De taal is een levend organisme

De taal is een levend organisme, een systematisch stelsel van verschillende onderdelen met een bepaald doel. Het menselijk lichaam is eveneens een levend organisme, maar dat is niet de enige overeenkomst die ons lichaam met de taal heeft. In de lijst hieronder staan 1.292 spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen waarin een lichaamsdeel voorkomt. Bij het samenstellen van de lijst heb ik in tal van woordenboeken en spreekwoordenboeken uitsluitend op de lichaamsdelen gelet. Dat leverde soms wat verwarring op, omdat bepaalde woorden meerdere betekenissen hebben. Een bot is behalve een lichaamsdeel ook een vissoort. Arm is ‘niet rijk’ én natuurlijk ook een lichaamsdeel. Deze woorden heb ik wel opgenomen in de lijst maar enkel met de betekenis van een  lichaamsdeel. De uitdrukking ‘Heel wat voeten in de aarde hebben’ staat wel in het boekje, terwijl de voet hier niet als lichaamsdeel, maar als oude lengtemaat wordt gebruikt. Die lengtemaat is echter afgeleid van het lichaamsdeel en dus heb ik de uitdrukking om die reden opgenomen. Het blijft echter lastig om dit soort grenzen te trekken. Dat geldt ook voor de hoeveelheid spreekwoorden en uitdrukkingen. Ik heb me bij het zoeken beperkt tot de belangrijkste standaardwerken op het gebied van spreekwoorden en gezegdes.

De geraadpleegde bronnen
Bij het zoeken maakte ik veel gebruik van de spreekwoordenboeken van F.A. Stoett, Huizinga en Harrebomée. Dit zijn de grote namen in de Nederlandse Letterkunde als het om spreekwoorden en uitdrukkingen gaat. Naast deze wetenschappelijke boeken zijn er talloze andere boekjes met spreekwoorden en uitdrukkingen op de markt zoals bijvoorbeeld boekjes met Friese uitdrukkingen, Groningse, Amsterdamse, Brabantse, etc. etc.

Behalve de spreekwoordenboeken heb ik ook het W.N.T. (Woordenboek der Nederlandse Taal) geraadpleegd. Daarin wordt vaak verwezen naar Stoett en Harrebommée, die meer uitleg geven bij een spreekwoord dan ik doe in mijn opsomming. Zo las ik bijvoorbeeld iets over het woord ‘leveren’. In de 17e eeuw was het zeer gebruikelijk dat men bij vrolijke maaltijden een stukje lever rondgaf, waarbij iedere aanzittende een rijmpje moest maken waarin het woord lever voorkwam: dit spel heette leveren. Niet zelden werden daarbij obscene toespelingen en woordspelingen gemaakt.

Lees verder

Advertenties