Henk Elsink is verknocht aan Mallorca

Vandaag is de Nederlandse cabaretier Henk Elsink precies 80 jaar geworden. Een mooie aanleiding om het interview met hem vandaag op dit blog te zetten. Ik ontmoette de sympathieke artiest, die ook enkele niet onverdienstelijke thrillers op zijn naam heeft staan, in het voorjaar van 2003 in zijn prachtige huis in Son Vida, de villawijk nabij Palma de Mallorca. Hieronder het interview dat eerder in Mallorca Vandaag verscheen.


elsi

Henk Elsink op Mallorca (foto: © Allard van Gent)

Henk Elsink komt al vanaf 1960 op Mallorca. Zijn vrouw ontdekte het eiland vier jaar eerder. “Vanaf het moment dat ik voor het eerst op Mallorca kwam was ik verknocht aan het eiland. Mijn vrouw ook. We waren toen op Son Vida, waar destijds slechts een paar huizen stonden. Toentertijd heb ik gezegd dat ik ooit op Mallorca ga wonen. En wel hier, in Son Vida.

Op één van de regenachtige dagen in februari bezoek ik hem in zijn huis in Son Vida. De beroemde cabaretier ontvangt mij in zijn werkkamer, waar hij zojuist bezig is met het op de computer monteren van een film die hij kort geleden heeft gemaakt van de geboorte van de tweelingen van zijn dochter.

Henk Elsink begon zijn carrière als cabaretier in de jaren vijftig, een tijd dat cabaret een aangelegenheid was die voornamelijk werd uitgevoerd door de grote drie: Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld. “Daarnaast bestond er niks. Er was een Sleeswijk revue en je had nog de revues van Berry Kievits en Gerard Walden. Maar er waren geen cabaretgroepen. Als je in het vak wilde, dan moest je schnabbelen. Op feestavonden, bruiloften en partijen, bij voetbalverenigingen met Kees de Lange als conferencier, de Three Jacksons als accordeonisten, een acrobatennummer en daar tussendoor mocht ik dan een paar liedjes zingen aan de piano. Dat was de enige mogelijkheid die er was”, legt hij uit.

Op 18-jarige leeftijd werkte Henk Elsink al bij Saint Germain des Prés op het Rembrandtplein in Amsterdam. Dat cabaret is groot en beroemd geworden door Tom Manders, die daar zelf al als Dorus optrad. “Met Tom Manders heb ik mijn eerste televisieoptreden beleefd. Dat was op 28 februari 1955 of 1956. Er was net televisie, zwart-wit. Alles werd opgenomen in een klein studiootje, studio Irene. Op die manier kon je je hoofd boven water houden.”

De in Enschede opgegroeide artiest verwierf in 1962 bekendheid met het radioprogramma “Vrij Entree”, een veertiendaagse radioserie die hij zeven jaar lang presenteerde. “Het was een manier om enigszins een boterham te verdienen in die tijd. Vrij Entree was een programma met vele gasten. Iedereen die enigszins bekend was heeft erin gezeten, tot aan Wim Sonneveld toe.” Deze radioserie heeft er toe bijgedragen dat zijn liedjes en conferences als “Harm met de Harp, De Lift, Bakema en Johanna” klassiekers zijn geworden. Via Wim Kan begon hij in 1965 zijn eigen unieke theaterrestaurant “De Koopermoolen” in Amsterdam. Hij trad daar tien jaar lang ononderbroken voor een vol huis op. Daarna kwamen de grote tournees, de one man shows in de grote theaters van Nederland, tot en met Carré.

“Ik ben absoluut ongeschikt voor een quiz”

In die tijd verscheen hij ook op televisie, maar Henk Elsink was niet een televisieman die je maandelijks op het scherm zag. “Als je een nieuwe show had, dan speelde je daarmee in het land. Na afloop kwam de show dan op televisie. Maar ik had geen eigen programma of zat in quizzen of zoiets dergelijks. Ik was er gewoon ongeschikt voor. Ik zal het spelletje nooit begrijpen, wat voor spelletje het ook is, want ik begrijp geen enkel spel, zeker geen quiz. Ik ben absoluut ongeschikt voor een quiz.”

De televisie was wel belangrijk, maar het was niet de hoofdmoot. Wel belangrijk in die tijd was de grammofoonplaat. “In de tijd dat ik wereldberoemd was in Nederland was het zo dat de cabaretplaten erg populair waren. Die werden toen ook veel gedraaid. Het was natuurlijk een andere tijd.”

Meer dan 140 voorstellingen per jaar, soms 160, dat was in die tijd normaal. In de zomer had hij altijd een paar maanden vrij, want zomerprogramma’s had je in die tijd bijna nooit. “Dan gingen we altijd naar Mallorca. In 1962 heb ik hier negen maanden gewoond. Dat kwam, omdat ik een relatie had bij reisbureau De Magneet, wereldberoemd hier.” Ik kijk hem enigszins verbaasd aan en weet niet wat hij nu precies bedoelt. Al snel legt hij uit dat De Magneet vele jaren later is opgegaan in Holland International. Een bevriende goochelaar gaf hem destijds de tip in de zomer als reisleider te solliciteren. Henk Elsink en zijn vrouw werden aangenomen en kregen twee hotels onder hun hoede; het hotel La Pedrisa in Can Pastilla, dat nog steeds zo heet, en hotel Villa Monserat in Cas Català. Henk Elsink: “Per 14 dagen kwamen er 45 gasten. Die deden er vierenhalf uur over om hier te komen. Ze kwamen allemaal ’s nachts om drie uur aan, want ze namen de zogenaamde Moonliner (red.: een voordelige vlucht, omdat je ’s nachts vloog). Negen maanden lang hebben we geleefd als een god in Frankrijk, want we hadden niets te doen. Om negen uur lagen we in Magalluf, met onze zoon die net vier was, en we kwamen ’s avonds om vijf uur weer terug.”

“Ik heb Arenal nog gekend in de tijd dat er twee hotels stonden.”

Sinds begin maart hangen er prachtige foto’s van Cas Oorthuys van het Mallorca uit de jaren zestig in de Fundacion la Caixa in Palma. Henk Elsink was ook op Mallorca in de tijd dat het massatoerisme hier nog niet bestond. Hij haalt zich die tijd nog even voor de geest: “Ik heb Arenal nog gekend in de tijd dat er twee hotels stonden. Alles lag braak. In Magalluf stond één klein tentje, Ramón, dat bestaat nog steeds, alleen is het nu wel uitgebreid. En hotel Atlantica. Een klein hotel met 20 kamers. Dat was alles. Als je in Palma zei dat je naar Magalluf ging, dan zeiden ze ‘jee, wat een eind weg’”.

In 1973 ontving Henk Elsink de Gouden Harp. Voor de Gouden Harp komen mensen in aanmerking die zich gedurende hun carrière op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de Nederlandse lichte muziek. De prijs geldt als één van de belangrijkste voor de Nederlandse muziek. Ze wordt uitgereikt door Conamus, de instantie die binnen en buiten Nederland ondersteuning biedt aan Nederlandse lichte muziek, in samenwerking met Buma, de vereniging van Nederlandse componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers.

Na meer dan 25 jaar toneel stopte hij met optreden. “Het is een ontzettend leuk vak, dat zonder meer, maar ook een vak dat enorm veel van je vraagt. En ik had alles gedaan wat maar mogelijk was. Ik heb in Heerejezusdijk op het podium gestaan en in Carré in Amsterdam. En ik heb altijd een beetje de instelling gehad dat er meer dingen in het leven zijn dan alleen maar werken. Toen kwam het schrijven. Dat had ik al jaren in mijn hoofd. Ik heb vijf boeken geschreven.” Onder de naam Elsinck, let op de c, verscheen zijn eerste thriller met de titel “¡Tenerife!” (1990). Daarna volgde “Moord per fax” (1991), “Biecht van een huurmoordenaar” (1992), “Dood van een mega-star” (1993) en “Dodelijk visioen” (1995). In 1978 schreef hij al het boek “Mañana”, met daarin meer dan 25 korte, geestige verhalen die zich bijna allemaal op Mallorca afspelen.

De achterflap van dat boek vermeldt: “Het schrijven van Mañana en de andere verhalen kan alleen maar uit de drang van een schrijftalent voortvloeien. De verhalen getuigen niet alleen van een voortreffelijk soort humor, waar –gezien het vak van de auteur- niemand zich over hoeft te verbazen, maar ze tonen bovendien aan dat Henk Elsink een schrijver pur sang is met een subtiel gevoel voor het bizarre detail. Wie zijn verhalen heeft gelezen, zal beamen dat Henk Elsink zich met deze eerste bundel in de voorste rijen heeft geplaatst van schrijvers in het lichtvoetige genre, overeenkomstig de beste Nederlandse traditie.”

Tot slot vraag ik de detectiveschrijver/cabaretier of hij het huidige cabaret in Nederland nog volgt. “Ja, alles. Ik ga niet naar alles toe, maar als het in de buurt is en ik heb tijd, dan ga ik zeker. Alles wat ik op televisie van de jonge garde kan zien, dat zie ik. En er is heel veel talent. Ik heb van iemand gehoord dat er op dit moment in Nederland 60 cabaretprogramma’s lopen, 60 ensembles. Toen ik nog werkte had je dus de grote Drie, Paul van Vliet, Seth Gaaikema, Henk Elsink, Lurelei, Freek de Jonge en Neerlands hoop. Dan hield het wel zo’n beetje op.”

De jonge cabaretiers hebben meestal een inspirator, een voorbeeld. De jonge Henk Elsink had in de jaren vijftig ook zijn inspirator. Wim Sonneveld en Wim Kan vond hij prachtig, maar Toon Hermans stak erboven uit. Of, zoals hij zelf zegt: “Hermans heb ik altijd de grootste gevonden en vind ik nog steeds de grootste. De mooiste die we in 100 jaar hebben gehad.”

Tekst + foto: Allard van Gent

Dit artikel verscheen op 15 maart 2003 in het Nederlandstalige maandblad Mallorca Vandaag

Advertenties

3 thoughts on “Henk Elsink is verknocht aan Mallorca

  1. ik heb ooit een programma gezien met Henk Elsink waarin een sketch werd uitgezonden van 5 Engelse zangers waarvan er eentje steeds verkeerd inzette, en verkeerd naar voren sprong en zo, geweldig hilarisch. Ik ben de naam kwijt, het lied ging geloof ik over ”lady Gwendolyn”. Weet iemand of die sketch op youtube staat. Ik zou het ZOOOOOOOOOOOO leuk vinden.

  2. Rust in vrede, lieve Henk Elsink.
    En bedankt voor de lach, die je ons vele malen schonk.
    Op mijn fb-pagina heb ik dat prachtige en ontroerende lied
    van je geplaatst “Als ik aan vader denk”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s