Een spreekwoord, een waar woord (2/2)

proIn 1996 stelde ik een boekje samen met meer dan 1.200 spreekwoorden en gezegden waarin een lichaamsdeel voorkomt. Het is nooit een boekje geworden, omdat de uitgevers er geen brood in zagen. Wie weet verschijnt het ooit nog eens op de markt. Destijds woonde ik in Amsterdam en bezocht de gerenommeerde taalkundige Dr. Riemer Reinsma om hem het een en ander over de spreekwoorden en gezegden te vragen. Daarna schreef ik onderstaand artikel, dat vandaag zijn primeur op internet beleeft.

Als het even echt goed misgaat, dan is het ‘Even Apeldoorn bellen’. Of als je suiker in iemands koffie doet en hij blijkt geen suiker te gebruiken, dan is het ‘Foutje, bedankt’. Het is voor bijna iedereen duidelijk wat er met die uitdrukkingen bedoeld wordt. Maar als je vandaag de dag zegt “wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in”, dan klinkt dat nogal ouderwets. Alsof je nog in grootvaders tijd leeft. Wat je soms wel hoort is de verkorte versie. Dan vinden we het te maf om het spreekwoord helemaal uit te spreken. Wie een kuil graaft, punt. Dat kàn betekenen dat het spreekwoord halverwege het stervingsproces is. Maar het kan ook zijn dat het een nieuwe versie wordt.

Spreekwoorden en uitdrukkingen: het verschil
Spreekwoorden zijn complete zinnen die een algemene wijsheid uitdrukken. Ze zijn onveranderbaar. Je kunt niks vervangen of toevoegen. Verder kun je het werkwoord niet in het meervoud zetten. Een werkwoord is trouwens niet altijd een vereiste bij een spreekwoord. “Beter een half ei dan een lege dop” is hiervan een voorbeeld.

Uitdrukkingen zijn voor een deel onveranderlijk, maar er is wel iets aan te veranderen. Je kunt zeggen “het loopt de spuigaten uit”, maar ook “het liep de spuigaten uit”. Bij de uitdrukking “tuk zijn op” kun je na het voorzetsel van alles invullen. Tuk zijn op de buurvrouw, op de koningin, op een collega van het werk, etc. Voor spreuken gelden weer andere criteria. Weerspreuken bevatten bijvoorbeeld geen morele waarheden. Het zijn niets anders dan uitspraken over het weer. Bijvoorbeeld ‘Maart roert staart.’

Die indeling in spreekwoorden, gezegden en spreuken is op zich niet zo interessant. Het is niets anders dan een etiket plakken op iets. Je kunt het vergelijken met het geven van een naam aan een plant, maar verder niet weten hoe die plant in elkaar zit. Daarom worden spreekwoorden, zegswijzen en spreuken vaak een beetje door elkaar gebruikt.

Het ontstaan van een spreekwoorden en uitdrukkingen
Hoe ontstaat een spreekwoord of een uitdrukking? Een specialist op het gebied van spreekwoorden en uitdrukkingen is Dr. Riemer Reinsma. Hij is vooral een woordenboekenmaker. In het taaltijdschrift Onze Taal schrijft hij stukken voor de taalkalender over spreekwoorden en uitdrukkingen. Verder schreef hij een neologismenwoordenboek, een synoniemenwoordenboek en publiceerde hij over eufemismen, spreekwoorden en uitdrukkingen. Hoe ontstaat volgens hem een spreekwoord? “Een spreekwoord ontstaat denk ik net als een nieuw woord. Het gaat om een treffende manier van uitdrukken. En dat kan iedereen op een gegeven moment presteren. Iedereen kan in het vuur van zijn betoog iets mooi uitdrukken. Niet op een literaire manier, maar op een mooie manier, zodat het beklijft. En er is dan een kans dat dat verder gedragen wordt door toehoorders.”

Naar het ontstaan van spreekwoorden is tot nu toe weinig onderzoek gedaan. Het is natuurlijk ook moeilijk om iemand te ‘betrappen’ op het uitspreken van een mogelijk spreekwoord. Reinsma: “Als je het wetenschappelijk zou willen onderzoeken, dan zou je een bandopname moeten maken van alles wat er op een dag gezegd wordt in jouw omgeving. Dan heb je nog maar een heel klein stukje van de taalwerkelijkheid. En dan kijken wat er een jaar later van geworden is. Dat is de enige manier waarop ik me kan voorstellen waarop je het zou kunnen onderzoeken, want de ‘dader’ ligt altijd op het kerkhof.”

Het verdwijnen van spreekwoorden
Het gebruik van spreekwoorden en uitdrukkingen lijkt de laatste jaren terug te lopen. Recentelijk gaf een klein onderzoek onder tien leerlingen van een 5-VWO klas opmerkelijke resultaten. De uitdrukking ‘van een koude kermis thuiskomen’ blijkt bijvoorbeeld bij zeven van de tien leerlingen niet bekend te zijn. Maar het spreekwoord ‘als één schaap over de dam is, volgen er meer’ kennen acht van de tien leerlingen wel. Reinsma: “Het leuke van die gegevens is dat je kunt zien, althans, dat denk ik, dat spreekwoorden over het algemeen op hun retour zijn. Maar je kunt ook zien dat het ene spreekwoord nog niet zo ver op weg is als het andere. En als dit onderzoekje bevestigd wordt door andere onderzoeken, dan kun je bijvoorbeeld zeggen dat ‘van de koude kermis thuiskomen’ dichter bij de totale ondergang is dan ‘als één schaap over de dam is, volgen er meer.”

In het algemeen worden spreekwoorden minder gebruikt. Maar uitdrukkingen komen er nog wel bij. Reinsma: “Het kwartje van Kok allitereert en heeft alles van een uitdrukking. Ik denk dat spreekwoorden op hun retour zijn, omdat mensen niet zo erg meer in vaste waarden geloven en je zou zelfs kunnen zeggen dat de ontzuiling er misschien toe heeft bijgedragen. De maatschappelijke ontzuiling, dus vaste normen zijn op de terugtocht.

Spreekwoordenboeken
Hoeveel Nederlandse spreekwoorden en uitdrukkingen zijn er eigenlijk? Als je de spreekwoordenboeken er op naslaat, dan blijken er tienduizenden te zijn. Maar het is de vraag of ze werkelijk bestaan. Want als ze alleen in de boeken staan en door niemand worden gebruikt, dan heb je met een soort spreekwoordenkerkhof van doen. Reinsma: “Ik heb een boekje geschreven over het gebruik van spreekwoorden en uitdrukkingen in andere landen. Het valt me op dat als ik een Duitser confronteer met een Duits spreekwoord, dat hij zegt ‘dat ken ik helemaal niet’. Ja, het staat dan wel in alle Duitse spreekwoordenboeken, maar wat koop je ervoor? Ik vraag me af of we niet een geflatteerd beeld hebben door al die spreekwoordenboeken. Ik heb zelfs de neiging om te zeggen dat ze een eigen leven gaan leiden, los van de taalkundige realiteit. Het is net zoiets als de drie dikke delen van Van Daele, die heel veel woorden bevatten die gewoon niemand meer kent. En die worden toch als Hedendaags Nederlands gepresenteerd.”

Media
‘Omo wast witter’ is een uitdrukking die je niet meer zo vaak hoort. Toch was deze uitdrukking in de tijd dat hij ontstond enorm populair. Vandaag de dag is het Foutje bedankt en Even Apeldoorn bellen. Uitspraken die aanzienlijk meer toehoorders hebben dan in de tijd dat er nog geen televisie was. Je zou verwachten dat door een massamedium als de televisie met zo’n tweehonderd of driehonderdduizend toehoorders, het aantal nieuwe spreekwoorden zou toenemen. Maar toch is dat niet zo. Reinsma: “Ik denk dat de maatschappelijke ontzuiling een ontzettend tegenwicht heeft geboden. Een heel enkele keer komt er een bij, maar het zijn geen wijsheden. ‘Foutje bedankt’ is geen wijsheid. Ik denk dat bepaalde typen het halen. ‘Even Apeldoorn bellen is ook geen volkswijsheid, maar een constatering over een situatie. Vaste zinnetjes die op een bepaalde situatie slaan, situationele spreekwoorden. Die komen er wel bij denk ik.”

Wijsheden
Spreekwoorden bevatten bepaalde wijsheden, bepaalde waarheden. Door het in onbruik raken van de Nederlandse spreekwoorden zou je verwachten dat ook de interesse in de volkswijsheden steeds minder wordt. Interesseren mensen zich nog wel voor de wijsheden als ‘wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in’? Reinsma:” Mensen kennen weliswaar geen spreekwoorden meer, maar ik denk dat daar equivalenten voor in de plaats gekomen zijn, die iedereen individueel gebruikt. Het zou best kunnen dat men vroeger altijd zei ‘wie een kuil graaft voor een ander’ en dat mensen nu zeggen ‘je moet een ander niet flikken wat je zelf niet zou willen’ of zoiets. In minder mooie woorden is het toch dezelfde wijsheid. Het zou best kunnen zijn dat mensen op hun eigen manier formuleren en niet aan dat strakke stramien willen vasthouden. Ik vermoed dat de wijsheid niet perse verloren hoeft te zijn, maar dat de vorm verloren gaat. Het zijn fundamentele wijsheden en ik denk niet dat die één, twee, drie verdwijnen.”

De toekomst
Zoals als eerder gezegd, er is weinig onderzoek gedaan naar het komen en gaan van spreekwoorden en uitdrukkingen. Een klein onderzoekje bij een 5VWO-klas geeft natuurlijk nog geen goed beeld van de huidige stand van zaken. Daarbij moet je ook nog kijken naar de relatie tussen actief en passief gebruik. Het spreekwoord ‘Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen” kennen negen van de tien leerlingen. Reinsma: “Ik kan me voorstellen dat iedereen het spreekwoord kent, maar ik kan me ook voorstellen dat niemand het gebruikt, ooit zegt. De uitdrukking “Er is geen vuiltje aan de lucht” kennen zes leerlingen. Dat wordt misschien vaker gezegd. Wat zit nu dichter bij de ondergang? Het is moeilijk te zeggen, dat moet onderzocht worden.”

Lees ook: een spreekwoord, een waar woord (1/2)

Advertenties

One thought on “Een spreekwoord, een waar woord (2/2)

  1. Pingback: Een spreekwoord, een waar woord (1/2) | Blog Allard van Gent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s