Op pad met Art Garfunkel

Art Garfunkel 2013 (Foto: Wikipedia)

Art Garfunkel wandelde jarenlang door Europa. Waarom? Op die vraag wilde een Duitse journaliste in 2015 een antwoord hebben. Destijds schreef ze een interessante reportage over haar wandeling met de New Yorkse zanger die vooral bekend werd als de helft van het duo Simon & Garfunkel.

Ik schrijf hier iets over die reportage, omdat de journaliste van Zeit Magazin de eerste was die hem tijdens zijn wandeling in Europa interviewde en ik hierover in het Nederlands niet eerder iets heb gelezen.

Anna Kemper heet de journaliste. Ze begint haar stuk met de beschrijving van Art Garfunkel op de dag van de wandeling. Het is dinsdag 19 augustus 2015, iets over half acht in de ochtend. Hij draagt de spullen bij zich die hij bij zijn wandelingen altijd paraat heeft: een hoed (tegen de zon), een boek (tegen de verveling), een zakdoek, papier, pen, landkaart, snoepjes (smaak: kersen).

Zijn project om te voet dwars door Europa te wandelen startte hij in 1998. Zijn route: “Dublin, Wales, Poole, over naar Cherbourg, door Normandië, Parijs – heel veel lol! – , Lyon, Genua, Florence, Rome, Napels – eerder troosteloos – , Bari, Corfu, dan door Noord Griekenland tot aan Istanboel”, zegt hij in de reportage. Dat is circa 4.400 kilometer. Ieder jaar vloog hij van New York naar Europa om een paar dagen te wandelen. Op de dag van de reportage loopt hij de laatste etappe van Ipsala aan de Grieks-Turkse grens tot aan Istanboel.

Natuurlijk staat in het artikel dat Art Garfunkel de man is die als deel van Simon & Garfunkel voor 500.000 mensen optrad in Central Park en dat de menigte meezong met songs als Sound of Silence en Mrs. Robinson. Tijdens de wandeling vertelt hij over vroeger, over zijn studieperiode aan het College. Hij voelde zich een onontwikkelde domkop. In tegenstelling tot zijn studiegenoten besloot hij zo langzaam mogelijk te studeren “omdat ik al mijn hiaten met kennis wilde opvullen”. Hij studeerde daarom wiskunde, architectuur en kunstgeschiedenis. Als teenager die bijna nooit iets las, ontdekte hij de boeken.

De getallenfetisjist Garfunkel wilde alles ordenen en archiveren. Dat deed hij ook met de boeken die hij sinds 1968 had gelezen: titel, schrijver, verschijningsjaar, leesdatum, aantal pagina’s. De lijst begint met Rousseaus “Bekentenissen”. Het boek van Alice Munro dat hij tijdens de wandeling in zijn hand houdt is nummer 1208. De journaliste vraagt naar zijn lievelingsschrijver. “Tolstoi”, antwoordt hij, “hij schrijft zijn ass off”. Dit is niet te vertalen, schrijft de journaliste, maar betekent zoiets als “respect”.

Wat is er veranderd sinds hij aan zijn wandeling door Europa is begonnen? “Mijn geheugen is slechter geworden. Ik ben zeven kilo zwaarder. Ik hou meer van het leven dan ooit tevoren. Ik heb mijn twee zonen zien opgroeien. De relatie met mijn vrouw Kathryn is dieper. Ik ben twee centimeter kleiner. Ik voel de sterfelijkheid”, aldus Art Garfunkel.

De journaliste beschrijft op fraaie wijze hoe de omgeving er tijdens de wandeling uitziet. Ze bevinden zich rond tien voor negen vlakbij de Zee van Marmara en het stadje Tekirdağ waar ze ’s middags doorheen zullen lopen. Van daaruit loopt een straat langs de kust naar Istanboel. Art Garfunkel is dol op de zee. Volgens het artikel begon alles met de zee. In de jaren 80 voer hij op vrachtschepen van New York naar Marokko en van San Francisco naar Japan “om het eigen nulpunt te vinden”, zegt hij, “om mezelf leeg te maken. Als je geen impulsen om je heen hebt, dan worden de kleinste dingen belangrijk. Het eten smaakt bijvoorbeeld fantastisch.”

Op weg naar Tekirdağ lopen ze langs een bouwterrein. Twee arbeiders in oranje hesjes lopen hem tegemoet. “Istanboel”, antwoordt Garfunkel op hun vragende blikken. De arbeiders lachen. “My friend”, roept één van hen en omarmt de eigenaardige wandelaar. Vóór hij met zijn Europese wandeltocht begon, liep hij al dwars door Amerika, 4.000 mijlen, 40 etappes, elf jaar, vijf paar gymschoenen, maar hij werd bijna nooit herkend. Niemand verwachtte dat iemand zoals hij te voet onderweg was. Bang was hij nooit. “Ik geloof, de wereld is goed”, zegt hij in de reportage. “Misschien is dat naïef”, zegt hij er achteraan. Eén keer, in Ohio, hebben een paar jongeren lege bierblikjes naar hem gegooid.

Tijdens het wandelen leerde hij het één en ander. “Wegen die eruit zien als kortere wegen zijn vaak doodlopende straten. Bomen zijn prachtig. Mensen in kleine steden zijn gefrustreerd, omdat hun steden sterven. Hoe leeg Amerika is, die wijdte achter de Mississippi! Er is een film die grandioos is, hij heet ‘Ochtend! Middag! Avond!’ en draait iedere dag overal op de wereld.”

Art Garfunkel is altijd iemand gebleven die zich over dingen blijft verbazen, hoewel hij al zo veel heeft gezien en beleefd en veel applaus in ontvangst heeft mogen nemen. “Ik probeer voor mezelf interessant te blijven”, zegt hij. De journaliste beschrijft dat het leuk is erbij te zijn als hij aan het denken is. Als hij omhoog kijkt, schiet hem opeens een citaat van een roman van James Joyce te binnen:  A day of dappled seaborne clouds. Als er een ietwat burgerlijke vrouw de straat oversteekt, zegt hij: “In Amerika was dat een Elaine. De manier waarop hij de naam accentueert en langgerekt uitspreekt, duidt er volgens de journaliste op dat in zijn hoofd al een complete biografie van haar is ontstaan.

Simon and Garfunkel in Nederland 1982 (Foto: Wikipedia)

Voor zichzelf interessant te blijven, dat vindt hij wellicht de moeilijkste uitdaging. Hij ziet zichzelf als ‘self-monitoring’, iemand die steeds zelf test of hij aan zijn eigen eisen voldoet. “Luiheid accepteer ik niet, nietsdoen kan ik niet, ik heb die nerveuze energie in me, iedere minuut vraag ik me af: wat zie ik daar, wat is dat?” Met die houding slaat hij ook zijn omgeving gade. Hij berekent reacties, eist aandacht, test of de originaliteit van zijn gedachtegang wordt gewaardeerd, aldus de journaliste. Vindt hij een vraag banaal, schrijft ze, dan kan hij zijn eigen teleurstelling laten voelen. Al het andere zou verveling betekenen. Stilstand.

Rond tien uur bereikten ze de rand van Tekirdağ. Anna Kemper schrijft dat Garfunkel vroeger altijd in zijn eentje liep. Ondertussen heeft hij een assistent, Matt genaamd. Dat is een jonge geluidstechnicus met wie hij bij zijn laatste cd en bij concerten heeft samengewerkt. Matt zet hem iedere ochtend af op het punt dat ze de avond daarvoor hebben bereikt. Hij rijdt met de auto een paar kilometer vooruit, geeft hem water of mueslirepen, begeleidt hem een stuk. Tijdens de reportage heeft hij voor een Fanta en chocolade gezorgd.

Een trap leidt naar een moskee. Eigenlijk behoort het tot Garfunkels onomstotelijke wandelregels nooit ergens te blijven staan, niet om te drinken, niet om op de kaart te kijken en al helemaal niet om iets te bezichtigen, hoe interessant het ook moge zijn, schrijft de journaliste. Omdat een dergelijke wandeling anders geen einde kent. Omdat het om het vooruitkomen gaat. Om het ritme. Dit keer staat hij onder de koepel van de moskee en zingt zo zachtjes dat je hem nauwelijks hoort. Hij wilde alleen even de akoestiek testen. Dat doet hij overal: in trappenhuizen, in badkamers, “de akoestiek was altijd mijn werkelijke partner, meer dan Paul Simon”. Die zin bevalt hem. “Schrijf die in ieder geval op”, voegt hij eraan toe.

De journaliste spreekt over een mijnenveld wat ze nu hebben betreden, want Garfunkel praat niet graag over de tijd met Paul Simon. Dus heeft hij het liever eerst over de tijd dat hij bijna zijn stem verloor. Dat was in januari 2010. Hij was net terug van een concert in Nicaragua en had met zijn volwassen zoon James afgesproken samen iets te eten in New York. Hij verslikte zich, een stuk kreeft bleef in zijn luchtpijp steken, hij kreeg geen lucht meer, zijn zoon omhelsde hem en probeerde door schoksgewijs te drukken zijn luchtpijp vrij te maken. Het lukte. Maar daarna was hij hees. En hij bleef hees. “Het was alsof ik mijn identiteit had verloren”, zegt hij zelf, “wie ben ik dan zonder mijn stem? Ben ik nu alleen nog een type met de naam Jan die niet zingen kan?”

Hij trainde zijn stem maandenlang en zong in het begin alleen voor zichzelf bij muziek op zijn iPod. De eerste keer dat hij weer voor mensen zong was in het boeddhistische centrum waarvan zijn vrouw lid is. “Het was een beetje belabberd, maar daar zijn ze gelukkig allemaal zeer toegevend.” Hij zegt in de reportage dat dit een ongelooflijk zware tijd voor hem was. “Maar het goede nieuws is: Art Garfunkel is bevlogen, omdat hij weer kan zingen”. In februari 2013 nam hij twee nieuwe songs op.

Het is interessant om te lezen wat Art Garfunkel het liefste op zijn iPod beluistert: “”1. Ong So Hung , een Indische mantra, 2. Stemoefeningen 1–7, 3. James Taylor, 4. J.J. Cale, 5. The Everly Brothers, 6. Chet Baker, 7. Art Garfunkel, 8. Bruce Hornsby, 9. Maurice Ravel, 10. J. S. Bach.”

In het artikel is de middag aangebroken. De oever van Tekirdağ wordt beschreven. De zon brandt en Matt wacht al. Hij brengt de zanger naar het hotel voor een siësta. Pas laat in de middag gaat de wandeling verder. Op dat moment vertelt hij dat hij een boek over zijn leven schrijft. Dat begint op 2 januari 1969, de dag waarop hij zijn koffer pakt om naar Mexico te vliegen voor de filmopnamen van Catch 22 van Mike Nichols. Paul Simon blijft achter in New York en schrijft de songs voor het album Bridge over Troubled Water.

Garfunkel: “Dat was het begin en het einde van Simon and Garfunkel.” Nadat het album verschijnt gaan ze uit elkaar. Dat album wordt hun meest succesvolle album. In één van de songs beschrijft Simon hoe hij zich voelde toen Garfunkel in Mexico was, de song heet The Only Living Boy in New York.

De eerste regel luidt: “Tom, get your plane right on time”. Met Tom wordt Garfunkel bedoeld. Op zestienjarige leeftijd gingen ze samen naar school en brachten als Tom & Jerry hu eerste kleine hit uit: Hey Schoolgirl. Ze leerden elkaar al jaren eerder kennen. Paul hoorde Art tijdens een schoolopvoering in de aula zingen. Toen hij merkte dat iedereen in de zaal die stem bewonderde, wilde hij ook graag kunnen zingen. “Ik heb het hem geleerd”, zegt Garfunkel, “we oefenden bij ons in de kelder, neus aan neus.”

Paul had zijn gitaar erbij, ze begrepen elkaar zonder woorden en deelden een obsessie die je in veel dingen herkent die Art Garfunkel vandaag de dag nog doet: ieder detail heel precies voor elkaar krijgen. Daarom werden ze zo succesvol. En daarom was hun relatie zo gecompliceerd, aldus Anna Kemper in haar reportage.

Na het succes van Hey Schoolgirl was de ruzie zo groot dat ze vier jaar niet meer met elkaar hebben gepraat. Daarna kwamen ze weer samen en brachten als Simon and Garfunkel in 1963 het album Wednesday Morning, 3 A.M. uit. Een flop. Opnieuw gingen ze uit elkaar. Zonder hun medeweten legde een producer twee later elektrische gitaren en slagwerk onder een van de songs; Sound of Silence werd hun eerst nummer één hit, hoewel hij er eigenlijk al niet meer was.

Vier albums volgden, tot 1970. Daarna ging het niet meer. Simon kon er niet tegen als Garfunkel in de schijnwerpers stond en alleen Bridge over Troubled Water zong, een lied dat Simon had geschreven en zijn beste lied vond. Hij ergerde zich eraan dat Garfunkel hem had overgehaald aan het lied uit ‘mathematische overwegingen’ een derde strofe toe te voegen. Zonder die strofe was zijn meesterwerk perfect geweest, vond Simon. Garfunkel kon er wederom niet tegen dat Simon als de ware kunstenaar van het duo gold, omdat de songs van hem stamden, hoewel het toch Garfunkels stem was die de songs hun onverwisselbare klank bezorgde.

Volgens de journaliste is Art Garfunkel een dromer, een idealist, een romanticus. Paul Simon wordt eerder gezien als fel, ironisch, zwaarmoedig. “Als mensen zo verschillend zijn zoals wij, dan kun je alleen bij elkaar blijven als er een hogere beweegreden is”, zegt Garfunkel als hij in de reportage de avond tegemoet loopt. Bij hem was het de magie die ze voelden toen ze als elfjarige jongetjes in de kelder oefenden. Dat zij, twee bleke, onopvallende jongens uit Queens samen iets heel bijzonders konden. Garfunkel beschrijft in het artikel dat het leek alsof een derde Simon-and-Garfunkel-persoon uit hun opsteeg als ze muziek maakten. Maar uiteindelijk bleken de alledaagse moeilijkheden zwaarder te wegen dan de schoonheid van hun muziek.

In het artikel noemt Art Garfunkel een lijst van hem met de titel “Hoe lang dingen duren”. Die schreef hij in 1984: “Inademen – uitademen: 4 seconden. Een golf in de branding: 10 seconden. Wassen en drogen: 80 minuten. Eb en vloed: 6 uur. Een goede studiosessie: 12 uur. Genezen van een snijwond: 8 dagen. Bladeren aan een boom: 6 maanden. Poging om een ruzie met een vriend te boven te komen: 1–5 jaar.”

Vandaag de dag zijn ze allebei de zeventig gepasseerd, maar de drang naar afgrenzing is gebleven. Volgens de journaliste neemt dat soms vreemde vormen aan: in 2011 bracht Simon een album uit met zijn beste songs. Hij noemde het The Songwriter. Een jaar later bracht Garfunkel een album uit met zijn beste songs en noemde het The Singer. Echter, het verlangen naar hun perfecte harmonie bracht ze tijdens vele reünieconcerten weer bij elkaar. Het beroemdste was in 1981 in Central Park voor een half miljoen mensen (daarna kregen ze weer ruzie, schrijft de journalist er tussen haakjes achteraan).

De reportage is prachtig geschreven. Ik lees mee en ben op het punt waarop de zon erg laag hangt en in een schitterende rode gloed ondergaat. Art Garfunkel vertelt hoe mooi hij deze periode van de dag vindt. “De vroege avond is een prachtige tijd. Je zit samen met vrienden en praat over de dag: was hij niet mooi? Heb ik vandaag alles juist gedaan? Ik hoop dat ik de volgende uren nog iets beleef, buiten kan zijn om de hemel te bewonderen.”

Na 22,6 kilometer ligt de wandeling van acht uur achter hem. In een notitieboekje schrijft hij “ik geloof, we zijn langzamer dan gepland”. Dat zegt hij tegen Matt. Hij is moe. “Ik ben er niet goed in om iets af te ronden”, verontschuldigt hij zich als hij in het hotel haastig afscheid neemt van de journaliste. “Ik word overgevoelig bij het laatste procent van alles wat ik maak.”

In de laatste alinea van de reportage schrijft de journaliste dat ze drie dagen later ’s avonds een e-mail van Art Garfunkel ontvangt: “Ik ben nu op het punt beland waarop ik mijn wandeling beëindig. Het is vrijdag 22 augustus. Je hebt de buitenwijken van Istanboel gezien. Hier in Silivri ontbreken nog 50 kilometer tot aan mijn doel. Genoeg, denk ik. Alleen Allah is foutloos. (Misschien morgenochtend nog een keer erover nadenken?)”

Bron
Zeit Magazin:
Art Garfunkel _ Auf dem Weg

Advertenties

One thought on “Op pad met Art Garfunkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s