Paracetamol en Groninger eierballen

Paracetamol en ibuprofen zijn in Nederland in de supermarkt verkrijgbaar.

Na ruim een jaar was ik vandaag weer eens in een Nederlandse supermarkt en wel in de COOP supermarkt in Bad-Nieuweschans, op steenworp afstand van de Duitse grens. Met een mondkapje in de aanslag liep ik naar binnen. Op de brede paden tussen de schappen was weinig verkeer, dus hield ik vooralsnog mijn mondkapje in de hand. Soms kwam ik een andere klant tegen, maar altijd op ruime afstand. Het was opvallend dat alle Duitse klanten een mondkapje droegen. In deze winkel zijn in de regel meer Duitse klanten dan Nederlandse. Dat heeft te maken met het feit dat de slimme eigenaar Duitse klanten lokt met de verkoop van pijnstillers zoals paracetamol of ibuprofen, medicijnen die in Duitsland uitsluitend in de apotheek verkrijgbaar zijn. Bovendien zijn deze geneesmiddelen in Nederland veel goedkoper.

Daarom adverteert de Groningse ondernemer al jarenlang in de Ostfriesen-Zeitung om de Duitse liefhebbers van paracetamol naar zijn winkel te lokken. Dat leverde hem vorig jaar echter onverwacht een fikse boete op. In een video op RTV-Noord vertelt hij hier meer over. In dezelfde video wordt vermeld dat veel Duitse klanten ook vanwege de blikjes frisdrank en energiedrankjes naar Bad Nieuweschans komen. Immers, in Nederland betaal je i.t.t. tot Duitsland geen € 0,25 statiegeld voor een blikje. Veel Duitse jongeren in het grensgebied vinden het daarom wel prettig om een paar treetjes met blikjes in huis te hebben die je na gebruik gewoon in de prullenbak kunt gooien.

In de cafetaria van de supermarkt stonden de tafels keurig op ruime afstand van elkaar en nadat ik mijn patatje oorlog met kaassoufflé had besteld, vroeg een medewerkster mij vriendelijk of ik mijn naam en adresgegevens wilde achterlaten i.v.m. de corona-pandemie. Nadat ik een formulier had ingevuld, nam ik plaats aan een tafeltje achter de automatiek en genoot van de Nederlandse snacks waar ik dagen van tevoren al over droomde.

De Groninger Eierbal is een populaire snack in het noorden van Nederland

Telkens als ik muntgeld in het bakje van de automatiek hoorde vallen, keek ik op om te zien welke snack uit zijn benauwde omgeving werd bevrijd. De kroketten en nasischijven lagen in een warme winterslaap, terwijl de gehaktballen eruit vlogen. Dat was duidelijk de populairste snack. Ter illustratie van een mogelijke column op dit blog besloot ik de snackmuur aan de voorkant te fotograferen. Wat schetste mijn verbazing? De grote winnaar was niet de gehaktbal, maar de Groninger Eierbal. Nooit van gehoord. Een minuut later leerde Wikipedia mij dat de eierbal een populaire snack in Noord- en Oost-Nederland is en de eerste eierballen begin jaren 50 werden gefrituurd in Groningen bij Automatiek Sloots. Weer wat geleerd.

Ausflug nach Leer

Und wen treffe ich am Hafen: Kommissar Brockhorst (Felix Vörtler) aus dem Friesland-Krimi. Und später gab es bei Tee/Kuchen in der Leeraner Altstadt noch eine unerwartete Musiksession.

In een Duitse treincoupé

Vanochtend vroeg las ik in alle digitale Duitse kranten dat het aantal coronabesmettingen weer flink was toegenomen. En juist de op deze dag maakte ik gebruik van mijn treinkaartje Berlijn-Emden, oorspronkelijk geboekt voor de maand mei, maar door de corona-epidemie had ik er destijds geen gebruik van gemaakt. De Deutsche Bahn bood namelijk de mogelijkheid om tickets die voor 13 maart waren aangeschaft en nog niet waren gebruikt, tot 31 oktober geldig te laten zijn. Zodoende kon ik vandaag met mijn treinkaartje van mei van Berlijn naar Emden reizen.

Berlin Hauptbahnhof was uitgestorven, tenminste, in mijn dromen. In werkelijkheid was het een drukte van belang. Alle bankjes op perron 4 waren bezet, groepjes mensen zaten op de grond en ik zag mijn wens van een treinreis in een lege treincoupé compleet in duigen vallen.

Op de display boven de stoelen las ik dat de plek naast mij ook was gereserveerd en wel door iemand die net als ik naar Hannover wilde. Alle plaatsen in de treincoupé bleken gereserveerd te zijn. In het gangpad was het een gedrang van jewelste. De passagier naast me, een jongeman met half lang haar en een dikke zwarte bril, leek de reis voor een picknick te gebruiken. Een bakje met olijven hier, een bekertje met druiven daar, een glaasje sap, nog een glaasje met iets onduidelijks erin, een mini-mandje met wat stukjes stokbrood en twee sandwiches op een wit katoenen servet. Zijn mondkapje deed hij af en legde het keurig op het volle plateau voor hem. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe hij met een tandenstoker langzaam in een olijf prikte en de vrucht voorzichtig naar zijn mond bewoog.

Pssst. Wat was dat? Voor mij opende een jonge vrouw een flesjes water. Klok, klok, klok, de chique geklede dame had een waterglas bij de hand. Schuin tegenover me hoorde ik het geluid van iemand die zijn tanden in een vers broodje zette. Waarschijnlijk lag zijn schoot nu bezaaid met kruimels. Grrrrap! Wat was wat? Weer een nieuw geluid, maar zeer herkenbaar. Het was een flinke hap in een harde appel. Ondertussen reed de trein station Spandau binnen.

Ik keek naar buiten en realiseerde me dat ik getuige was van een kakofonie van eet- en drinkgeluiden, in het leven geroepen als alibi om geen mondkapje te dragen. Ik was de enige die een deel van zijn gezicht met een blauwe lap stof bedekt hield. Ondertussen hoorde ik hoe iemand pinda’s in zijn hand liet vallen. Twee stoelen verderop opende een dikke dame een koelbox en trakteerde hij haar vriendinnen op ijs. Wat een feest!

Ik stond even op om een briefje uit mijn broekzak te halen. Dat deed ik alleen om me een een overzicht te verschaffen van de etende en drinkende passagiers in deze treincoupé, want ik had geen briefje in mijn broekzak. De mondkapjes lagen tussen overal verspreid tussen servetten, lege en halfvolle blikjes, papieren broodzakjes en lege en halfvolle snoepverpakkingen. Ik liet me weer op mijn stoel zakken en zag dat we inmiddels Wolfsburg hadden bereikt.

Ik hield mijn mondkapje om, maar voelde me hiermee totaal belachelijk in deze treincoupé vol ontspannen etende en drinkende mensen. Ze aten extreem langzaam, alsof ze van iedere pinda en iedere hap brood intens genoten. Hannover was nu niet meer ver weg. In mijn buik borrelde het. Te weinig gegeten. Ik haalde diep adem, probeerde mijn lichaam te controleren, maar het leed was al geschied.

Onder me voelde ik de warme lucht opstijgen en zich als een wolk over de treincoupé verdelen. Het werd stil. Monden werden snel afgeveegd, flesjes dichtgedraaid en hals over kop bond iedereen een beschermend mond- en vooral neuskapje om. De geur in de treincoupé was dan ook niet mis.

Hannover. Ik stond op en zag dat iedereen in de treincoupé nu keurig een mondkapje droeg, ook al keken de meeste mensen alsof ze zojuist iets afschuwelijks hadden gegeten. Tevreden stapte ik uit en vervolgde mijn reis naar Emden.