Nexit Revolutie Nederland

firEen kerstverhaal – Het is december, een week voor kerst. De juf, een Nieuw-Nederlandse vrouw met zelf twee kinderen van vier en zes jaar oud, zit in haar beige bermuda en witte poloshirt op een houten krukje voor de groep schoolkinderen. De jongens en meisjes zijn tussen de acht en tien jaar oud. Op dit veldje van basisschool Madeliefje spelen en ravotten ze dagelijks. De kinderen moeten altijd lachen als de juf vertelt dat het in Nederland rond de kerstdagen wel eens sneeuwde. Bij sneeuw denken deze kinderen altijd aan Groenland, het land waar de Kerstman vandaan komt om de cadeautjes te brengen. Daarom vertelt de juf, net als in andere jaren, altijd eerst het verhaal over Nederland en Nieuw-Nederland. Veel kinderen denken namelijk dat Nieuw-Nederland altijd al in Zuid-Amerika lag en tot Brazilië behoorde.

‘De opa van mijn opa, zijn opa en daar weer de opa van, die leefde nog in Nederland’, vertelt de juf. ‘Dat was in de eerste helft van de 21e eeuw.’ Ze wijst met een stok op de landkaart, die met kleine spijkertjes op een schildersezel is vastgemaakt.

‘Deze zee, de Oud-Nederlandse Zee, bestond vroeger uit land. De opa van mijn opa, zijn opa en daar weer de opa van woonde in Amsterdam, dat was de hoofdstad van Nederland.’
‘Juf!’
‘Ja Boris, zeg het maar.’
‘Wat heeft Nederland te maken met Nieuw-Nederland?’
De juf lacht.
‘Ja, Boris, dat is een goede vraag. Wij wonen in Nieuw-Nederland. Maar de opa van mijn opa, zijn opa en daar weer de opa van woonde in Nederland. Hij maakte de Nexit Revolutie nog mee. Jullie weten wel, dat was die revolutie waar we al eens over gesproken hebben. Honderdduizenden Nederlanders gooiden toen al hun geld op één grote hoop en van dat geld charterden ze hele grote vliegtuigen.’
‘Juf, wat is charterden?’
‘Tim, dat betekent dat ze heel veel grote vliegtuigen mochten gebruiken om hier naartoe te vliegen. Ze wilden weg uit Nederland, terwijl een andere groep mensen juist heel trots was op Nederland. Ze waren zo trots op Nederland dat ze geen deel meer wilden uitmaken van de Europese Unie en het heft in eigen hand namen. Het uit de Europese Unie stappen heette Nexit. De catastrofale gevolgen daarvan wilden de tegenstanders van de Nexit niet meemaken en dus vertrokken ze uit eigen beweging uit Nederland. Dat was de beroemde Nexit Revolutie uit de 21e eeuw. Die trotse Nexit-Nederlanders hadden na het vetrek van de Nexit-Revolutionairen opeens de macht. Ze wisten echter niet wat ze er precies mee aan moesten. Eén ding wisten ze wel: het land had een muur nodig. Dus bouwden de Nexit-Nederlanders een muur om Nederland. Ze wilden niemand meer toelaten. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat honderdduizenden mensen vrijwillig met honderden vliegtuigen naar een ander deel van de wereld vertrokken om een nieuw land op te richten. En zo ontstond Nieuw-Nederland. De opa van mijn opa, zijn opa en daar weer de opa van was één van de leiders van de Nexit Revolutie. Hij en zijn vrienden kozen ervoor om de plek waar we nu zitten Nieuw-Nederland te noemen. En zoals jullie weten zijn hier geen grenzen en is iedereen welkom om van het leven te genieten.’
‘Juf?!’
‘Ja, Anja.’
‘Wat is dan Oud-Nederland? Dat begrijp ik niet.’
‘Oud-Nederland bestaat ook niet. Soms praten mensen over Oud-Nederland als ze het over de grote overstroming hebben waarbij Nederland onder water verdween. Zo ontstond wel de Oud-Nederlandse Zee, waar sommige van jullie nog wel eens op vakantie naartoe gaan. De Oud-Nederlandse Zee is dus het gebied waar op het laatst alleen nog die trotse Nexit-Nederlanders woonden. De zee heeft al die mensen opgeslurpt en niemand weet waar ze zijn gebleven.’
‘Juf!’
“Ja, Gerrit.”
‘Heeft de opa van jouw opa, zijn opa en daar weer de opa van het land onder water gezet, omdat hij boos was op die trotse Nexit-Nederlanders?’
‘Goede vraag, Gerrit! Nee, dat hebben ze niet gedaan. Dat heeft de zee zelf gedaan. Maar veel mensen van de Nexit Revolutie waren geen vrienden van de trotse Nexit-Nederlanders, omdat die zichzelf beter voelden dan andere mensen.’
‘Wat is trots, juf?’
‘Trots betekent dat je blij en tevreden bent over wat je hebt gedaan. Of je bent over iets erg tevreden en blij. Dat heet ook trots.’
‘Juf?’
‘Ja, Anne.’
‘Hoe kun je nu trots zijn op een land?’
De juf lacht.
‘Goede vraag, Anne. Natuurlijk kun je niet trots zijn op een land. Zoals jullie weten is land gewoon grond, zoals hier, waar we nu op zitten. En jullie weten dat Nieuw-Nederland de naam is van dit gebied maar het gebied kent geen grenzen. Iedereen mag het noemen zoals hij het wil. In die tijd dachten de mensen nog dat ze ‘hun land’ moesten verdedigen. Nu weet iedereen al lang dat de aarde en al het land van iedereen is. Daarom is het nu ook zo moeilijk uit te leggen in deze tijd, omdat die mensen nog geloofden dat ze een eigen land hadden waar anderen niet mochten komen.’

De kinderen beginnen hard te lachen en gieren het uit. De juffrouw lacht mee, want ze kan zelf ook nog steeds niet geloven dat de mensen vroeger de wereld in aparte landjes verdeelden en daar trots op waren. Dit toch wel absurde verhaal kende ze via de opa van haar opa, zijn opa en daar weer de opa van.

‘Juf, waar zijn die trotse Nexit-Nederlanders dan gebleven?’
‘Ja, Esther. Daar vraag je wat. De zee heeft ze meegenomen, maar niemand weet waar ze zijn. Er zijn mensen die in de Oud-Nederlandse zee zwommen en zeggen dat ze wel eens vreemde geluiden hebben gehoord. Maar de trotse mensen zijn nooit gevonden. Daarom gaan we ervan uit dat de zee de trotse  Nexit-Nederlanders in vissen transformeerde zoals in het verhaal “Trots ten onder”. Ze leven onder water, zonder muren en om in leven te blijven moeten ze met alle andere dieren samenleven.’
‘Voorlezen, voorlezen!’, roepen de kinderen.
‘Op de dag voor kerst lees ik het verhaal voor’, vertelt de juf. ‘Maar eerst gaan we kerstliedjes oefenen. Ik zing “Oh dennenboom, oh dennenboom” en dan zingen jullie…’
‘Wat zijn uw takken wonderschoon!!’
‘Goed zo! Ik heb u laatst in ’t bos zien staan..’
‘Toen zaten er geen kaarsjes aan.!!’
‘Goed! O dennenboom, o dennenboom…’
‘Wat zijn uw takken wonderschoon!!’

Advertenties

Typisch Duits

lonely-chair-1618011-640x960‘Typisch Duits’, denk ik. Op de meeste stoelen liggen jassen en sjaals. In het zaaltje is geen mens te bekennen. Het valt op hoe keurig alle spullen op de circa 50 stoelen zijn achtergelaten. Een brede, rode sjaal ligt precies over het midden van drie zittingen. Op de stoel daarnaast ligt het boek van Geert Mak, de auteur die hier vanavond in het Literarisches Colloquium Berlin een lezing houdt. De plaats daarnaast lijkt vrij. Oh nee, ik heb niet goed gekeken. Er hangt een colbert over de rugleuning en op de donkerblauwe zitting ligt een schrijfblok met een pen erop. De rugzak op de stoel ernaast is niet te overzien. Misschien is daarachter nog een plekje vrij. Ik loop rondom de in carrévorm opgestelde stoelen en bekijk ze rij voor rij.
‘Alles bezet’, zeg ik in het Duits tegen de man die via de terrasdeur de zaal is binnengelopen. Hij antwoordt dat alle bezoekers buiten staan. Ik herken direct zijn Nederlandse accent.
‘Toch typisch Duits om op die manier alle stoelen te kapen’, zeg ik nu in het Nederlands. De man, ik schat hem achter in de 70, knikt langzaam.
‘In vakantieoorden tref je deze Duitse gewoonte ook aan, maar dan in de vorm van handdoeken’, vervolg ik. ‘Ze worden voor het ontbijt op de ligstoelen rondom het zwembad gelegd.’
‘Dat zie je volgens mij ook bij andere nationaliteiten’, zegt de man.
Ik knik.
‘Ja, maar je herkent de Duitsers wel meteen aan de manier waaróp ze hun spullen achterlaten. De handdoeken zijn altijd keurig netjes gevouwen. Dat vertelde een kennis op Mallorca mij, u weet wel, het zeventiende Bundesland. En kijk, ook hier liggen de sjaals er toch extreem ordelijk bij.’
De man knikt. Hij is iemand van weinig woorden.
Ik sta voor de enige stoel die nog niet als gereserveerd is gekenmerkt en ga alvast zitten.
‘En dat is de beroemde uitzondering op de regel’, zeg ik en wijs naar de stoel drie rijen achter me.
‘Die gekreukelde trui past niet in het plaatje. Die is er gewoon op gesmeten. Eigenlijk is dat nog veel erger. De truidrager is vast geen Duitser, maar iemand die het van angst in zijn broek doet om zijn plaats kwijt te raken. Kinderachtig gedrag, vindt u niet?’
Een geluidstechnicus tikt op een microfoon.
‘Test, test.’
Achter me klinkt geroezemoes. De bezoekers keren terug van het terras. Sjaals worden netjes opgerold en alle andere spullen worden keurig van de stoelen gehaald. Ik bekijk de drukte om me heen. De presentator van de avond betreedt nu het podium en ook hij tikt op de microfoon. Ik kijk achterom. De zaal is vol. Drie rijen achter me zie ik de weinig spraakzame man zitten. Op zijn schoot ligt een kreukelige trui. Vanachter zijn grote rechthoekige bril kijkt hij strak voor zich uit. Ik groet hem met een knikje, maar de man die ik zojuist heb gesproken doet alsof hij me niet kent. ‘Typisch Nederlands’, denk ik.

Deze tekst staat ook op Nederland schrijft.

Op weg

broken-glass-1320886-640x640‘Nee!!’ Ik kijk om. Haar fietshelm ligt in de donkere, plakkerige vloeistof die uit het kapotte bierglas stroomt.  Ik weet dat ik iets stoms heb gedaan. Ik dacht nog, zal ik dat bierglas…Maar ach, er was niemand te zien op dit geasfalteerde weggetje voor fietsers en voetgangers, alleen dat bierglas. Waarschijnlijk is het afkomstig van iemand die gisteravond op het Tempelhofer Feld te veel heeft gedronken en het leuk vond onderweg dit glas midden op de weg te zetten.

‘Mijn kind!!’ Het kleine mesje is met haar nek precies in een grote glasscherf gevallen. Ze bloedt heftig.  Haar voetjes zitten bekneld in het kinderzitje. Ik bel zonder na te denken 112. Een man gooit zijn fiets op de grond en trekt het kind voorzichtig uit de plas bloed. De moeder zit onder de schrammen en houdt niet op met schreeuwen. Uit het niets komen twee jongens aangerend, ik schat ze een jaar of zestien. Eentje grist de schoudertas van de jonge moeder, gooit hem naar zijn kameraad. Dan rennen ze er vandoor.

‘Héé!!’ Een sportieve jongeman met een rugzakje om staat op de pedalen van zijn mountainbike en zet de achtervolging in. Een politiewagen maakt slippende geluiden. ‘Stehen bleiben!!’ Een agent rent achter de jongens aan. Hij lost een waarschuwingsschot. Loeiende sirenes van een ambulance worden luider en luider.

‘Bitte!!’ Een stem in mijn telefoon. Ik weet niet meer wat ik zeggen wil. Een ongeluk, een kind bloedt, een hysterische moeder, twee dieven. Het zijn beelden die door mijn hoofd schieten als ik dit lege bierglas midden op de weg zie staan. Er zou iemand tegenaan kunnen fietsen. Een moeder met een kind achterop. Ik pak het glas en neem het mee naar het Tempelhofer Feld. Ik weet dat daar vuilnisbakken staan. Ik kijk nog even achterom en haal opgelucht adem. De weg is vrij.