Belgische weken in Berlijn

Van 8 t/m 22 september organiseert de Belgische ambassade in Berlijn de Belgische weken. Op vier bijzondere locaties kunnen bezoekers kennismaken met vooral de culinaire hoogtepunten waar België wereldwijd om bekend staat. Hieronder een kort overzicht van het programma, gevolgd met een link naar de originele programmafolder.

KaDeWe (Wikpedia)

KaDeWe (Wikpedia)

KaDeWe
Het gerenommeerde warenhuis KaDeWe biedt van 8 t/m 20 september op haar delicatessenafdeling Belgische specialiteiten aan. Bezoekers kunnen niet alleen proeven van de bekende Belgische bieren en chocolade maar ook van nieuwe Belgische producten zoals speculaas, sauzen, spiritualiën en nog veel meer .
www.kadewe.de

Berlin Capital Club

Berlin Capital Club

Berlin Capital Club
De  Berlin Capital Club aan de Gendarmemarkt is de eerste particuliere businessclub van Berlijn en ontmoetingspunt voor toonaangevende persoonlijkheden uit het bedrijfsleven, cultuur en politiek.

Van 9 t/m 12 september biedt de Berlin Capital Club Belgische delicatessen aan, bereid door chef-kok Michael Tuschen in samenwerking met Jean-Baptiste en Christophe Thomaes (Le restaurant du Château du Mylord – twee Michelinsterren).

Gasten kunnen bij een exquise 5-gangen galadiner kennismaken met de bijbehorende Belgische bierspecialiteiten. De prijs voor dit menu, inclusief passende bieren en water, bedraagt € 89,00 per persoon.
www.berlincapitalclub.de

gartenKönigliche Gartenakademie
België biedt meer dan alleen culinaire highlights. De Berlijnse “tuinacademie” in Berlin-Dahlem toont van 5 t/m 20 september een galerie met Belgische decoratie- en designerobjecten. De bloemisterij ‘mohn und mehr’ brengt de vele verschillende Belgische leveranciers van planten, meubels en andere producten op het gebied van tuinen voor het voetlicht.

Bovendien houdt Isabelle Van Groeningen, de Vlaamse docente op deze academie, op 9 en 19 september een lezing over tradities en trends van de Belgische tuinkunst. In het café van de Gartenakademie worden tijdens de Belgische weken ook Belgische specialiteiten aangeboden waaronder verschillende bieren en typische Belgische gerechten zoals de wafels, mosselen met friet en nog veel meer.
www.koenigliche-gartenakademie.de

Les Solistes
Van 8 tot 20 september 2014 kunnen gasten van het restaurant Les Solistes in het Waldorf Astoria hotel genieten van een Belgisch 3- of 5-gangenmenu. De Belgische chef-kok Roel Lintermans serveert modern geïnterpreteerde, traditionele producten uit zijn moederland zoals Belgische chocolade, speculaas, mosselen en Belgisch bier, dat tot de veelsoortigste bieren ter wereld behoort.

Eén van de highlights is het dessert van koffie-ijs en Belgisch trappistenbier. Het menu wordt naar wens in 3 of 5 gangen geserveerd. In de prijs van € 95 respectievelijk € 135 per persoon is een passende bierbegeleiding inbegrepen. Dit restaurant opende in januari i2013 haar deuren. De Belgische chef-kok haalde reeds in het openingsjaar de eerste Michelinster binnen.

Les Solistes is dagelijks van maandag t/m zaterdag van 19:00 tot 22:30 geopend. Reserveringen onder berlin.lessolistes@waldorfastoria.com of telefonisch onder +49 (0)30 8140000.
www.lessolistes.de

Download de folder met alle (Duitstalige) informatie (PDF.2,86MB)

Advertenties

Poëzie is een daad

Boekenmarkt Potsdam

Boekenmarkt Potsdam

De laatste tijd dagen worden mij veel boeken in de schoot geworpen. Op de boekenmarkt in Potsdam wachtte afgelopen zondag het boek ‘Talking Heads Fear of Music – Anstelle meines Kopfes’ van Jonathan Lethem op mij en door een toevallige ontmoeting op dezelfde dag kreeg ik van een Duitse journalist alvast het nieuwste boek van Bernard Schlink cadeau.

Vandaag ontving ik in een prachtig gebonden uitgave het boek ‘Jagen, Leben, Erinnern’, een uitgave met naar het Duits vertaalde gedichten van Remco Campert, geschreven tussen 1951 en 2011. De vertaling is afkomstig van Marianne Holberg. In een fraai geschreven voorwoord schrijft de Duitse schrijver, dichter, uitgever en vertaler Michael Krüger allereerst iets over de hedendaagse Poolse literatuur, waarbij je volgens hem meteen denkt aan namen als Czeslaw Milosz en Julia Hartwig, Zbigniew Herbert, Adam Zagajewski en Ryszard Krynicki. Daarna denk je pas aan de Poolse prozaschrijvers. aldus Michael Krüger

“In Nederland is het omgekeerd. Iedereen met interesse in literatuur kent de namen van Harry Mulisch en Cees Nooteboom, Margriet de Moor en Conny Palmen, Maarten ’t Hart en A.F.T. van der Heijden” schrijft hij vervolgens. “De dichters zijn nauwelijks bekend en slechts af en toe valt de naam Lucebert of Judith Herzberg, Rutger Kopland of Hugo Claus.” Een paar regels verderop toont Michael Krüger zich buitengewoon gelukkig over het feit dat er weer eens een Duitse vertaling van een Nederlandse dichter verschijnt, ‘ook als hij daarvoor ouder dan tachtig jaar moest worden.’

In de bundel met Duitstalige gedichten van Remco Campert staat één “Anmerkung” vooraf;
het gedicht ‘poesie ist eine tat’ verscheen eerder in ‘Unbekannte Nähe, Moderne niederländische Lyrik bis 1980’ in de vertaling van Maria Csollány. Mijn vertaling stemt hiermee grotendeels overeen.

Dus bestelde ik meteen het boekje ‘Unbekannte Nähe, Moderne niederländische Lyrik bis 1980’, want ik wilde als vertaler graag weten welke twee versies er van het bekende Campert gedicht zijn. Dit boekje lag vandaag in de brievenbus. Ik was positief verrast bij het zien van zo veel bekende namen; F. Harmsen van der Beek, D. Hillenius, Simon Vinkenoog, Hugo Claus, Nico Scheepmaker, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Riekus Waskowsky, Cees Nooteboom, Wilfred Smit, Paul Snoek, Judith Herzberg, Rutger Kopland, Gerrit Krol, Willem M. Roggeman, C.B. Vaandrager, Roland Jooris, K. Schippers, Willem Wilmink, J. Bernlef, Habakuk II de Balker, H.C. ten Berge, Nic van Bruggen, Hans Verhagen, Eddy van Vliet, Hans van Waarsenburg, Herman De Conick, Jules Deelder, Gerrit Komrij, Hans Tentije, Patrick Conrad, T. van Deel, Jan Kal, Jan Kuijper, Peter Nijmeijer, Patricia Lasoen, Willem Jan Otten en natuurlijk Remco Campert.

Hoe zit dat nu met de Duitse versie van ‘Poëzie is een daad?’ Ik publiceer hier niet het gehele gedicht, want volgens mij krijg ik dan problemen met instanties die zich met auteursrechten bezighouden. De twee Duitse versies bestaan uit zeven strofen van drie regels, net als het originele gedicht. Marianne Holberg  koos ervoor de Duitse zelfstandige naamwoorden zonder hoofdletters te schrijven. Alleen het eerste woord van een zin krijgt bij haar een hoofdletter, voor de rest is alles klein geschreven. Houden we het gebruik van hoofdletters en kleine letters buiten beschouwing, dan doemen in de tweede strofe toch al meteen twee verschillen op;

Maria Csollány schrijft:
Poesie ist eine Zukunft, denken
an nächste Woche, an ein anderes Land,
an dich, wenn du alt bist.

Marianne Holberg kiest voor:
Poesie ist zukunft, denken
an nächste Woche, an ein anderes Land,
an dich wenn du alt bist.

Dus één lidwoord en een leesteken verschil. In de derde strofe wordt twee keer een ander werkwoord gebruikt.

Maria Csollány schrijft:
Poesie ist mein Atem, bewegt
meine Füße, zaudernd manchmal,
über die Erde, die darum bittet.

Marianne Holberg schrijft:
Poesie ist mein atem, bewegt
meine Füße, zögernd manchmal,
über die erde die das verlangt

Kleine verschillen in de vierde strofe:

Maria Csollány schrijft:
Voltaire hatte Pocken, aber
heilte sich selbst, u.a. indem er
120 Liter Limonade trank: das ist Poesie

Marianne Holberg schrijft:
Voltaire hatte die pocken, doch
heilte sich selbst indem er u.a.
120 liter limonade trank: das ist poesie.

Ook in de volgende strofe zitten  verschillen:

Maria Csollány:
Oder die Brandung, Zerstiebend
auf den Felsen wird sie nicht wirklich zerschlagen,
sondern erneuert sich und ist darin Poesie.

Marianne Holberg:
Oder die brandung. Sie bricht sich
an den klippen und ist doch nicht gebrochen
erhebt sich wieder und ist darin poesie.

In de een-na-laatste strofe begint Maria Csollány met ‘Jedes Wort, das geschrieben wird, is ein Anschlag auf das Alter‘, terwijl Marianne Holberg kiest voor ‘Jedes geschriebene wort ist ein anschlag auf das alter.’ De laatste regel vertaalt Maria Csollány met ‘Am Ende siegt der Tod, ja gewiß‘, terwijl Marianne Holberg deze strofe afsluit met ‘Am ende siegt der tod, das wohl‘.

Ook de laatste strofe hebben beide vertaalsters op hun eigen wijze vertaald:

Maria Csollány:
aber der Tod ist nur die Stille im Saal,
wenn das letzte Wort verklungen ist.
Der Tod ist Erschütterung

Marianne Holberg:
doch der tod ist nur die stille im saal
nachdem das letzte wort verklang.
Der tod ist ergriffenheit.

Als liefhebber van Remco Campert kan ik afsluiten met een grappig moraal zoals in ‘Fabeltjes vertellen’ of ik kan iets doen met ‘vogels vliegen toch’ maar dat is allemaal niet bijster origineel. Iedere vertaler en vertaalster vertaalt een gedicht op zijn of haar eigen manier. Sommige vertalers kiezen voor een zo letterlijk mogelijke vertaling, andere vertalers kiezen voor een ruime interpretatie.

Bij poëzie is dé juiste vertaling volgens mij niet altijd mogelijk. Een onjuiste vertaling, die is wel altijd mogelijk. Persoonlijk zet ik grote vraagtekens bij “Der Tod ist Erschütterung” als vertaling voor “De dood is een ontroering”. Zelf zou ik in ieder geval gekozen hebben voor “Der tod ist ergriffenheit”. In het algemeen vind ik de vertaling van Marianne Holberg een stuk poëtischer. Dat komt o.a. tot uiting in de strofe over de branding: “Sie bricht sich an den Klippen und ist doch nicht gebrochen”.

De boeken:
Remco Campert, Jagen, Leben, Erinnern, Gedichte 1951 -2011
Unbekannte Nähe – Moderne niederländische Lyrik bis 1980

‘We beleven een ik-inflatie’

httIn de september uitgave van het Duitse maandblad “Psychologie heute” staat een interessant artikel over het gebruik van Facebook en sociale media in het algemeen. De mensheid neigde nog nooit naar bescheidenheid. Dat staat onder de titel “Het ego – volledig dronken van zichzelf”. Ook een bepaalde neiging tot arrogantie en zelfoverschatting is aangeboren, aldus het vervolg van de introductie.

Vervolgens schrijft Silke Pfersdorf waar het artikel over gaat, namelijk dat psychologen klagen dat nog geen enkele generatie zo narcistisch was als de huidige en dat ze de sociale media daarvoor verantwoordelijk houden. “Op internet kan het nieuwe narcisme zich fantastisch uitleven.”

Dit is zo’n artikel wat ik graag helemaal zou willen vertalen en dan op mijn blog zetten. Maar waarom? Om meer ‘likes’ te krijgen, om aandacht te vragen? Als ik het artikel goed vind, dan is dat toch voldoende? Ja en nee, antwoord ik mezelf. Het feit dat door deze bijdrage mijn blog misschien meer bezoekers trekt speelt inderdaad mee. Aan de andere kant publiceer ik dit stuk vooral, omdat ik graag andere mensen erop wil attenderen dat er dergelijke interessante artikelen geschreven worden. Het gaat over een zeer actueel fenomeen waar ik zelf ook onderdeel van uitmaak. De kans is groot dat ik deze bijdrage dan ook op Facebook zet. Maar dat doe ik dan weer niet om dezelfde reden als Lisa, het meisje wat in het begin van het artikel wordt opgevoerd.

Natuurlijk plaatst Lisa alleen beeldschone foto’s van zichzelf, die ze in geval van nood met Photoshop nog wat fraaier maakt.

‘Lisa zit in de metro, in een dure Versace minirok in een pashokje, in gedachten aan het strand. De vrienden van de 22-jarige studente Bedrijfseconomie uit Hamburg weten altijd wat ze uitvoert, waar ze was, waar ze naartoe wil. Ze schrijft als vrouw van de wereld “off to New York” als ze op vakantie gaat, maakt een fotootje van zichzelf, een selfie, van haar onder het zand zittende tenen in een of andere trendy beachclub of eentje met vluchtelingkinderen die ze wat speelgoed cadeau doet. 87 keer de duimen omhoog, 87 likes oogstte ze van haar 542 vrienden voor haar laatste foto. Bovendien een behoorlijk aantal complimenten zoals ‘Je ziet er goed uit!’ of ‘Je bent mijn heldin!’ Natuurlijk plaatst Lisa alleen beeldschone foto’s van zichzelf, die ze in geval van nood met Photoshop nog wat fraaier maakt. En natuurlijk denkt ze er heel goed over na wat ze publiceert. “Doet toch iedereen zo”, zegt Lisa. En natuurlijk heeft ze gelijk.’

Dat was de vertaling van het eerste deel van het artikel. De omvang van het complete stuk is ongeveer acht keer zo groot, dus vat ik het artikel samen. Daarbij pak ik allereerst een citaat van psycholoog Uwe Hasebrink van de universiteit Hamburg. Hij zegt dat alle mensen in hun zelfbewustzijn een beeld van zichzelf maken en daarbij ook afwegen hoe ze door anderen worden waargenomen.

Even verderop lees ik dat het 20 jaar geleden nog uitermate pijnlijk was om jezelf openlijk te bewieroken. “Bij de mensen die dan toch veel publiciteit zochten om op te vallen zeiden we gewoon: mijn God, wat voor een egotripper”, herinnert zich Jan-Hinrik Schmidt in het artikel. Hij is specialist voor digitale interactieve media aan het Hans Bredow instituut. Het jezelf presenteren gebeurde vroeger ook door mensen die jaarlijks rond kerst in een brief aan hun vrienden en kennissen enthousiast berichtten over hoe goed hun kinderen terecht waren gekomen, over hun nieuwe auto en de verhuizing naar het grotere huis. De ontvangers van de brieven draaiden met hun ogen. “Vandaag de dag is dat normaal, zodat het ons niet meer negatief opvalt”, aldus Schmidt.

‘We leven in een samenleving waarin we zeer actief en nauwkeurig onze inwisselbare identiteit bewerken en moeten presenteren’

Dan gaat het artikel in op de vraag waarom het jezelf presenteren zo snel heeft toegenomen. Schmidt zegt dat hij als advocaat van de duivel kan beweren dat het met de show Wedden dat? (Wetten, dass?)  begon. Tot dan toe onopvallende burgers kwamen met behulp van unieke hobby’s op televisie; podia, die tot dan toe voorbehouden waren aan professionele kunstenaars, waren opeens voor Jan en alleman beschikbaar, aandacht werd een object van verlangen. En wie door bijzonderheden opvalt, die krijgt aandacht. Schmidt: “We leven in een samenleving waarin we zeer actief en nauwkeurig onze inwisselbare identiteit bewerken en moeten presenteren. Vooral jonge mensen in onze op concurrentie georiënteerde maatschappij worden er al vroeg mee geconfronteerd zichzelf te moeten onderscheiden – dat ondersteunt natuurlijk het verlangen om erop te wijzen hoe fantastisch je iets hebt gedaan.”

Hans-Werner Bierhoff, professor sociale psychologie aan de Ruhr-universiteit  in Bochum klaagt erover dat ouders desnoods inspringen om te laten zien hoe uniek hun kinderen zijn. “Veel ouders zijn er vandaag de dag van overtuigd dat hun kinderen hoogbegaafd zijn en door hun bijzondere kwalificaties iets bijzonders zijn. Ook dat is uiteindelijk narcistisch denken: de overschatting van de omvang.”

‘De selfie is een vertwijfelde gil naar aandacht in de stijl van: kijk naar mij!’

Wie bijzonder is bestaat, doet iets en laat sporen achter. Dat is volgens het artikel de logica van de tijd waarin we leven. Voor jongeren wordt het steeds moeilijker zich op internet te onderscheiden en op te vallen. Iedereen plaatst foto’s op Instagram, filmpjes op YouTube of plaatsen hun doen en laten in commentaren, online dagboeken en blogs. De selfie komt ook ter sprake. Volgens psychiater Carole Liebermann uit Beverly Hills is de selfie een metafoor voor een in toenemende mate narcistisch wordende cultuur: “Het is een vertwijfelde gil naar aandacht in de stijl van: kijk naar mij!”

‘We beleven een ik-inflatie’

Hans-Wener Bierhoff spreekt bij het jezelf op internet presenteren van een ‘ik-inflatie’, het zich bezighouden met het ego, op wat voor manier dan ook. Het ego is in een, deze uitdrukking neem ik even letterlijk in het Duits over, omdat hij zo mooi klinkt, ‘ständiger Oktoberfeststimmung‘, licht dronken van zichzelf. Volgens alle narcisme-onderzoekers bestond het in deze mate nog niet eerder. In 1985 vertoonde iedere zevende student narcistische trekjes, in 2006 iedere vierde. Een onderzoek van Jean Twenge laat zien dat jongeren vandaag de dag veel eerder bij de uitdrukking ‘ik ben een belangrijke persoon’ passen dan vroeger.

Het nieuwe narcisme kan zich heerlijk uitleven op internet. “En het grote aanbod versterkt wederom de narcistische tendensen”, aldus Bierhoff. Overdreven zelfbeoordeling, egocentrisch, zelf vleiende vervormingen van de waarheid, nadruk op succes, macht en eigen grootsheid, overdreven manier van zichzelf presenteren, snel gesloten oppervlakkige vriendschappen, het hoort volgens het artikel allemaal tot de narcistische persoonlijkheid.

Veel specialisten zien het internet als kermis van ijdelheid met argusogen aan. Volgens media-onderzoeker Hasebrink zouden de sociale netwerken een normaal spel met ontwikkelingsmogelijkheden kunnen bieden, een vorm van uitproberen, dat met innovatie en creativiteit samengaat. “Maar daarvoor in de plaats oriënteren veel gebruikers zich naar de algemene maatstaven waarvan zij denken dat die zo moeten zijn.” Zijn collega Schmidt zegt dat men achteraf de uniciteit hekelt en daarom gebruik maakt van bepaalde modellen en ensceneringen.

Volgens dr. Tina Ganster wordt er alleen op de Vind ik leuk button geklikt als men er zeker van is dat de ‘vrienden’ in het netwerk dezelfde mening hebben. Dat wees onderzoek uit. Men bekijkt wat goed aankomt en leeft daarnaar. In het alledaagse leven en op internet. Psychologen waarschuwen voor verslaving en voor het gevaar dat men zijn of haar eigen leven alleen nog door de ogen van anderen ziet. Volgens een Oostenrijkse studie over Facebook leggen al veel jongeren meerdere profielen van zichzelf aan waarin ze een op maat gesneden Ik voor kennissen, vrienden, ouders en schoolkameraden presenteren. Wie ben ik – en zo ja: hoeveel?

Het complete Duitstalige artikel staat in de september uitgave van “Psychologie heute” en kan ook via internet (niet gratis) worden gekocht. Klik hier voor het originele artikel  of hier voor de complete uitgave.