Berlijn Europese hoofdstad van de jazz

Hoofdgebouw van de "Alten Münze" aan de Mühlendamm 3 (foto: Wikipedia)

Hoofdgebouw van de “Alte Münze” aan de Mühlendamm 3 (Foto: Wikipedia)

Als het aan de Duitse trompettist Till Brönner ligt wordt Berlijn de Europese hoofdstad van de jazz.  Zijn visie: een jazztempel zoals in New York, inclusief orkest en de ondersteuning van jong talent.

Jazzmekka
Het oude gebouw Alte Münze aan de Spree is zo’n gebouw wat om cultuur schreeuwt. Zo staat het in een bericht van Deutsche Welle. Momenteel bevinden zich hier al culturele bewoners zoals kunstenaars, muziekproducers en een fabrikant van milieuvriendelijke limonade. Bovendien dient het gebouw als concertlocatie. Op stapel staat de komst van een jazzmekka dat musici uit de hele wereld moet lokken. Met podia, studio’s, een academie en een eigen huisorkest.

Politiek
Met deze visie loopt de jazztrompettist Till Brönner al jaren rond. Nu zou zijn visie omgezet kunnen worden. Immers, Brönner heeft al belangrijke en invloedrijke mensen voor zijn project kunnen overtuigen. De cultuurminister Monika Grütters bijvoorbeeld. En de nog in zijn ambt zijnde Berlijnse staatssecretaris voor cultuur Tim Renner. Bovendien nog twee leden van de begrotingscommissie van de Duitse Tweede Kamer. Daar wordt nu 12,5 miljoen euro voor de sanering van de Alte Münze vrijgemaakt.

Geld
Dat is echter pas de helft van het bedrag dat nodig is voor een complete sanering van de ruimtes die 10.000 m2 in beslag nemen. Het is nog niet duidelijk wie voor de andere helft van de kosten zal opdraven. Evenmin is onduidelijk wie de lopende kosten van ongeveer vijf miljoen euro per jaar voor zijn rekening neemt, hoe de huidige huurders tegenover het voorstel staan en wat eigenlijk de toekomstige senator voor cultuur Klaus Lederer van de politiek partij “die Linke” hiervan vindt.

Het voormalige munthuis op de binnenplaats van het gebouwencomplex (Foto: Wikipedia).

Haalbaarheid
Om open vragen te beantwoorden heeft Till Brönner een haalbaarheidsonderzoek van 120 pagina’s op tafel gelegd. Alleen al daarvoor heeft de Duitse regering 50.000 euro uitgegeven. In het rapport van dit onderzoek staat onder andere dat “de tijd is gekomen een signaal af te geven voor de tot integratie leidende kracht van muziek in Europa”. In Berlijn zou een centraal en cultureel oord moeten ontstaan waar Duitse en internationale gasten gebruik van kunnen maken, waar talenten ondersteund worden, waar uitwisseling en onderzoek plaatsvinden en waar tradities in stand worden gehouden.

JALC
Als voorbeeld geldt het Jazz at Lincoln Center (JALC) in New York. Dat centrum had in zijn vaandel geschreven “de global community van de jazz in stand te houden, te verrijken en uit te breiden” zoals het in de statuten van de JALC geschreven staat. Jazz, zo heet het verder, is een metafoor voor democratie.

Nu zal dus de Duitse pendant in Berlijn ontstaan. Als jazzstad heeft Berlijn al lang een naam. Sinds 1964 vindt hier het “Jazzfest Berlin” plaats, een van de meest gerenommeerd en oudste jazzfestiviteiten in Europa. Internationale musici komen graag naar Berlijn. De hoofdstad heeft altijd nog een grote aantrekkingskracht op creatieven uit de hele wereld. Volgens Till Brönner kan een “House of Jazz” alleen in Berlijn ontstaan.

Toekomst
De financiële wegen voor Brönners droom zijn gepland – echter nog door de oude deelstaatregering. De overige vragen zijn voor de nieuwe regering. Of daar ook zo veel jazzvrienden in zitten, dan zal nog moeten blijken.

Bron: Deutsche Welle, 28-11-2016
“Berlin bekommt ein “House of Jazz”

Till Brönner is een doorgewinterde, professionele trompettist. Hij geldt momenteel als de meest succesvolle Duitse jazzmuzikant wereldwijd. Ook bij het afscheidsdiner van bondskanselier Merkel voor aftredend president Obama trad Till Brönner op 17 november 2016 op.

Op 11 november zond de ZDF de documentaire “Till Bröner hinterm Rampenlicht” uit. “De jazztrompettist over discipline, eenzaamheid en wat hem drijft” :
https://www.zdf.de/gesellschaft/ml-mona-lisa/ml-mona-lisa-clip-4-100.html 

JUMP!

jumpZou ik het nieuwsbericht nog kunnen achterhalen? Dat dacht ik afgelopen vrijdag. Ik reed over de A2 richting Bad Oeynhausen met als einddoel Münster en luisterde naar de autoradio. Het nieuws vond ik namelijk wel grappig, maar wat direct na het nieuws volgde was nog veel grappiger.

Het is vandaag zondag. Ik ben terug in Berlijn en heb het nieuwsbericht met hulp van Google teruggevonden. Waar gaat het over? Wel, de tribunes van de MDCC-Arena in Magdeburg blijken niet al te stabiel te zijn. De stad Magdeburg is eigenaar van het voetbalstadion. Ambtenaren van de stad verrichtten metingen en kwamen tot de conclusie dat de tribunes door het springen van hordes fans tot 3 centimeter op en neer bewegen. Daardoor wordt de levensduur van het stadion aanzienlijk verkort, aldus mijnheer Heinz Ulruich van de stad Magdeburg. Bij het ontwerp van het in 2006 geopende stadion werd rekening gehouden met een minimale houdbaarheid van 50 jaar. Echter, volgens de metingen zou bij gelijkblijvende belasting het stadion rekenkundig gezien nog zeven-en-een-half jaar kunnen blijven staan.

Gaat de stad Magdeburg een springverbod invoeren? Dat vroegen veel mensen zich af. Nee, zegt Hartmut Schütt. Volgens hem bestaat er geen acuut gevaar en zijn de trillingen nog binnen de norm. Ook een sluiting van het stadion is volgens hem vooralsnog uitgesloten.

Dat was het nieuwsbericht. Direct daarna volgde het onbedoeld leukste stukje, namelijk de jingle van de radiozender. Een doodgewone jingle om duidelijk te maken naar welke zender je luistert. Ik dacht, als ik dit bericht én de jingle kan terugvinden, dan schrijf ik er iets over op mijn blog. Waarom? Inderdaad, vanwege de jingle!

Bron Jumpradio: Hüpfen der Fans verkürzt Lebensdauer des FCM-Stadions

Kasteel der ontredderden

castle-1464261I
– Het gaat over ontreddering.
– Vertel.
– De ik-persoon weet dat hij ontredderd is. Hij doet er alles aan zijn gemoedstoestand geheim te houden. In de wereld om hem heen ziet hij veel mensen die hun ontreddering verbergen. Ze verkeren vaak in hoge posities, zijn succesvol en leven overwegend om hun ontreddering te maskeren. Ze nemen drugs of worden suïcidaal, zo bang zijn ze dat hun ontreddering aan het daglicht komt.
– Dat klinkt interessant.
– En degenen die zichtbaar ontredderd zijn hebben het in feite beter. Ze kunnen hun ontreddering niet meer verbergen. Ze lijken verloren, maar zijn dat juist niet. Ze berusten erin dat ze ontredderd zijn.
– Wie komen er allemaal in je verhaal voor?
– Wie allemaal? Het gaat om de ik-persoon die alles waarneemt. Hij is bang voor zijn eigen ontreddering, voortdurend op de vlucht en dat beschrijft hij allemaal.
– Oké, maar wie zijn je andere personages?
– Welke andere personages?
– Wie spelen er nog meer mee? Als uitgever heb ik een boek met personages nodig. Een verhaal dat alleen over jouw beleving van ontreddering gaat heeft geen schijn van kans.
– Maar voor de rest speelt niemand een rol van betekenis.
– Een relatie? Je hebt toch wel een verhouding of affaire gehad? Seks, overspel, ruzie?
– Ik was een tijdje samen met een vrouw.
– Dat klinkt niet erg spannend. In een roman móet je uitgewerkte personages hebben. Je bent echter niet de enige met dit probleem. Daarom hebben we twee jaar geleden het Kasteel opgericht en daar stuur ik je graag naartoe.
– Naar het Kasteel?
– Het Kasteel der Ontredderden, opgezet voor schrijvers zoals jij. Je mag er één keer gebruik van maken voor je roman, daarna is het verboden terrein. Het is een inspiratiebron om personages te vinden. Je hebt ze 24 uur per dag om je heen. Ze vertellen je alles.
– Ze?
– In jouw geval zijn dat drie vrouwen en drie mannen.
– Stelletjes?
– Daar moet je zelf achter komen.
– Maar ik wil geen liefdesroman schrijven.
– Wat wil je dan? Een eendimensionaal boek? Niemand herkent zich daarin.
– Misschien toch? Is niet iedereen alleen?
– Daar hebben we het al tig keer over gehad en je kent mijn standpunt. Ja, iedereen is alleen en nee, niemand wil het weten en ja, inderdaad, dat wil niemand lezen, en …
– … dus gaan we zo’n boek niet uitgeven.
– Zo is het.

II
– Linda?
– Of Karin, als je die naam beter vindt voor je personage mag je me ook Karin noemen.
– Linda is oké. Heb je een vriend?
– Je valt wel met de deur in huis. Nee, ik heb geen vaste vriend. En nu wil je zeker weten of je kans maakt met me naar bed te gaan.
– Hoezo?
– Ik woon hier al langer dan je denkt. Als je homo bent kun je dat beter meteen zeggen, geen probleem, Freek zal je met open armen ontvangen.
– Nee.
– Oh.
– Ik ga wandelen.
– Je gaat wandelen?!
– Ja, ik ga wandelen.

III
– Linda vertelde me dat je niet met haar naar bed wilde, dat je geen homo bent en dat je wilde wandelen. Anderhalf uur!
– Zo is het. Is dat erg?
– Nou ja, Linda was nogal geschokt. Het is voor haar de eerste keer dat ze bij de komst van een nieuwe schrijver die geen homo is geen seks had. De meeste schrijvers weten wel van wanten. En je hebt meteen je eerste seksscène te pakken. Bovendien is Linda een aantrekkelijke vrouw.
– Ik ben geen maagd als je dat bedoelt. Ik kan een boek schrijven met alle mogelijke seksscènes, alles uit eigen ervaring.
– Oh, daaraan ligt het dus niet.
– Hoe kom je daar nou bij? Ik zei toch dat ik geen personages heb. Ik had een relatie met een vrouw die behoorlijk normaal was. We hadden seks, we hadden wel eens ruzie, we dronken wel eens te veel wijn, ik was wel eens jaloers, je kent het wel. Niet echt om over naar huis te schrijven, laat staan er een boek aan te wijden.
– Dus geen personages?
– Zo is het.
– Goed. Dan laat ik je in het Kasteel achter, met alle risico’s voor de uitgeverij. Binnen de kasteelmuren zijn genoeg personages voorhanden, maar aan de andere kant…als je er niets mee kan dan komen we niet echt verder.
– Dat klopt.
– Mij schiet opeens te binnen dat je goed in de No Escape Group past, de NEG. De directe confrontatie zonder mogelijkheid weg te lopen. Die groep is je enige kans en bevindt zich overigens ook in het Kasteel.
– Je gaat me opsluiten?
– Ik ga je in een wereld vol personages zetten waar je niet omheen kunt. Je krijgt een baan en een leuke chef als personage. Je werkt parttime zodat je tijd hebt om te schrijven. En je krijgt een huisgenoot.
– Een huisgenoot?
– Een personage natuurlijk, maar wel van vlees en bloed. Schrijf op hoe je haar ziet, wat je van haar vindt. Geef al je twijfels, gedachten en fantasieën de vrije loop en schrijf het op. Het belangrijkste: blijf en loop niet weg!

IV
– Ik wist het! Natuurlijk geven we de roman uit. We nemen zelfs de titel over.
– Het moet ook Kasteel der Ontredderden heten, want er komt een vervolg.
– Een vervolg, woh!
– Ik moet dan wel terug naar het Kasteel.
– Je weet dat het Kasteel na één roman verboden terrein is. We zijn al heel schappelijk door het bestaan van het Kasteel nu min of meer bekend te maken.

V
– Leuk! De uitgever gaat dus overstag. Het slot zou ik misschien nog wat uitwerken.
– Ja, ik weet nog niet precies hoe het afloopt. Maar als collega vind je het goed?
– Absoluut. Niet voor een roman, maar voor een kort verhaal is het perfect!