Magistrale stralende zon

zonlichtHet is zaterdagochtend. Iedereen is onder de indruk van de zon, het hemellichaam dat mensen uit hun bed jaagt, op fietsen laat springen en ze injecteert met een flinke dosis energie. Op de stoep hoor ik het gesis van bacon en spek, onderdeel van een ontbijtje op het terras. Vogels zingen en balkondeuren piepen en knarsen, nu ze na maanden stilstand weer in beweging komen. Tussen de stoepen racen enkele automobilisten plankgas door de straten. Je kunt het ze bijna niet kwalijk nemen, ze staan stijf van de zonne-energie.

Op kruispunten ontstaan explosieve situaties als de hooggeladen automobilist – bijna explosief –  niet rechtsaf kan slaan, omdat er een oneindig lange rij fietsers rechtdoor rijdt, compleet met aanhangwagentjes en vrolijk gillende kinderen. Alles en iedereen is een beetje opgewonden. Sommige mensen iets meer, andere mensen iets minder. Het is prachtig. Dit is de dag waarop veel lezers en schrijvers denken aan de rokjesdag die Martin Bril ooit in zijn column lanceerde. Ik denk ook aan Johnny van Doorn. Hij dichtte niet over de rokjes maar over de zon, over een Magistrale Stralende Zon.

Het is een prachtig gedicht over een man “verdwaald in de duisternis”. Op de hei vindt hij zijn leermeester, die hem helpt de weg te vinden naar zijn middelpunt. Hij brengt de nacht door in het huisje van de “scheelogige monnik”. Als de man de volgende dag weer verder gaat met zijn zwerftocht, ziet alles er anders uit:

Met een nieuwe lading
Levenskracht die hem
Doet jubelen over de
Vol met kwinkelerende
Vogels zijnde Natuur
Die goudgeel beschenen
Wordt door een magi
Strale stralende ZON

Gelukkig is er een filmpje bewaard gebleven waarop te zien is hoe Johnny van Doorn zijn gedicht voorleest. Zelf vind ik het een “magistrale” uitvoering waarin Van Doorn laat zien dat de magische zon dingen kan veranderen, mensen kan veranderen. In het filmpje lijkt hij zelf ook te veranderen, in een ander wezen. Natuurlijk is dat mijn eigen interpretatie.

Ik zou zeggen, oordeel zelf en geniet eerst van Johnny van Doorn. Luister goed naar de tekst. Dat zeg ik erbij, omdat Johnny van Doorn natuurlijk an sich al de nodige aandacht trekt en de kans bestaat dat je daardoor de tekst niet meer registreert.

De complete tekst van het gedicht

Silvester

Was fange ich Silvester an?
Geh ich in Frack und meinen kessen
Blausanen Strümpfen zu dem Essen,
Das Herrn Generaldirektor gibt?
Wo man heut nur beim Tanzen schiebt?
Die Hausfrau dehnt sich wild im Sessel –
Der Hausherr tut das sonst bei Dressel -,
Das junge Volk verdrückt sich bald.
Der Sekt ist warm. Der Kaffee kalt –
Prost Neujahr! Ach, ich armer Mann!
Was fange ich Silvester an?

Wälz ich mich im Familienschoße?
Erst gibt es Hecht mit süßer Sauce,
Dann gibt’s Gelee. Dann gibt es Krach.
Der greise Männe selbst wird schwach.
Aufsteigen üble Knatschgerüche.
Der Hans knutscht Minna in der Küche.
Um zwölf steht Rührung auf der Uhr.
Die Bowle -? („Leichter Mosel“ nur – )
Prost Neujahr! Ach, ich armer Mann!
Was fange ich Silvester an?

Mach ich ins Amüsiervergnügen?
Drück ich mich in den Stadtbahnzügen?
Schrei ich in einer schwulen Bar:
„Huch, Schneeballblüte! Prost Neujahr -!“
Geh ich zur Firma Sklarz Geschwister –
Bleigießen? Ists ein Fladen klein:
Dies wird wohl Deutschlands Zukunft sein …
Prost Neujahr! Helft mir armem Man
Was fang ich bloß Silvester an?

(Einladungen dankend verbeten.)

Kurt Tucholsky, Parijs (Foto: Wikipedia)

Kurt Tucholsky, Parijs (Foto: Wikipedia)

Kurt Tucholsky (1890 – 1935)

Advent, Advent, ein Lichtlein brennt

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERAIs adventskoffie drinken typisch Duits, vroeg ik me af. Niemand antwoordde. Die vraag stelde ik me nadat ik op straat de volgende flard opving:

“Om 15:00 uur, is dat goed? Dan drinken we samen een lekkere adventskoffie, branden een kaarsje van de adventskrans en dan wordt het ook al langzaam donker“.

Dat was een behoorlijke flard die ik deze ochtend opving, losgelaten door een telefonerende voorbijgangster op een brede stoep in Berlijn-Kreuzberg. Ik liet de tekst tot me doordringen en verdween daarbij uit de werkelijkheid om vervolgens in een gezellige woonkamer te belanden waar een dame van een jaar of 80 koffie zette. De koffie druppelde in de glazen kan van het koffiezetapparaat. Vervolgens pufte het apparaat de laatste restjes water door de filter. De dame goot de koffie over in een chique, zilverkleurige thermoskan. Vervolgens liep ze naar het raam om te zien of de bus er al aankwam, de bus met haar dochter erin. De straat was wit van de sneeuw. Achter het raam gierde de wind, die zo nu en dan leek te fluiten.

Ja, daar doemden de gele koplampen van de bus al op. De raampjes van het gele voertuig waren beslagen. Er stapte een dame uit.  De dame herkende haar dochter meteen aan de rood-zwart gebreide muts en de donkerrood gewatteerde jas. Ze zwaaide maar haar dochter zag niets door de stormachtige wind die de fijne sneeuw in haar gezicht blies. In de woonkamer met het heerlijke aroma van verse koffie en het geluid van knisperend hout wachtte de dame op haar dochter die eerder op de dag per telefoon liet weten dat ze langs wilde komen om gezellig samen adventskoffie te drinken.

Opeens was ze weg, de moeder, maar ook de dochter, de woning, de bus en de sneeuw. Ik was weer terug in de werkelijkheid op deze grijze, donkere zondag. Ik liep langs een raam met daarachter één brandend kaarsje in een adventskrans. Is het in Duitsland gebruikelijker om een adventskrans in huis te hebben dan in Nederland, vroeg ik me af. Niemand antwoordde.

Voor mij op de stoep liepen een jonge vader en zijn kleine zoon. Ik schatte dat de zoon een jaar of zes was. Ze droegen een in een net gewikkelde kerstboom naar de auto. De boom leek nog even te genieten van de horizontale positie voordat hij weer dag in, dag uit met een piek op zijn kruin rechtop in een huiskamer moest staan. De achterklep van de auto was omhoog geklapt. Moeder sms’te haar vriendinnen dat ze eindelijk een boom hadden. Hoe zou iemand reageren die voor de eerste keer op aarde kwam en zag dat mensen bomen kochten, ze vervolgens in de woonkamer zetten en dan versierden? Hoe zou die persoon drie of vier maanden later reageren, als hij zag dat al die bomen werden afgetuigd en in veel gevallen hun bomenleven in brandende toestand beëindigden? Dat vroeg ik me af op deze dag waarop her en der kaarsjes brandden, in adventskransen, maar niemand antwoordde.