Songteksten Joy Division zanger Ian Curtis in boekvorm

VOLLTEXT, Nr. 1/2015

VOLLTEXT, Nr. 1/2015

Op de voorpagina van de Duitstalige literaire krant VOLLTEXT prijkt Joy Division zanger Ian Curtis. Hij rookt een sigaret. Onder de foto lees ik Das Wort zum Trauermarsch (het woord bij de dodenmars), de titel bij het stuk over de pas verschenen Duitse vertaling van het boek So This Is Performance, dat in oktober 2014 onder dezelfde titel in Engeland verscheen. Dodenmars (of treurmars) vind ik een goedgekozen woord, want ik herinner me dat de tijdsgeest in mijn ogen treurig en donker was en dat gold zeker voor Manchester en de rest van Engeland.  Zelf liep ik midden jaren tachtig met puntschoenen, een zwarte strakke broek en een leren jas om het lijf om duidelijk te maken dat het niet goed ging met de wereld. En ik luisterde naar Joy Division.

Ian Curtis was de zanger van de Britse postpunkgroep, die in vier jaar tijd twee studio-albums produceerde (Unknown Pleasures en Closer). Op 18 mei 1980 kwam de 23-jarige zanger door zelfmoord om het leven. In de huidige uitgave van de Duitstalige literaire krant VOLLTEXT staat een uitgebreid artikel over het boek, Ian Curtis en zijn teksten. Curtis was zeer belezen. Zijn eigen teksten liet hij echter tijdens zijn leven nergens afdrukken, zodat nieuwsgierige luisteraars zich bij interesse de tekst zelf eigen moesten maken.

In So This Is Performance staan enkele boekomslagen van boeken die hij bezat, boeken die hem het meest beïnvloedden: Aldous Huxleys Brave New World of A Clockwork Orange van Anthony Burgess. Deze en ook andere versies van een onheilspellende toekomst lieten onmiskenbaar hun sporen achter in de teksten, aldus Uwe Schütte, de auteur van het artikel. Hij geeft als voorbeeld het geweldige nummer Transmission, waar een duistere wereld wordt ontworpen met verzen als: “Eyes, dark grey lenses frightened of the sun/ We would have a fine time living in the night/ Left to blind destruction/ Waiting four our sight”.

Uwe Schütte, docent Duits aan de Aston University, schrijft verder dat Curtis graag boektitels overnam voor suggestieve songtitels zoals bij Dead Souls (Gogol: Dode Zielen), Colony (Kafka: In de strafkolonie) of Atrocity Exhibition (naar het gelijknamige boek van J.G. Ballard). Daarnaast noemt hij Curtis’ voorliefde voor lyriek. Hij bezat naast Une Saison en Enfer van Rimbaud ook gedichten van Ted Hughes, terwijl in de zinnen “Hollow in their meaning/ Hollow in their thinking” een verwijzing naar The Hollow van T.S. Elliot te herkennen is.

Schütte schrijft ook over de donkere tijdsgeest als hij een vriend opvoert, die “weliswaar eerder op klassiek en Goethe geabonneerd was maar de esthetische betekenis van Joy Division direct herkende. Hoe kan dat ook anders, gelet op deze spookachtige muziek, die geboren werd uit het stedelijk verval van het post-industriële Manchester, dat Benjamin Disraeli tijdens de bloeitijd nog aanprees als ‘celestial Jerusalem’.”

U1_978-3-498-00805-5.indd

Het artikel gaat ook in op het onvermijdbare ‘verculten’. Immers, bij de zelfmoord op de vooravond van de eerste VS-toernee van Joy Division, die voor de band hoogstwaarschijnlijk de internationale doorbraak mogelijk maakte – was Ian Curtis pas 23 jaar. Meerdere films hebben geprobeerd het mysterie van de band te ontrafelen. Volgens Uwe Schütte kunnen daarbij Control (2008) van Anton Corbijn en de documentaire Joy Division (1987) van Grant Gee op de voorgrond worden geplaatst.

Het handschrift van de gefacsimileerde notities van Curtis zijn volgens het artikel goed leesbaar, “het lezen van de aantekeningen vereist echter wel een bepaalde mate van concentratie en geduld.” In die aantekeningen is de manische energie te herkennen, de energie die Curtis aandreef als hij zich door herhalende aanlopen en nieuwe veranderingen naar voren vocht, totdat hij de versie te pakken had waarin de woorden elkaar in de juiste volgorde terugvonden en waarbij ook de muziek paste. Uwe Schütte geeft een voorbeeld: “This is a crisis I knew had to come/ Destroying the balance I’d kept/ Doubting, unsettling and turning around/ Wondering what will come next”. Ze stammen uit de song Passover. Hierbij verwijst Curtis naar het Pesach feest, waarbij de joden vieren dat ze van het juk van de onderdrukking bevrijd zijn. Deze bevrijding van het juk was de lijdende Curtis echter niet gegund.

Schütte gaat ook in op de zware epilepsie van de Engelse zanger. “De grand mal van de epilepsie, hardnekkige depressies en de uit een massieve plankenkoorts resulterende angst voor het podium waren de destabiliserende psychische determinanten waarmee Curtis al schrijvend worstelde.” De epileptische aanvallen tijdens intensieve concerten werden door het publiek verkeerd begrepen. Men zag het in vreemde bochten draaiende lichaam als onderdeel van de show. Natuurlijk tipt de auteur in zijn artikel ook Love Will Tears Us Apart aan, de song die onomwonden verwijst naar de huwelijkscrisis die het leven van Curtis in de laatste maanden overschaduwde en waarin hij een vermeende affaire had met de Belgische journaliste Annik Honoré.

Joy Division – Love Will Tear Us Apart

Het is belangrijk te weten dat Ian Curtis zijn teksten nooit als autonome teksten beschouwde maar ze steeds met het oog op de muziek schreef, ook al liep de grootse tekst in de allermeeste gevallen ver op de muziek vooruit. De bijdrage in huidige uitgave van VOLLTEXT sluit af met de speculatie hoe het met de schrijver Ian Curtis verder was gegaan zonder de verlossende zelfdoding. Het vermoeden ligt voor de hand dat hij van de muziek was weggelopen om zich aan het proza te wijden. Achter in een boekenkast bevond zich volgens de weduwe de kiem van een narratieve tekst “unwritten apart from a few paragraphs full of unspecified despair”.

In het slot van het boek So This Is Performance hebben Deborah Curtis en John Savage een autograaf als treffend grafschrift neergezet. Hoe dit epitafium luidt, dat staat in het boek. Het is tevens de laatste zin van het artikel in de huidige uitgave van VOLLTEXT, die ik net als de rest van de inhoud zeer aanbevelenswaardig vind. Er wordt namelijk ook vee aandacht besteed aan een andere ‘schrijvende musicis’. In een 4 pagina’s tellend artikel schrijft de Duitse schrijfster Ursula Krechel over het leven en de literatuur van de Oostenrijkse bestseller-auteur én harpiste Vicki Baum.

Wie meer wil weten over het boek So This Is Performance, kan ook deze recensie (19 oktober 2014) van het Britse dagblad The Independent lezen.

volltext2015Wie meer wil weten over VOLLTEXT (dit jaar €3,90 bij de Duitse kiosk maar een abonnement is praktischer en voordeliger), kan via deze link mijn interview met de oprichter en uitgever Thomas Keul lezen.

Ian Curtis – So This Is Permanence
ISBN 978-3-498-00805-5
368 pagina’s
Prijs: € 22,95
Gedeeltelijke voorafdruk (PDF)
Uitgeverij: Rowohlt

 

Veel Voskuil in VOLLTEXT

???????????????????????????????Het is de eerste keer dat ik in de Duitstalige literaire krant VOLLTEXT een artikel van een Nederlandse auteur over een Nederlandse schrijver lees. Twee pagina’s tekst n.a.v. ‘Schmutzige Hände‘, de zojuist verschenen Duitse vertaling van ‘Vuile handen’, het tweede deel van de zevendelige romancyclus Het Bureau (Das Büro) van J.J. Voskuil.

Detlev van Heest heet de auteur van de bijdrage. Hij is een Nederlandse schrijver die tegenwoordig als parkeerwachter in Hilversum werkt. In 2010 verscheen zijn debuut De verzopen katten en de Hollander, in hetzelfde jaar gevolgd door Pleun. Een jaar later kwam zijn boek Het verdronken land. Terug naar Japan op de markt. Over Detlev van Heest is al veel geschreven in de Nederlandse media. Jeroen Vullings schreef in 2010 een recensie over zijn debuutroman en op de website van VPRO-Boeken kunnen bezoekers een interview met Van Heest beluisteren n.a.v. de nominatie van zijn laatste boek voor de Bob den Uyl Prijs. Daarom verklaar ik de auteur van het artikel bij deze als geïntroduceerd en wijd ik me aan zijn bijdrage in VOLLTEXT.

Duitse taal
‘Aan de Nederlandse literatuur hechtte ik altijd zeer veel waarde maar de Duitse, geschreven in de taal van mijn moeder, had mij sinds mijn vroege jeugd overschaduwd.’ Dat schrijft Van Heest ergens midden in het artikel. Ik citeer dit stukje, omdat het aangeeft dat hij de Duitse taal dermate goed beheerst, dat hij in staat is deze Duitstalige bijdrage te schrijven. In ieder geval lees ik nergens dat het artikel een vertaling is. Wat schrijft een Nederlandse schrijver in een Weense, literaire krant? Over de Duitse taal schrijft hij, dat hij zich kan herinneren dat hij vroeger alles in het Duits altijd veel belangrijker, bewuster en literairder vond klinken dan in de ruwe tongval van de Nederlanders. Hoewel ik dit herken, beoordelen veel Duitsers – althans in mijn kennissenkring – de Nederlandse taal helemaal niet als ruw. Ze vinden het Nederlands juist prettig, soms ‘niedlich’, om te horen. Dat kan natuurlijk een vorm van beleefdheid zijn, dat realiseer ik me ook. Goed, dat even terzijde, terug naar VOLLTEXT.

Harry Potter
Wat schrijft Detlev van Heest nog meer? Natuurlijk veel over J.J. Voskuil en Het Bureau, want dat is de aanleiding. In de eerste alinea legt hij uit dat in de jaren ’90 in Nederland een nieuw fenomeen zijn intrede deed. ’s Nachts, voor het verschijnen van een nieuw deel uit de romancyclus Het Bureau, kampeerden ongeduldige lezers voor de boekwinkels, omdat ze bij het verschijnen per se hun eigen exemplaar wilden hebben. Van Heest: ‘Dit fenomeen werd later wereldwijd bekend onder de naam van een andere boekenserie: Harry Potter. In Nederland bracht J.J. Voskuil (1926-2008) met zijn zevendelige monumentale werk dezelfde effecten te weeg.’

Cultboek
Vervolgens lees ik dat Het Bureau een moderne klassieker én een cultboek genoemd kan worden, waarvan er bijna een half miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Natuurlijk komt ook het hoorspel met de 475 afleveringen ter sprake. Wat er niet in staat, maar wat ik wel aardig vind om te vermelden, is dat destijds bij het hoorspel Wim T. Schippers de stem van romanpersonage Sluizer voor zijn rekening nam en Huub van der Lubbe de stem van de Cor de Bruin, de conciërge in Het Bureau, verzorgde.

In het begin ging de drukte rondom Het Bureau totaal aan Detlev van Heest voorbij. Hij woonde immers al zes jaar in Japan. Eerlijk gezegd heb ik ook niks van die drukte gemerkt, omdat ik in 1997 Amsterdam dusdanig zag verslechteren, dat ik mijn koffers pakte en naar Spanje vertrok. Tien jaar later keerde ik terug, bleef eventjes en vertrok wederom, dit keer naar Berlijn. Maar nu weer terug naar het artikel.

Detlev van Heest zat dus in Japan. Zijn destijds beste vriend Ben stelde hem per brief op de hoogte van ‘het literaire fenomeen’. In het artikel schrijft Van Heest dat Ben hem adviseerde de complete serie boeken te bestellen, omdat hij er helemaal van ondersteboven was. ‘Zeven delen zouden het in totaal worden, drie waren er al verschenen. Ik moest ze per se lezen, alleen al vanwege de auteur. Ben had namelijk een keer min of meer persoonlijk contact met hem, dat betekent, hij had als kind één of twee keer op de schoot van de vader van die schrijver mogen zitten’, schrijft Van Heest.

‘Door personages te laten praten, leer je ze kennen’. Dat is een citaat van Van Heest, dat vorig jaar in dagblad Trouw verscheen. Door de manier waarop Van Heest in VOLLTEXT ‘praat’, leer ik de auteur ook beter kennen. Hij zegt bijvoorbeeld dat hij in 1991 zijn televisie de deur uitdeed om niet meer in de verleiding te komen om al die onzin-series te zien, die de beeldbuis vervuilden. Destijds mocht wat hem betreft ook de boekdrukkunst worden afgeschaft, want wat betreft boeken was het in zijn ogen van hetzelfde laken een pak. In de oorspronkelijke Duitse tekst drukt hij dit iets fraaier uit:

1991 hatte ich meinen Fernseher abgeschafft, um nie mehr in Versuchung zu kommen, mir in der Weite der Röhre den dort gezeigten Serienmist ansehen zu müssen. Und von mir aus hätte man auch die Buckdruckerkunst abschaffen können, wenn dem Leser aus Vermarketungsgründen Bücher nur noch bröckchenweise zugemutet werden konnten, ob nun als Feuilletonhappen oder als fortschreitender Dickbuch-Durchfall. Ich bin eine ungeduldige Natur – und jetzt ein Werk biblischen Ausmaßes?”

Detlev van Heest wilde als ongeduldige natuur dus aanvankelijk niets met de serie boeken te maken hebben. Maar naarmate hij langer in Japan verbleef, nam zijn verlangen naar Nederlandstalige boeken toe. Van echte heimwee was geen sprake. ‘Ik had het in dat verre eilandenrijk zo naar mijn zin, dat ik me daar voor eeuwig wilde vestigen’. Zijn vriend Ben bestookte hem ondertussen met meer en meer Nederlandse literatuur om zo zijn groeiende verlangen te bevredigen. ‘Nu kwam hij met J.J. Voskuil op de proppen, bijna 5.500 pagina’s: Het Bureau. Ben – puisterig gezicht, onbegrepen, zijn zelfhaat werd alleen door zijn verachting van de overige mensheid overtroffen, was hoogst intelligent – en zo besloot hij mij tot Voskuil te bekeren. Hij en zijn vriendin bezochten mij drie weken in Tokio en namen als cadeautje het tweede deel ‘Vuile handen’ van de Voskuilse Bureau-saga mee. Aangezien hij en zijn levensgezellin zo’n lange weg hadden afgelegd, beloofde ik dat ik er wel eens in zou kijken maar niet meteen: ik moest eerst nog andere zaken lezen.’

De VOLLTEXT-lezer leert Detlev van Heest nog beter kennen als hij vervolgens schrijft over een vrouw met wie hij destijds in Japan samenleefde. Ze leed aan een chronische slapeloosheid en kwam ’s nachts altijd met het dringende verzoek haar moe te maken. Van Heest: ‘Aangezien de geslachtsdrift op den duur niet de oplossing bood, las ik haar boeken voor, levensverhalen van ambtenaren bij de overheid en ook werken van de hogere literatuur: voornamelijk van gedeporteerde, aan de alcohol verslaafde Russen en chronisch depressieve Duitsers.’

Maarten Koning
Van Heest beschrijft dat de boeken van Voskuil naast het bed lagen maar niet het gewenste resultaat opleverden. ”Integendeel! Haar slaapstoringen sloegen op mij over. Want ieder hoofdstuk van Voskuils werk dwong mij tot verder lezen, zoals je een sigaret ook niet na twee of drie trekjes uit kunt maken. Ben had gelijk: de hele slof moest opgerookt worden!’ Hij merkt hierbij op dat de dialogen in Voskuils Bureau-boeken in hun ‘authentiek-komische nuchterheid’ voor hem onovertroffen waren. Al snel identificeerde hij zich met het hoofdpersonage Maarten Koning, ‘de onvermoeibare cultuur- en civilisatiepessimist die zich toch altijd weer door zijn medemensen laat beetnemen.’ Nergens is men eenzamer en verlatener dan in een gemeenschap. Saamhorigheid of overeenstemming bestaat voor Maarten Koning alleen in de eenzaamheid’, aldus Detlev van Heest.

Het artikel in VOLLTEXT is omvangrijk maar te interessant om kort samen te vatten. Dus meld ik graag hoe het verder gaat. Detlev van Heest schreef destijds een lange brief aan Voskuil en ontving prompt antwoord. Hierdoor ontstond een correspondentie die tot aan Voskuils levenseinde duurde. Kort na de eeuwwisseling reisde Van Heest naar Europa en bezocht in Amsterdam het echtpaar Voskuil. Citaat: ‘Ik wilde Ben meenemen, want hij had immers op de schoot van de vader gezeten maar ik durfde de schrijver en zijn vrouw niet te vragen of ik deze ‘spruit’ ook mee mocht nemen. Ben kwam mee naar Amsterdam en wachtte uiteindelijk urenlang in een nabij gelegen café. Toen ik na mijn bezoek enthousiast naar hem terugkeerde, zweeg hij – tot op vandaag de dag.’ Door Het Bureau eindigde de vriendschap tussen Ben en Detlev van Heest noodlottig. ‘Een gevaarlijk boek dus – de lezers in het Duitse taalgebied zijn daarom gewaarschuwd.’

Nobelprijs
Nadat J.J. Voskuil in 2008 stierf, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) in de necroloog dat de schrijver, was hij geen Nederlander maar een Amerikaan, ongetwijfeld een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur was geweest, aan de andere kant zou een Amerikaan nooit in staat geweest zijn zo’n groots werk als Het Bureau te schrijven. Ik voeg hier nog aan toe dat na verschijning van de vertaling van het eerste deel (Direktor Beerta) Voskuil door Der Spiegel al meteen tot ‘cultschrijver’ werd uitgeroepen. Weekkrant Die Zeit noemde dat boek ‘weliswaar buitengewoon sympathiek maar de hype niet waard’. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik mijn eigen mening over een boek vrijwel altijd herken in de recensies van de FAZ en in veel mindere mate in die van Die Zeit, de krant die ooit in de persoon van Wiebe Porombka Daniel Kehlmanns boek Ruhm ‘spiegelgladde designerliteratuur’ noemde. Dat was merkwaardig, omdat zowel de FAZ en de Neue Zürcher Zeitung het boek de hemel in prezen. Tot zo ver de kleine zijsprong naar de literaire recensies in de Duitstalige media.

Stijl
Detlev van Heest zegt in zijn artikel dat Voskuil ‘creatief schrijven’ uit de weg ging, net als mooischrijverij, mystificatie en overdrijving, die sommige getalenteerde Nederlandse schrijvers die flair van het in-zichzelf-verliefd-zijn bezorgen waarmee ze, zodra ze uit de mode zijn, alleen nog een lachwekkende indruk achterlaten. Het zijn de woorden van Detlev van Heest over sommige getalenteerde Nederlandse schrijvers. Hij voegt er nog aan toe: ‘Ik bedoel hiermee in geen geval Cees Nooteboom of Harry Mulisch, de enige Nederlanders die een goede kans ma(a)k(t)en in Stockholm acht miljoen Kronen uit de handen van de Zweedse koning te ontvangen.’

Opvallend is de schrijfstijl die Van Heest zelf in dit artikel gebruikt. Aan de ene kant verwijt hij sommige getalenteerde Nederlandse schrijvers mooischrijverij maar in zijn eigen artikel laat hij in mijn ogen soms iets te opzichtig zien dat ook hij zeer creatief met woorden kam omgaan in plaats van gewoon duidelijk te verwoorden wat hij nu eigenlijk wil zeggen.

Vertaling
Uitgever Wouter Van Oorschot zei ooit in een interview dat de boeken van zijn schrijvers, J.J. Voskuil voorop, zo uniek zijn, dat ze als onvertaalbaar gelden. Dat schrijft Van Heest als inleiding om de vertaler Gerd Busse te loven. ‘Ik heb met Voskuil meermaals over deze vertaling gesproken. Hij verbaasde zich dat het mogelijk was dat iemand de zin en woordelijke inhoud van Het Bureau zo goed in het Duits omzette. Soms leek het er voor hem, op alsof hij de roman oorspronkelijk in het Duits had geschreven.’

Hier geeft Van Heest de vertaler dus een groot compliment. Vertaler Gerd Brusse is overigens ook de vertaler van Van Heest’ eigen roman ‘De verzopen katten en de Hollander’, die in 2016 in het Duits zal verschijnen bij Verbrecher Verlag. Dat is weer dezelfde Duitse uitgeverij die alle delen van “Das Büro” uitgeeft.

Het eerste deel van Das Büro (Direktor Beerta) verscheen niet bij Verbrecher Verlag maar bij C.H. Beck. Naar alle waarschijnlijkheid komt er in 2015 een nieuwe uitgave bij Verbrecher Verlag uit. De planning voor de overige delen bij Verbrecher Verlag is als volgt:

Das Büro 3. Plankton – 978-3-95732-008-7 (voorjaar 2015)
Das Büro 4. Das A. P. Beerta-Institut – 978-3-95732-009-4 (herfst 2015)
Das Büro 5. Und auch Wehmütigkeit – 978-3-95732-010-0 (voorjaar 2016)
Das Büro 6. Abgang – 978-3-95732-011-7 (herfst 2016)
Das Büro 7. Der Tod des Maarten Koning – 978-3-95732-012-4 (voorjaar 2017)

VOLLTEXT
Wie meer wil weten over VOLLTEXT, een literaire Duitstalige krant dat ik van harte kan aanbevelen (€2,95 bij de Duitse kiosk maar een abonnement is praktischer), kan via deze link mijn interview met de oprichter en huidige uitgever lezen.

Hedendaagse literatuur voor een breed publiek

Uitgever Thomas Keul (Ⓒ A. van Gent)

Uitgever Thomas Keul (foto: Ⓒ A. van Gent)

In 2002 verscheen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland een unieke literatuurkrant op de markt. Niet alleen het krantenformaat viel meteen op, maar ook de verkoopprijs van € 2,50 en de oplage van 50.000 exemplaren. ‘ Literatuur to go’  noemde de literatuurredacteur van het Duitse dagblad ‘Die Welt’ de Weense literatuurkrant VOLLTEXT treffend.

Hoge oplage
In een modern koffiehuis in het negende district van Wenen spreek ik met Thomas Keul, de man die in 2002 samen met Thomas Heher, Josef Klareck en Gerhard Kusternigg VOLLTEXT oprichtte. ‘We probeerden een ander, ook economisch ander paradigma te vinden voor het klassieke model literatuurtijdschrift. We wilden niet de weg bewandelen om klein te beginnen en dan te groeien. Dat gaat niet. Als je klein begint, dan ben je tot klein blijven veroordeeld”, legt Thomas Keul uit.

Hij is nog wel liefhebber van het type literaire tijdschrift dat in kleine kring door geïnteresseerden wordt gelezen en waar je soms wel 12 euro voor betaalt. ‘Maar wij wilden meteen met een hoge oplage van start gaan. Bij het drukken van kranten zijn kleine oplagen proportioneel duur. Dan heeft het geen zin om onder de 20.000 exemplaren een krant te drukken.’

Schrijver Arno Geiger op de pagina om abonnementen voor VOLLTEXT te werven.

Schrijver Arno Geiger op de pagina om abonnementen voor VOLLTEXT te werven.

Concept
In Duitstalige dag- en weekbladen komt de literatuur aan bod in het zogenaamde ‘Feuilleton’. Daarnaast bieden de traditionele literaire tijdschriften een podium voor vaak nog onbekende schrijftalenten. Volgens Thomas Keul is zijn krant vooral een forum voor schrijvers. ‘We hebben altijd het streven gehad om de schrijvers aan het woord te laten. De recensenten hebben sowieso hun forum al in de feuilletons van de week- en dagbladen en daar ben ik ook überhaupt niet in geïnteresseerd. Schrijvers hebben een andere blik als het bijvoorbeeld om een recensie gaat. Daarom proberen wij ook altijd een recensie door een schrijver te laten maken. Recensies zijn globaal genomen relatief steriele tekstsoorten. Misschien is dat zo omdat het genre al zo lang bestaat. Er heerst een dwang om zich tot bepaalde titels te beperken, titels die een uitzicht bieden op het vinden van een breed lezerspubliek. Bovendien is duidelijk dat grote dag- en weekbladen zich niet primair met de niches kunnen bezighouden. In de kranten is dan ook sprake van een plaatsprobleem. De literatuur strijdt daar tegen alle andere kunstkolommen en de hele cultuur strijdt weer tegen bijvoorbeeld de politiek, de wetenschap of de sport. Het feuilleton is één van de zwakke schakels.’

‘VOLLTEXT wil hedendaagse literatuur voor een breed publiek toegankelijk maken.’

Inhoud
VOLLTEXT wil hedendaagse literatuur voor een breed publiek toegankelijk maken. Zo staat het letterlijk in het colofon. In een willekeurige uitgave lees je zowel een recensie van het nieuwe boek van filosoof Peter Sloterdijk, een uitgebreid artikel over de grote haast en het geduld bij het schrijven als een gesprek van Claus Peymann met Katharina Pektor over de theaterstukken van Peter Handke. Geen vooraankondigingen, geen trends, niks ligt vast. In de loop der jaren zijn wel enkele vaste rubrieken ontstaan zoals de column Neulich van de Duitse schrijver Andreas Maier of Die Bewohner von Château Talbot waarin de Oostenrijkse schrijver Arno Geiger teksten schrijft bij een foto die hij heeft gevonden. Een rubriek die veel resonantie oplevert en veel substantie heeft, luidt Nicht mehr lieferbar. Hierin schrijft de jonge Oostenrijkse schrijver Clemens Setz op verbluffende wijze over schrijvers die vandaag de dag niet meer vertegenwoordigd zijn. ‘Dat is ongelooflijk. Vaak zijn het grote namen van schrijvers die tien jaar weg zijn en dan opeens weer opduiken, omdat een uitgeverij interesse heeft. Daarna zijn ze weer weg’, legt Keul uit. Zo schreef Setz in zijn rubriek over onder andere Ivy Compton-Burnett, Denton Welch, Kõbõ Abe, Emmanuel Carrère, Dennis Cooper, Eyvind Johnson en Félix Fénéon.

Daarnaast verschijnt jaarlijks al tien jaar lang de speciale Bachmann-Preiseditie waarin de deelnemers aan deze belangrijke literatuurwedstrijd aan de hand van hun teksten worden voorgesteld. Dat zijn gemiddeld tussen de veertien en achttien schrijvers. Thomas Keul: ‘In die tien jaar hebben we kennisgemaakt met 150 tot 180 schrijvers. In wezen is het de volgende generatie met enkele nieuwkomers. Hierdoor krijg je wel een indruk wat er binnen de hedendaagse Duitstalige literatuur wordt gemaakt.’

Jaarlijks verschijnt VOLLTEXT met een speciale uitgave, gewijd aan de gerenommeerde literaire Bachmann-Preis.

Jaarlijks verschijnt VOLLTEXT met een speciale uitgave, gewijd aan de gerenommeerde literaire Bachmann-Preis.

Experimenten
Zo nu en dan verrast VOLLTEXT met een experiment zoals in 2004. De Duitse schrijver Alban Nikolai Herbst vroeg of zijn roman Meere compleet in VOLLTEXT afgedrukt kon worden. Dit boek werd in het verschijningsjaar 2003 door de rechter verboden, omdat een persoon zich in het verhaal herkende. Deze vond dat zijn persoonlijkheidsrechten waren aangetast. Alle boeken werden uit de handel genomen of vernietigd. Na een kleine aanpassing door de schrijver raakten Herbst en de aanklager het eens. De uitgeverij had na het financiële fiasco echter geen zin het boek opnieuw uit te geven. ‘Wij hebben toen gezegd, oké, dat doen we. Het heeft bij een dergelijk grote tekst geen zin om die in delen te publiceren met grote afstanden ertussen. Uiteindelijk waren het 30 krantenpagina’s. Zo is die uitgave tot stand gekomen’, legt Keul uit.

Een ander experiment is de oktoberuitgave van 2011. Alle artikels in die editie zijn van een nummer voorzien in plaats van een naam. De lezer vindt op de website van de krant de corresponderende namen terug. Thomas Keul: ‘Dat was een experiment. We wilden zien hoe lezers op teksten reageren als de receptie niet door namen van schrijvers wordt begeleid, als bekende en onbekende auteurs, grote en kleine uitgeverijen dezelfde kansen hebben om waargenomen respectievelijk gelezen en niet vooringenomen beoordeeld te worden.’

Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland
De redactie van VOLLTEXT bestaat nu naast Keul uit Theresa Profanter. Alle andere medewerkers werken op freelance basis. De krant verschijnt in drie Duitstalige landen. Keul: ‘De Oostenrijkse markt is definitief te klein voor een krant als VOLLTEXT, dat zou nooit lukken. Daarvoor zijn er gewoon te weinig boekhandels en te weinig uitgeverijen. Er is echter geen reden om ons alleen tot Oostenrijk te beperken. De boekenmarkt is sowieso een gezamenlijke Duitstalige. Daarbij zie je veel verrassende verschillen tussen het bekendheidsniveau van de schrijvers. Dat merk je bij lezingen. Er zijn schrijvers die in Duitsland een superster zijn en in Oostenrijk heel slecht bezochte lezingen hebben of omgekeerd. Die schrijvers zijn hier een ster en trekken in Berlijn vijftien bezoekers. Dergelijke fenomenen bestaan.’

‘Er zijn schrijvers die in Duitsland een superster zijn en in Oostenrijk heel slecht bezochte lezingen hebben of omgekeerd.’

Verspreiding
De eerste jaren verscheen VOLLTEXT tweemaandelijks in een oplage van 50.000 exemplaren. Nu wordt de krant vier keer per jaar gedrukt in een oplage van 30.000 exemplaren. De losse verkoopprijs bedraagt ondertussen € 2,90. Een van de distributiekanalen is het abonnement. Daarnaast zijn er de afspraken met de boekhandels in Oostenrijk, Duitsland en een stukje Zwitserland. ‘En de kiosken in deze drie landen’, vertelt Keul. ‘In Oostenrijk hebben we bovendien de straatverkoop. De rest wordt door distributieacties onder de mensen gebracht. Bijvoorbeeld bij de speciale uitgave over de Bachmann-Preis. In dat geval koopt de stad Klagenfurt 5.000 exemplaren en verdeelt die in de stad.’

Financiering
Aanvankelijk overleefde de krant zonder subsidies en stopten de initiatiefnemers er veel eigen geld in. Na verloop van tijd werd het lastig. Thomas Keul: ‘Ondertussen krijgen we subsidies van de republiek Oostenrijk. Dat is de hoofdmoot, ongeveer € 20.000 per jaar. De afgelopen jaren hebben we ook kleine bedragen aangevraagd. Het Duitse literatuurfonds gaf ons € 12.000 en van de stad Wenen kregen we af en toe subsidies ter waarde van € 3.000. Een lange periode ontvingen we van de republiek Oostenrijk jaarlijks € 6.000. Dat is voor een krant met deze onkosten veel te weinig. Daarom investeerden we in dit project veel eigen geld wat we eigenlijk niet hadden.’

Dit artikel verscheen in maart 2014 in uitgave 348 van Kunsttijdschrift Vlaanderen