Vier decennia Berlijn in beeld: foto’s van Harry Croner

00_Harry Croner

©Stadtmuseum Berlin

Vanaf 28 februari (één dag eerder is de officiële opening) 2015 presenteert het Stadtmuseum Berlin een selectie van circa 250 Berlijn-foto’s uit de jaren 1946 tot 1988. De tentoonstelling in het  Märkischen Museum biedt voor de eerste keer in de geschiedenis een blik in het veelzijdige gezamenlijk werk van de persfotograaf Harry Croner (1903–1992) en verdeelt dit in zes ruimtes over de gebieden stadsbeeld, portret, reportage en bühnefotografie.

Of het nu ging over het bekende Zesdaagse fietsevenement, de kelnerderby, de miss-verkiezing, een modeshow, een theaterpremière, het filmfestival, een jazzfeest of een mediagala, Croner legde het stadsleven destijds altijd met zijn camera vast. De foto’s van Harry Croner vormen de kroniek van een tijdperk en tegelijkertijd een hommage aan een klein eiland in de grote zee van de wereldpolitiek, een eiland dat vooral een grote bühne voor cultuur bleek te zijn.

04_Harry Croner

©Stadtmuseum Berlin

Serieuze nieuwsgierigheid
Te voet of met het openbaar vervoer doorkruiste Harry Croner de stad en documenteerde in indrukwekkende series niet alleen pleinen en straten, maar legde ook bekende en onbekende Berlijners op de gevoelige plaat vast. De fotojournalist begeleidde 40 jaar lang het leven in West-Berlijn: de wederopbouw en het ontstaan van nieuwe symbolen, grote en kleine alledaagse gebeurtenissen, prominente personen uit de wereld van de kunst en politiek en vooral het gebeuren op de toneelpodia van de stad. Of het nu ging om het Hebbel-Theater, Titania-Palast, Deutsche Oper, Schaubühne, Internationale Filmfestspiele of het Presseball – Croner was erbij.

02_Harry Croner

©Stadtmuseum Berlin

Het ging er bij hem niet om een schandaal of roddel in beeld te brengen, zijn foto’s spreken een veel serieuzere, journalistieke taal. Ver weg van glamour en sensatie ontstonden bijzondere moment- en portretopnames zoals de unieke serie met de toneelspeler Klaus Kinski in zijn woning in Berlijn (1960). Met veel van de in Berlijn wonende of hier als gast verblijvende kunstenaars onderhield Croner een jarenlange vriendschap.

05_Harry Croner

©Stadtmuseum Berlin

Late carrière als fotograaf
Harry Croner werd op 16 maart 1903 in Berlijn geboren. Van 1920 tot 1922 voltooide hij een handelsopleiding, hij was bij verschillende autofirma’s als reclameleider in dienst en uiteindelijk als reizende vertegenwoordiger bij Bayerischen Motorenwerke (BMW) werkzaam. Op het moment dat hij in 1933 als zelfstandig ondernemer een eigen fotozaak in Berlin-Wilmersdorf opende, had hij al een carrière als fotograaf op het oog. Hij verkocht niet alleen camera’s en toebehoren, maar maakte ook portretopnames. In 1940 moest hij gedwongen aan het westelijk front als oorlogsverslaggever aan de slag maar werd al snel vanwege zijn Joodse vader als ‘ongeschikt voor militaire dienst’ ontslagen.

Terug in Berlijn werkte hij deels weer in zijn fotozaak. In 1944 kwam Croner in een concentratiekamp en in maart 1945 belandde hij in Amerikaanse gevangenschap. Hij werd in april 1946 vrijgelaten. Pas op 43-jarige leeftijd begon zijn carrière als vrije persfotograaf, waarbij hij vooral werkte voor de Berlijnse dagbladen Der Abend, Telegraf en Der Tagesspiegel. Voorgedragen door burgemeester Klaus Schütz ontving Croner in 1971 het Bundesverdienstkreuz (Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland). Harry Croner stierf op 27 september 1992 in Berlijn.

03_Harry Croner

©Stadtmuseum Berlin

Nalatenschap
Met ondersteuning van de stichting Preußische Seehandlung kon in februari 1989 het omvangrijke archief (circa 100.000 zwart-wit foto’s en meer dan 1,3 miljoen negatieven) worden aangekocht. Een representatief deel van de nalatenschap werd in 2013 gedigitaliseerd, ondersteund door de afdeling digitalisering van de deelstaat Berlijn. Circa 8.000 foto’s zijn al online toegankelijk onder  https://sammlung-online.stadtmuseum.de.

MÄRKISCHES MUSEUM | Stadtmuseum Berlin
Adres Am Köllnischen Park 5 | 10179 Berlin
Infoline tel. (030) 24 002-162 | info@stadtmuseum.de
Looptijd: 28.02. tot 28.06.2015
Openingstijden: di–zo 10–18 uur
Entree 5,00 euro / korting 3,00 euro | iedere 1e woensdag van de maand gratis toegang

WEBSITE TENTOONSTELLING

De kunstenaar als architect

Michael Pohl: Neues Museum Herford, 2015 © Marta Herford, Foto: Hans Schröder

Michael Pohl: Neues Museum Herford, 2015
© Marta Herford, Foto: Hans Schröder

Wat gebeurt er als kunstenaars zich met architectuur bezighouden? Kunnen ze innovatiever en radicaler zijn als ze zich geen zorgen hoeven te maken over bouwvoorschriften, haalbaarheid en de wens van de investeerders?

Met dromen van (on)mogelijke ruimtes, begaanbare ruimteconstructies en tekeningen van utopische stadsontwerpen houdt het museum voor hedendaagse kunst Marta Herford zich in een eerste overzichtstentoonstelling (un)möglich! Künstler als Architekten in het jubileumjaar 2015 met deze vragen bezig. Gregor Schneider is met ‘Total isolierten Gästezimmer’ (totaal geïsoleerde logeerkamer) namen u r vertegenwoordigd. Dai Goang Chen presenteert een vuurtoren van over elkaar gelegde laagjes piepschuim. De Belgische kunstenaar Jan de Cock levert met ‘Everything for you, Herford’ een bijdrage met betrekking tot het stadje Herford. Michael Pohl ontwierp voor de stad zelfs een nieuw, fictief museum.

Museum Marta Herford is het levende bewijs van hoe architecten hun werken soms als sculpturen bedenken. Naar aanleiding van het 10-jarig jubileum keert het museum het gebruikelijke perspectief om, dat een architecten als kunstenaar denkt. Met een imposant en buitengewoon project thematiseert Marta Herford het fenomeen, dat sinds de jaren ’60 steeds meer kunstenaars op de scheidslijn van kunst en architectuur werken.

Blik in de tentoonstelling „(un)möglich! Künstler als Architekten“ Met werken van Johannes Wohnseifer (Inflatable White Cube, 2005), Stephen Craig (Pink Galaxy, 2015) en Christine Rusche (ABERRATION, Raum-Zeichnung, 2015), v.l.n.r. © Marta Herford, Foto: Hans Schröder

Blik in de tentoonstelling „(un)möglich! Künstler als Architekten“
Met werken van Johannes Wohnseifer (Inflatable White Cube, 2005), Stephen Craig (Pink Galaxy, 2015) en Christine Rusche (ABERRATION, Raum-Zeichnung, 2015), v.l.n.r.
© Marta Herford, Foto: Hans Schröder

Een groot deel van de werken werd speciaal voor deze expositie ontwikkeld zoals bijvoorbeeld de installaties van Isa Melsheimer (waarmee ze aan de architecten van “Die Gläserne Kette” doet denken) en Stephen Craig, die een heel universum van lokethuisjes in miniatuurformaat heeft gebouwd.

Zeven bijdragen die specifiek met de plek van de expositie te maken hebben zijn afkomstig van Michael Pohl, Dai Goang Chen, Christine Rusche, Heike Mutter/ Ulrich Genth, Jan de Cock, Pedro Cabrita Reis en Caroline Bayer en houden zich bezig met de sculpturale vorm van de Gehry-architectuur. En direct tegenover Marta Herford staat een bouwbord, dat bij sommige passanten irritaties zou kunnen opwekken: het presenteert een ‘Nieuw museum Herford’ door Michael Pohl.

Op de achterkant van de ‘langen galerie’ laat Christine Rusche een wandtekening ontstaan, die de reële met een fictieve ruimte met elkaar in verband brengt. In de 22 meter hoge dom van het museum heeft de Koreaanse kunstenaar Dai Goang Chen een begaanbare vuurtoren van piepschuim neergezet. Aan de binnenkant hiervan beleeft de bezoeker niet alleen een fascinerend lichtspel, maar ook een bijzonder akoestisch fenomeen. In dezelfde ruimte ernaast heeft het kunstenaarspaar Heike Mutter/Ulrich Genth een installatie gecreëerd, die in het kader van de Marta prijs van de Wemhöner stichting ontstond.

Atelier Van Lieshout Dynamo, 2010 © Atelier Van Lieshout

Atelier Van Lieshout
Dynamo, 2010
© Atelier Van Lieshout

Sinds 1985 bouwt Gregor Schneider aan zijn huis u r, dat hij onophoudelijk bewerkt en opnieuw vormgeeft. Terwijl de buitenkant van het huis onveranderlijk blijft, herhaalt Schneider de volgorde van de ruimtes aan de binnenkant met steeds nieuwe ruimtes. Voor de tentoonstelling in Marta verhuist hij de “Total isolierten Gästezimmer (totaal geïsoleerde logeerkamer) naar Herford.

De met lucht gevulde “White Cube” van Johannes Wohnseifer beweegt zich tussen sculptuur, historisch beeld en een politiek signaal. Hij fungeert als een fragiel, begaanbaar schepsel en verwijst tegelijkertijd eveneens als een soort „Urhütte der Moderne“ naar de geglobaliseerde kunstwereld. Ook verblijven voor dieren zijn onderdeel van de door kunstenaars bedachte ruimtes: het kunstenaarscollectief Atelier van Lieshout

ontwierp een “utopisch hondenhok” voor Korea, waar honden ook op de menukaart staan.

Een bijzondere verdienste van de tentoonstelling is dat ze de thematiek van de kunstenaars als architect zowel tijdperk-overkoepelend als facettenrijk belicht. Ze spant een boog van de eerste historische eerste tekens uit de vroegere 20e eeuw tot Wenzel Hablik of El Lissitzky tot de werken in de naoorlogse periode van Walter Jonas tot in de tegenwoordige tijd, met talrijke bijdragen van hedendaagse kunstenaars. Het spectrum reikt van begaanbare ruimteconstructies tot getekende architectuurutopieën tot documentatie van daadwerkelijk gerealiseerde gebouwen.

Marta Herford (Gehry-Galerien)
Goebenstraße 2-10
D-32052 Herford
Looptijd: 21 februari – 31 mei 2015
Geopend: di – zo en op feestdagen 11-18 uur, iedere 1e woensdag in de maand 11-21 uur
Entree: volwassen 8 euro, korting 4,50 euro, gratis voor kinderen onder 10 jaar.
Contact: www.marta-herford.de

Website tentoonstelling

Blumen in Berlin

Berlijn, de metropool van Duitsland, telt ruim 3,2 miljoen inwoners. Opvallend is het aantal tuincentra met een Nederlandse eigenaar, zoals Der Holländer, Pflanzenmarkt Rudow en Gartencenter Holland. Ondernemers met jarenlange ervaring in deze wereldstad.

Theo Roelofs, Gartencenter Holland: Klanten reageren positief op themaweken’

Theo Roelofs, foto ©Allard van Gent

Theo Roelofs, foto ©Allard van Gent

Naam: Gartencenter Holland Locatie (wijk): Berlijn Tegel, Berlijn Märkisches Viertel, Schwanebeck
Opgericht in: 1995
Assortiment: 60% bloemen/planten, 40% hardware
Specialiteit: planten/hardware
Aantal medewerkers: 39
Website: www.gartencenter-holland.de

In Schwanebeck, net buiten de grenzen van Berlijn, bevindt zich één van de drie filialen van Gartencenter Holland. De uit het Gelderse Lint afkomstige Toine Houterman en Theo Roelofs openden deze vestiging vier jaar nadat ze in 1995 het eerste filiaal in de Berlijnse wijk Tegel uit de grond stampten. Vijf jaar geleden opende in de Berlijnse wijk Märkisches Viertel het derde filiaal zijn deuren.

Gartencenter Holland verkoopt naast bloemen en planten veel boetiekspullen en cadeauartikelen. “Wij kiezen misschien meer de Intratuin-achtige methode”, vertelt Theo Roelofs, de man van het eerste uur. De vestiging in Schwanebeck is de grootste en biedt ook alles op het gebied van dieren en vijvers aan. Toch staat het groen centraal. “Op het gebied van planten en bloemen willen we de beste zijn. We hebben een breed en diep assortiment.”

De klanten in Schwanebeck zijn vooral mensen uit de omgeving, uit de zogenaamde spekgordel van Berlijn. Ze leven op stand en dragen fors bij aan de stijgende omzet. In de andere filialen is de koopkracht iets lager. Theo Roelofs: “De omzetontwikkeling is positief. We hebben de afgelopen jaren een stijging gehad. We zijn ook zeer positief over de toekomst.”

Net als bij de andere ‘Nederlandse’ tuincentra is klantvriendelijkheid belangrijk. Alle medewerkers van het bedrijf bezoeken twee tot drie keer per jaar een cursus waar ze leren hoe je met de klanten omgaat. Theo Roelofs, die ook zegt het niet te merken als het minder gaat met de Duitse economie, weet veel over zijn klanten. “Twintig procent weet wat hij wil kopen, de rest kijkt wat er staat en gaat op een bepaald gevoel af. Dat gevoel verkopen wij ook door bijvoorbeeld themaweekenden te organiseren. We hebben ongeveer vijftien keer per jaar een themaweek. We merken dat er heel erg positief op gereageerd wordt. De mensen willen toch elke keer wat nieuws. Bij de kruidenshow hadden we honderd soorten kruiden, normaal hebben we er vijftig in het assortiment.”

Gartencenter Holland is aangesloten bij de grote Duitse inkooporganisatie Sagaflor. De bloemen en planten kopen ze zelf. “We kopen onze boomkwekerijproducten in Nederland bij de firma’s Altena en Den Dekker, dat zijn de belangrijke inkoopkanalen. Daarnaast kopen we nog wat in Italië en Denemarken. Snijbloemen doen we in concessie, omdat het niet rendabel is voor ons. Kamerplanten hebben een aandeel van 70%. De hardware wordt hoofdzakelijk in Duitsland gekocht, waarbij de decoratieve artikelen weer veel bij Nederlandse bedrijven vandaan komen.”

Daarnaast rijden er drie keer per week eigen vrachtwagens naar de veiling in Herongen. Daardoor heeft het bedrijf een tijdsvoordeel. Het bieden op de producten gebeurt op afstand, in Berlijn achter de computer. “Daarbij kopen we puur op kwekersnaam.” Over merken en labels zegt Roelofs: “We hebben een bepaald merk voor de plastic potten. En we werken met een dierenafdeling. Daar merk je wel dat merknamen belangrijk zijn, in het tuincentrum niet.” Roelofs en Houterman zien veel kansen voor de toekomst. Roelofs:”We gaan het accent op het thema Holland leggen. Daarnaast breiden we in de toekomst het assortiment uit en proberen ervoor te zorgen dat de klant nog langer in het tuincentrum vertoeft. Wie nu de verkeerde weg inslaat, heeft over vijf jaar problemen. Wij denken dat we al weten waar de reis naar toe gaat.”

Frits Seelen, Der Holländer: ‘De meeste Duitsers kopen altijd weer hetzelfde’

Frits Seelen, foto ©Allard van Gent

Frits Seelen, foto ©Allard van Gent

Naam: Der Holländer
Locatie (wijk): Berlijn Charlottenburg (13.000m2) en tweede filiaal in Berlijn Treptow (10.000 m2)
Opgericht in: 1985
Assortiment: 70% planten, 10% potgrond, 20% hardware (gieters, potten, klimplantenrekjes, etc.)
Specialiteit: planten
Aantal medewerkers: circa 60
Website: www.der-hollaender.de

‘Der Holländer’ is een begrip in Berlijn. Vijf jaar voordat de Berlijnse muur verdween, zette ondernemer Frits Seelen tegenover het Olympia stadion zijn inmiddels beroemde tuincentrum neer. Alles wat prominent is in de Duitse hoofdstad is hier langs geweest.

Frits Seelen verkocht als 18-jarige al tomaten, komkommers, sla en andere groenten. Tien jaar later hield hij de groenten voor gezien en stapte over naar de plantengroothandel. Hij reed dwars door Europa en zette in 1983 koers richting West-Berlijn met maar één doel: twee vrachtwagens vol planten ophalen van een klant die niet betaalde. Frits Seelen: “Ik kon op de terugweg met die spullen de grens niet over, er ontbraken papieren. Maar eigenlijk had ik allang besloten om die planten gewoon in Berlijn te slijten.” Die dag zocht hij midden in de stad een grasveld op, in Britz, en lost daar al zijn planten. “Op zaterdagochtend was alles in tweeënhalf uur verkocht. Van lieverlee is het eigenlijk zo begonnen”, vertelt hij en geniet nog zichtbaar van de actie die leidde tot zijn huidige miljoenenbedrijf.

De plant staat van begin af aan centraal in het tuincentrum, dat er in 1995 nog een tweede filiaal in stadsdeel Treptow bij kreeg. In een stad als Berlijn heeft de plant het soms hard te verduren. Je hebt er meer ziektes dan op het platteland. Er zijn luizen, meeldauw, noem maar op. Daarom werkt Der Holländer met drie plantendokters. Zij vormen een bedrijf binnen het bedrijf, compleet met een eigen laboratorium, microscopen en allerhande andere noodzakelijke apparatuur.

De klanten van Der Holländer komen vooral uit het midden- en hogere segment. Onder hen bevinden zich hotels, restaurants, de Berlijnse jetset en ambassadeurs uit de hele wereld. De Nederlandse ambassade in Berlijn staat bijvoorbeeld vol met planten uit dit tuincentrum.

Veel planten komen uit Nederland, uit Boskoop. Eén keer per week haalt hij een groot aantal planten van de veiling Rhein-Maas in het Duits-Nederlandse grensgebied. “En Denemarken. In Denemarken ligt net even wat mooier spul dan in Nederland en Duitsland”, aldus Frits Seelen.

Met labels of merken doet Seelen niets. “Ik wil niks opgelegd krijgen van andere bedrijven of iets in hun naam promoten. Soms kun je er niet omheen, omdat het werkelijk nut heeft. Maar we doen er verder niks aan. We proberen het tegenovergestelde. Er zijn in Berlijn zeventig bouwmarkten met een tuincentrum. Die hebben allemaal hetzelfde. Ik heb hier geen bouwmarktproducten. Ik heb planten, potten, aarde, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Voor de rest niks.”

De meeste Duitsers kopen altijd weer dezelfde producten. Vooral rododendrons, hortensia’s, rozen en thuja’s doen het goed. Op nummer één staan de haagplanten. “Daarvan verkopen we er veel, heel veel”, vertelt Frits Seelen. “In het voorjaar wel eens een vrachtwagen per dag, alleen maar haagplanten. Waar het allemaal blijft, dat weten wij ook niet, de stad is groot. Maar we leveren ook tot honderd kilometer buiten de stad, bijvoorbeeld naar Leipzig en Dresden; dat is geen uitzondering.” De kwaliteit van de boomkwekerijproducten uit Nederland vindt Seelen matig. Die van de kamerplanten, die 15% van het assortiment innemen, redelijk. “Je moet goed zoeken naar de goede planten.”

Wat de kleuren van de planten betreft gedragen de Duitsers zich zeer behoudend. Frits Seelen: “Het gaat gewoon zo verder als 25 jaar geleden. We verkochten vroeger wit, rood, blauw en geel. Wat verkopen we vandaag de dag: wit, rood, blauw en geel. Dat is niet te veranderen.”

Seelen klaagt niet over de economische malaise. “Als het minder gaat met de economie, dan gaan de mensen thuis het nest mooier maken. Dan komen er een paar plantjes en bloemetjes. Dat geeft heel veel mensen een ongelooflijke balans. Mensen komen hiernaartoe om iets te kopen waarmee ze zich thuis lekker voelen. En toevallig is dat een plant. Als de conjunctuur in elkaar klapt, dan zijn wij de laatsten die daardoor betroffen zijn.”

Bert Rutten en Huub Schriever, Pflanzenmarkt Rudow: ‘We zijn begonnen met een kassa op een stapel pallets’

V.l.n.r.: Bert Rutten en Huub Schriever, foto ©PÍlanzenmarkt Rudow

V.l.n.r.: Huub Schriever en Bert Rutten, foto ©PÍlanzenmarkt Rudow

Naam: Pflanzenmarkt Rudow
Locatie (wijk): Berlijn Rudow
Opgericht in: 2009
Assortiment: 40% haagplanten, 20% boomkwekerijplanten, 30% balkonplanten, 10% rest
Specialiteit: planten
Aantal medewerkers: 4
Website: www.pflanzenmarktrudow.de

Twee jaar geleden openden de twee Nederlandse ondernemers Bert Rutten en Huub Schriever Pflanzenmarkt Rudow in de Berlijnse wijk Rudow. Bert Rutten komt uit de kwekerijwereld. Hij werd in Leende geboren en volgde in Boskoop de middelbare tuinbouwschool tot boomkweker.

Bert Rutten (rechts op de foto) woont als vijftien jaar in Berlijn en heeft hier de nodige ervaring opgedaan in de plantenbranche. Daarna werd het tijd voor een eigen bedrijf. “In de winter van 2009 vonden we deze plek. Het is een oud goederenstation op de oude spoorweg van Neukölln naar Mittenwalde. We haalden een vrachtwagen met planten uit Nederland, nog een paar planten van de groothandel in Berlijn, we kochten een kassa die we op een stapel pallets zetten en zo begonnen we. Dan is het klein beginnen en heel hard werken. Dag en nacht werken.”

Inmiddels loopt het bedrijfje goed. Rutten is tevreden. Hij heeft een mooi assortiment boomkwekerijplanten uit Nederland. “Dat krijg je voor een goede prijs. Als je een beetje verstand hebt van de boomkwekerij-artikelen, dan vind je mooie spullen die je hier niet krijgt of waarvoor je t veel betaalt”, legt hij uit. De planten halen ze op diverse locaties. Bijvoorbeeld bij Arie Bouwman in Wijk en Aalburg, ze kopen vaak bij Groen Direkt in Boskoop en voor de bloembollen gaan ze langs bij Baltus Bloembollen in Vaassen. “Voor de coniferen en de haagplanten hebben we verschillende adressen in Brabant, daar moet je dan een beetje de weg kennen.” De potgrond kopt hij gewoon in de buurt, net als de balkonplanten, de petunia’s en de geraniums. Daarnaast koopt hij ook spullen in Denemarken en Italië. Met labels doet hij niets.

In stadsdeel Rudow staan vooral eengezinswoningen en rijtjeshuizen. “Veel klanten zijn tussen de veertig en zestig jaar. Ze kopen vooral balkonplanten. Daarnaast heb je de ‘haagplantenklanten’. Dat zijn vaak jongere mensen uit een nieuwbouwhuis net buiten Berlijn. Vaak hebben ze een dubbel inkomen, iets wat hier in Berlijn niet zo vanzelfsprekend is als in Nederland”, aldus Bert Rutten, die zegt weinig tot niets te merken als het met de Duitse economie minder gaat.

Zijn er in dit tuincentrum trends te bespeuren? Bert Rutten: “Trends zoals je ze in Nederland kent, zie je hier niet zo sterk. Dat komt ook doordat we hier aan de stadsrand zitten. De trends heb je denk ik wel in wijken als Mitte en Friedrichshain, dat zijn de echte trendy wijken van Berlijn.”

Pflanzenmarkt Rudow biedt naast een paar gietertjes en mandjes geen extra accessoires aan. Rutten wil alleen mooie planten verkopen waar hij verstand van heeft en niet te veel dingen eromheen. “De traditionele dingen verkopen we het meest. Geraniums, surfinia’s en coniferen.” Over de kwaliteit van de planten uit de Berlijnse groothandel Landgard is hij tevreden. “Als we daar boomkwekerij-artikelen kopen, dan is de kwaliteit vaak nog beter dan in Nederland. Voor kamerplanten is er geen markt in de buurt. “Er zijn hier veel volkstuintjes. Mensen gaan voor tuinplanten. En van snijbloemen hebben we geen verstand, schoenmaker blijf bij je leest, geldt bij ons.”

Het jaar zit er bijna op. In december verkopen ze nog kerstbomen uit Denemarken en dan gaar vanaf kerst de deur op slot. “Dan gaan we naar Nederland. In februari heb je beurzen bij verschillende boomkwekers.”

Dit artikel verscheen in oktober 2011 in het Vakblad voor de bloemisterij, uitgave 39.