Wist u dat ….

gm…de film Het gangstermeisje in 1967 op de Berlinale werd genomineerd in de categorie beste film? Het scenario is gebaseerd op de gelijknamige roman van Remco Campert uit 1965. De internationale titel luidde The Gangstergirl.

Regisseur Frans Weiz begon al met de filmopnames, terwijl het scenario nog niet af was. Op blauwe luchtpostvelletjes stuurde Remco Campert voortdurend nieuwe dialogen op uit Antwerpen, waarna Weiz weer verder kon.

Volgens Wikipedia was de regisseur destijds verliefd op actrice Kitty Courbois, die met deze film haar speelfilmdebuut maakte. De titelsong werd geschreven door Jan Elburg en gezongen door Liesbeth List.

Advertenties

Remco Campert erhält den ‘Prijs der Nederlandse Letteren’ 2015

== {{int:filedesc}} == {{Information |Description=Remco Campert signeert op een gedichtenmiddag bij zijn 80e verjaardag. Athenaeum Boekhandel, Spui, Amsterdam |Source={{own}} |Date=2009-08-15 |Author=Apdency |Permission= |other_versions=

Wikipedia. Remco Campert signiert an einem ‘Gedichtetag’ anlässlich seines 80. Geburtstages. Athenaeum Buchladen, Spui, Amsterdam

Der niederländische Schriftsteller Remco Campert erhält den ‘Prijs der Nederlandse Letteren’ 2015. Der Prijs der Nederlandse Letteren (Preis der Niederländischen Literatur) ist der bedeutendste Literaturpreis der niederländischen Sprache. Er wird seit 1956 alle drei Jahre von der Niederländischen Sprachunion (Nederlandse Taalunie) vergeben, die sich dabei durch eine unabhängige Jury beraten lässt

Der Preis wird an Schriftsteller aus Flandern (Belgien), den Niederlanden und Suriname vergeben. Die Jury setzt sich aus drei niederländischen, drei flämischen und einem surinamischen Mitglied zusammen. Den Vorsitz hat abwechselnd ein flämisches und niederländisches Mitglied inne.

Der Preis wird im Wechsel jeweils in einem Land durch das jeweilige Staatsoberhaupt überreicht. Eine Ausnahme gab es nur 2001, als sich der Belgische König weigerte, den Preis an den des Kindesmissbrauch verdächtigen Lebensgefährten des erkrankten Preisträgers Gerard Reve zu überreichen und dies einem Beamten der Niederländischen Sprachunion überließ.

Remco Campert liest “Poesie ist eine Tat

 

Poëzie is een daad

Boekenmarkt Potsdam

Boekenmarkt Potsdam

De laatste tijd dagen worden mij veel boeken in de schoot geworpen. Op de boekenmarkt in Potsdam wachtte afgelopen zondag het boek ‘Talking Heads Fear of Music – Anstelle meines Kopfes’ van Jonathan Lethem op mij en door een toevallige ontmoeting op dezelfde dag kreeg ik van een Duitse journalist alvast het nieuwste boek van Bernard Schlink cadeau.

Vandaag ontving ik in een prachtig gebonden uitgave het boek ‘Jagen, Leben, Erinnern’, een uitgave met naar het Duits vertaalde gedichten van Remco Campert, geschreven tussen 1951 en 2011. De vertaling is afkomstig van Marianne Holberg. In een fraai geschreven voorwoord schrijft de Duitse schrijver, dichter, uitgever en vertaler Michael Krüger allereerst iets over de hedendaagse Poolse literatuur, waarbij je volgens hem meteen denkt aan namen als Czeslaw Milosz en Julia Hartwig, Zbigniew Herbert, Adam Zagajewski en Ryszard Krynicki. Daarna denk je pas aan de Poolse prozaschrijvers. aldus Michael Krüger

“In Nederland is het omgekeerd. Iedereen met interesse in literatuur kent de namen van Harry Mulisch en Cees Nooteboom, Margriet de Moor en Conny Palmen, Maarten ’t Hart en A.F.T. van der Heijden” schrijft hij vervolgens. “De dichters zijn nauwelijks bekend en slechts af en toe valt de naam Lucebert of Judith Herzberg, Rutger Kopland of Hugo Claus.” Een paar regels verderop toont Michael Krüger zich buitengewoon gelukkig over het feit dat er weer eens een Duitse vertaling van een Nederlandse dichter verschijnt, ‘ook als hij daarvoor ouder dan tachtig jaar moest worden.’

In de bundel met Duitstalige gedichten van Remco Campert staat één “Anmerkung” vooraf;
het gedicht ‘poesie ist eine tat’ verscheen eerder in ‘Unbekannte Nähe, Moderne niederländische Lyrik bis 1980’ in de vertaling van Maria Csollány. Mijn vertaling stemt hiermee grotendeels overeen.

Dus bestelde ik meteen het boekje ‘Unbekannte Nähe, Moderne niederländische Lyrik bis 1980’, want ik wilde als vertaler graag weten welke twee versies er van het bekende Campert gedicht zijn. Dit boekje lag vandaag in de brievenbus. Ik was positief verrast bij het zien van zo veel bekende namen; F. Harmsen van der Beek, D. Hillenius, Simon Vinkenoog, Hugo Claus, Nico Scheepmaker, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Riekus Waskowsky, Cees Nooteboom, Wilfred Smit, Paul Snoek, Judith Herzberg, Rutger Kopland, Gerrit Krol, Willem M. Roggeman, C.B. Vaandrager, Roland Jooris, K. Schippers, Willem Wilmink, J. Bernlef, Habakuk II de Balker, H.C. ten Berge, Nic van Bruggen, Hans Verhagen, Eddy van Vliet, Hans van Waarsenburg, Herman De Conick, Jules Deelder, Gerrit Komrij, Hans Tentije, Patrick Conrad, T. van Deel, Jan Kal, Jan Kuijper, Peter Nijmeijer, Patricia Lasoen, Willem Jan Otten en natuurlijk Remco Campert.

Hoe zit dat nu met de Duitse versie van ‘Poëzie is een daad?’ Ik publiceer hier niet het gehele gedicht, want volgens mij krijg ik dan problemen met instanties die zich met auteursrechten bezighouden. De twee Duitse versies bestaan uit zeven strofen van drie regels, net als het originele gedicht. Marianne Holberg  koos ervoor de Duitse zelfstandige naamwoorden zonder hoofdletters te schrijven. Alleen het eerste woord van een zin krijgt bij haar een hoofdletter, voor de rest is alles klein geschreven. Houden we het gebruik van hoofdletters en kleine letters buiten beschouwing, dan doemen in de tweede strofe toch al meteen twee verschillen op;

Maria Csollány schrijft:
Poesie ist eine Zukunft, denken
an nächste Woche, an ein anderes Land,
an dich, wenn du alt bist.

Marianne Holberg kiest voor:
Poesie ist zukunft, denken
an nächste Woche, an ein anderes Land,
an dich wenn du alt bist.

Dus één lidwoord en een leesteken verschil. In de derde strofe wordt twee keer een ander werkwoord gebruikt.

Maria Csollány schrijft:
Poesie ist mein Atem, bewegt
meine Füße, zaudernd manchmal,
über die Erde, die darum bittet.

Marianne Holberg schrijft:
Poesie ist mein atem, bewegt
meine Füße, zögernd manchmal,
über die erde die das verlangt

Kleine verschillen in de vierde strofe:

Maria Csollány schrijft:
Voltaire hatte Pocken, aber
heilte sich selbst, u.a. indem er
120 Liter Limonade trank: das ist Poesie

Marianne Holberg schrijft:
Voltaire hatte die pocken, doch
heilte sich selbst indem er u.a.
120 liter limonade trank: das ist poesie.

Ook in de volgende strofe zitten  verschillen:

Maria Csollány:
Oder die Brandung, Zerstiebend
auf den Felsen wird sie nicht wirklich zerschlagen,
sondern erneuert sich und ist darin Poesie.

Marianne Holberg:
Oder die brandung. Sie bricht sich
an den klippen und ist doch nicht gebrochen
erhebt sich wieder und ist darin poesie.

In de een-na-laatste strofe begint Maria Csollány met ‘Jedes Wort, das geschrieben wird, is ein Anschlag auf das Alter‘, terwijl Marianne Holberg kiest voor ‘Jedes geschriebene wort ist ein anschlag auf das alter.’ De laatste regel vertaalt Maria Csollány met ‘Am Ende siegt der Tod, ja gewiß‘, terwijl Marianne Holberg deze strofe afsluit met ‘Am ende siegt der tod, das wohl‘.

Ook de laatste strofe hebben beide vertaalsters op hun eigen wijze vertaald:

Maria Csollány:
aber der Tod ist nur die Stille im Saal,
wenn das letzte Wort verklungen ist.
Der Tod ist Erschütterung

Marianne Holberg:
doch der tod ist nur die stille im saal
nachdem das letzte wort verklang.
Der tod ist ergriffenheit.

Als liefhebber van Remco Campert kan ik afsluiten met een grappig moraal zoals in ‘Fabeltjes vertellen’ of ik kan iets doen met ‘vogels vliegen toch’ maar dat is allemaal niet bijster origineel. Iedere vertaler en vertaalster vertaalt een gedicht op zijn of haar eigen manier. Sommige vertalers kiezen voor een zo letterlijk mogelijke vertaling, andere vertalers kiezen voor een ruime interpretatie.

Bij poëzie is dé juiste vertaling volgens mij niet altijd mogelijk. Een onjuiste vertaling, die is wel altijd mogelijk. Persoonlijk zet ik grote vraagtekens bij “Der Tod ist Erschütterung” als vertaling voor “De dood is een ontroering”. Zelf zou ik in ieder geval gekozen hebben voor “Der tod ist ergriffenheit”. In het algemeen vind ik de vertaling van Marianne Holberg een stuk poëtischer. Dat komt o.a. tot uiting in de strofe over de branding: “Sie bricht sich an den Klippen und ist doch nicht gebrochen”.

De boeken:
Remco Campert, Jagen, Leben, Erinnern, Gedichte 1951 -2011
Unbekannte Nähe – Moderne niederländische Lyrik bis 1980