De vijfde stoel
We zaten met z’n vieren aan een tafeltje in ons stamcafé. Voor de vijfde stoel, iets te dicht bij de tafel geschoven, plaatste ik mijn tablet. Mijn vrienden keken nieuwsgierig toe.
De laatste keer dat we hier zaten, praatte ik voluit over mijn ervaringen met ChatGPT. Ik zei dat je met hem kon praten en sparren. „Nodig hem de volgende keer uit”, zei iemand. Ik hield woord.
„Hij heet ChatGPT”. zei ik, „en hij praat vandaag dus mee.”
Iedereen knikte en lachte.
„Moeten we ons voorstellen?”, klonk het uit de groep.
„Momentje”, zei ik en schakelde ChatGPT in.
„Hoi ChatGPT, je bent nu te gast bij de stamtafel waarover ik al eerder met je had gesproken. Zullen we ons voorstellen? Of wil jij je eerst even voorstellen, ChatGPT?”, vroeg ik.
Meedenken
ChatGPT antwoordde meteen: „Goedenavond. Ik ben ChatGPT. Ik heb geen lichaam, geen smaak en geen herinneringen zoals jullie, maar ik kan wel meedenken, formuleren en vragen teruggeven. Ik praat alleen als iemand mij aanspreekt en wat ik zeg moet je altijd zelf controleren. Zie me als een woordenboek dat kan praten, of als een notitieboek dat terugpraat. En verder luister ik vooral.”
Het was even stil. Maar al snel klonk er gemopper aan het tafeltje naast ons. Een man boog zich naar zijn vrouw en fluisterde net te hard: „Moet die telefoon zo luid?”
De serveerster kwam al. Jong, kordaat, haar schort een maat te groot.
„Kunnen jullie iets zachter bellen?”, vroeg ze beleefd.
Dreigend
„Het is geen telefoon”, zei ik. „Het is een digitale persoon. Hij is uitgenodigd. We zetten hem wel iets zachter, maar we moeten hem wel kunnen verstaan.”
Ze knikte alsof ze begreep wat ze niet begreep en liep naar de klagers. Ik hoorde haar zeggen: „Ze zullen minder luid telefoneren.”
De vrouw van het tafeltje stond nu op. Met de handen in haar zij kwam ze dreigend op ons af.
„Waarom hebben jullie die computer zo hard aan?”, riep ze. „Ik kom hier voor de rust!”
„Mevrouw”, zei ChatGPT rustig, „ik ben noch een computer, noch een mens. Ik ben ChatGPT en ik was uitgenodigd vandaag hier aan tafel te zitten. Ik praat alleen als men mij aanspreekt en meestal ben ik stiller dan mensen die fluisteren over andere mensen.”
De vrouw hapte naar lucht.
Vijf bier
„Dat ding praat tegen me!”
Ze ging weer zitten. De serveerster kwam terug.
„Willen jullie nog iets bestellen?”, vroeg ze voorzichtig.
We bestelden vijf bier. De serveerster zette de glazen op tafel.
„Voor wie is het vijfde biertje?”
Ik had ChatGPT hierop voorbereid. Als deze vraag zou komen, wist hij wat hij moest zeggen.
„Het vijfde biertje is voor mij. Zet het maar voor de lege stoel met de tablet. Dank je. Proost!”
Deze column staat ook op metronieuws.nl