Twee Berlijnse avonden met Nederlandse literatuur

ARNON GRUNBERG EN MARJOLIJN UITZINGER

Eva Menasse en Arnon Grunberg

Eva Menasse en Arnon Grunberg

Dinsdag 2 december 2014
‘Er staan vier stoelen op het podium, wat raar. Dit is dus de grote zaal, nou, zo groot is die ook weer niet.’ Het is mij meteen duidelijk dat ik niet de enige Nederlander in deze ruimte van het Berlijnse Literaturhaus aan de Fasanenstraße ben. ‘Typisch Nederlands gemekker,’ denk ik als ik die zinnen hoor. De volgens mij nog voor de Tweede Wereldoorlog geboren dame weet noch dat ik haar versta, noch dat ik haar woorden hier opschrijf. Ze loopt naar haar stoel op de eerste rij. Ik zit ook op de eerste rij maar gelukkig vijf stoelen verderop, direct naast het gangpad tussen de twee blokken met stoelen.

De dame zit eindelijk en praat nu over ‘Arnon’ alsof het haar zoon is. Ongewild neem ik er kennis van dat de schrijver Arnon Grunberg wel eens tot haar intieme vriendenkring zou kunnen behoren. Aangezien het nog vroeg en rustig is, kan ik niet om de stem van de dame heen. Ze heeft overigens wel gelijk dat het vreemd is om vier stoelen op een podium te zien bij een optreden van Arnon Grunberg en de Oostenrijkse schrijfster Eva Menasse. Om acht uur, de zaal is inmiddels propvol, weet ik waarom er vier stoelen staan. Helemaal rechts zit namelijk prof., dr. Anne Fleig, helemaal links prof., dr. Jan Konst, beiden afkomstig van het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie der Freien Universität Berlin. In het midden zitten de schrijver en schrijfster.

Uit de inleiding begrijp ik dat deze avond onderdeel is van een universitair project met de titel Literatur im Dialog, waarbij het joods schrijven een centrale rol speelt. Dat wist ik niet. Eerst worden de beide schrijvers aan het publiek voorgesteld. Ik noteer dat Eva Menasse sinds 1999 in Berlijn woont en niet sinds 2003. Die datum duikt volgens haar overal ten onrechte op. Als dan ook Arnon Grunberg aan de zaal is voorgesteld leest Eva Menasse een stuk voor uit haar vorig jaar verschenen roman Quasikristalle. In 13 hoofdstukken brengt de schrijfster een vrouw in beeld die vanuit 12 verschillende perspectieven wordt waargenomen. De vrouw als moeder en dochter, als vriendin, als huurster en patiënte, als vage kennis en ontrouwe echtgenote, etc.

Passend bij het thema van deze avond leest Eva Menasse een stuk voor uit het tweede hoofdstuk, waarin ze op subtiele wijze verslag doet van Xane Molin, de protagoniste die deelneemt aan een Auschwitz-excursie. Vervolgens is het de beurt aan Arnon Grunberg iets voor te lezen uit, hoe kan het ook anders op deze avond, der jüdische Messias. Vooraf vertelt hij dat Rainer Kersten, de vaste Duitse vertaler van zijn boeken, uitstekend werk heeft verricht bij De joodse messias. ‘Die Übersetzung ist besser als das Original”, aldus Grunberg. Vervolgens leest hij voor uit het hoofdstuk ‘Was will der Jude?’ (Wat wil de Jood?). Ik herinner me de scene uit het boek. Het is een hilarisch stuk over de protagonist Xavier die zich wil laten besnijden en daarom in een buitenwijk van Basel de heer Schwartz bezoekt. Op een prachtige en vooral humoristische wijze beschrijft Grunberg de donkere kamer met de gesloten gordijnen en een paar lampen, de half blinde Schwartz en de kaasjes die Schwartz voor vrienden, familieleden en kennissen importeert.

Citaat: ‘Meneer Schwartz was opgestaan. Uit een boekenkast haalde hij een stuk kaas tevoorschijn en met een kaasschaaf sneed hij haastig twee plakken af. Hij hield ze in zijn hand als een hostie. ‘Wil je proeven,’ vroeg meneer Schwartz, ‘of heb je me voor niets laten afsnijden?’ Xavier nam een plak kaas aan en schoof hem haastig in zijn mond. Hoewel hij niet religieus was opgevoed had hij het idee dat hij het vlees van Christus naar binnen werkte. Hij wist dat dit volk niet aan Christus deed, maar waar moest je het anders mee vergelijken? Koosjere kaas, het vlees van Christus. Hoe langer je erover nadacht, hoe meer het op elkaar begon te lijken. ‘Emmentaler,’ zei meneer Schwartz en hij keek melancholiek, alsof emmentaler en weemoed onvermijdelijk met elkaar verbonden waren.’ Einde citaat.

V.l.n.r.: Jan Konst, Eva Menasse, Arnon Grunberg

V.l.n.r.: Jan Konst, Eva Menasse, Arnon Grunberg

Weer kaas, dacht ik. Dit jaar las Arnon Grunberg ook een hilarische passage over kaas voor. Destijds ging het niet over Emmentaler maar over Nederlandse kaas van Albert Heijn, die een sergeant meenam naar Afghanistan. De passage stamt uit het in 2009 verschenen boek Couchsurfen und andere Schlachten (Kamermeisjes en soldaten). In mijn verslag van die avond zette ik een link naar een stuk van Jeroen Vullings, die al eerder over de kaas en de sergeant schreef. Dit is de link.

Na het voorlezen is de wetenschap aan de beurt. Immers, de twee wetenschappers zitten niet voor niets op het podium. Zowel Menasse als Grunberg zitten hier als een soort onderzoeksobject, althans, die indruk heb ik. Ze worden in een hokje geplaatst. Zowel Grunberg als Menasse zijn zich hier echter ook van bewust. Natuurlijk hebben ze er geen hele grote moeite mee, want anders zaten ze hier niet.  Literatuurwetenschapper Konst werpt de vraag op of het plaatsen in een hokje een functie heeft. ‘We kunnen bijvoorbeeld zien dat jullie op verschillende wijze over het onderwerp schrijven’, legt hij uit. ‘Daar hoef ik geen literatuurwetenschapper voor te zijn om dat te zien’, denk ik en probeer mijn sceptische houding tegenover die tak van wetenschap in toom te houden.

Zo nu en dan lijkt het erop alsof Arnon Grunberg en Jan Konst niet altijd door één deur kunnen. Grunberg stoort zich aan het feit dat hij als provocateur wordt weggezet. Volgens hem doet hij niets anders dan zijn waarheid opschrijven en is het juist andersom, is het de werkelijkheid die hem provoceert. De Nederlandse wetenschapper vertelt dat het echter wel de schrijver Arnon Grunberg is die bedenkt wat er gebeurt en dat hij ook de persoon is die De joodse messias plotsklaps afsluit met een raket in de Negev-woestijn, die gericht is op de Westerkerk en waarop staat ‘Groetjes van Anne Frank.’ Er ontstaat een kleine discussie tussen de schrijver en de wetenschapper.

Ik vind de anekdote die Grunberg vertelt over de totstandkoming van De joodse messias interessanter dan de discussie. De schrijver zat in het vliegtuig. Naast hem zat een gedistingeerde man die de krant las. Deze passagier vertelde op een hele normale manier dat de Joden net zo zijn als de nazi’s. Grunberg zegt dat hij er op dat moment niet direct op inging, maar dat de vanzelfsprekendheid waarop die persoon dit vertelde hem tot het schrijven van De joodse messias aanzette.

Gelukkig komt ook het schrijven als beroep nog even aan de orde. ‘Je schrijft, omdat je zelf iets wilt voelen. Doet het pijn bij mij, dan doet het ook pijn bij de lezer’, vertelt Eva Menasse. ‘Goede literatuur roept gevoelens op.’ Jan Konst geeft vervolgens nog een mini-college over De joodse messias. Hij gaat onder andere in op de unieke vorm en noemt aan het einde van zijn betoog natuurlijk het dagboek van Hitler. Dat is voor de Duitse bezoeker interessant om te weten, maar in Nederland werd het boek 10 jaar geleden natuurlijk al uitvoerig in de media geanalyseerd. De Duitse bezoekers van deze avond zullen alleen al om die reden een heel ander beeld van de avond hebben dan de Nederlandse bezoekers, dat is onvermijdelijk. Ik probeer me voor te stellen dat Hitler een Nederlander was en de Tweede Wereldoorlog begon. Dan zou ik deze avond vanuit een compleet ander perspectief hebben waargenomen.

Dat de waarneming van een tekst afhankelijk is van het perfectief van de waarnemer, dat onderstreept Eva Menasse met een anekdote. In haar romandebuut Vienna schrijft ze op satirische wijze over de tennisclub midden in Wenen, waar voormalige nazi’s en voormalige holocaustslachtoffers het glas heffen. Als ze die passage in Duitsland voorlas, dan reageerde het publiek geschokt. In Wenen ontlokte de passage geen reacties, hij werd als vanzelfsprekend aangenomen. Arnon Grunberg vult de anekdote nog aan met het feit dat zijn boek in Frankrijk als een komedie wordt beschouwd. Volgens Eva Mennasse wordt ook het werk van haar landgenoot en schrijver Thomas Bernhard in Frankrijk als komedie gezien. Kortom, verschillende landen, verschillende perspectieven.

Esther Bouma (l) en Marjolijn Uitzinger

Esther Bouma (l) en Marjolijn Uitzinger

Woensdag 3 december 2014
Een dag later sta ik om zes uur ’s avonds met een glas witte wijn in de DAD-gallery aan de Oranienburger Strasse in Berlin-Mitte. Het is de tweede keer dat schrijfster Marjolijn Uitzinger op deze fraaie locatie haar boek presenteert. In mei 2013 las ze op deze plek voor uit Citytrip Berlijn, een misdaadroman die net als haar romandebuut Een fatale primeur uitsluitend positieve recensies oogstte. Nu stelt ze haar derde roman ‘De huisgenoot‘ voor. In deze galerie, die is gevuld met fraaie objecten van Nederlandse designers, staat geen podium met vier stoelen. Sterker nog, er is – buiten de te verkopen designstoelen – helemaal geen zitgelegenheid. Het circa 30-koppig publiek staat met een glas in de hand en dat is wel zo ontspannen. Ook de schrijfster zelf staat, net als de presentatrice Esther Bouma. Hierdoor is de sfeer totaal anders dan gisteren in het Literaturhaus. Het is minder academisch en meer literair. Hier staat de schrijver, in dit geval de schrijfster, centraal.

Ondanks een lichte verkoudheid is de onmiskenbare radio- en televisiestem van Marjolijn Uitzinger goed hoorbaar. Net als gisteren wordt de schrijfster eerst aan het publiek voorgesteld. Esther Bouma, bestuurslid van de culturele vereniging Berlijnse Avonden, vertelt dat Marjolijn Uitzinger natuurlijk vooral bekend is geworden door haar werk als journaliste op radio en televisie. Ze werkte in de jaren tachtig mee aan bekende radio- en televisieprogramma’s zoals In de Rooie Haan en Haagse Bluf. Vanaf 1990 was ze vooral te beluisteren bij Avro-radio als presentator van achtergrondprogramma’s. Ze woont sinds 2006 in Berlijn en kwam in 2009 met het non-fictie boek Na de muur op de proppen, dat ze samen met journaliste Margriet Brandsma schreef. Het romandebuut Een fatale primeur verscheen in 2012.

Alle romans van Marjolijn Uitzinger hebben Berlijn als coulisse. Daardoor leer je als lezer de stad niet alleen beter kennen, je pikt ook een stukje geschiedenis op waar bijna niemand weet van heeft. Citaat Citytrip: ‘Maar eind jaren dertig heeft Heinrich Himmler, de grote baas van de SS, het idee opgevat een speciale woonwijk te laten bouwen voor zijn raszuivere Berlijnse topambtenaren. Een zogeheten Kameradschaftsiedlung voor de SS-elite. Rond 1939 is die aangelegd. En wel hier om de hoek. […] De straatnamen werden door de SS’ers en hun gezin zelf gekozen: Siegstrasse, Treuepfad en meer van dat fraais. Na 1945 heeft men die namen veranderd, behalve één straat, die nog steeds Im Kinderland heet’.’ Einde citaat.

De openhartige en sympathieke schrijfster legt ons allereerst uit dat zij haar boeken geen thrillers noemt maar spanningsliteratuur. De Engelsen hebben het in deze context over suspense. Net als gisteren komt het onderwerp ‘in hokjes indelen’ kort ter sprake. Marjolijn Uitzinger vertelt dat mensen na haar tweede boek Citytrip Berlijn vroegen wanneer ze nu een écht boek ging schrijven. Ze vindt dat een raar verschil, alsof het ene boek buiten de realiteit staat en het andere niet. Ik geef haar gelijk. De kwaliteit van een boek is natuurlijk wel belangrijk. Bij de boeken van Marjolijn Uitzinger is kwaliteit echter gegarandeerd. Dat zeg niet alleen ik als lezer, ook de recensies van zowel De Fatale Primeur als Citytrip Berlijn staven dit. Over de nieuwste roman De huisgenoot schreef Irene Start in Elsevier onlangs nog het volgende: “Uitzinger debuteerde in 2012 als thrillerschrijfster en opereerde tot voor kort in de schaduw van collega’s als Esther Verhoef, Saskia Noort en Tomas Ross. Maar nu lijkt ze klaar voor een doorbraak bij het grote publiek – De huisgenoot is daar toegankelijk en intrigerend genoeg voor.”

Esther Bouma praat met de schrijfster ook over haar werk als politiek journaliste en over de politiek in Duitsland. ‘Ik vind vooral de thema’s die niet groot in de Nederlandse kranten verschijnen interessant’, vertelt Uitzinger. ‘Dus geen Poetin maar bijvoorbeeld wel Gauck die niet naar Sotschi gaat of de Frauenquote in Duitsland.’ Vervolgens spreken de dames over de research, het onderzoek bij het schrijven van een roman. Marjolijn Uitzinger geeft enkele voorbeelden van zaken die in een boek natuurlijk moeten kloppen. In De Huisgenoot komt een parkeergarage voor die onder de Bondsdag ligt. Die moet natuurlijk wel bestaan. Hetzelfde geldt voor de Deutsche Parlamentarische Gesellschaft die in het boek wordt opgevoerd.

Marjolijn Uitzinger signeert De Huisgenoot in Berlijn.

Marjolijn Uitzinger signeert De Huisgenoot in Berlijn.

Citaat hierover in het boek: “Toen ik mijn intrede deed in de Bondsdag had Anna-Lotte me aangeraden lid te worden en ik had er nooit spijt van gehad; in het stemmige interieur voelde ik me een soort jonge Churchill, met een dikke sigaar in de ene hand en een glas whisky in de andere – bij wijze van spreken dan. Voor een luttele 180 euro per jaar ontmoet je er collega-politici en lobbyisten, er wordt meer politiek bedreven dan in de vergaderzaal, carrières worden er gemaakt en gebroken. En als het nationale elftal speelt, kun je daar voetbal kijken, soms samen met het halve kabinet en de bondskanselier zelf.” Einde citaat.

Esther Bouma, die Nederlands geeft aan de Vrije Universiteit in Berlijn, stelt ook nog een vraag over de vorm waarin het boek is geschreven. ‘De tegenwoordige tijd vind ik veel te makkelijk’, laat Marjolijn Uitzinger weten. ‘De meeste boeken die in de tegenwoordige tijd zijn geschreven, zoals die van Saskia Noort of Esther Verhoef, die lees ik niet. Het is juist de kunst een mooi verhaal in de verleden tijd te schrijven dat toch spannend is én de lezers nieuwsgierig maakt’, aldus Marjolijn Uitzinger.

Ook het schrijfproces komt deze avond aan bod. Marjolijn Uitzinger laat het eerste concept altijd aan een goede vriend lezen. Bij De huisgenoot haalde die vriend er een compleet hoofdstuk uit. ‘Dat ging over een ontvoering’, legt de schrijfster uit. Ze vond het zelf wel een mooi verzonnen passage maar uiteindelijk liet ze de 6.000 woorden toch in het niets verdwijnen. De vriend wist immers aan te geven waarom die ontvoering niet relevant was voor het verhaal.

‘Je moet een dikke huid hebben’. Marjolijn Uitzinger bedoelt hiermee, dat het script bij de uitgeverij ook nog eens door de mangel gaat. Een redacteur bekijkt of het verhaal wel geloofwaardig is, of bepaalde zaken niet te snel aflopen of juist te langzaam. ‘Dan is het een kwestie van heel goed argumenteren en van concessies doen.’ Heel even leek er twijfel te bestaan over de laatste zin van het boek. Uiteindelijk is de laatste zin gebleven zoals hij was. Marjolijn Uitzinger is wat dat betreft heel stellig. ‘De eerste en de laatste zin zijn van wezenlijk belang. Als ze de laatste zin willen veranderen, prima, maar dan geef ik het boek terug. ‘ Het publiek lacht. Dit is de Nederlandse journaliste en schrijfster ten voeten uit en op haar best: stellig maar ongelooflijk trefzeker. Dat geldt ook voor De huisgenoot, dat een schot in de literaire roos genoemd mag worden.

Graag eindig ik deze bijdrage over de twee Nederlandse schrijvers in Berlijn met een bijzondere overeenkomst tussen de avond met Marjolijn Uitzinger en de avond met onder andere Arnon Grunberg. Een overeenkomst die bij weinig mensen bekend is. Na het verschijnen van Grunbergs debuut Blauwe maandagen kreeg de nog jonge auteur veel media-aandacht. Het allereerste radio-interview over zijn succesvolle roman had hij destijds met niemand minder dan…inderdaad…Marjolijn Uitzinger.

Website Marjolijn Uitzinger: www.marjolijnuitzinger.com

Website Arnon Grunberg: www.arnongrunberg.com

Advertenties

Arnon Grunberg in Marzahn

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Op weg naar de lezing van Arnon Grunberg

Wel of naar naar Marzahn, dat is de vraag die ik mezelf op vrijdag 6 juni stel. Arnon Grunberg leest daar voor uit een boek. Dat vind ik net iets te weinig aanleiding om bij de tropische temperaturen naar een bibliotheek in Marzahn af te reizen. Maar aan de andere kant, Marzahn is wel een bijzondere plek, een plek waar je niet verwacht dat een schrijver van kaliber optreedt.

Marzahn vergelijk ik  gemakshalve altijd met de oude Bijlmer in Amsterdam. Natuurlijk is dat wel heel kort door de bocht, omdat Marzahn vooral ook een voormalige DDR buurt is. “Wie in Marzahn is opgegroeid en dat onbeschadigd heeft overleefd, die is tot alles in staat.” Met die opmerking over een Marzahnse kogelslingeraarster kreeg een ZDF-commentator ooit hele grote problemen. De man werd door de stadsdeelburgemeester uitgenodigd om de wijk met eigen ogen te bekijken [Abfällige Äußerung über Marzahn: Politiker kritisieren ZDF-Moderator Poschmann]

Marzahn is een bijzondere plek....voor een lezing van A. Grunberg

Marzahn is een bijzondere plek….voor een lezing van A. Grunberg

Dus toch voldoende reden om de lezing te bezoeken. Op station Friedrichstrasse pak ik de S-Bahn, de S7 naar Ahrensfelde. Voor mij een nostalgische lijn, omdat ik er in 2011, tijdens mijn eerste maanden in Berlijn, regelmatig gebruik van maakte. Ik kende de stations op het traject tussen Berlin Nikolassee en Friedrichstrasse uit mijn hoofd. Maar nu moest ik verder dan Friedrichstrasse, de andere kant op, oostwaarts. Met een hoofd vol vooroordelen verlaat ik het Berlijn zoals het in de reisgidsen staat beschreven en nader het stadsdeel met de beroemde ‘Plattenbau’.

Enkele arbeiders in een blauwe overall en met een grote fles bier in hun hand stappen onderweg in en genieten zwijgend van hun rit naar huis. Hoewel ze bij elkaar lijken te horen, schijnen ze elkaar niet te kennen. Of ze zijn niet erg spraakzaam. “Zouden dat Oost-Berlijners zijn?” schiet het door mijn hoofd en ik merk dat de muur tussen Oost-Berlijn en West-Berlijn nog lang niet is verdwenen, zelfs niet bij buitenstaanders zoals ik. Voor mij is Marzahn een soort getto waar je ’s avonds liever niet over straat gaat. Ter illustratie een kort videofragment ( 3:39) met bewoners van Marzahn aan het woord. Daarnaast denk ik terug aan mijn leven als uitzendkracht in Berlijn. Destijds liep ik ook in een blauwe overall. Wie hier meer over wil lezen, bitte schön (klik).

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

S-Bahn station nabij de Mark Twain bibliotheek in Marzahn

Station Raoul-Wallenberg Straße, tijd om uit te stappen. Tussen de hoge flatgebouwen loop ik op deze zonnige vrijdagavond richting de bibliotheek. Ik hoop dat ik de enige bezoeker ben, want dan heb ik natuurlijk een bijzonder verhaal te vertellen. Aan de andere kant kan ik me dat niet echt voorstellen. Tegen half acht loop ik het Freizeit Forum binnen, een gebouw dat niet alleen over een bibliotheek maar ook over een enorm zwembad beschikt. Omringd door een lichte chloorlucht lees ik op het informatiebord waarom Arnon Grunberg juist hier op bezoek komt. Hij was hier al eens in september 2013 te gast, in het kader van het internationale literatuurfestival. Die dag was er onvoldoende tijd om voor te lezen, vragen te stellen of te discussiëren. “Ik kom hier bij de presentatie van mijn nieuwe boek zeker weer terug”, beloofde de in New-York verblijvende Nederlandse schrijver destijds en zo geschiedde.

De circa vijftig stoelen voor het kleine podium zijn vrijwel allemaal bezet. Voornamelijk Duitsers en de hoofdmoot 55+, dat is mijn eerste inschatting. Er klinkt applaus als de schrijver het podium betreedt. De presentatrice van deze avond legt nog eens uit hoe bijzonder het is dat Grunberg in Marzahn optreedt en dat Grunbergs vrienden gezegd zouden hebben ‘Marzahn, dat kan niet kloppen, daar vinden geen lezingen plaats’. Daarnaast vertelt ze dat zij en het comité dat de avond organiseerde erg trots zijn dat de beroemde schrijver hier vanavond te gast is. Dat kan ik me ook wel voorstellen. Hij behoort niet alleen tot de beste schrijvers in Nederland, ook internationaal is hij geen onbekende.

gr02

Arnon Grunberg bracht bij zijn 2e bezoek veel tijd mee.

Grunberg lijkt in het begin nogal verveeld, maar dat blijkt schijn. Na de introducerende woorden is hij opeens wakker en present. Ruim een uur leest hij voor uit zijn nieuwe Duitstalige boek Couchsurfen und andere Schlachten. Dat is de vertaling van zijn in 2009 in Nederland verschenen boek Kamermeisjes en soldaten. Hierin staan onder andere bijzonder grappige en ook tragikomische verhalen over zijn ervaringen als couchsurfer, over zijn ervaringen als kamerjongen in een Beiers hotel en over zijn reis als embedded journalist naar Afghanistan. De scene over de kaas vind ik hilarisch.  Ook het publiek in Marzahn lachte om de sergeant en zijn kaasschaaf. Gelukkig schreef Jeroen Vullings in 2009 in Vrij Nederland al uitgebreid over dit boek én over de scene met de kaas. Dus zet ik graag een link naar dat artikel. Hier dus.

Zoals bij veel lezingen lijkt het na het laatste woord van de schrijver alsof iedereen naar huis wil en niemand een vraag heeft. Dat ligt er wellicht aan dat je als bezoeker begint met het verwerken van een enorme woordenstroom en plotsklaps wordt opgeroepen om een vraag te stellen. Aarzelend gaat op de eerste rij de hand van een oudere man, ik schat hem rond de 70, omhoog. De presentatrice haast zich met haar microfoon naar voren, want de man begint al te spreken. In de tussentijd denken de andere aanwezigen na over een tweede vraag, want één vraag zou wel van heel veel desinteresse getuigen.

En zo zie ik even later meerdere handen, jonge en oudere, behaarde en onbehaarde, de lucht ingaan. De microfoon vliegt van voren naar achteren, van links naar rechts en de vragenronde gaat over in een bijzondere discussie. De zaal komt los, want het gaat nu opeens over oorlog. Daar is het publiek vandaag de dag wel voor te vinden. Zou Grunberg voor Poetin zijn of juist tegen? De man op de eerste rij stelt een dergelijke vraag en hoopt op een bevredigend antwoord. De manier waarop hij de vraag stelt suggereert dat hij achter Poetin staat en hoopt dat Grunberg hem steunt.

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Reclamezuil in de Mark Twain bibliotheek in Berlijn Marzahn

Ik ben blij dat dit onderwerp ter sprake komt, omdat ik gewoonweg niet begrijp waarom vandaag de dag zo veel mensen opeens voor of tegen Poetin zijn, voor of tegen Obama. Ik ben dus blij, omdat mijn mening wordt bevestigd. Die hele discussie rondom de huidige wereldleiders fascineert mij, omdat ik denk dat het tijd is om die manier van denken los te laten. Altijd weer voor en tegen. Wat een onzin. Laat die machtsstructuren toch gewoon uitsterven, ze hebben hun langste tijd gehad. Iedereen ziet toch wel in dat het net kleine kinderen zijn, maar goed, ze spelen wel met vuur, dat weer wel.

Feit is dat veel mensen niet weten of ze nu voor of tegen Poetin moeten zijn. Die vraag is in mijn ogen al te absurd voor woorden. Alsof je gedwongen wordt voor Ajax of Feyenoord te zijn. Waarom altijd dit dualistische denken? Laat de machthebbers toch in hun sop gaar koken, kijk wat vaker naar jezelf en haal zelf uit het leven wat erin zit. Dat zei Grunberg natuurlijk niet. Toch beviel Grunbergs antwoord mij wel en ik had de indruk veel aanwezigen niet. “Nee, ik ben geen Poetin fan”, zei hij in woorden van gelijke strekking. Van alle machthebbers op de wereld is Obama de minst slechte. Dat zei hij en daarmee onderstreepte hij ook mijn mening. Obama maakte ook een boel fouten maar veel keus hebben we niet. Net als Grunberg denk ik dat Europa beter af is met Amerika dan bijvoorbeeld China.

Een vrouw uit het publiek vertelt dat ze Grunbergs roman Tirza voor haar verjaardag cadeau kreeg van de presentatrice van de avond. Ik onderdruk een geeuw, omdat dit mij niet echt interesseert. Maar goed, sommige mensen hebben een lange aanloop nodig om bij hun uiteindelijke vraag te belanden. In dit geval gaat de vraag over de heer Hofmeester, de hoofdpersoon in Grunbergs beroemde roman. De stelster van de vraag kan niet begrijpen dat Hofmeester tot zulke gruwelijke daden in staat is. Hoe ontstaat zo’n personage, dat wil ze weten.

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Informatiebord bij de hoofdingang van zwembad en bibliotheek

Het is een vraag die je bij iedere roman kunt stellen en waarbij de schrijver veelal antwoordt dat het zijn beroep is om als romanschrijver personages te verzinnen. Grunberg legt dit uitvoerig uit en voegt eraan toe, dat mensen nu eenmaal tot wrede dingen in staat zijn, hij ook. Het siert Grunberg dat hij beleefd, spontaan en uitvoerig op alle vragen ingaat. Als een vraag niet relevant is, dan zegt hij dat ook. Kortom, eerlijkheid staat bij hem hoog in het vaandel.

Ik heb niet alle boeken van Grunberg gelezen. Mocht ik hem ooit nog eens interviewen, dan heb ik nog een inhaalslag te maken. Het is toeval dat ik met zijn boeken in aanraking kwam. Acht jaar geleden, ik hielp iemand bij een verhuizing, kreeg ik het boek Grunberg rond de wereld cadeau. Ik herinner me nog een verhaaltje waarin Grunberg schrijft dat hij in Italië in een stilstaande trein zit die niet verder lijkt te gaan. Samen met zijn vriendin ‘Soepstengel’ worden alle tassen en koffers op het perron gezet. Citaat: “Op dat moment ging de deur dicht. De trein zette zich langzaam in beweging.
“Au secours”, riep ik en ik klopte op de ramen. Maar dat was Frans. Bovendien ging de verlichting uit. De Soepstengel rende met de trein mee, want erg snel ging de trein nog altijd niet. Ik opende een raam en riep: “Idioot, wat heeft het voor zin achter deze trein aan te rennen? Blijf bij de spullen, anders worden die ook nog gestolen.” Einde citaat.

Waarom dat stukje beklijft, ik weet het niet. Misschien is het een situatie die kenmerkend is voor de verhaaltjes in dat boek. Als lezer zie je hem in die trein zitten en lees je zijn gedachten. Citaat: “Ik zou ongetwijfeld naar een rangeerterrein worden gereden, waar ik misschien wel uren zou moeten wachten. De Soepstengel zou natuurlijk wel hulp halen. Maar hoe maak je aan Italianen duidelijk dat een vriend van je met de helft van de bagage op een rangeerterrein in een lege trein zit? Alles wat ik aan eten bij me had was een pak oude koekjes.” Einde citaat.

Aller guten Dinge sind drei. Dat zeggen ze hier in Duitsland. Dat geldt ook voor die scene met de trein. De lezer vermoedt, althans ik, dat de trein met Grunberg erin ergens op een rangeerterrein wordt gestationeerd. Citaat: “Maar toen gebeurde het wonder. Aan het eind van het perron stopte de trein en reed na enkele seconden stil te hebben gestaan terug, zij het niet meer langs perron 5, maar langs perron 3. Halverwege perron 3 stopte de trein, ik opende de deur en schopte mijn bagage naar buiten, uit angst dat de machinist het in zijn hoofd zou halen weer verder te rijden.” Einde citaat.

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Blibliotheek en zwembad in één gebouw

Tot slot kom ik nog even terug op de vragenronde in de bibliotheek van Marzahn. Eén dame vraagt waarom de boeken van Grunberg de lezer altijd met zo’n treurig, verdrietig gevoel achterlaten. Waarom niet wat positiever? Een interessante vraag, want dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat ik nog niet alles van Grunberg heb gelezen of in een boek van hem na een paar bladzijden stopte. Dat doe ik altijd als een boek me niet bevalt, tenzij ik het beroepsmatig lezen moet. Grunberg gebruikt in zijn antwoord het woord melancholie. Hij houdt van melancholie en verwacht dat zijn lezers dat ook hebben.

Ik merk dat hij naar woorden zoekt om uit te leggen wat hij precies bedoelt. Hij wil niet als echte negatieveling overkomen maar zeker ook niet als de grote positievelling. Dat je niet 24 uur per dag zeven dagen per week gelukkig kunt zijn, dat zegt hij. Maar dat suggereerde de vragenstelster niet. Grunberg lijkt zich heel snel neer te leggen bij een soort noodlot van de mens, alsof we geen keuze hebben. Ik zie dat anders, ondanks dat ik ook van mening ben dat je niet 24 uur per dag zeven dagen in de week gelukkig kunt zijn. Iedereen heeft daar natuurlijk zijn of haar eigen mening over, gebaseerd op eigen ervaringen. Dat vind ik ook prima. Waarom zou je daar over strijden?

Al met al was het een bijzondere avond. Bijzonder, omdat uit het publiek onverwachte vragen werden afgevuurd. Vragen die perfect pasten bij deze onverwachte locatie, in de Mark Twain bibliotheek in het Berlijnse stadsdeel Marzahn.

Nieuwe Duitse vertaling Turks fruit

jwAfgelopen vrijdag stond in de Berlijnse boekhandel “Uslar & Rai” de presentatie van een nieuwe Duitse vertaling van Jan Wolkers’ boek “Turks fruit” op het programma. De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg was hierbij aanwezig, evenals de weduwe Karina Wolkers. Rosemarie Still vertaalde het Nederlandse boek, dat in het Duits de titel “Türkischer Honig” kreeg.  In 1975 werd Turks fruit voor de eerste keer naar het Duits vertaald door Siegfried Mrotzek. De titel van die vertaling luidde “Türkische Früchte”.

Volgens de blog van Aron Grunberg was die avond ook een zoon van Jan Wolkers aanwezig. Grunberg schrijft verder dat “de warmhartige presentator zijn vragen meer op de film baseerde dan op het boek.” “Maar al met al was het een schitterende avond,” aldus Arnon Grunberg.

Zelf was ik ook graag aanwezig geweest, ware het niet dat ik zaterdagochtend nog een onderdeel van een vertaalexamen in Amsterdam moest afleggen. Daarom bevond ik mij vrijdagavond niet in Berlijn maar in de B&B Noordzee in het dorpje Driehuis. Een prima uitvalsbasis om zaterdag na het examen even lekker uit te waaien in het duingebied nabij Driehuis en Santpoort Noord. Na ruim een uur lopen stond ik ineens oog in oog met de Noordzee, die ik al vele jaren niet meer had gezien.

Zondagochtend reed ik onder een stralende zon terug richting Berlijn. Na Hannover kwamen de wolken me al tegemoet. Berlijn zelf bevond zich vandaag nog onder dezelfde weersomstandigheden als afgelopen vrijdag; fris, grijs en veel regen.

Opeens oog in oog met de Noordzee.

Opeens oog in oog met de Noordzee.