Engelen boven West-Berlijn

De engel Damiel (Bruno Ganz) waakt als engel over de mensen in Berlijn. Hij neemt alleen als toeschouwer aan hun leven deel, totdat hij zelf wil ruiken, smaken en voelen. ZDF / Henri Alekan: Wim Wenders Stiftung

De engel Damiel (Bruno Ganz) waakt als engel over de mensen in Berlijn. Hij neemt alleen als toeschouwer aan hun leven deel, totdat hij zelf wil ruiken, smaken en voelen. ZDF / Henri Alekan: Wim Wenders Stiftung

Film, vrijdag 3 april, ZDF

De Berlinale bekroonde dit jaar de Duitse regisseur Wim Wenders voor zijn levenswerk met een gouden leeuw. Wenders geldt als één van de belangrijkste en invloedrijkste regisseurs binnen de Duitse filmwereld. De sterregisseur wordt deze zomer 70. Dat was voor de ZDF aanleiding vanaf 5 februari 2015 een twaalfdelige filmreeks te tonen, die enkele van Wenders’ belangrijkste werken bevat.

Op vrijdag 3 april zal op ZDF de door de Wenders stichting (Wenders-Stiftung) gerestaureerde originele versie van ‘Der Himmel über Berlin’ te zien zijn. Deze klassieke ‘Autorenfilm‘ draaide Wenders in 1987. Hij schildert een portret van het oude West-Berlijn, bevolkt door mensen die met hun dagelijkse problemen worstelen en engelen, die de gedachten van deze mensen kunnen horen. Met Bruno Ganz en Otto Sander als onsterfelijke begeleiders van mensen zoals de acteur Peter Falk (beroemd door zijn rol als inspecteur Columbo) die zichzelf speelt of de circusartieste Marion (Solveig Dommartin).

De engel Damian is zo aangedaan door de artieste Marion (Solveig Dommartin), dat hij vanwege zijn liefde voor haar de hemel verlaat en mens wordt. ZDF en Henri Alekan; Wim Wenders Stiftung

De engel Damiel is zo aangedaan door de artieste Marion († Solveig Dommartin), dat hij vanwege zijn liefde voor haar de hemel verlaat en mens wordt. ZDF en Henri Alekan; Wim Wenders Stiftung

Damiel (Bruno Ganz) en Cassiel (Otto Sander) zijn twee engelen, die sinds tijden over de wereld trekken en de mensen begeleiden – alleen zichtbaar voor kinderen en andere engelen. Als Damiels oog op de betoverende circusartieste Marion valt, wordt hij verliefd op haar.

Zijn hartstochtelijke verlangen zelf een menselijk leven te leiden wordt steeds sterker. Filmster Peter Falk, die dus zichzelf speelt, is voor filmopnames in Berlijn. Hij voelt het als Damiel bij hem in de buurt is, aangezien hij zelf ook ooit een engel was. Zijn verhalen over het bestaan als mens ondersteunen Damiel bij zijn wens in een sterveling te veranderen.

Wenders’ eerste Duitse film na achter jaar in de Verenigde Staten werd in 1987 in Cannes met de prijs voor de beste regie bekroond. “Een soort filmgedicht” (Wim Wenders), gebaseerd op een samen met Peter Handke geschreven scenario en – twee jaar voor de val van de muur – een blik op een stad, die zo niet meer bestaat.

Der Himmel über Berlin
Vrijdag, 00:50 uur op ZDF

Scene met Peter Falk

Trailer

Advertenties

De terugkeer van Mens & Gevoelens

Mens & Gevoelens nummer 18 (november 1990)

Mens & Gevoelens nummer 18 (november 1990)

Het blad Mens & Gevoelens komt terug. Dat las ik op verschillende websites waaronder nu.nl. Het nieuws staat inmiddels ook op de website van Paul Haenen zelf: “Medio april 2015 komen we weer terug met het onvolprezen tijdschrift MENS&GEVOELENS. Tot 2006 verschenen er 85 nummers en nu gaan we weer gewoon door en komt nummer 86 er aan. Het gaat om te beginnen 6 keer per jaar verschijnen en kopij in welke vorm dan ook is van harte welkom.”

In 1990 maakte ik voor de eerste keer kennis met Margreet Dolman’s Mens & Gevoelens uit Amsterdam. Na een 2-jarig verblijf in Deventer verhuisde ik in 1990 naar de hoofdstad en stuurde een gedichtje in. Immers, in Deventer had ik al een eigen dichtbundel uitgegeven, die de gasten van het eetcafé waar ik werkte en woonde bij binnenkomst gratis konden meenemen. De lange nietmachine waarmee ik mijn eigen bundels maakte heb ik nog steeds, de bundels niet. Achteraf vond ik de teksten niet overtuigend genoeg en zette alle bundels in een vuilniszak bij het vuil.

Het oosten. Daarmee verscheen ik in 1990 in uitgave 18 van Mens & Gevoelens. Het gedicht luidde als volgt:

Het oosten

Het oosten

het oosten

zie het vertier in het oosten
waar familie de enige vrienden zijn
en broers schoonzussen troosten
omdat er geen andere mensen zijn

klaverjassen bier en stront met
vieze slachterijen is alles vreemd
en gek dat niet boert en zuipt
doen alle vrouwen aan de lijn
door het vele vreten en gefrustreerd
proberen maar niet anders te zijn

daar is de auto een heilige koe
die door de stront moet pronken
is idealisme maar een stom gedoe
beter zûpen en lekker bonken

stampen, gieren en brullen
zij heel de nacht
de volgende dag weer zakken vullen
zijn zij varkens aan de macht

Nu voelde ik me meer dichter dan in Deventer, als je dit zo kunt uitdrukken. Immers, mijn tekst stond in uitgave 18 van Mens & Gevoelens. Die publicatie smaakte naar meer. En er kwam meer! Drie maanden later verscheen in uitgave nummer 21 wederom een gedicht, onderaan een interview met cabaretier Hans Dorrestijn. Het gedicht had geen titel maar bestond uit drie korte stukjes tekst:

mghet komt wel weer goed
vijf woorden
achttien letters
het komt wel weer goed

overdag geef ik toe
aan dat
wat ik ’s nachts ontken

ik praat het mij
zij aan zij
over toekomst en verleden
over utopieën en heden
ik praat met mij

Teletekst

Teletekst

zomeravondZes uitgaven later, in uitgave 27, zag mijn dialoog Zomeravond het daglicht. Ik was helemaal op dreef. In uitgave 29 vond ik tussen de interviews met Alex van Warmerdam en Theodor Holman mijn nogal absurde verhaal Teletekst terug. Wat een vreugde, de vlag kon uit, want na de gedichten en de dialoog was dit mijn eerste in een tijdschrift afgedrukte korte verhaal. Mens & Gevoelens werd mijn lijfblad, want de redactie was mij welgezind. In april 1992 was het weer raak met het korte verhaal Dwaaltocht, dat net als het eerste gedicht over het oosten van het land ging.

Dwaaltocht

Dwaaltocht

fotopToen was het even stil. Het duurde zeven uitgaven voordat Een eindeloze vakantie verscheen. Ik herinner me nog dat de redactie mij belde en iemand enkele vragen stelde. Tevens wilde het blad graag dat ik een foto van mezelf opstuurde.

‘We zien je nog bij Ischa’, vertelde een medewerker van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis mij later aan de kassa van het bedrijfsrestaurant waar ik parttime werkte en maaltijden op de borden van de medewerkers schepte. Destijds schreef ik nog een artikel in het personeelsblad van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis onder de titel Er zijn weer kroketten! De keuken bevond zich namelijk op de begane grond, het restaurant op de tweede verdieping. Stonden er kroketten op het menu, dan was na een stormloop van witte jassen de eerste lading zeer snel verdwenen. Op het moment dat iemand uit de kleine goederenlift de volgende bak kroketten naar het restaurant haalde, snelde ik naar de microfoon. Ik drukte op een knop, waardoor in het restaurant het ‘ding dong’ – een bekend geluid in warenhuizen en stationshallen ter aankondiging van een omroepbericht – uit de luidsprekers schalde. Vervolgens sprak ik luid en duidelijk: attentie, attentie, er zijn weer kroketten!’ Na een luid gelach stormden de medewerkers naar de uitgiftebalie met de verse kroketten.

Terug naar de man die zei ‘We zien je nog bij Ischa’. Vandaag de dag zou hij gezegd hebben ‘We zien je nog bij Matthijs of bij Pauw’. Hij doelde op de foto en korte beschrijving die bij Een eindeloze vakantie waren afgedrukt.

ttp2 adfwas2 (2)In uitgave 44 las ik wederom mijn naam, nu onder de dialoog Tijd voor een therapeut. De uitgave daarop verscheen mijn eerste gedichtje onder een pseudoniem. Ik herinner me dat ik als altijd een bewijsexemplaar kreeg toegestuurd maar dat ik mijn naam nergens kon vinden. Totdat ik me herinnerde dat ik als afwasser in hotel Krasnapolsky ooit een keer een gedicht had geschreven onder de naam A.F. Wasser (afwasser) en naar het blad opstuurde. Op een hele pagina stond naast een illustratie van Elna Obreen  de volgende tekst:

een uur kan kort zijn
als je erover nadenkt
wordt een uur
korter en korter en duurt
de euforie een moment

als je erover nadenkt

kan een uur ook lang zijn
wordt een uur
langer en langer en duurt
de angst vele momenten

Adriaan Ferdinandus Wasser

Natuurlijk was het moeilijk dit gedicht te promoten, want niemand wist dat ik in de huid van de niet bestaande Adriaan Ferdinandus Wasser was gekropen. Na dit gedicht volgde in het voorjaar van 1996,  vlak voordat ik naar Mallorca vertrok en me aan het maken van een eigen maandblad wijdde, mijn laatste bijdrage in Mens & Gevoelens.

MGKkattenDe titel van die laatste tekst stond op de voorpagina. Het fictieve journalistieke artikel over de zelfmoord onder katten leverde me zelfs een telefoontje van de NOS op. Een journalist wilde meer over de twee onderzoeksters weten. Achteraf gezien gaf ik veel te snel toe dat het verhaal verzonnen was. “Ja, dat dacht ik ook al, maar mijn collega wilde toch dat ik even belde”, klonk het aan de andere kant van de lijn.

Kom, geesten

U1_978-3-498-03570-9.inddBegin deze maand verscheen bij de Duitse uitgeverij Rowohlt het boek Kommt, Geister van Daniel Kehlmann. Dit is niet zijn nieuwe roman, maar een boek met vijf lezingen die hij afgelopen zomer aan de Goethe-Universiteit van Frankfurt hield.

Waarom zijn voor de Oostenrijkse zanger en acteur Peter Alexander, die vooral in Duitse musicalfilms optrad, negen minuten voldoende om Günter Grass dankbaar te zijn? Waarom is vergeten een vermoeiende oefening en verdringen hard werken? Ontstaan spoken uit onze angst voor het verleden? En zou het kunnen zijn dat Daniel Kelhmann, die als kind na het lezen van een boek nachtenlang door nachtmerries werd geplaagd, juist daardoor later schrijver is geworden?

Om die en andere vragen draaien zijn vijf aantrekkelijk helder en virtuoos gecomponeerde lezingen die hij als bekleder van de oudste en meest gerenommeerde Duitse gastleerstoel voor poëtica in de zomer van 2014 aan de Goethe-Universiteit van Frankfurt gehouden heeft. Met een Shakespeare citaat als titel – ‘Kommt Geister, die ihr lauscht auf Mordgedanken’ (uit Macbeth: Come, you spirits. That tend on mortal thoughts) – ontvoeren de teksten de lezer in literaire schaduwwerelden vol duisternis en echo’s, valluiken en weefsels. Daniel Kehlmann demonstreert hoe zeer de nagalmende verschrikkingen van de Duitse geschiedenis als basis voor zijn werk dienen, schrijft over geesten, spoken, zombies, narren en halfmensen in de werken van schrijvers als Jeremias Gotthelf, J. R. R. Tolkien, Shakespeare, Grimmelshausen en Leo Perutz. En daarmee geeft hij ook informatie over zichzelf.

Daniel Kehlmann is de meeste vertaalde Duitse hedendaagse schrijver. Zijn beroemdste boek heet ‘Die Vermessung der Welt’ en verscheen in 2007 bij uitgeverij Querido onder de titel ‘Het meten van de wereld’. Lees alles over de schrijver, zijn werk en zijn positie in de Duitstalige literaire wereld in het artikel ‘De werkelijkheid volgens Daniel Kehlmann‘.

Duitse media over ‘Kommt, Geister’:
Die subtil gewirkte Selbstauskunft eines Schriftstellers, dem seine Sache ernst ist.
(Frankfurter Allgemeine Zeitung)

Die Geister, die sie gerufen hatten, wurden und werden die Deutschen so leicht nicht wieder los. Daniel Kehlmann zieht einen Kreis um diese Schattenwelt.
(Süddeutsche Zeitung)

Kommt, Geister
Rowohlt
Hardcover: €19,95
E-Book: €16,99
Gedeeltelijke voorafdruk (Leseprobe) op de pagina van de uitgeverij