Kasteel der ontredderden

castle-1464261I
– Het gaat over ontreddering.
– Vertel.
– De ik-persoon weet dat hij ontredderd is. Hij doet er alles aan zijn gemoedstoestand geheim te houden. In de wereld om hem heen ziet hij veel mensen die hun ontreddering verbergen. Ze verkeren vaak in hoge posities, zijn succesvol en leven overwegend om hun ontreddering te maskeren. Ze nemen drugs of worden suïcidaal, zo bang zijn ze dat hun ontreddering aan het daglicht komt.
– Dat klinkt interessant.
– En degenen die zichtbaar ontredderd zijn hebben het in feite beter. Ze kunnen hun ontreddering niet meer verbergen. Ze lijken verloren, maar zijn dat juist niet. Ze berusten erin dat ze ontredderd zijn.
– Wie komen er allemaal in je verhaal voor?
– Wie allemaal? Het gaat om de ik-persoon die alles waarneemt. Hij is bang voor zijn eigen ontreddering, voortdurend op de vlucht en dat beschrijft hij allemaal.
– Oké, maar wie zijn je andere personages?
– Welke andere personages?
– Wie spelen er nog meer mee? Als uitgever heb ik een boek met personages nodig. Een verhaal dat alleen over jouw beleving van ontreddering gaat heeft geen schijn van kans.
– Maar voor de rest speelt niemand een rol van betekenis.
– Een relatie? Je hebt toch wel een verhouding of affaire gehad? Seks, overspel, ruzie?
– Ik was een tijdje samen met een vrouw.
– Dat klinkt niet erg spannend. In een roman móet je uitgewerkte personages hebben. Je bent echter niet de enige met dit probleem. Daarom hebben we twee jaar geleden het Kasteel opgericht en daar stuur ik je graag naartoe.
– Naar het Kasteel?
– Het Kasteel der Ontredderden, opgezet voor schrijvers zoals jij. Je mag er één keer gebruik van maken voor je roman, daarna is het verboden terrein. Het is een inspiratiebron om personages te vinden. Je hebt ze 24 uur per dag om je heen. Ze vertellen je alles.
– Ze?
– In jouw geval zijn dat drie vrouwen en drie mannen.
– Stelletjes?
– Daar moet je zelf achter komen.
– Maar ik wil geen liefdesroman schrijven.
– Wat wil je dan? Een eendimensionaal boek? Niemand herkent zich daarin.
– Misschien toch? Is niet iedereen alleen?
– Daar hebben we het al tig keer over gehad en je kent mijn standpunt. Ja, iedereen is alleen en nee, niemand wil het weten en ja, inderdaad, dat wil niemand lezen, en …
– … dus gaan we zo’n boek niet uitgeven.
– Zo is het.

II
– Linda?
– Of Karin, als je die naam beter vindt voor je personage mag je me ook Karin noemen.
– Linda is oké. Heb je een vriend?
– Je valt wel met de deur in huis. Nee, ik heb geen vaste vriend. En nu wil je zeker weten of je kans maakt met me naar bed te gaan.
– Hoezo?
– Ik woon hier al langer dan je denkt. Als je homo bent kun je dat beter meteen zeggen, geen probleem, Freek zal je met open armen ontvangen.
– Nee.
– Oh.
– Ik ga wandelen.
– Je gaat wandelen?!
– Ja, ik ga wandelen.

III
– Linda vertelde me dat je niet met haar naar bed wilde, dat je geen homo bent en dat je wilde wandelen. Anderhalf uur!
– Zo is het. Is dat erg?
– Nou ja, Linda was nogal geschokt. Het is voor haar de eerste keer dat ze bij de komst van een nieuwe schrijver die geen homo is geen seks had. De meeste schrijvers weten wel van wanten. En je hebt meteen je eerste seksscène te pakken. Bovendien is Linda een aantrekkelijke vrouw.
– Ik ben geen maagd als je dat bedoelt. Ik kan een boek schrijven met alle mogelijke seksscènes, alles uit eigen ervaring.
– Oh, daaraan ligt het dus niet.
– Hoe kom je daar nou bij? Ik zei toch dat ik geen personages heb. Ik had een relatie met een vrouw die behoorlijk normaal was. We hadden seks, we hadden wel eens ruzie, we dronken wel eens te veel wijn, ik was wel eens jaloers, je kent het wel. Niet echt om over naar huis te schrijven, laat staan er een boek aan te wijden.
– Dus geen personages?
– Zo is het.
– Goed. Dan laat ik je in het Kasteel achter, met alle risico’s voor de uitgeverij. Binnen de kasteelmuren zijn genoeg personages voorhanden, maar aan de andere kant…als je er niets mee kan dan komen we niet echt verder.
– Dat klopt.
– Mij schiet opeens te binnen dat je goed in de No Escape Group past, de NEG. De directe confrontatie zonder mogelijkheid weg te lopen. Die groep is je enige kans en bevindt zich overigens ook in het Kasteel.
– Je gaat me opsluiten?
– Ik ga je in een wereld vol personages zetten waar je niet omheen kunt. Je krijgt een baan en een leuke chef als personage. Je werkt parttime zodat je tijd hebt om te schrijven. En je krijgt een huisgenoot.
– Een huisgenoot?
– Een personage natuurlijk, maar wel van vlees en bloed. Schrijf op hoe je haar ziet, wat je van haar vindt. Geef al je twijfels, gedachten en fantasieën de vrije loop en schrijf het op. Het belangrijkste: blijf en loop niet weg!

IV
– Ik wist het! Natuurlijk geven we de roman uit. We nemen zelfs de titel over.
– Het moet ook Kasteel der Ontredderden heten, want er komt een vervolg.
– Een vervolg, woh!
– Ik moet dan wel terug naar het Kasteel.
– Je weet dat het Kasteel na één roman verboden terrein is. We zijn al heel schappelijk door het bestaan van het Kasteel nu min of meer bekend te maken.

V
– Leuk! De uitgever gaat dus overstag. Het slot zou ik misschien nog wat uitwerken.
– Ja, ik weet nog niet precies hoe het afloopt. Maar als collega vind je het goed?
– Absoluut. Niet voor een roman, maar voor een kort verhaal is het perfect!

Advertenties

Een gezamenlijke toekomst

ecoDe  schemering accentueerde de prachtige herfstkleuren in dit stukje bos op de Veluwezoom. Alles ademde ontspanning. Op een voor mensen geheime plek, zelfs een boswachter is hier nog nooit geweest, hield Gerben zijn betoog over de aanleg van een ecoduct. Zijn toehoorders luisterden aandachtig toe.

“Op het ecoduct wordt een laag gewone bosgrond aangebracht. De inrichting is afgestemd op het aangrenzende gebied zodat de dieren het ‘gewoon’ vinden om over het ecoduct te gaan. Het gaat hier om edelherten, reeën, dassen, boommarters, eekhoorns, zandhagedissen, levendbarende hagedissen, ringslangen en verschillende soorten kevers. Ook voor vlinders, vleermuizen en vogels is met het ecoduct een oversteek gemakkelijker.”

“En wij dan”, riep Henk de haas. “Mogen wij niet naar de overkant?” Het edelhert Gerben schoof zijn leesbril iets naar beneden en keek naar de groep dieren voor hem. Door de komst van het ecoduct trok de wekelijkse bijeenkomst dit keer veel meer bezoekers dan normaal. De dassen, edelherten en reeën waren er altijd, maar hij zag nu ook veel vogels, kevers en vleermuizen die de tijd genomen hadden om deze meeting bij te wonen.

“Volgens welingelichte bronnen is het ecoduct voor iedereen bestemd”,  vervolgde Gerben zijn verhaal. “Maar zoals het er nu naar uitziet, bouwt men bij ons in de buurt een ecombiduct.”
De dieren keken elkaar verbaasd aan.
” Een wat?!”,  riep een zwarte kraai vanuit een hoge beukenboom, “een ecombiduct?”
Alle dieren lachten om de spontane opmerking van de brutale kraai, die erom bekend staat dat hij geen blad voor de mond neemt.
“Ik heb dat woord ook niet verzonnen”,  legde Gerben uit. “Bij dit ecombiduct zal er een buis onder het pad komen te liggen, speciaal bedoeld voor degenen die schrikken van het lawaai en het licht van de voorbij razende auto’s.
“Angsthazen!”, riep de kraai.

Na afloop van de bijeenkomst praatten de eekhoorns Joep en Eek nog even na. Egel Erik luisterde mee.
“Maar ik ga bovenlangs”, zei Erik. “Ik ga toch niet uren lang door zo’n tunnel kruipen.”
Joep keek zijn broer aan.
“En jij, Eek, ga jij door die tunnel?”
“Ik weet niet of ik wel naar de andere kant wil. Zoals je weet staan ze daar niet te wachten om ons welkom te heten. Vergeet niet wat Gerben net zei. Hij heeft contacten met de overkant. Ze willen daar speciale patrouilletroepen oprichten die in de gaten houden wie er uit de tunnel komt. Dat is toch niet normaal”, zei Eek.
“Nee, normaal is het niet. Maar Gerben zei dat wij ook in de gaten moeten houden wie er híer na aanleg van dat ecombiduct allemaal op bezoek komen. Voor je het weet gaan ze niet meer terug en is het bos binnen no-time vol. “
“Nou, zo’n vaart zal het wel niet lopen, Joep. Er is genoeg plek. Alleen die reebok met dat vreemde gewei, die loopt de boel hier een beetje op te stoken. Als het aan hem ligt wordt de tunnel aan deze kant afgesloten en komt er niemand in.”
“Je bedoelt Ron. Ach, je kent die reebok toch. Dat is gewoon een schijtlaars. Dat beest kijkt 24 uur per dag angstig uit zijn ogen en vreest iedere seconde dat hij wordt aangevallen”, lachte de egel.
Eek knikte.
“En toch zit het me niet lekker dat die domme reebok probeert andere dieren op te hitsen en te waarschuwen tegen een invasie vanaf de andere kant. Hij krijgt wel met de dag meer aanhangers.”

De grote dag brak aan. Volgens niet bevestigde berichten zouden vandaag de eerste dieren van de tunnel gebruik maken. Gerben had iedereen gevraagd naar de tunnel te komen. Aan zijn oproep werd gehoor gegeven. Het was een drukte van belang bij het net aangelegde ecombiduct. Iedereen wachtte af op wat komen ging. Alle blikken waren op de tunnel gericht. Plotseling bewoog er iets. Iedereen keek op. Gerben begon te klappen toen hij de eerste bevers uit de tunnel zag lopen. Ze keken verbaasd om zich heen. Ook de andere dieren klapten en juichten. Alleen Ron de reebok keek, samen met een paar kameraden van hem, argwanend toe.

“Dit is het begin van het einde”, mompelde hij. Ondanks de bokkige reebok was het een feestelijke middag. Ron liep geïrriteerd terug het bos in, totdat hij opeens voelde dat er iemand achter hem liep die hij niet kende. Hij bleef staan.
“Nou Ron, hoe gaat het dan met jou, lieverd.”
Ron draaide zich langzaam om. Hij keek recht in de stralende ogen van Carla, de reebok waar hij in zijn jonge jaren smoorverliefd op was.
“Carla?!”, stamelde Ron. Hij was perplex. Rons kameraden keken vanaf afstand naar de twee reebokken, die elkaar nu nader kwamen.
“Ik ben zo blij dat ik nu hier kan zijn”, vertelde ze. ‘Ik ben over dat gevaarte gelopen, met onder mij die tunnel. Wat heerlijk dat we nu samen kunnen leven! “

Ron verkeerde net niet in een shocktoestand. Samenleven, ging het door zijn gedachten, dat kan natuurlijk ook. Hoezo heb ik daar nooit aan gedacht?”
“Dat is natuurlijk waar. Helemaal niet aan gedacht, we kunnen nu in één bos samenleven”, zei Ron tot zijn eigen verbazing. Maar wat maakte het uit. Hij was verliefd. Liefde staat boven alles, liefde doet soms gekke dingen met je. Zijn kameraden keken hem vreemd aan. Wat was er met Ron gebeurd? Ron wilde de vijand toch te lijf, ze zouden toch ten strijde trekken en hun stuk bos verdedigen?
“Jongens , kijk niet zo dom”, riep Ron. “We leven nu samen, begrijpen jullie dat niet!”
Carla vleide zich tegen Ron aan en likte teder zijn gezicht. Verliefd trok het liefdespaar het bos in, een gezamenlijke toekomst tegemoet.

Accountverwijderingsdag

qqHij klikte op afmelden, maar bleef aangemeld. Verbaasd keek hij opzij. Hij zat hier alleen in zijn kinderkamer, alleen met zijn computer. Nog harder drukte hij op de muis en liet het ding zo nu en dan op zijn mousepad stuiteren. Niks. Zijn hart sloeg sneller. Waarom kon hij Facebook niet meer uit? Het was alsof zijn vader en moeder, zijn oom Henk met zijn vieze lachje en de altijd aangeschoten tante Ria hem uitlachten en hem in Facebook gevangen hielden. Afmelden lukte niet, het woord ‘afmelden’ was nu zelfs uit het menu verdwenen. Rokie stond op en zag dat hij op een brede, witte strook stond, een strook wit licht. Op een klein, vierkant blokje herkende hij de profielfoto van tante Ria.

“Ria Bodemloos heeft 3 nieuwe foto’s toegevoegd” las hij. Wat was dit? Hij liep naar de deur maar de witte strook onder zijn voeten verdween niet. Hij liep over de drie foto’s waarop hij zag dat tante Ria een hem onbekende man kuste, ergens in een druk café. Tante’s ogen keken glazig in de camera of lag het aan de lens van het fototoestel? De 11-jarige Rokie Vandervan hekelde de foto’s van zijn aangeschoten tante met telkens andere kerels. Zou oom Henk die foto’s ook zien, dacht hij en liep zijn kamer uit. Hij stopte. De trap vanaf zijn zolderkamer naar de overloop was weg. Hoe kon dat nou?  Daarvoor in de plaats lag de witte strook op de bodem, oneindig lang uitgestrekt met aan weerskanten een eveneens oneindig mistig en grijs landschap. Droomde hij?

‘Alex Vandervan 2 uur – Bewerkt. Rie en ik gaan een weekje naar de Ardennen. Heerlijk, zonder kinderen, eindelijk rust :). ‘
Rokie keek naar de bodem, las de tekst en voelde zich verdrietig. Rie was zijn moeder, die ervoor had gezorgd dat hij die rare naam droeg. Maar waarom vinden papa en mama het heerlijk om zonder kinderen weg te gaan? Rokie wilde naar zijn moeder en vragen wat dit te betekenen had. Hij rende maar Facebook liet hem niet gaan. Hij struikelde over een Voorgesteld bericht over een evenement met bontgekleurde ballonnen, zag een foto van een feest met halfnaakte vrouwen en de tekst ‘Alex Vandervan gaat naar een evenement – 9 uur –.’  Rokie gleed uit, stond snel weer op en las “Rie Vandervan heeft haar profielfoto gewijzigd”. Alex zag dat zijn moeder verleidelijk en uitdagend opzij keek, met naakte schouders en een blauwe zee op de achtergrond. Zo kende hij haar helemaal niet. Die foto had hij ook niet eerder gezien. Was dat wel zijn moeder? Waar was hij? Zijn adem stokte.

‘Help’, schreeuwde hij en rende over lachende gezichten, uitgestoken vingers, foto’s van huisdieren, gebouwen, vliegtuigen, levensmiddelen, landkaarten, massa’s mensen, massa’s dieren, tekeningen, ogen, hoofden, geluiden, handen en op den duur kon hij het allemaal niet meer thuis brengen. Hij zag enkel nog puntjes, pixels en hij wilde hier weg, weg uit de pixelwereld waar niemand hem zag, waar niemand écht was. Hij wilde naar buiten, naar het heldere beekje in het bos, de vrolijke eenden in de vijver en de zingende vogels in de boom. Hij sloot één ogenblik zijn ogen.

Wat voelde hij daar? Het was de stoel uit zijn kamertje, zijn hand lag op de muis. Verschrikt opende hij zijn ogen.
“Afmelden” las hij in witte letters in een blauwe balk met een handje erop. Hij klikte.
‘Moet je weg? Blijf verbonden“ las hij.
Hij gilde.
“Wat is er?!”, riep zijn moeder en haastte zich naar boven.
“Ik wil niet verbonden blijven, ik wil weg, ik wil nooit meer terug!”
Zijn moeder sloeg een arm om hem heen en las ‘facebook’, in witte letters in een blauwe balk.
“Moet je weg? Blijf verbonden”, las ze en begreep wat haar zoontje bedoelde.
“Morgen gaan we je account verwijderen”, zei ze.
“Echt?”, riep Alex.
“Ja, natuurlijk echt, lieverd!’
“En papa’s ook?”
Rie dacht een moment na.
“En jouw account ook, mama?’
Rie zei niets, Alex wachtte op een antwoord.
“Morgen gaan we allemaal ons account verwijderen, lieverd. Morgen is het accountverwijderingsdag, zo!’
Rie voelde zich opgelucht, Rokie gaf haar een kus.