Draaiboek des levens

Vorige week zaterdag bezocht ik de bibliotheek bij mij in de buurt. Ik verliet mijn woning op de vierde verdieping van het Berlijnse achterhuis in Kreuzberg 61, het deel dat in tegenstelling tot het oostelijk gelegen, alternatieve Kreuzberg 69, als het burgerlijke Kreuzberg wordt gezien. Ik liep de acht trappen af, trok de krakkemikkige buitendeur open en liep vervolgens over de binnenplaats die gevuld was met de gele, blauwe en bruine verrijdbare vuilcontainers en aan weerszijden de fietsenrekken. Dit was het laatste stukje van mijn woongebied. Daarna opende ik één van de twee zware, hoge houten deuren en keek direct naar rechts en links om niet door razende fietsers aangereden te worden. De brede trottoirs naast de smalle fietspaden nodigen veel fietsers uit om inhaalmanoeuvres op de stoep uit te voeren.
Lees verder

Advertenties

Een eindeloze vakantie

Kort verhaal uit de vorige eeuw

Ik voelde dat ik aan vakantie toe was. Het was al de tweede keer in mijn leven dat ik zo intens nadacht over de invulling van mijn dagelijks bestaan. Over de zin van een vaste baan en carrière maken of het zoeken van losse baantjes  en zien wat er van komt. Dit bracht op bepaalde momenten een buitengewoon beangstigend gevoel teweeg. De eerste keer dat ik hier over nadacht was in de tijd dat ik als bordenwasser in m’n onderhoud voorzag. Een ogenschijnlijk zorgeloze baan, maar de onregelmatige werktijden begonnen me meer en meer te benauwen. De ene keer begon je om zes uur ’s ochtends met het afwassen van de ontbijtborden, de andere keer waste je om half vijf ’s nachts de laatste glazen van een bruiloftsfeest af. De schaarse vrienden die ik had zag ik niet meer en al snel raakte ik gewend aan de beloning die ik mezelf na een dag werken gaf. Drank. Steeds meer drank. Werken, drinken en denken vulden mijn leven. Het ging mis.

Lees verder

Avontuur in de treincoupé

Een kort verhaal van de Russische schrijver Arkadi Timofejevitsj Avertsjenko

De sneltrein raasde naar het zuiden. In een tweedeklascoupé zat Iwan Michailow, ambtenaar van het Russische controlebureau, samen met zijn jonge en slanke vrouw Sinotschka. Tegenover hen zat de handelsreiziger Schitomirski en las een humoristisch blad. De passagiers spraken geen woord.
“Mijn god, wat saai!” merkte de jonge vrouw op en geeuwde.
“Hou toch op”, riep haar man. “Je steekt zo toch iedereen aan!” En onwillekeurig geeuwde hij ook. Toen richtte hij zich tot de man tegenover hem en zei: “Niet waar, mijnheer, het is een beetje vermoeiend?”

Lees verder