Schrijven met de schulpmethode

De schulpmethodeOnlangs was ik in Amsterdam om er een Nederlandse schrijver te interviewen. Door de voorwaarden die hij aan het gesprek stelde wist ik op voorhand dat het een heel bijzonder interview zou worden. De man schreef veel boeken maar toch kun je hem geen bekende schrijver noemen. Hij heeft geen contact met zijn collega-schrijvers, bezoekt nooit zijn uitgeverij en van interviews moet hij niets hebben. De media kennen hem nauwelijks. Geen enkele krant of televisiezender zit om een interview met hem verlegen. Juist dat fascineerde mij en daarom wilde ik hem bezoeken. Zijn boeken heb ik allemaal gelezen. Vooral de bundels met korte verhalen vind ik bijzonder goed. Enkele romans zijn wat aan de taaie kant, maar goed, dat maakt de man ook menselijk. Hij is geen computer die altijd perfecte boeken produceert.

Vanuit het Centraal Station wandel ik naar de Prins Hendrikkade. In mijn herinnering bevindt zich hier een grote esoterische winkel met café en restaurant, ooit in het leven geroepen door een telg uit de kruideniersfamilie Heijn. Hoe heette die zaak ook alweer? Iets met Oibibi, Oibobi. Ik bekijk de gevels. Nergens zie ik iets wat op Oibobi of Oibibi lijkt. Mijn laatste bezoek aan die zaak was begin jaren negentig, dus de kans is groot dat het bedrijf intussen is opgedoekt.

-Pardon?
-Ja?
-Ja, nu rijst toch de vraag; waarom zoek je dat niet even op met Google, dat van dat Oibobi of Oibibi?
-Het antwoord; op dat moment beschikte ik niet over Google.
-Nu rijst de tweede vraag; dan kun je het nu toch wel even opzoeken en aanpassen?
-Het antwoord; nee. Dat laat ik aan de lezer over.

Ik wandel verder en geniet van de novemberzon die voor een opgewekte dinsdagochtend zorgt, zo eentje waarop de mensen om je heen vriendelijkheid uitstralen, vogels vrolijk fluiten en de geur van verse koffie uit de cafés opmonterend werkt.

Droogbak. “Een rare naam voor een straat” gaat het door mijn hoofd. De Droogbak is kort en voor ik er erg in heb loop ik door de Haarlemmer Houttuinen. “Het lijk in de Haarlemmer Houttuinen“. Ik gedachten heb ik dat boek voor ogen, de eerste Grijpstra en de Gier detective van JanWillem van de Wetering (de hyperlinks in digitale columns  hebben ‘de column’ revolutionair veranderd, maar daarover een volgende keer meer). Ik loop verder en sla de eerste de beste zijstraat in, op weg naar de Haarlemmerstraat, de straat waar de schrijver woont. Zijn naam mag ik van hem niet op mijn blog verraden noch zijn complete adres. “Maar Haarlemmerstraat is oké, niemand weet dat ik daar een woning heb.”

De derde bel van onderen met daarnaast een met de handgeschreven letter A, daarop moet ik volgens zijn per e-mail verstuurde instructies drukken. “Die A heb ik er voor jou neergezet. Na je bezoek gum ik de letter weg en is de bel weer gewoon een bel, zonder wat voor letter dan ook”, schreef hij. Ik druk op de bel. Vijf seconden later hoor ik een luide klik; de deur wordt opengetrokken. Ik herken het klikgeluid van vroeger, het geluid dat iemand maakt die vanaf een bovenverdieping aan een touw trekt dat met de schuif op het slot van de voordeur is verbonden. Dat touw hangt bungelend tussen de trapleuning en de wand van de gang. Een heel simpel systeem wat ik in het buitenland nog niet ben tegengekomen. En natuurlijk hoort bij dit deursysteem een enorm steile trap, die ik met met veel krachtsinspanning bestijg.

Het interview is een bijzonder interview, omdat ik de tekst niet in zijn geheel mag publiceren. Ik mag alleen iets schrijven over zijn manier van schrijven, want dat fascineert me. Zo hebben we dat afgesproken. De schrijver blijkt een onopvallende lange, dunne man van rond de 60 met kortgeknipte grijze haren en een zilverkleurig ziekenfondsbrilletje op zijn neus. Hij gaat mij voor de woonkamer in.
“Je kunt bijvoorbeeld schrijven dat ik een schulp nodig heb. Als ik schrijf, dan schrijf ik in een enorme schulp.”
Ik sta in de kamer met de houten planken vloer, een hoekje met een keukentje en een enorm bureau met papieren, computer, beeldscherm en natuurlijk het toetsenbord met de muis.
“Een schulp?”, herhaal ik.
Hij knikt.
“Maar ik kruip ik er niet in, ik ben niet bang”, vervolgt hij. “Zoals je weet is een schulp niets anders dan een schelp.”
Ik kijk omhoog en zie nu pas dat aan het plafond een enorme schelp hangt, een deksel van een schelp die zeker acht  meter lang en vier meter breed is. Zoiets heb ik nog nooit gezien.
“Dat is de schulp?”, vraag ik en wijs naar boven.
“Dat is ‘m. Nergens op de wereld bevindt zich een exemplaar van deze afmeting of groter. Hij is speciaal voor mij gemaakt”
Nu knik ik.
“En die heeft u nodig als u gaat schrijven?”, vraag ik.
“Het interview is al begonnen?”
“Ja, wat mij betreft wel. U schreef dat ik het niet mocht opnemen, dat het een gesprek zou worden en dat ik daarna maar moest zien hoe ik daar een stukje van maak.”
“Zo is het. Maar dat is niet kwaadaardig bedoeld, ik wil alleen achteraf niet aangesproken worden op letterlijke citaten. Zoals ik al zei geef ik nooit een interview en wel om de doodeenvoudige reden dat ik mezelf heel snel verlies bij een interview. Dat heb ik je ook geschreven. Interviewers willen iets uit mij halen wat ik niet prijs wil geven. Ik moet als schrijver altijd bij mezelf blijven. Dat kan alleen in deze schulp. Niemand anders komt in deze schulp. Jij bent de eerste persoon buiten mezelf die deze schulp ziet, omdat ik de behoefte voelde toch iets over mijn schrijfmethode te vertellen. Maar ik woon hier niet. Als ik niet schrijf, dan leef ik een onopvallend burgerlijk bestaan in een ander deel van de stad.”
“Ah, dat wist ik niet. Dan is deze schulp dus een soort atelier?”
“Zo zou je het kunnen zien. Als ik schrijf, dan is het hier, in deze schulp.”
“En heeft u dan een vast schema, schrijft u hier bijvoorbeeld iedere ochtend of iedere avond?”
“Dat weet ik niet van tevoren. Zoals ik al zei, ik leef buiten de schulp. Soms word ik overvallen door zinnen. Vorige week bijvoorbeeld. Ik liep naar de supermarkt en opeens waren ze daar. Niet zomaar wat losse zinnetjes of een paar bijzinnen, nee, machtige, geweldige volzinnen! Het was een onverwachte, heftige overval. Op dat moment rende ik naar mijn schulp om die volzinnen meteen op te schrijven. Die dag heb ik zeven uur achter elkaar geschreven. Gelukkig kent de stad nachtwinkels, want na het werk was de supermarkt gesloten.”

Ik luister met verbazing naar zijn verhaal. Wat een merkwaardige manier van schrijven houdt hij erop na. Maar wel interessant voor mijn blog natuurlijk. Wat kan ik nog meer vragen? Geen privéleven, had hij gezegd. Ik probeer het toch gewoon.
“Tja. Geen privéleven vragen, dat schreef u…”
“Dat klopt. Ik wil alleen even de schulp laten zien en hier tekst en uitleg bij geven. Al het andere is irrelevant. Je kunt mijn manier van schrijven de schulpmethode noemen. Andere schrijvers houden er andere methodes op na, iedereen schrijft op zijn of haar eigen manier en dat is ook prima zo. Een korte uitleg over de schulpmethode wil ik wel wereldkundig maken maar niet aan de grote klok hangen. Niet groots in de media, maar ergens onopvallend. Daarom kwam jouw verzoek op het juiste moment. Als jij er nu een stukje over schrijft, dan is het weliswaar voor de hele wereld toegankelijk maar de tekst zal alleen gelezen worden door mensen die het stuk toevallig vinden. En dat past ook bij de schulpmethode.”
“Dat begrijp ik niet helemaal?”
“De schulp is altijd bereikbaar, ik kan er altijd in. Dat geldt ook voor het stukje dat je schrijft. Dat is de eerste overeenkomst. Jouw blog is immers ook altijd toegankelijk, je kunt er altijd in. Ten tweede, de schulp zoek ik nooit doelbewust op. Ik leef buiten de schulp. Alleen als de zinnen komen, dan ontstaan in mijn lichaam een soort chemische reacties die mij naar de schulp drijven, die mij dwingen tot schrijven. En ook hier gaat de overeenkomst met jouw bijdrage op. Niemand zal ooit doelbewust naar een stukje over de schulpmethode zoeken. Hoe kun je doelgericht zoeken naar iets waarvan je het bestaan nog niet kent? Alleen als iemand zich door een soort chemische reacties in zijn lichaam opeens gedreven voelt om naar het woord schulpmethode te zoeken, dan vindt hij die methode ook. Hij is uniek en staat dus alleen op jouw blog. Dat is de overeenkomst tussen mijn manier van schrijven met de schulpmethode en het stukje dat jij erover schrijft.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s