Het weer

Het is weer mooi weer, dus het juiste moment voor een herblog van deze column.

Blog Allard van Gent

pants Vorige week stond ik met een beige korte broek en donkerblauw T-shirt voor de spiegel bij mij naast de voordeur. Een gepaste outfit bij deze zomerse temperaturen. Ik knikte tevreden en ging op weg.

Een dag later was het wederom korte-broeken-weer.  Ik wierp snel nog even een blik in de spiegel en op dat moment gleed ik bijna weg. De ene voet wilde al op pad, de andere voet bleef staan. In de spiegel zag ik een volwassen kleuter met een korte broek aan. Wat nog ontbrak was de schooltas en een olijk petje op het hoofd. Ik schrok me rot en wist zeker dat ik zo niet de straat op kon. Dit was te belachelijk voor woorden. Hier in de buurt lopen ook volwassen mannen met korte broeken aan maar je ziet de mensen denken „hé, een kind met grijze haren, dat kan écht niet“. Als dat grijze kind…

View original post 453 woorden meer

Henk Elsink is verknocht aan Mallorca

Vandaag is de Nederlandse cabaretier Henk Elsink precies 80 jaar geworden. Een mooie aanleiding om het interview met hem vandaag op dit blog te zetten. Ik ontmoette de sympathieke artiest, die ook enkele niet onverdienstelijke thrillers op zijn naam heeft staan, in het voorjaar van 2003 in zijn prachtige huis in Son Vida, de villawijk nabij Palma de Mallorca. Hieronder het interview dat eerder in Mallorca Vandaag verscheen.


elsi

Henk Elsink op Mallorca (foto: © Allard van Gent)

Henk Elsink komt al vanaf 1960 op Mallorca. Zijn vrouw ontdekte het eiland vier jaar eerder. “Vanaf het moment dat ik voor het eerst op Mallorca kwam was ik verknocht aan het eiland. Mijn vrouw ook. We waren toen op Son Vida, waar destijds slechts een paar huizen stonden. Toentertijd heb ik gezegd dat ik ooit op Mallorca ga wonen. En wel hier, in Son Vida.

Op één van de regenachtige dagen in februari bezoek ik hem in zijn huis in Son Vida. De beroemde cabaretier ontvangt mij in zijn werkkamer, waar hij zojuist bezig is met het op de computer monteren van een film die hij kort geleden heeft gemaakt van de geboorte van de tweelingen van zijn dochter.

Henk Elsink begon zijn carrière als cabaretier in de jaren vijftig, een tijd dat cabaret een aangelegenheid was die voornamelijk werd uitgevoerd door de grote drie: Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld. “Daarnaast bestond er niks. Er was een Sleeswijk revue en je had nog de revues van Berry Kievits en Gerard Walden. Maar er waren geen cabaretgroepen. Als je in het vak wilde, dan moest je schnabbelen. Op feestavonden, bruiloften en partijen, bij voetbalverenigingen met Kees de Lange als conferencier, de Three Jacksons als accordeonisten, een acrobatennummer en daar tussendoor mocht ik dan een paar liedjes zingen aan de piano. Dat was de enige mogelijkheid die er was”, legt hij uit.

Op 18-jarige leeftijd werkte Henk Elsink al bij Saint Germain des Prés op het Rembrandtplein in Amsterdam. Dat cabaret is groot en beroemd geworden door Tom Manders, die daar zelf al als Dorus optrad. “Met Tom Manders heb ik mijn eerste televisieoptreden beleefd. Dat was op 28 februari 1955 of 1956. Er was net televisie, zwart-wit. Alles werd opgenomen in een klein studiootje, studio Irene. Op die manier kon je je hoofd boven water houden.”

De in Enschede opgegroeide artiest verwierf in 1962 bekendheid met het radioprogramma “Vrij Entree”, een veertiendaagse radioserie die hij zeven jaar lang presenteerde. “Het was een manier om enigszins een boterham te verdienen in die tijd. Vrij Entree was een programma met vele gasten. Iedereen die enigszins bekend was heeft erin gezeten, tot aan Wim Sonneveld toe.” Deze radioserie heeft er toe bijgedragen dat zijn liedjes en conferences als “Harm met de Harp, De Lift, Bakema en Johanna” klassiekers zijn geworden. Via Wim Kan begon hij in 1965 zijn eigen unieke theaterrestaurant “De Koopermoolen” in Amsterdam. Hij trad daar tien jaar lang ononderbroken voor een vol huis op. Daarna kwamen de grote tournees, de one man shows in de grote theaters van Nederland, tot en met Carré.

“Ik ben absoluut ongeschikt voor een quiz”

In die tijd verscheen hij ook op televisie, maar Henk Elsink was niet een televisieman die je maandelijks op het scherm zag. “Als je een nieuwe show had, dan speelde je daarmee in het land. Na afloop kwam de show dan op televisie. Maar ik had geen eigen programma of zat in quizzen of zoiets dergelijks. Ik was er gewoon ongeschikt voor. Ik zal het spelletje nooit begrijpen, wat voor spelletje het ook is, want ik begrijp geen enkel spel, zeker geen quiz. Ik ben absoluut ongeschikt voor een quiz.”

De televisie was wel belangrijk, maar het was niet de hoofdmoot. Wel belangrijk in die tijd was de grammofoonplaat. “In de tijd dat ik wereldberoemd was in Nederland was het zo dat de cabaretplaten erg populair waren. Die werden toen ook veel gedraaid. Het was natuurlijk een andere tijd.”

Meer dan 140 voorstellingen per jaar, soms 160, dat was in die tijd normaal. In de zomer had hij altijd een paar maanden vrij, want zomerprogramma’s had je in die tijd bijna nooit. “Dan gingen we altijd naar Mallorca. In 1962 heb ik hier negen maanden gewoond. Dat kwam, omdat ik een relatie had bij reisbureau De Magneet, wereldberoemd hier.” Ik kijk hem enigszins verbaasd aan en weet niet wat hij nu precies bedoelt. Al snel legt hij uit dat De Magneet vele jaren later is opgegaan in Holland International. Een bevriende goochelaar gaf hem destijds de tip in de zomer als reisleider te solliciteren. Henk Elsink en zijn vrouw werden aangenomen en kregen twee hotels onder hun hoede; het hotel La Pedrisa in Can Pastilla, dat nog steeds zo heet, en hotel Villa Monserat in Cas Català. Henk Elsink: “Per 14 dagen kwamen er 45 gasten. Die deden er vierenhalf uur over om hier te komen. Ze kwamen allemaal ’s nachts om drie uur aan, want ze namen de zogenaamde Moonliner (red.: een voordelige vlucht, omdat je ’s nachts vloog). Negen maanden lang hebben we geleefd als een god in Frankrijk, want we hadden niets te doen. Om negen uur lagen we in Magalluf, met onze zoon die net vier was, en we kwamen ’s avonds om vijf uur weer terug.”

“Ik heb Arenal nog gekend in de tijd dat er twee hotels stonden.”

Sinds begin maart hangen er prachtige foto’s van Cas Oorthuys van het Mallorca uit de jaren zestig in de Fundacion la Caixa in Palma. Henk Elsink was ook op Mallorca in de tijd dat het massatoerisme hier nog niet bestond. Hij haalt zich die tijd nog even voor de geest: “Ik heb Arenal nog gekend in de tijd dat er twee hotels stonden. Alles lag braak. In Magalluf stond één klein tentje, Ramón, dat bestaat nog steeds, alleen is het nu wel uitgebreid. En hotel Atlantica. Een klein hotel met 20 kamers. Dat was alles. Als je in Palma zei dat je naar Magalluf ging, dan zeiden ze ‘jee, wat een eind weg’”.

In 1973 ontving Henk Elsink de Gouden Harp. Voor de Gouden Harp komen mensen in aanmerking die zich gedurende hun carrière op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de Nederlandse lichte muziek. De prijs geldt als één van de belangrijkste voor de Nederlandse muziek. Ze wordt uitgereikt door Conamus, de instantie die binnen en buiten Nederland ondersteuning biedt aan Nederlandse lichte muziek, in samenwerking met Buma, de vereniging van Nederlandse componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers.

Na meer dan 25 jaar toneel stopte hij met optreden. “Het is een ontzettend leuk vak, dat zonder meer, maar ook een vak dat enorm veel van je vraagt. En ik had alles gedaan wat maar mogelijk was. Ik heb in Heerejezusdijk op het podium gestaan en in Carré in Amsterdam. En ik heb altijd een beetje de instelling gehad dat er meer dingen in het leven zijn dan alleen maar werken. Toen kwam het schrijven. Dat had ik al jaren in mijn hoofd. Ik heb vijf boeken geschreven.” Onder de naam Elsinck, let op de c, verscheen zijn eerste thriller met de titel “¡Tenerife!” (1990). Daarna volgde “Moord per fax” (1991), “Biecht van een huurmoordenaar” (1992), “Dood van een mega-star” (1993) en “Dodelijk visioen” (1995). In 1978 schreef hij al het boek “Mañana”, met daarin meer dan 25 korte, geestige verhalen die zich bijna allemaal op Mallorca afspelen.

De achterflap van dat boek vermeldt: “Het schrijven van Mañana en de andere verhalen kan alleen maar uit de drang van een schrijftalent voortvloeien. De verhalen getuigen niet alleen van een voortreffelijk soort humor, waar –gezien het vak van de auteur- niemand zich over hoeft te verbazen, maar ze tonen bovendien aan dat Henk Elsink een schrijver pur sang is met een subtiel gevoel voor het bizarre detail. Wie zijn verhalen heeft gelezen, zal beamen dat Henk Elsink zich met deze eerste bundel in de voorste rijen heeft geplaatst van schrijvers in het lichtvoetige genre, overeenkomstig de beste Nederlandse traditie.”

Tot slot vraag ik de detectiveschrijver/cabaretier of hij het huidige cabaret in Nederland nog volgt. “Ja, alles. Ik ga niet naar alles toe, maar als het in de buurt is en ik heb tijd, dan ga ik zeker. Alles wat ik op televisie van de jonge garde kan zien, dat zie ik. En er is heel veel talent. Ik heb van iemand gehoord dat er op dit moment in Nederland 60 cabaretprogramma’s lopen, 60 ensembles. Toen ik nog werkte had je dus de grote Drie, Paul van Vliet, Seth Gaaikema, Henk Elsink, Lurelei, Freek de Jonge en Neerlands hoop. Dan hield het wel zo’n beetje op.”

De jonge cabaretiers hebben meestal een inspirator, een voorbeeld. De jonge Henk Elsink had in de jaren vijftig ook zijn inspirator. Wim Sonneveld en Wim Kan vond hij prachtig, maar Toon Hermans stak erboven uit. Of, zoals hij zelf zegt: “Hermans heb ik altijd de grootste gevonden en vind ik nog steeds de grootste. De mooiste die we in 100 jaar hebben gehad.”

Tekst + foto: Allard van Gent

Dit artikel verscheen op 15 maart 2003 in het Nederlandstalige maandblad Mallorca Vandaag

Mallorca ook in trek bij Nederlandse eco-toeristen

Onlangs liep ik op een zonnige dag dwars door de natuur in Mecklenburg-Vorpommern, langs het meer met de naam Lieps. Het was opvallend rustig. Ik ontmoette meer dieren dan mensen. Terwijl ik daar zo liep herinnerde ik me opeens dat ik ooit een stuk schreef over échte natuurliefhebbers. Dat was op Mallorca. Ik interviewde twee Nederlanders die lid waren van het IVN (Instituut voor Natuur en Milieueducatie). Dit stuk is nog steeds interessant en dus zet ik het vandaag maar eens op mijn blog.


 

Mallorca ook in trek bij Nederlandse eco-toeristen

Ad van Uchelen (l) en Mike Hirschler (r) begeleiden de groep van Eco Tourist Services op Mallorca

Ad van Uchelen (l) en Mike Hirschler (r) begeleiden de groep van Eco Tourist Services op Mallorca

Mallorca heeft het hele jaar wel iets te bieden. De maanden juli en augustus is Mallorca in trek bij de mensen die van de zon, het strand en de zee willen genieten. In januari en februari bezoeken de liefhebbers van de amandelbloesem het eiland. De fietsers tref je hier vooral in het voor- en najaar aan en begin mei komen hier veel natuurliefhebbers op bezoek om te genieten van de prachtige flora en fauna die het eiland rijk is.

Vanuit Nederland organiseert Eco Tourist Services speciale vogel – en natuurreizen naar diverse bestemmingen. Van Venezuela, India en Bulgarije tot Griekenland, Polen en Spanje. Het is een greep uit het diverse aanbod. Van 2 t/m 9 mei vond de natuurreis naar Mallorca plaats. Het voorwoord in de brochure maakte al duidelijk dat Mallorca veelzijdiger is dan men denkt: “Overvolle stranden, kusten volgebouwd met appartementen, winkelcomplexen en hotels. Dit is het beeld van Mallorca, zoals velen het kennen uit de reisfolders. Deze natuurreis gaat naar het andere Mallorca. Weg van het massatoerisme. We bezoeken voornamelijk het noordoosten van het eiland. Dit is het Mallorca van oude verlaten olijfboomgaarden, vol vogels en wilde flora. Waar men uren kan ronddwalen zonder een mens tegen te komen. Hier kunnen we ontspannen genieten van het authentieke Mallorca. De reisperiode is zo gekozen dat we eveneens optimaal van de lentetrek van vogels kunnen genieten.”

In de bar van het hotel, dat naast de moerassen van S’Albufera ligt, praat ik met de twee begeleiders van de reis, Ad van Uchelen en Mike Hirschler. Ad van Uchelen is vanaf zijn jeugd al op allerlei manieren met vogels bezig: vogelbescherming, inventarisaties, nestkasten bouwen, filmen en vogelen in het veld. Hij zit ook in het bestuur van een vereniging van het IVN (Instituut voor Natuur en Milieueducatie). Mike is een ervaren vogelaar met een brede belangstelling voor alles wat hij aan flora en fauna op reis tegenkomt. Na de Hogere Landbouwschool heeft hij in de landbouwvoorlichting en als IT-consultant gewerkt. Tegenwoordig richt hij zich echter volledig op de natuur en is met name erg actief binnen het IVN. Daarnaast is hij nog gids voor Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

Tijdens de achtdaagse reis rijden en wandelen de deelnemers zes dagen het eiland rond om dingen te bekijken die de moeite waard zijn. Mike: “We weten uiteraard een aantal plekken. Zelf ben ik hier 11 jaar geleden als deelnemer aan een reis van een andere organisatie geweest. Op basis van dat verslag is deze reis in elkaar gezet. Op Mallorca was mijn eerste vogelreis. Vorig jaar hadden we hier een vogelreis georganiseerd, maar tegen de verwachting in waren er relatief weinig trekvogels. Maar dat is natuurlijk een momentopname. Dit jaar hebben we er een natuurreis van gemaakt en dat is heel breed. We kijken naar planten, bomen, insecten, amfibieën, vogels en van alles en nog wat.”

Ad van Uchelen vertelt dat Eco Tourist Services (ETC) vorig jaar voor het eerst een reis naar Mallorca organiseerde. Het bedrijf ETC is van zijn zoon Edo, die het in 1996 opstartte. Ad: “Het begon met een reisje naar Polen. We waren op vakantie en zagen die natuur. Fantastisch mooi en ongerept. Toen zei Edo, hij is een echte natuurman, ik zou eigenlijk best voor mezelf willen beginnen en iets op willen zetten in de geest van een reisorganisatie die iets met natuur te maken heeft. En dan met name reptielen/amfibieën en vogels. Het eerste reisje naar Polen liep als een trein en zo is het gekomen. Nu zijn er 15 tot 20 reizen, zelfs over zee naar Venezuela en naar de meeste Europese landen waar nog een beetje ongerepte natuur te vinden is.”

Mallorca is een eiland met vele gezichten. Langs de zuidwest kust vindt je plaatsen als Magaluf en Palmanova, volgebouwd met hotels. Maar er is meer. Mike: “Je hebt hier nog hele ruige stukken. Rij gewoon dwars over het eiland en kijk om je heen. In weilanden, in bouwlanden, daar vind je van alles wat.”

Verrekijkers en telescopen i.p.v. zonnebrandcreme en strandstoelen voor de Nederlandse natuurgenieters op Mallorca

Verrekijkers en telescopen i.p.v. zonnebrandcreme en strandstoelen voor de Nederlandse natuurgenieters op Mallorca

Nieuwsgierig vraag ik welke plekken er op het programma staan. Mike: “Ses Salines in het zuiden, Formentor, de Bóquervallei in het noorden, de noordkust van Artà en het gebergte van Cúber. Dat komt ook, omdat je daar als het een beetje meezit Monniksgieren kunt zien. Dat zijn heel erg zeldzame beesten. Maar het is ook een fantastische natuur. Er zitten een aantal blauwe en rode lijsters, het is heel divers. Het leuke aan zo’n reis is dat je een aantal verschillende biotopen probeert. Aan de kust, in de bergen, in het binnenland, in de zoutvlaktes, noem maar op. En dan kom je een hele rijke variatie aan flora en fauna tegen. Het leuke van Mallorca vind ik nog altijd dat je het eigenlijk niet als natuureiland kent. Als je zegt ik ga naar Mallorca, dan zeggen de mensen, ga je aan het strand liggen? Maar ik zeg altijd, ga een paar honderd meter van het strand af en je zit midden in de natuur. Fantastisch, echt de moeite waard!”

Als je als natuurliefhebber het eiland bezoekt, zijn er dan geen lawaaiige toeristen die het mooie natuurbeeld verstoren? Ad: “Helemaal niet. We zoeken ze ook niet op. Wij zoeken het ongerepte gebied op, daar waar niet gemest is. Er zijn hier gewoon verloren stukjes grond waar niemand iets mee doet. In tegenstelling tot Nederland waar we mesten en er een bepaalde oogst moet komen.” Mike knikt. “En hoeveel strandtoeristen gaan het binnenland in ? Heel weinig.”

De groep Nederlanders vertrekt dagelijks rond 9 uur uit het hotel, omdat het ontbijt pas vanaf 8 uur beschikbaar is. Dan wordt het hele programma afgewerkt en zijn ze meestal pas rond zeven uur ’s avonds weer terug. De groep bestaat uit een paar fanatieke vogelaars, één of twee fanatieke “plantenmensen” en de rest zit er tussenin. Je zult ze overdag niet op een terrasje tegenkomen, want iedereen neemt z’n eigen etenswaren en koffie mee. “We willen geen tijd verspillen”, legt Ad uit. “En daarom zitten we nooit op een terrasje.”

“Natuurmensen worden wel eens versleten als mensen met sandalen waar geen lachje afkan. Wij vinden dat het tegendeel waar is. Ze zullen er wel zijn, maar dat heb je overal.”

Hoewel er geen terrasje wordt gepikt, geniet iedereen op een andere manier van deze vakantie. Ad: “ Het is een vakantie en dat willen we ze ook laten beleven. Niet te serieus. Je moet natuurlijk niet steeds op die bloemetjes en vogeltjes blijven hameren. Er worden ook leuke dingen beleefd, grapjes gemaakt. Natuurmensen worden wel eens versleten als mensen met sandalen waar geen lachje afkan. Wij vinden dat het tegendeel waar is. Ze zullen er wel zijn, maar dat heb je overal.”

Het in een groep genieten van de natuur ziet Mike als een meerwaarde. “Je kunt het ook alleen doen, maar met zo’n groep weet je waar je moet zijn, je weet wat je kan zien en wij brengen de mensen er gewoon heen. Indien nodig geven we ook nog een beetje tekst en uitleg. Het gaat er ook om dat je zelf niets hoeft te organiseren. En als wij als begeleiders een leuke groep hebben, dan hebben wij net zo goed vakantie. Ik slaap dan misschien maar een uur, maar ik kom hartstikke uitgerust thuis. Die energie in zo’n groep is echt fantastisch.”

In de reisverslagen op de website van ETS lees je telkens weer iets over de lijsten waarop het aantal waargenomen vogels wordt bijgehouden. Het lijkt een soort sport. Ad: “Het is voor ons gewoon vermaak. Het is ook geen officiële competitie. Het versterkt het groepsverband en het is gewoon gezellig en leuk. En we spelen elkaar een beetje uit”, vertelt hij lachend. Mike vult aan dat er wel mensen zijn die alleen voor een paar bepaalde vogelsoorten meegaan. “Maar de meeste mensen gaan mee voor de gezelligheid en te genieten van alles wat hier te krijgen is. Gewoon met een leuk gezelschap op pad zijn. Je kunt zeggen dat je het ook zonder gids of begeleider zou kunnen doen. Maar we zijn niet echt een gids, meer begeleider. We brengen de mensen naar de plekken waar leuke dingen te zien zijn, want in de groep zelf zit genoeg specialisme. Je doet het met elkaar en dat is gezellig, puur genieten.”

“Er zijn echt heel veel vogels die de Balearen benutten om die sprong over de Middellandse Zee te nemen.”

De Kwak, een vogel die op Mallorca vaak te zien is.

De Kwak, een vogel die op Mallorca vaak te zien is.

Ad legt uit dat Mallorca voor de trekvogels als een bijtankstation wordt gebruikt. “Je hebt de grote trek die plaatsvindt over Spanje en Turkije, maar er zijn echt heel veel vogels die de Balearen benutten om die sprong over de Middellandse Zee te nemen. De grootste hap gaat wel over het vaste land en Turkije. Maar de vogels die over de Balearen, Cyprus of Kreta vliegen pakken toch die gevaarlijke weg over zee. Ze zien land en zien voedsel.” Mike: “Ze vallen hier soms halfdood in je handen en dan kun je ze gewoon oppakken. Die beesten zijn echt kapot. Daar sta je niet bij stil. Het gaat om miljarden beesten en als je beseft hoeveel daarvan in zee terechtkomen of op een andere wijze om het leven komen. Dat is gigantisch. Dat is puur de wet van de grote getallen. Anders gaat het niet. Het is fascinerend om dat te beseffen en dat besef je pas als je die trek ziet.”

Mike vertelt nog dat het niet alleen vogels zijn die de grote oversteek maken. “Je hebt ook trekvlinders. Gewoon waanzin dat zo’n fragiel beestje een oversteek over zee maakt.” Ad: “Veel mensen denken dat een vlinder niet tegen een vleugje wind kan, dat hij dan al dood is. Dat is helemaal niet waar.” Mike legt uit dat ook lieveheersbeestjes over zee komen. “Dat wil je niet weten. Net als vogels. Een grote verwondering.”

In de inleiding las u al dat zowel Ad als ook Mike actief zijn bij het IVN. Ad vindt het belangrijk dat er zo’n organisatie bestaat. “Het is een educatieve vereniging die alle mensen een beetje bewust wil maken op het gebied van de natuur”. Mike vindt het grote voordeel van het IVN dat het uit allemaal lokale clubs bestaat. “Als je met IVN op pad gaat, leer je iets dat zich in je eigen directe omgeving afspeelt. Het IVN heeft 180 lokale afdelingen met eigen lokale leden die actief zijn in de natuur op locatie. Dat onderscheidt het IVN bijvoorbeeld van het landelijke Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten.”

Aan het einde van ons gesprek spreken we nog over het “eco karakter” van ETS. Mike: “We proberen zoveel mogelijk de kleine, plaatselijke locaties te gebruiken en indien nodig lokale gidsen in te schakelen. Iets waar de locatie voordeel van heeft.” Ad: “Dat is in Polen ontstaan. De groep werd daar ondergebracht bij de lokale bevolking, die zo ook een centje bijverdient. Dan ben je eco bezig. De mensen waar we overnachten in een logeerkamertje werden daar beter van, want die kregen geld toegeschoven.” Mike vertelt dat ze dat in Georgië nog steeds zo doen.

Maar de mensen van ETS vliegen wel met een milieuonvriendelijk vliegtuig naar hun locatie. Sommige mensen vragen hoe dat kan. Mike: “Het is een noodzakelijk kwaad. We kiezen voor de natuurfactor. Die wordt negatief beïnvloed door het kerosine gebruik, maar positief beïnvloed doordat je in het gebied waar je bent laat zien dat het belangrijk is die natuur te bewaren.” Ad legt uit dat ETS graag ziet dat de vliegreizen met BTW worden belast. “Want die belasting kan je ten goede laten komen aan allerlei zaken om de natuur in stand te houden. Er kan geld vrijgemaakt worden om schonere vliegtuigen te ontwikkelen en om de natuur in stand te houden. Frisse lucht inademen is voor iedereen van belang. Het belasten van vliegreizen ten goede van de natuur is iets waar ETS ook altijd op hamert.”

Tot slot vraag ik of de Nederlanders die op Mallorca wonen ook deel kunnen nemen aan het programma van ETS op Mallorca. Een mogelijkheid waar tot nu toe nog niet aan gedacht was, maar die meteen enthousiast wordt ontvangen. “Ze moeten zich dan via de website aanmelden en kunnen zich dan hier aansluiten. Geen probleem, hartstikke leuk. Er is niks leuker dan om je eigen land op die manier beter te leren kennen.” Ook Ad ziet de voordelen in. “Dat werkt educatief, nooit aan gedacht. Hoe meer mensen de natuur hier komen bekijken, hoe meer misschien het besef komt dat ze zoiets in stand moeten houden.”

Mike: “De Nederlanders op Mallorca kunnen op de website de verslagen lezen, de programma’s bekijken en er uitgebreide informatie vinden. En dan wordt er voor de mensen hier gewoon een speciale prijs gemaakt, want die hoeven de reis natuurlijk niet te betalen. Als de mensen het willen, laat ze het vragen en het wordt geregeld. Graag. Onze groepen zouden ook weer wat kunnen leren van de mensen die hier wonen. Wat weten wij nu eigenlijk van de dagelijkse gewoontes? Of van de cultuurgebruiken? Of misschien kennen zij plekjes die wij niet kennen.”

Dus iedereen die op Mallorca woont kan nu ook met een groep Nederlandse natuurliefhebbers mee op pad om het eiland eens van een andere kant te bekijken. Het spontane idee is niet op commerciële doeleinden gestaafd, want ETS heeft niet de intentie groter te worden, om nog meer reizen te doen, om nog duurdere reizen aan te bieden. Het bedrijf kent sinds ruim 2 jaar al een stop, legt Ad van Uchelen uit. Zijn zoon heeft zo’n 400 klanten per jaar en dat is zijn maximum.

Dit artikel verscheen in maandblad Mallorca Vandaag, juni 2004