Kerst in Amsterdam

vpHet hele huis was leeg. Bernard voelde zich een tevreden mens. Morgen zou de makelaar komen om het pand aan de potentiële kopers laten zien. ‘Maar heeft u dan geen nieuw adres?’, had de makelaar hem gevraagd. Bernard legde uit dat hij geen eigendom meer wilde hebben. ‘Geen bezittingen, geen werk, geen verplichtingen, geen rompslomp, helemaal niks.’

Bernard liet zich met een taxi naar het park in het centrum van de stad rijden. Hij kende deze omgeving maar al te goed, want naast het park lag het kantoor waar hij jaren lang als advocaat veel geld verdiende.

Deze winterdag scheen de zon volop, de wind was guur. Bernard droeg twee zwarte, versleten plunjezakken met daarin een slaapzak, truien, jassen en dekens. Doelbewust wandelde hij naar de plek die hij in gedachten had. Als hij vroeger het kantoor even verliet om een wandeling te maken liep hij altijd langs deze plek. Hij wist toen al, ruim een jaar geleden, dat hij hier wilde wonen. De plek had een aantrekkingskracht op hem. Wonen in dit park betekende voor Bernard vrijheid, los van de maatschappij, los van mensen die hij ongewild aantrok en los van afspraken die hij niet wilde maken.

Onder een grote kastanjeboom streek hij neer.
‘Hier ben ik dan’, zei hij en omarmde de dikke stam van de boom. Het was al donker. Hij besloot eerst zijn slaapplaats in orde te maken. O, wat voelde hij zich goed, net als vroeger, als kind in een zelfgebouwde geheime hut die niemand wist te vinden. Een geheime plek op aarde van waaruit je alles kon zien en waar tegelijkertijd niemand op je lette.

De volgende ochtend werd hij door het zingen en zo nu en dan ook krijsen van de vogels gewekt. Kon het mooier? In deze wereld had de wekker nog geen intrede gedaan. Hij kroop uit zijn slaapzak en keek gapend, met een slaperige blik, om zich heen. Hij herkende de kaarsrecht zittende fietsers met lange mantels en aktetassen. Ze trapten alsof hun leven er vanaf hing maar hij herkende ook de nonchalant slingerende fietsers. Dat waren de mensen die liever thuis waren gebleven maar die zich louter door financiële noodzaak nu ook in het werkverkeer ophielden. Bernard zocht zijn sigaretten. Alle luxe had hij opgegeven, maar aan drank en sigaretten zou hij verslaafd blijven, daar was hij van overtuigd. Maar er zijn ergere dingen op de wereld, dacht hij altijd als een slecht geweten zich opdrong.

Op weg naar de supermarkt slenterde hij langs het advocatenkantoor. Aan het einde van het park liep hij bijna tegen een zwerver op, een échte. De man droeg veel te grote, hoge schoenen met gaten aan de voorkant. Een soort legerkistjes die aan de voorzijde leken op de openstaande muilen van een krokodil. Zijn te grote, grijze mantel zat deels onder de duivenpoep en het was niet duidelijk wat zich allemaal in de woeste baard bevond. Bernard knikte zoals motorrijders of buschauffeurs elkaar onderling groeten, maar de man scheen niet te merken wat er om hem heen gebeurde.

‘Dat was een spiegelbeeld’, dacht Bernard en verliet met een langzame tred het park. Op straat fietsten de mensen gehaast door het rode stoplicht. Andere mensen keken vanuit een vastzittende tram chagrijnig naar buiten. Kortom, het was een gewone door-de-weekse dag in Amsterdam. Op de stoep voor de supermarkt bleef Bernard even staan. In de etalageruit van Albert Heijn bekeek hij zichzelf. Een lange man van bijna veertig, ongeschoren, gehuld in een rood winterjack. Op zijn langwerpige hoofd zat een zwarte, ronde muts. Om alvast te wennen aan zijn nieuwe bestaan graaide hij in een prullenbak. Hij haalde er niets uit, want voorlopig had hij meer dan genoeg geld om eten en drinken te kopen. Hij wilde het alleen al een keer gedaan hebben om er een gevoel voor te ontwikkelen, een nieuwe routine. In de supermarkt kocht hij een volkorenbrood, een stuk kaas, sigaretten, een kurkentrekker en twee flessen wijn. Het winkelwagentje nam hij mee naar buiten. Hij voelde zich een stuk beter nu hij die zware zakken niet meer mee hoefde te sjouwen. En rode wijn op je nuchtere maag, dat is even wennen, maar na een halve fles viel ook dat wel mee.

Drie maanden later wandelde een oude collega langs zijn slaapplaats in het park. Bernard zat met een verwilderde baard en zijn zwarte ijsmuts op zijn kop voor zich uit te kijken. De ex-collega keek hem even aan, maar herkende hem niet. Bernard was in die drie maanden al aardig gewend om op straat te leven. Hij deed de hele dag niets anders dan wat rondlopen met z’n winkelwagentje. Zo nu en dan nam hij een warm bad in een hotelkamer. Hij kende de eigenaar die er geen moeite mee had als Bernard 100 euro voor het gebruik van een badkamer op tafel legde.

Op een maandagavond zat hij ontspannen in zijn slaapzak van de sterrenhemel te genieten, totdat er plots drie figuren voor hem stonden.
‘Wij kunnen u helpen’, zei een jonge vrouw. Hij schatte haar niet ouder dan 25. Aan het accent te horen kwam ze oorspronkelijk uit Frankrijk.
‘We hebben woonruimte voor u’, vervolgde een man die haar vader kon zijn. Misschien was het wel haar vader.
‘En eten en drinken’, zij een derde man, die de broer van de vrouw kon zijn, wat leeftijd betreft. Misschien was het wel haar broer.
Bernard keek omhoog. Twee mannen en een vrouw. Wat moesten ze van hem?
‘Met kerst helpen wij altijd andere mensen’, zei de jonge vrouw en keek achterom. Bernard zag dat ze in een camera keek.
‘Kom ik op televisie?’, vroeg hij.
‘Als u daar bezwaar tegen heeft dan filmen we niet’, zei een oudere man met een pet. Hij had deze man nog niet gezien, omdat hij achter de cameraman stond. Dat was duidelijk de oudste van het gezelschap.
‘Ja, ik heb daar bezwaar tegen’, zei Bernard. ‘Film liever de trieste mensenmassa die hier iedere dag voorbij trekt. Als je mensen wil helpen, help hen dan. Maar laat mij met rust, Jezus!’

De man met de pet gaf opdracht te vertrekken en zwijgend liep het gezelschap verder.
Bernard voelde zich onrustig door dit onverwachte bezoek. Hij trok een fles dure wijn open. Zo lang hij nog geld had zag hij niet in waarom hij goedkope wijn zou drinken. Even later wandelde hij met z’n wagentje door het park, in de richting van het centrum. Vlakbij de toegang tot het park zag hij dat zijn vriend Arie door dezelfde mensen werd ondervraagd, door het groepje dat hem eerder eten en drinken aanbood.

‘Het is kerst en wij willen u graag helpen. Wij volgen het pad van de Heer.’
‘Hé, Arie!’
Arie keek op. Hij was blij dat Bernard te zien. Arie’s grote ogen schitterden in het felle licht van de lamp die iemand van de televisieploeg op zijn gezicht richtte. Bernard zag dat de man met de pet zijn kant opkeek. De petdrager stampte kwaad met z’n voet op de grond.
‘Arie, heb je bezoek? Niet vertrouwen die mensen. Ze liegen. Ze beloven je van alles Arie, maar ze zijn niet goed. Weet je dat ze zelfs geloven dat God een man is die boven in de hemel woont en alleen mensen te woord staat die via het bidden in de kerk contact met hem opnemen?  Hoor je dat, Arie, deze mensen zijn nog gekker dan wij!’
Arie lachte en nam een grote slok wijn.
‘God ben ik zelf, iedereen is god, dus mijn god, laat me met rust’, riep hij en zwaaide met zijn armen in de richting van de televisieploeg. De vrouw werd zichtbaar kwaad.
‘Wij willen alleen helpen, begrijp dat dan’, zei ze kwaad en met een luide stem.
‘Laat maar’, zei de geïrriteerde man met de pet, ‘deze mensen zijn al door de duivel besmet. Kom, we gaan.’

En zo vertrok de televisieploeg weer, op zoek naar zwervers die door de televisiemensen geholpen wilden worden. Maar ze waren nergens welkom. Overal werden ze uitgelachen. Moe en teleurgesteld verliet de televisieploeg uiteindelijk het park.  Ze gingen naar huis maar ze voelden zich verdrietig en hadden allemaal een slecht humeur. En er was niemand in de stad om ze te helpen of te troosten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s