Kerst in Amsterdam

vpHet jaar was 2019. Zijn hele huis was leeg en daardoor voelde Bernard zich een tevreden mens. Morgen zou de makelaar komen om het pand aan de potentiële kopers te laten zien. ‘Maar heeft u dan geen nieuw adres?’, had de makelaar hem nog gevraagd. Bernard legde uit dat hij genoeg had van bezittingen. ‘Geen bezittingen, geen werk, geen verplichtingen, geen rompslomp, helemaal niks.’

Hij liet zich met een taxi naar het park in het centrum van de stad rijden. Deze omgeving kende hij maar al te goed, want naast het park lag het advocatenkantoor waar hij jarenlang veel geld verdiende. Deze winterdag zette de zon het park in een betoverend licht, de wind was guur. Hij droeg twee zwarte, versleten plunjezakken met daarin zijn slaapzak, twee kasjmier truien van een duur merk, een lange, dikke wintermantel en twee dekens. Doelbewust wandelde hij naar de grote kastanjeboom en streek er neer. Als hij vroeger het kantoor verliet om een wandeling te maken, liep hij hier altijd langs. Destijds, ruim een jaar geleden, wist hij al dat hij hier wilde wonen.

‘Hier ben ik dan’, zei hij en omarmde de dikke boomstam. Het was net vier uur geweest en het schemerde. Hij besloot eerst zijn slaapplaats in orde te maken. O, wat voelde hij zich goed, net als vroeger in zijn zelfgebouwde geheime hut die niemand wist te vinden. Een geheime plek op aarde van waaruit je alles kon zien en waar tegelijkertijd niemand op je lette.

De volgende ochtend heetten enkele vogels hem met hun gezang van harte welkom. Kon het mooier? In deze wereld had de wekker nog geen intrede gedaan. Hij kroop met slaperige ogen uit zijn slaapzak en keek gapend om zich heen. Hij herkende de kaarsrecht zittende fietsers met lange jassen en aktetassen. Ze trapten alsof hun leven er vanaf hing maar hij herkende ook de nonchalant slingerende fietsers. Dat waren de mensen die liever thuis waren gebleven maar die zich louter door financiële noodzaak nu ook in het werkverkeer ophielden. Bernard zocht zijn sigaretten. Alle luxe had hij opgegeven, maar aan drank en sigaretten zou hij verslaafd blijven en daar kon hij mee leven. Er zijn ergere dingen op de wereld, dacht hij  als een slecht geweten zich opdrong.

Op weg naar de supermarkt slenterde hij langs het advocatenkantoor. Aan het einde van het park liep hij bijna een zwerver omver, een échte. De man droeg veel te grote, hoge schoenen met gaten aan de voorkant. Een soort legerkistjes die aan de voorzijde leken op de openstaande muilen van een krokodil. Zijn te grote, grijze jas zat deels onder de duivenpoep en het was niet duidelijk wat er allemaal in de woeste baard woelde. Bernard knikte zoals motorrijders of buschauffeurs elkaar onderling groeten, maar de man scheen niet te merken wat er om hem heen gebeurde.

‘Dat was een toekomstig spiegelbeeld’, dacht hij en verliet met een langzame tred het park. Op straat fietsten mensen gehaast door het rode stoplicht. Anderen keken vanuit een vastzittende tram chagrijnig naar buiten. Kortom, het was een gewone door-de-weekse dag in de hoofdstad. Op de stoep voor de supermarkt bleef hij staan en bekeek zichzelf in de etalageruit van Albert Heijn. Een lange man van bijna veertig, brede schouders, ongeschoren, gehuld in een rood, modern winterjack . Om zijn langwerpige hoofd zat een zwarte, ronde muts getrokken. Om alvast te wennen aan zijn nieuwe bestaan graaide hij in een prullenbak. Hij haalde er niets uit, want voorlopig had hij meer dan genoeg geld om eten en drinken te kopen. Hij wilde het alleen al een keer gedaan hebben om er een gevoel voor te ontwikkelen. In de supermarkt kocht hij een volkorenbrood, een stuk kaas, sigaretten, een kurkentrekker en twee flessen wijn. Het winkelwagentje nam hij mee naar buiten. Hij voelde zich een stuk beter nu hij die zware zakken niet meer mee hoefde te sjouwen. En rode wijn op je nuchtere maag, dat is even wennen, maar na een halve fles viel ook dat wel mee.

Drie maanden later wandelde een oude collega van het advocatenkantoor langs zijn slaapplaats. Bernard zat met een verwilderde baard en zijn zwarte ijsmuts op zijn kop voor zich uit te staren. De ex-collega keek hem even aan, maar herkende hem niet. Bernard was in die drie maanden al aardig gewend om op straat te leven. Hij deed de hele dag niets anders dan wat rondlopen met z’n winkelwagentje. Zo nu en dan nam hij een warm bad in een hotelkamer. Hij kende de eigenaar die er geen moeite mee had als Bernard 100 euro voor het gebruik van een badkamer op tafel legde. Bovendien had hij als advocaat de eigenaar ooit een grote dienst bewezen en daar had hij nog nog steeds profijt van.

Op een maandag, vroeg in de avond, zat Bernard ontspannen in zijn slaapzak en genoot van de sterrenhemel. Hij had niet in de gaten dat drie mensen in zijn richting liepen. Ze bleven voor hem staan.
‘Wij kunnen u helpen’, zei een jonge vrouw. Hij schatte haar niet ouder dan 25. Aan het accent te horen kwam ze oorspronkelijk uit Frankrijk.
‘We hebben woonruimte voor u’, vervolgde een man die haar vader kon zijn. Misschien was het wel haar vader.
‘En eten en drinken’, zij een derde man, die de broer van de vrouw kon zijn, wat leeftijd betreft. Misschien was het wel haar broer.
Bernard keek omhoog. Twee mannen en een vrouw. Wat moesten ze van hem?
‘Met kerst helpen wij altijd andere mensen’, zei de jonge vrouw en keek achterom. Bernard zag dat ze in een camera keek.
‘Kom ik op televisie?’, vroeg hij.
‘Als u daar bezwaar tegen heeft, dan filmen we niet’, zei een oudere man met een pet. Hij had deze man nog niet gezien, omdat hij achter de cameraman stond. Dat was duidelijk de oudste van het gezelschap.
‘Ja, ik heb daar bezwaar tegen’, zei Bernard. ‘Film liever de trieste mensenmassa die hier iedere dag voorbij trekt. Als je mensen wil helpen, help hen dan. Maar laat mij met rust, Jezus!’

De man met de pet gaf opdracht te vertrekken. Zwijgend liep het gezelschap verder. Bernard voelde zich onrustig door dit onverwachte bezoek. Hij trok een fles dure wijn open. Zo lang hij nog geld had, zag hij niet in waarom hij goedkope wijn zou drinken. Even later wandelde hij met z’n wagentje door het park, in de richting van het centrum. Vlakbij de toegang tot het park zag hij dat zijn collega zwerver en inmiddels vriend Arie door dezelfde mensen werd ondervraagd.

‘Het is kerst en wij willen u graag helpen. Wij volgen het pad van de Heer.’
‘Hé, Arie!’
Arie keek op. Hij was blij dat Bernard te zien. Arie’s grote ogen schitterden in het felle licht van de lamp die iemand van de televisieploeg op zijn gezicht richtte. Bernard zag dat de man met de pet zijn kant opkeek. De petdrager stampte kwaad met z’n voet op de grond.
‘Arie, heb je bezoek? Niet vertrouwen die mensen. Ze liegen. Ze beloven je van alles Arie, maar ze zijn niet goed. Weet je dat ze zelfs denken dat God een man met een baard is is die boven in de hemel woont en alleen mensen te woord staat die via het bidden in de kerk contact met hem opnemen?  Hoor je dat, Arie, deze mensen zijn nog gekker dan wij!’
Arie lachte en nam een grote slok wijn.
‘God ben ik zelf, dat ben jij, iedereen is god, dus mijn god, laat me met rust’, riep hij en zwaaide met zijn armen in de richting van de televisieploeg. De vrouw werd zichtbaar kwaad.
‘Wij willen alleen helpen, begrijp dat dan’, zei ze kwaad en met een luide stem.
‘Laat maar’, zei de geïrriteerde man met de pet, ‘deze mensen zijn al door de duivel besmet. Kom, we gaan.’

En zo vertrok de televisieploeg weer, op zoek naar zwervers die door de televisiemensen geholpen wilden worden. Maar ze waren nergens welkom. Overal werden ze uitgelachen. Moe en teleurgesteld verliet de televisieploeg uiteindelijk het park. Daar gingen ze, de jonge vrouw, de man die haar vader kon zijn en de man die haar broer kon zijn. Ze voelden zich verdrietig en hadden een bijzonder slecht humeur. En er was niemand in de stad om ze te helpen of te troosten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.