Een spreekwoord, een waar woord (1/2)

spreekwDe Nederlandse spreekwoorden, wie kent ze niet? “Haastige spoed is zelden goed” of “Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens”. Spreekwoorden die we allemaal wel kennen, maar niet meer zo vaak gebruiken.

Driehonderd jaar geleden was dat wel anders. Men citeerde vaak scherpe spreekwoorden om bepaalde menselijke zwakheden aan de kaak te stellen. Als iemand zich aanstelde, dan zei men al snel ‘hij heeft kiespijn achter zijn oor’. De schilder Pieter Brueghel was destijds zo onder de indruk van de spreekwoorden, dat hij ze letterlijk in zijn schilderijen gebruikte. In intellectuele kringen reageerde men geschokt toen een vooraanstaand man als Erasmus (de meest gezaghebbende denker van zijn eeuw) zich met spreekwoorden bezighield. Kortom, de spreekwoorden leefden. Maar hoe staat het er vandaag de dag mee? Een kijkje in het heden en het verleden van de spreekwoorden wereld.

Afgezaagd
Hoe is het rond het jaar 2014 met de spreekwoorden gesteld? Kennen we de wijze woorden uit het verleden nog wel? Om een antwoord op die vraag te vinden, overviel ik op een zaterdagochtend wat willekeurige passanten in het centrum van Hoorn met de vraag “Kunt u mij één of meerdere spreekwoorden noemen?”
“Ja, ik ken ze wel”, antwoordde één van de verkopers achter een marktkraam. Daarna was het even stil. “Jeetje, ja, dat is een goeie..uh”. Na enig gepeins borrelde het eerste spreekwoord op: “Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.” Meteen noemde hij een tweede. “Het hemd is nader dan de rok.” Na een lang stilzwijgen schoten een paar van zijn vrouwelijke collega’s hem te hulp. “Beter één vogel in hand, dan tien in de lucht. Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.”

Het onderwerp sloeg aan, want om me heen hoorde ik mensen “haastige spoed is zelden goed” en (nog een keer) “beter één vogel in de hand dan tien in de lucht” roepen. Misschien wel de meest bekende, afgezaagde spreekwoorden, maar toch. De vriendelijke dame van de kaaskraam kwam echter nog met een mooie wijsheid op de proppen: “Waar je ’t meest van hebt te zeggen, daar kom je ’t dichtste bij te leggen.”

Ondertussen had de man die ik als eerste had gevraagd zich op de spreekwoorden geconcentreerd en hij wilde bewijzen dat hij wel degelijk nog een paar spreekwoorden wist. “De appel valt niet ver van de boom. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten”, zei hij tevreden. Daarna kwamen er bij hem meer en meer spreekwoorden bovendrijven. Eén ding was duidelijk en daar waren alle omstanders het mee eens; je kent ze wel, maar ze moeten van heel ver weg komen. Ik bedankte iedereen voor hun medewerking en besloot nog een paar reacties te verzamelen.

Je bent gek
Vlakbij de Hema overviel ik een ouder echtpaar met dezelfde vraag. De oude man keek alsof hij het in Keulen hoorde donderen. “Je bent gek”, zei hij en lachte zich rot. Zijn vrouw was ondertussen druk bezig een spreekwoord te verzinnen. “Oost, West, Thuis best.” “Dat is al wat”, zei ik. “Zo de waard, zo zijn gasten”, ging ze verder. Ik bedankte het echtpaar en wilde verder lopen. “En de derde heb je ook?”, vroeg de oude man mij nog. “De derde?”, vroeg ik verbaasd. “Je bent gek”, zei hij buikschuddend van het lachen en gaf me een hand. Zonder te vragen stuitte ik in de Hoornse haven op een origineel spreekwoord. Onder de Jongens van Bontekoe las ik op een gedenkplaat de volgende tekst: “Verlaat je schip niet, voordat het onder je bezwijkt.”

Adam piest Eva haar dingetje vol
Op straat vertelden de mensen vaak dezelfde afgezaagde spreekwoorden, terwijl er toch tienduizenden verschillende spreekwoorden bestaan. Je vindt ze in de diverse spreekwoorden- en woordenboeken. Wie echt bijzondere, onbekende spreekwoorden zoekt, is aangewezen op het boekje Je zwam te grabbel gooien. De auteur, professor Peter Hoefnagels, verzamelde spreekwoorden die bijna niemand kent. Om er een paar te noemen: Lange tanden doen de liefde stranden, Wie de puist niet ziet, heeft de ziekte niet en Adam piest Eva haar dingetje vol.

De laatste uitdrukking is een zeemansuitdrukking. Het was een ezelsbruggetje om de namen der wachtdiensten te onthouden. Adam is de achtermiddagwacht van twaalf tot zestien uur. Piest staat voor platvoetwacht van zestien tot twintig uur. Eva staat voor de eerste wacht. Dan heb je van nul tot vier uur de hondewacht, van vier tot acht uur ’s morgens is de dagwacht en van acht tot twaalf is de voormiddagwacht. De betekenis heb ik uit het boekje overgenomen, omdat in het Voorwoord (geschreven door Hugo Battus) geschreven staat dat ‘iedereen die zijn spreekwoorden gebruikt wordt verzocht er altijd het hele verhaaltje bij te vertellen, anders zit ons nageslacht weer met onbegrijplijkheden en vragen als  ‘Waarom barst een kruik die te water gaat?’ en ‘Waarom is éénoog koning?’

Spreekwoorden, uitdrukkingen en zegswijzen
Spreekwoorden worden vaak verward met uitdrukkingen en zegswijzen. Wat zijn nu precies de verschillen? Zegswijzen en uitdrukkingen zijn vaste woordverbindingen om een bepaald begrip uit te drukken. Dat geldt ook voor het spreekwoord, alleen het verschil is dat een spreekwoord altijd een morele uitspraak bevat. Een spreekwoord leert je iets, zegt iets over wat goed en kwaad is. Bijvoorbeeld “De beste stuurlui staan aan wal”; buitenstaanders weten altijd beter hoe iets moet worden aangepakt. Een uitdrukking mist die ‘wijze les’.

Spreuken
De spreuken worden vaak in één adem genoemd met de spreekwoorden, zegswijzen en uitdrukkingen. Spreuken kun je het beste omschrijven als kernachtige uitspraken met daarin een levenswijsheid of vermaning. Ze hebben vaak een zedelijke of godsdienstige strekking. Denk maar aan het Oude Testament. Daarin wordt uitvoerig over de spreuken van Salamo gesproken.

Een andere categorie spreuken vormen de weerspreuken. Maart roert zijn staart, Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed, Hoort ge in juni de donder kraken, dan maakt de boer ook goede zaken en Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen en ga zo maar door. In het boek Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen van K. ter Laan is een apart hoofdstuk aan de weerspreuken gewijd.

Dan heb je nog de zogenaamde apologische spreuken. Ze zijn vaak zeer komisch. In deze spreuken laat men door iemand anders zeggen, wat men zelf denkt. Daarom worden ze ook wel andermansspreuken genoemd. In Vlaanderen spreekt men van zeispreuken. Een voorbeeld: Haast je niet, ik moet er ook wezen, zei de rover, en hij werd naar de galg geleid. Of Die mooi wil wezen, moet pijn lijden, zei de meid, en zij spelde haar muts aan de oren vast. Ook deze spreuken vind je in het boek van K. Ter Laan terug.

De Bijbel
Spreekwoorden dateren al van heel vroeger. Het gebruik ervan gaat minstens terug tot 3000 v. C., tot de Egyptische wijze, de Ptahhotep. Verder vind je in de bijbel veel teksten die verwijzen naar spreekwoorden. Over ‘iets in hart en nieren zijn ‘ staat in Psalm 7:10 bijvoorbeeld: “Laat de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig Gij de rechtvaardige, Gij, die hart en nieren toetst, rechtvaardige God.” Een bekende Bijbelpassage is die waarin Pilatus de opdracht geeft om Jezus te kruisigen. Het spreekwoord ‘zijn handen in onschuld wassen’ komt hier bijna letterlijk in voor: “Toen Pilatus zag, dat er niets baatte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water, wies zich de handen ten aanschouwen van de schare en zeide: Ik ben onschudig aan zijn bloed; gij moet zelf maar zien, wat er van komt.”

Brueghel
Van de Bijbel naar de zestiende eeuw. In die periode probeerden de schrijvers van de volkstaal de taal gelijkwaardig te maken aan de klassieke (Latijnse) taal. Veel Nederlandse uitdrukkingen en spreekwoorden zijn rechtstreeks vertaald uit het Latijn en diverse Latijnse uitdrukkingen zijn letterlijk in het Nederlands bewaard gebleven. Maar niet alleen schrijvers hielden zich met de taal bezig, ook schilders toonden buitengewone interesse in de taal. Eén van de bekendste schilders uit die tijd was Brueghel. Hij legde het leven van alledag vast op zijn schilderijen. In dat leven barstte het van de spreekwoordelijke situaties. Men beschouwde de mens nog als de schuldige aan alle misstanden in de maatschappij. De mens was een dwaas, een zwakkeling die tijdens zijn leven de ene blunder na de ander maakte en die steeds weer allerlei dwaasheden beging waartegen een reeks van krachtige spreekwoorden hem waarschuwde. De mens werd afgebeeld als iemand die zich knollen voor citroenen liet verkopen, paarlen voor de zwijnen wierp, de put dempte nadat het kalf verdronken was, zich liet leiden door de blinde en probeerde veren te plukken van een kikker.

Beroemd is het schilderij De blauwe huik, waarin Brueghel meer dan honderd spreekwoorden letterlijk in beeld brengt. De titel is ontleend aan de centrale voorstelling in het schilderij; een knappe overspelige vrouw, die haar ontrouw voor haar bedrogen echtgenoot verbergt door hem de blauwe huik om te hangen. Blauw symboliseerde gewoonlijk bedrog of leugen in het Vlaanderen van de zestiende eeuw. Het schilderij laat een wereld zien waarin zich tal van dwaze situaties afspelen. Bijvoorbeeld het zeilscheepje dat een oog in het zeil heeft. Maar je ziet ook de man die geld in het water gooit, iemand die twee vliegen in één klap slaat, een visser die vanuit een vissersbootje achter het visnet vist, iemand die met zijn hoofd tegen een muur loopt, een persoon die door een mand valt, enz., enz. Het schilderij is te bewonderen in het staatsmuseum in Berlijn. Wie geïnteresseerd is, maar dichter bij huis wil blijven, kan ik het boek De wereld van Brueghel aanbevelen. In dat boek is een afbeelding van het bekende schilderij De blauwe huik opgenomen. Onder de afbeelding staat de bijbehorende lijst met spreekwoorden afgedrukt.

Geliefde dichter
Een eeuw later, in de zeventiende eeuw, bezat Nederland een dichter van wie de gedichten in bijna elk huisgezin te vinden waren. Zijn teksten dienden als levenslessen, ze gaven goede raad op het gebied van omgangsvormen, geloof, moraal, huwelijk, seksualiteit, enz. Deze enorme populaire dichter, die ook nog raadspensionaris van Holland en zakenman was, heette Jacob Cats. Veel van zijn teksten kennen we nu nog: Al is de leugen wonder snel, de waarheid achterhaalt haar wel, Als de wijn gaat in de man, leidt de wijsheid in de kan, Haastige spoed is zelden goed en ’t Zijn al geen koks die lange messen dragen.

Humor
Bij het schrijven van een stuk over spreekwoorden loop je het gevaar saai te worden. Dat je alleen maar uitlegt waar spreekwoorden vandaan komen en wat ze betekenen. Daarom is het belangrijk dat je de spreekwoorden zo nu en dan met de nodige humor benadert. Iemand die daar geen moeite mee heeft is de schrijver/dichter Remco Campert. Hij schreef ooit een stukje waarin een oude man in gesprek is met een jonge man. Tijdens dat gesprek worden allerlei spreekwoorden op een ‘Campertse’ wijze  gebruikt. Hieronder twee fragmenten uit Uiltje knappen uit de bundel Het paard van Ome Loeks
(1962):

1)
“Soms ziften we wel eens muggen,” zei de jonge man zachtjes.
De oude man barstte in lachen uit.
“Dat was in onze tijd werk voor de jonge meisjes van de betere families. Van die nufjes, die niets beters te doen hadden. Een flinke kerel ziftte geen muggen in onze tijd. Die had wel wat anders te doen. Die zocht de klepel op als hij de klok had horen luiden. Of hij haalde het blad voor zijn mond weg. Je had er zelfs bij, die gingen naar een naburig dorp om daar heel wat potjes te breken. Dat heb ik zelf nog wel gedaan. Mooie dagen. Toen hebben we heel wat geld stukgeslagen. Ik had speciaal daarvoor een klein aambeeldje laten maken en een voorhamer. Dat heeft de hoefsmid nog voor me gesmeed, toen het ijzer erg heet was. En dan maar van die harde knaken stukslaan.”
“Ik heb eens gehoord dat men vroeger ook vaak de kroon spande,” zei de jonge man eerbiedig.

2)
“Wij gaan soms in de porseleinkast zitten en dan doen we net of we de moeder van de porseleinkast zijn,” fluisterde de jonge man.
“Kinderwerk,” zei de oude man schouder ophalend. “Dat kan iedereen. Het is nou niet iets om direct trots op te zijn. Vertel me maar liever of jullie nog wel eens ergens brood in zien.”
“Nee,” zei de jonge man. “Nergens in”.
“Vreemd,” zei de oude man, “hoe zulke oude gebruiken er uit kunnen gaan. Wij deden niet anders. Er werden zelfs speciale rooskleurige brillen voor in de handel gebracht. Die kon je voor een krats kopen, als je tenminste een krats had.”

Gezondheid
Vandaag de dag zijn de spreekwoorden niet meer zo populair. We besteden veel liever aandacht aan hoe we eruit moeten zien. En we letten erop dat we wel gezond eten en vooral niet te vet. Het cholesterolgehalte is belangrijk geworden. Daarnaast zie je dat spiritualiteit erg in opkomst is. Maar wie de spreekwoorden en uitdrukkingen goed leest, ziet dat lichaam en geest altijd sterk met elkaar verbonden zijn geweest.

Wie kent niet de oeroude waarheid ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’? En zo zijn er meer dan duizend spreekwoorden waarin het lichaam een voorname rol speelt. De mens heeft altijd met het lichaam geleefd en daarom hebben veel lichaamsdelen een symbolische functie gekregen. ‘Hij heeft een grote mond, maar een klein hartje’. Dat spreekwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Die duidelijkheid geldt trouwens voor bijna alle spreekwoorden waarin het menselijk lichaam voorkomt. Het is meteen duidelijk waar het over gaat. Neem nou iemand die zeer openhartig is, die neemt vaak geen blad voor de mond. Bovendien is het vaak iemand die het hart op de tong draagt.

Helaas wordt ons lichaam ook getroffen door ziektes en ongelukken. Dat is vandaag de dag het geval, maar dat is altijd het geval geweest. Ziektes en ongelukken komen heel plotseling, maar ’t duurt vaak lang voordat je hersteld bent. Anders gezegd, ziekte komt te paard en gaat te voet weg. In Vlaanderen zeggen ze wel, de ziekten komen te paard gereden en vertrekken met manke schreden. Kortom, hieruit wordt duidelijk dat een spreekwoord maar al te vaak een waar woord blijkt te zijn. En dat geldt voor bijna alle spreekwoorden. Daarom wil ik op passende wijze afsluiten met de woorden van de eerder genoemde Jacob Cats:

De waerheyt borrelt uyt
Gelijck een sonneschijn;
De waerheyt, hoe het gaat,
wil niet begraven sijn

Lees ook: Een spreekwoord, een waar woord (2/2)

Advertenties

3 thoughts on “Een spreekwoord, een waar woord (1/2)

  1. Pingback: Een spreekwoord, een waar woord (2/2) | Blog Allard van Gent

  2. Pingback: Ik kan niet verstaan | Blog Allard van Gent

  3. Pingback: Holland in Not – Blog Allard van Gent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s