas Rosenboom en zijn vertaalster Marlene Müller-Haas te gast om te spreken over de inhoud en de vertaling van “Publieke werken”.

In 2008 presenteerden Jan Konst en Ton Naaijkens een avond met de literair vertalers Helga van Beuningen, Gerd Busse, Marlene Müller-Haas, Gregor Seferens en Ira Wilhelm. Zij behoren tot Duitse vertalers van de belangrijkste Nederlandse na-oorlogse literatuur. In hetzelfde jaar bezocht de Nederlandse schrijver en journalist Geert Mak de villa, omdat hij dat jaar de “Leipziger Buchpreis zur Europäischer Verständigung” (Leipziger boekenprijs voor Europese verstandhouding) voor zijn boek “In Europa” kreeg uitgereikt.

Nederlandstalige week
Tijdens de literaire week “Ken uw buren” in 2004 bezocht de crème de la crème van literair Nederland en Vlaanderen de Duitse hoofdstad.  De aftrap vond destijds plaats in het Theater Hebbel-am-Ufer met medewerking van Hugo Claus, Adriaan van Dis, Anna Enquist, Arnon Grunberg, A.F.Th. Van der Heijden, Tom Lanoy, Bart Moeyart en Connie Palmen. Ook namen Geert Mak, Cees Nooteboom, Thomas Lieske, Kristien Hemmerechts, Vonne van der Meer en Leonard Nolens aan het evenement deel.

In het kader van die week traden Arnon Grunberg en Erwin Mortier één avond op in de villa aan de Wannsee. Arnon Grunberg sprak over “Phantomschmerz” en “Blauer Montag”, terwijl Erwin Mortier de aanwezigen bekend maakte met “Marcel” en “Meine zweite Haut”. Een dag later verzorgden A.F.Th. Van der Heijden en de Engelse schrijver Jonathan Coe een leesavond in dezelfde villa. Van der Heijden sprak over zijn romancyclus “Die zahnlose Zeit”.

Fotoboek
Binnen enkele dagen is het fotoboek “S-Bahn nach Arkadien” verkrijgbaar. Het boek schetst een optisch beeld van een stukje “verse” Duitse literatuurgeschiedenis. Te zien zijn foto’s van onder andere een serieuze Uwe Johnson met een vastgespijkerde pijp in zijn mond, de nog jonge, langharige Günter Grass, die lachend de Poolse vertaling van “Die Blechtrommel” voor de camera houdt en Friedrich Dürrenmatt in een overvolle leeszaal. De extase, de lichten, de dans op de zomerfeesten, het is allemaal op de gevoelige plaat vastgelegd door fotografe Renate von Mangoldt, de vrouw van de huidige LCB-voorzitter Ulrich Janetzki, die echter volgend jaar met pensioen gaat. Zijn opvolger heet Florian Höllerer, de zoon van de oprichter, die momenteel nog werkzaam is als voorzitter bij het het “Literaturhaus Stuttgart”.

Brochure
Voor dit speciale jubileumjaar is een brochure samengesteld onder de titel “50 Jahre inmitten der Literatur” (50 jaar midden in de literatuur). Dit boekwerkje is ook in het Engels verkrijgbaar. Beide versies zijn direct de downloaden via de onderstaande links:

Meer informatie over het LCB op de website www.lcb.de