Het leven bestaat uit meer dan een duim

balloon22Duimpje omhoog, duimpje naar beneden, commentaar of geen commentaar. Reageren op een bijdrage is nog nooit zo zwart-wit geweest sinds de teloorgang van de zwart-wit gedrukte kranten.

Binnenkort bestaat de mogelijkheid op internet aan te geven dat je een bijdrage een goed discussiepunt vindt. Dat doe je door te kiezen voor een DP. De volgende stap is het discussiëren over standpunten, want de DP is gekoppeld aan restaurants, kroegen en andere vergaderlocaties waar DP-klikkers bij elkaar komen om over hun DP te praten.

DP, niks over gelezen, wat een onzin. Dat kan een reactie zijn op dit stukje. Ik kan er deels in meegaan. Dat je er nog niks over hebt gelezen is namelijk goed mogelijk, want het idee ontstond een half uur geleden tijdens het drinken van een kop koffie. Dat het onzin is, dat bestrijd ik natuurlijk ten zeerste, want anders zou ik mijn idee hier niet aan het digitale papier toevertrouwen.

De extra functie onder nieuwsberichten is noodzakelijk, omdat veel mensen vóór ze het bericht lezen al denken in ‘voor en tegen’. Maar als iemand nu eens denkt, dat is een interessant discussiepunt, dan blijft een klik achterwege. Met de komst van de DP-functie zal duidelijk worden of de mensen nog wel bereid zijn met elkaar in discussie te gaan. En misschien blijkt ook wel dat er een grote niet-klikkende meerderheid in het land blijkt te bestaan die opeens klikt.

Bij sommige mensen roept het woord discussie associaties op met uren lang ouwehoeren en liters thee drinken. Maar niet getreurd, er zijn tal van varianten. Wat te denken van eens heerlijk doorzakken in de kroeg en ondertussen discussiëren? Hierbij verdient het wel aanbeveling alles de volgende dag nog eens met een kop sterke koffie (of thee) na te lopen.

Moraal van dit verhaal: het leven bestaat uit meer dan een duim. Ideeën uitwisselen om op nieuwe ideeën te komen zou weer een optie moeten zijn. De eerste stap om kenbaar te maken dat je bereid bent met elkaar van gedachten te wisselen is de invoering van de DP.

Advertenties

De media en rechts-populisme

V.l.n.r.: Bascha Mika, Rolf-Dieter Krause, Anke Plättner, Juurd Eijsvogel en Dieuwke van Ooij.

V.l.n.r.: Bascha Mika, Rolf-Dieter Krause, Anke Plättner, Juurd Eijsvogel en Dieuwke van Ooij.

Gisteravond discussieerden in de Nederlandse ambassade in Berlijn twee Duitse en twee Nederlandse journalisten over de omgang van de media met rechts-populisme in zowel Duitsland als Nederland. De podiumdiscussie werd geleid door de Duitse televisiejournaliste Anke Plättner en ingeleid door Hanco Jürgens, wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut Amsterdam.

Duitsland correspondent Juurd Eijsvogel van NRC Handelsblad en Dieuwke van Ooij van Nieuwsuur zitten op het podium tegenover Bascha Mika, chef-redactrice van Frankfurter Rundschau en Rolf-Dieter Krause, voormalig leider van de ARD-studio in Brussel. Anke Plättner stelt de ‘vertegenwoordigers van de Lügenpresse’ aan het publiek voor en daarmee is de toon meteen gezet.

“Ons noemen ze eerder linkse maffia”, zegt Dieuwke van Ooij en maakt duidelijk dat hier al een verschil bestaat tussen de twee landen. De vraag is hoe de media hiermee omgaan en hoeveel aandacht ze er aan besteden. Volgens Bascha Mika krijgt de AfD in Duitsland verhoudingsgewijs meer aandacht dan de partij verdient. Juurd Eijsvogel vindt dat je wel een verschil moet maken tussen de provocaties die je telkens hoort en de kiezers. Die laatste groep moet je volgens hem onderzoeken.

Hij zegt ook, en daarmee ondersteunt hij ongewild mijn standpunt, dat je duidelijk moet maken dat de PVV geen partij is maar enkel uit Geert Wilders bestaat en dat die man de rechtsstaat niet accepteert. “In Nederland is het al zo ver dat men dit normaal vindt”, aldus Eijsvogel. De NRC correspondent maakt ook duidelijk dat je de PVV niet met de AfD kunt vergelijken. Hij zegt ooit AfD-leden gezien te hebben die flink met elkaar discussieerden. “Dat is in Nederland bij de PVV niet aan de orde.”

Rolf-Dieter Krause legt uit dat je in Duitsland naast het rechts-populisme ook het links-populisme hebt. Hij noemt in deze context het CETA handelsakkoord en de houding van de Duitse SPD. Volgens hem wordt er dan met dezelfde angst gewerkt als bij het rechts-populisme.

Welke houding neem je als journalist aan? Dat wil gespreksleidster Anke Plättner weten. Bascha Mika zegt dat ze in haar werk onder andere de rechten van de mens en de vrouwenrechten in acht neemt. Dieuwke van Ooij benadert de vraag anders en spreekt over neutraliteit. Volgens haar moet de publieke omroep in Nederland neutraal zijn, is dat een ‘allereerste vereiste’. De Duitse journalisten kijken enigszins verwonderd, want met name Rolf-Dieter Krause staat bekend om zijn persoonlijke commentaren vanuit de ARD-studio in Brussel. “Neutrale journalistiek bestaat niet”, merkt Bascha Mika nog op.

Rolf-Dieter Krause gaf op de Duitse televisie geregeld zijn eigen mening bij actuele onderwerpen:

Het gaat deze avond ook om feiten. Juurd Eijsvogel zegt dat hij liever had gezien dat de Duitse journalisten minder interpreteren als ze bijvoorbeeld over de Pegida en Dresden berichten en meer met feiten en citaten werken. Rolf-Dieter Krause wil wel eens weten wat er in Nederland gebeurt als het werken met feiten niet meer functioneert. Wanneer moet je als journalist je neutraliteitspositie overschrijden? Een duidelijk antwoord op die vraag komt er niet.

Er komen ook vragen uit de zaal, die grotendeels is gevuld met journalisten. De vraag waarom er zo weinig vertrouwen is in de Duitse publieke omroep pareert Bascha Mika met een feit, namelijk dat recent onderzoek heeft uitgewezen dat het vertrouwen in de Duitse publieke omroep en de kwaliteitskranten (link naar dit onderzoek) groot is. Rolf-Dieter Krause zegt dat hij überhaupt niet de indruk heeft dat mensen geen vertrouwen hebben in de Duitse publieke omroep.

Aan de Nederlandse verkiezingen doen maar liefst 28 partijen mee. Dieuwke van Ooij zegt dat ze daardoor het land in moet om de partijen aan de kijkers voor te stellen. Onder de partijen bevinden zich volgens haar ook populistische migrantenpartijen. De journaliste van Nieuwsuur benadrukt weer dat alles zonder commentaar wordt uitgezonden.

Er klink licht gekuch in de zaal als Dieuwke van Ooij zegt dat de publieke omroep in Nederland officieel geen mening heeft. Het klinkt dan ook wat merkwaardig. Bascha Mika merkt op dat het in Duitsland de plicht van de publieke omroep is een maatschappelijke bijdrage te leveren aan de samenleving. Dieuwke van Ooij blijft herhalen dat de publieke omroep in Nederland geen mening mag hebben.

Hoe kon Wilders zo groot worden? Door die vraagstelling lijkt het er even op alsof het de Nederlandse journalistiek te verwijten valt dat Wilders zo groot is geworden. Dieuwke van Ooij zegt dat er bij haar organisatie altijd met de oude, vertrouwde journalistieke methoden is gewerkt. Het is niet duidelijk of ze dit nu toejuicht of afkeurt. Wel geven de Nederlandse journalisten aan dat in Nederland een groep mensen zich niet vertegenwoordigd voelde en dat men die groep te weinig aandacht heeft gegeven. Hetzelfde geldt voor Duitsland. Bascha Mik zegt dat de pers die groep ontevreden mensen eerst klein heeft gemaakt om ze vervolgens groot te maken.

Duits wetsontwerp tot massaal uitlezen mobieltjes van asielzoekers en vluchtelingen

mob-5-3-1427311Ambtenaren van het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge (BAMF) mogen mobiele telefoons van asielzoekers checken om hun identiteit vast te stellen. Dat staat in een wetsontwerp van het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het dagblad Süddeutsche Zeitung en de omroepen WDR en NDR beschikken over dit document. Over het wetsontwerp moet nog gestemd worden. Het ministerie maakt vóór deze stemming geen nadere details bekend.

Volgens de Süddeutsche Zeitung blijkt uit het voorhanden zijnde document welke omvang deze mogelijkheid tot het vaststellen van de identiteit in de toekomst zal hebben. Het ministerie schat dat in het jaar 2016 50 tot 60 procent van de asielzoekers tot het uitlezen van de mobiele telefoon in aanmerking waren gekomen. Dat zouden ongeveer 150.000 mensen zijn geweest. De over het hele land verspreide kantoren van de BAMF zullen met gerechtelijke hard- en software worden uitgerust zodat ongeveer 2.400 informatiedragers (zoals een mobiele telefoon) per dag uitgelezen kunnen worden.

Het gebeurt niet zelden dat vluchtelingen met andere namen, zogenaamde aliasnamen,  werken. Velen doen dit preventief uit angst uitgewezen te worden. Sommige vluchtelingen gebruiken ook aliasnamen om gemakkelijker misbruik te kunnen maken van sociale voorzieningen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken mag sinds 2015 gebruik maken van de mogelijkheid mobiele telefoons of andere informatiedragers uit te lezen, maar was in die gevallen altijd aangewezen op de toestemming van de eigenaar van de mobiele telefoon. Normaal gesproken is het uitlezen van mobiele telefoons eigenlijk alleen mogelijk bij de verdenking van een strafbaar feit én met een rechterlijke beslissing.

Bron
Süddeutsche Zeitung, 19 februari 2017: Bamf soll Identität von Asylbewerbern durch Blick ins Handy überprüfen