Een heel leven in prachtig proza

Seethaler_omslagDEF_10-2 copyOp donderdag 4 juni praat de Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler (1966) in Den Haag over zijn roman Ein ganzes Leben. De Nederlandse vertaling Een heel leven verscheen deze maand bij uitgeverij De Bezige Bij.

Robert Seethaler
Robert Seethaler groeit op in Wenen. Door een aangeboren oogziekte bezoekt  hij een basisschool voor slechtzienden. Na zijn opleiding aan de toneelschool in Wenen werkt hij mee aan tal van film- en televisieproducties en toneelvoorstellingen in Wenen, Berlijn, Stuttgart en Hamburg. De Duitse televisiekijkers kennen hem als de patholoog-anatoom Dr. Kneissler in de politieserie Ein starkes Team. Vandaag de dag woont hij in Wenen en in Berlijn-Kreuzberg.

Als romanschrijver debuteert hij met Die Biene und der Kurt, waarmee hij in 2007 de debuutprijs van het Buddenbrookhaus in de wacht sleept. Twee jaar later wint de film Die zweite Frau de gerenommeerde Grimme-Preis in de categorie ‘beste film’.  Robert Seethaler schreef het scenario. Zijn laatste roman Ein ganzes Leben  krijgt overwegend goede recensies van de Duitstalige literatuurcritici.

Media
Seethaler heeft vóór het verschenen van dit boek al een grote schare fans. Eén van hen is de Duitse journalist, schrijfster en presentatrice Christine Westerman (Zimmer Frei en Das Literarische Quartet): “Een nieuwe roman van Robert Seethaler, dat is voor mij zoiets als een belofte. Als een cadeau waarbij je een beetje bang bent maar waarvan je bijna honderd procent zeker weet, dat het je bevalt.” Ze schrijft verder dat ze de andere vier boeken van Seethaler allemaal voltreffers vond. Ze besprak voor de Duitse omroep WDR ook zijn voorlaatste roman Der Trafikant, die in Duitsland een besteller werd.

“In alle romans van Seethaler duikt een voorliefde voor het leven van een eenvoudige persoon in de provincie op. Zijn protagonisten zijn meestal stille buitenstaanders en excentriekelingen die in een landelijke omgeving liefde zoeken en soms ook vinden, maar die voor de rest voor weinig ophef zorgen.” Dat schrijft de Oostenrijkse literatuurcritica Sigrid Löffler. Ze voegt daar aan toe: “Dat maakt van de schrijver Seethaler een proza-meester van laconieke nuchterheid, een rustige verschijning midden in het medialawaai van de literaire wereld.”

Robert Seethaler (foto: ©Urban Sintel)

Robert Seethaler (foto: ©Urban Sintel)

Een heel leven
Deze roman is mijn eerste kennismaking met Robert Seethaler. Ik heb de originele, Duitse versie van Ein ganzes Leben gelezen. Het verhaal begint op een ochtend in februari 1933. De arbeider Andreas Egger, de protagonist die we een leven lang volgen, probeert de stervende geitenhoeder Johannes Kalischka te redden en draagt hem op zijn rug over een drie kilometer lang besneeuwd bergpad in de richting van het beneden gelegen dorp. Op de eerste bladzijden duikt het thema dood veelvuldig op, een thema dat natuurlijk prima past in een bergachtig sneeuwlandschap. De geitenhoeder Johannes filosofeert er op los en praat over de Koude Vrouw die over de berg komt en haalt wat ze nodig heeft. Na zijn korte betoog weet de uitgemergelde geitenhouder zich uit het houten rek van Andreas te bevrijden en verdwijnt: “De magere gedaante voor hem werd snel kleiner, tot ze ten slotte oploste in het ondoordringbare wit van de jachtsneeuw.” Die zin is afkomstig van het leesfragment dat Borderkitchen online heeft gezet. Let op: alle andere vertaalde fragmenten uit Ein ganzes Leben in dit artikel zijn van mijzelf, tenzij anders aangegeven.

Op pagina drie noemt de geitenhoeder Andreas een hinkepoot. Al snel wordt duidelijk dat Andreas zijn handicap aan de mishandelingen van boer Kranzstocker te danken heeft. De 4-jarige Andreas wordt door een koetsier bij Kranzstocker voor de deur gezet en met tegenzin in het gezin opgenomen. De kleine ‘bastaard’ is het kind van zijn aan tuberculose gestorven, ongetrouwde schoonzus. De buidel met bankbiljetten om Andreas’ nek doet de boer besluiten hem ‘niet meteen naar de duivel te sturen of bij de dominee voor de deur te zetten, wat volgens hem ongeveer op hetzelfde neerkwam.’

Over de eerste vier levensjaren van Andreas Egger is niets bekend. Hij werkt als boerenknecht en wordt flink mishandeld als Kranzstocker zijn agressie met een natte zweep op het lichaam van Andreas afreageert. Deze verschrikkelijke ervaringen zouden kunnen verklaren waarom Andreas Egger zich ontwikkelt tot een zwijgzame persoon die vooral een onopvallend bestaan leidt. Ondanks het kreupele been ontwikkelt Andreas een sterk en krachtig postuur. Als hij ongeveer 18 jaar is – niemand weet wanneer hij precies is geboren – beveelt de boer hem nog een keer om zijn broek uit te doen,  zodat hij hem weer eens met de natte zweep onder handen kan nemen. “Als je mij slaat, dan vermoord ik je!” zegt Andreas nu. “Hoepel op”, antwoordt de boer en Egger gaat er vandoor.

De manke, doch sterke jongeman werkt vlijtig op het land, slaapt in hooibergen, pensions en stallen naast het vee. Op zijn 29e pacht hij een klein stukje grond met een hooischuur erop. Hij leeft in zijn eigen wereldje en is tevreden. Tot de dag dat hij de stervende geitenhoeder ontmoet. Sinds die dag voelt hij ook een hele fijne pijn in de buurt van zijn hart. Die heeft te maken met Marie, het meisje dat in de lokale herberg niet alleen het eten en drinken serveert, maar ook moet schoonmaken en dieren voeren.

Andreas Egger vindt werk bij een bedrijf dat de eerste kabelbanen in de omgeving aanlegt en daarmee een nieuw tijdperk inluidt. Het dorp beschikt opeens over elektriciteit en haalt daarmee licht en lawaai naar het dal. Hiermee wordt ook de basis gelegd voor het toekomstige wintersporttoerisme. Egger is getuige van enkele bizarre ongelukken waarbij de houthakker Grollerer zijn rechterarm verliest en Thomas Mattl tijdens het baden in buitenlucht in slaap valt. De door het ijskoude badwater opgelopen verkoudheid overleeft hij niet. Na een enorme lawine verliest hij zijn geliefde Marie, zijn eigen hut en ontsnapt zelf net aan de dood. Andreas Egger loopt met zijn benen in ‘stralend wit gips’ en probeert te begrijpen wat er is gebeurd.

Een half jaar na de verwoestende lawine treedt hij als onderhoudsmonteur voor de kabelbanen op. Het werk is zeer riskant, twee ervaren bergbeklimmers moesten dit werk met de dood bekopen. Egger zit bij het verwijderen van het ijs en vuil in een houten frame, dat via een rolmechanisme langzaam via de stalen kabels naar beneden rolt, enkel beveiligd met één veiligheidskoord en een handrem. “Hij wist dat zijn leven aan een dunne draad hing, maar zodra hij een mast had beklommen, het rolmechanisme had geïnstalleerd en de karabijnhaak van de veiligheidslijn had bevestigd, voelde hij dat hij vanbinnen rustig werd en dat de verwarde en vertwijfelde gedachten die zijn hart als een zwarte wolk omhulden, in de berglucht geleidelijk verdwenen tot er niets meer dan pure droefheid overbleef.” (Vert. uit ‘Een heel leven’)

De Tweede Wereldoorlog breekt uit. Egger meldt zich vrijwillig aan om ten strijde te trekken. Een nazi-officier stuurt hem terug, want kreupele mensen passen niet in het Duitse leger anno 1938.  Vier jaar later staat Egger voor dezelfde commissie, nu niet vrijwillig. Hij is opgeroepen en nu wel geschikt bevonden voor de krijgsmacht. Hij moet namens nazi-Duitsland het oosten bevrijden.

Acht jaar blijft hij in Rusland, waarvan slechts twee maanden aan het front. De rest van de tijd verkeert hij tussen de krijgsgevangenen in de Kaukasus. Begin jaren 50 keert hij terug in het dorp dat ooit door de lawine werd verwoest. Om hem heen rijden glanzende auto’s, er zijn skipistes, massa’s toeristen en de boeren bieden hun omgebouwde stallen als logeerruimtes aan de toeristen aan. Egger ontmoet de verbitterde boer Kranzstocker die twee zonen in de oorlog verloor. “Nu kun je mij slaan! Sla me!!” Egger rukt zich los en gaat weg. Kranzstocker sterft op het moment dat hij met zijn oor gekluisterd naar een blazersconcert op de radio luistert.

HB Seethaler_978-3-446-24645-4_MR.indd

De originele, Duitse versie

Egger maakt kennis met zijn nieuwe wereld. Hij wordt verliefd op Grace Kelly en is getuige van de televisiebeelden met de eerste landing op de maan. Het bedrijf dat de kabelbanen aanlegde is inmiddels opgedoekt. Egger leeft van een uitkering waar hij als oorlogsveteraan recht op heeft. In 1957 ontmoet hij een ouder echtpaar dat de weg kwijt is. De twee mensen belonen hem voor zijn kundige werk bij het vinden van de juiste wegen. Daardoor komt Egger op het idee zich als berggids aan te bieden. Als hij hier na een tijdje genoeg van heeft doemt er voor de tweede keer een vrouw in zijn leven op. Het is een lerares die na vertrek van het schoolhoofd tijdelijk in het dorp is aangesteld. Egger is niet in haar geïnteresseerd, zij wel in hem. Het wordt niets tussen deze twee mensen en al snel is deze Anna uit het dorp verdwenen.

Egger woont de laatste jaren van zijn leven in een voormalige veestal, een paar honderd meter boven het bergdorpje. “Soms was het een beetje eenzaam in zijn nieuwe woning, maar hij zag zijn eenzaamheid niet als tekortkoming. Hij had niemand, doch hij had alles wat hij nodig had en dat was genoeg. De blik vanuit het raam was wijd, de kachel warm en na één winter verwarmen zou ook de penetrante geur van geiten en vee definitief weggetrokken zijn.” Uiteindelijk eindigt ook het leven van Andreas Egger.

Deze roman kan ik iedereen van harte aanbevelen. De eerder genoemde Christine Westermann noemt het in mijn ogen terecht “voeding voor de ziel”. Ik kan eraan toevoegen dat dit boek ook een heerlijke rust met zich meebrengt. Neem er de tijd voor, bijvoorbeeld op een regenachtige zondagochtend na een heerlijk ontbijt of op een luie namiddag met een kop thee. Lees het met dezelfde aandacht als een gedicht of geniet ervan zoals je van een klassiek concert of jazzoptreden genieten kunt. Neem de tijd om alle zinnen tot je door te laten dringen, niet om zo snel mogelijk naar het einde te snellen. Dat komt na nog geen 160 pagina’s vanzelf wel in zicht.  Het is knap hoe Seethaler het met ogenschijnlijk eenvoudig taalgebruik voor elkaar krijgt de lezer het leven van Andreas Egger te laten voelen, te laten meebeleven.

Interview van de Duitse omroep Bayerische Rundfunk met Robert Seethaler in Berlijn

Een heel leven
Auteur: Robert Seethaler
Vertaler: Liesbeth van Nes
Uitgeverij: De Bezige Bij
Aantal pagina’s: 160
Prijs (gebonden): € 17,50

Borderkitchen met Robert Seethaler
Donderdag 4 juni, 20:00 – 21:00 uur,
Kerkstraat 11, Den Haag
Bezoek de website van Borderkitchen

Berlijnse tweesterrenkok Tim Raue: ‘Waarom is er nou niemand in de politiek trots op wat wij hier presteren?’

Exclusieve enquête van Der Feinschmecker: 96,2 procent van de Duitse toprestaurants voelt zich door de politiek niet gewaardeerd.

feinschmecker

Hamburg (ots) – De uitkomst van een bliksemenquête onder de beste restaurants in Duitsland maakt duidelijk dat er binnen de Duitse topgastronomie frustratie heerst over de politieke koers van de Duitse bondsregering. Op de vraag of ze zich door de politiek voldoende gewaardeerd voelen, antwoordden van de 159 restaurants slechts 6 met ja. Dat betekent dat 96,2 procent zich onbegrepen voelt of door voorschriften en beperkingen in hun werk zelfs belemmerd.

In Berlijn discussieerden afgelopen woensdag de politiek en gastronomie met elkaar tijdens een parlementaire avond, georganiseerd door het onafhankelijke mediaforum TourismusDialog.Berlin. Hierbij speelden het actuele debat over het minimumloon, de gestegen bureaucratie door het werktijdenbesluit, de btw, etc., een belangrijke rol. Het thema luidde: ‘Restaurant Duitsland – voldoende gewaardeerd?’ (Gasthaus Deutschland – genügend wertgeschätzt?) De leiding van het debat was in handen van het in Duitsland toonaangevende culinaire magazine Der Feinschmecker.

Tim Raue (foto © Nils Hasenau)

Tim Raue (foto © Nils Hasenau)

“De frustratie in de Duitse topgastronomie is blijkbaar hoog”, zei Deborah Gottlieb, vervangend chef-redacteur van Der Feinschmecker. De Berlijnse tweesterrenkok en gastronoom Tim Raue (4 restaurants in Berlijn) leverde op het podium kritiek op o.a. de sterk gestegen beperkingen bij het engagement van gastronomen en koks én hij beklaagde zich over het feit dat de Duitse topkeuken een belangrijke toeristische factor is, waar echter geen gebruik van wordt gemaakt. “Waarom is er nou niemand in de politiek trots op wat wij hier presteren”, vroeg hij zich hardop af.

Der Feinschmecker oefende ook kritiek uit op de presentatie van culinair Duitsland op de Expo in Milaan: “In het Duitse paviljoen wordt reclame gemaakt met de deelname van Duitse sterrenkoks. Maar van de enige twee werkelijk bekende gastronomen met uitstekende restaurants is de meest toonaangevende een Italiaan – Marcello Fabbri uit Weimar”, zegt Deborah Gottlieb.

Ook de Belgische tegenhanger van Der Feinschmecker Culinair Ambiance – toonde zich ontevreden over de presentatie van het thuisland op de Expo. Hoofdredacteur Willem Assaert  schreef in dagblad De Morgen een open brief over zijn bezoek aan het Belgische paviljoen.

Meer achtergronden bij de podiumdiscussie in Berlijn staan in de augustus uitgave van Der Feinschmecker, die vanaf 15 juli verkrijgbaar is.

Meer informatie over restaurants in Berlijn staat in de rubriek bouledeberlin van het Vlaamse maandblad Culinair Ambiance, waarin ik sinds april 2014 maandelijks een bijzondere eetgelegenheid voor het voetlicht breng. Naast recensies over o.a. Horváth, First Floor, Les Solistes, GLASS, Filetsück, Meisterstück, Cordobar en Weinbar Rutz verscheen er in 2014 ook een recensie over Tim Rau en zijn gelijknamige restaurant in Berlijn-Kreuzberg:
bouledeberlinn

Tweede album Automat, de band der post-punk grootheden

“Toen ik in 1913 de wanhopige poging ondernam de kunst te bevrijden van het gewicht der objecten, stelde ik een schilderij tentoon, dat niet meer was dan een zwart vierkant op een witte ondergrond…Het was geen leeg vierkant, dat ik tentoonstelde maar veel meer het gevoel van abstractie.”
Kasimir Malewitsch

BB205_AUTOMAT_AlbumWEBWie de muziek van de objecten wil bevrijden, landt vanzelf bij dub – de analoge moeder van alle minimalistische popvarianten. De studio als zwarte kubus, die alles opslokt wat overbodig is of banaal. Ritme en sound zijn daarbij belangrijker dan melodieën. En repetitie blijkt de vorm van de verandering – alleen al omdat de focus op de kleine maar belangrijke details ligt.

Onder deze vooronderstellingen heeft het Berlijnse trio Automat (Jochen Arbeit, Achim Färber en Zeitblom) een buitengewoon album opgenomen. Nog ondoordringbaarder en consequenter dan het vorig jaar verschenen debuut doet PLUSMINUS denken aan de geheimzinnige monolieten van Stanley Kubricks 2001. Hier is niets voorhanden, waaraan je je kunt vasthouden en toch zo veel, dat het de luisteraar in een soort trance verplaatst.

Terwijl prominente gastzangers zoals  Lydia Lunch, Blixa Bargeld of Genesis P-Orridge nog hun stempel op het vorige album drukten, spreekt nu de studio zelf. Het is de jaren ’50 analoge techniek van de Candy Bomber studio’s in Berlijn-Tempelhof. Automat nam in januari in drie dagen tijd alle tracks van het nieuwe album op. Zonder veel te oefenen werd de eerste take genomen – limitatie als kracht. Bijna alle titels van het album dragen de naam van de klankmachines en effectenapparaten die bij het produceren in het middelpunt stonden: de EMT 140 is een lange plaatgalm van twee meter lang, de H910 een harmonizer die al de sound van David Bowie’s Low bepaalde.

Automat. © Martin Walz

Automat. © Martin Walz

Automat-zanger Georg Zeitblom zocht al 10 jaar naar dit apparaat. Zijn uithoudingsvermogen wierp echter vruchten af. De krachtige baslijnen, de delirerende ritmes en hypnotische sounds van PLUSMINUS maken indelingen en genres onbelangrijk. Natuurlijk hebben we hier niet te maken met de klassieke dub-reggae. Ook de Detroit-techno van musici als Terrence Dixon is een ander verhaal. En toch slingert tussen deze polen een soort muziek, waar ook jazz en andere genres gebruik van maken, zonder hun zelfstandigheid te verliezen. De ontwikkeling herken je ook aan de vorige producties, een split-single met Schneider TM en een ep met Max Loderbauer.

Bovenstaande tekst is afkomstig van het Berlijnse label Bureau b, dat tot slot schrijft, dat Automat er met PLUSMINUS in is geslaagd, een meesterwerk af te leveren.

Release concert ‘PLUSMINUS’  Berlijn
18 juni, 22:00 uur
Bar Tausend
Schiffbauerdamm 11
10117  Berlin

Tweede concert op 16 juli in SO36

www.bureau-b.com
www.automatmusik.de