Schemering in de voorlente

De dag verbleekt. Laatste lichtheid
Ontspringt uit het harmonisch wolkendek.
De aarde droog en bevrijd
Van sneeuw; slechts hier en daar het spoor
Van dun ijs, als glazuur.

De donkerheid groeit zacht en staag;
Een licht, dat opflitst, glimt nog mat;
De kinderen spelen nog zo laat
Het plezier van de dag nooit zat.

De mensen gaan traag, als bekoord;
En ademend heffen ze de kin
Zo in de lucht, als lag erin
Voor hen iets, dat de zin
Als een ware vreugde ontroert.

Vertaling van “Dämmerung im Vorfrühling
Auteur:

Hedwig Lachmann 

The Hill We Climb

Op 30 maart brengt de Hamburgse uitgeverij Hoffmann und Campe het tweetalige boekje The Hill We Climb – Den Hügel hinauf op de markt. Hierin staat de Duitse vertaling van het gedicht dat de 22-jarige Gorman bij de inauguratie van president Joe Biden en vicepresident Kamala Harris voorlas. Later dit jaar, op 22 september, verschijnt de dichtbundel The Hill We Climb und andere Gedichte met verzamelde en in het Duits vertaalde gedichten van Amanda Gorman.

Vertalers
De vertaling van Gormans gedichten is in handen van drie vrouwen, te weten de Duitse journaliste, blogster, schrijfster en internet-activiste Kübra Gümüsay (32), de Duitse politicologe, journaliste en presentatrice Hadija Haruna-Oelker (41) én de Duitse schrijfster en vertaalster Uda Strätling (67). Laatstgenoemde vertaalde werken van onder andere Emily Dickinson, Henry David Thoreau, Sam Shepard, John Edgar Wideman, Aldous Huxley, Getrude Stein en Marilynne Robinson.

Marieke Lucas Rijneveld
In handelsland Nederland zou “een verhitte veiling tussen acht uitgeverijen” (Boekblad) om de vertaalrechten hebben plaatsgevonden, waarbij Meulenhoff ze uiteindelijk kon verwerven. Deze uitgeverij schoof de eerste Nederlandse winnaar van de Booker International Prize Marieke Lucas Rijneveld naar voren om de gedichten van Gorman te laten vertalen, ook al had Rijneveld nog geen letter Engelse literatuur vertaald.  Na een storm van protest en ophef op de sociale media trok Rijneveld zich terug als vertaler. Het laatste nieuws is dat Meulenhoff nu ook een team samenstelt om de gedichten van Amanda Gorman te vertalen.

The Hill We Climb – Den Hügel hinauf: Zweisprachige Ausgabe
ISBN: 978-3-455-01178-4
Uitgeverij: Hoffmann und Campe
Aantal pagina’s: 64
Verschijningsdatum: 30.03.2021
Vertaling: Kübra Gümüsay, Hadija Haruna-Oelker, Uda Strätling
Prijs: € 10
Bestellen via uitgeverij

Met één pennenstreek

Ik reed in een sportwagen over het heuvelige eiland. Zo dicht bij de grond had ik niet eerder in een auto gezeten. Echt genieten kon ik nog niet, want ik zag bijna niets door het raam dat de vorm had van een stuur uit een racewagen. Ik bewoog mijn hoofd naar beneden, omhoog, maar het bleef lastig om te zien wat er voor mij op de weg gebeurde. Mijn vriendin was er al. Ik reed langzaam de parkeerplaats op en toeterde. Ze keek op. Haar lange regenmantel had ik niet eerder gezien. Tanken, riep ze en wees naar een grote hal. Ja, knikte ik en reed achteruit de grote hal in. In het midden stond een tankzuil zonder slang en een Japanse dame. Ze lachte vriendelijk. Ze had zojuist getankt. De enorm lange slang kwam uit de muur. Ze liep met het vulpistool in de hand naar slanguitgang nummer zes, de plek waar de slang zich naar binnen rolde en daardoor steeds korte leek te worden. Het vulpistool hing ze aan de daarvoor bestemde haak.
Is dat super, vroeg ik.
Nee, nummer vier is super.
Ik stak mijn duim omhoog om haar te bedanken, stapte naar slang nummer vier en nam het vulpistool in de hand. Ik trok de slang uit de muur, zette vervolgens het vulpistool op de tank en kneep. Na twee seconden was hij al vol en spoot de benzine eruit. Shit, riep ik. Het vulpistool stak in een rond gat in de grond. Corona, schreeuwde ik erachteraan, een kreet die herinnerde aan een lang vervlogen pandemie waarbij de slachtoffers later verschijnselen van dementie bleken te hebben. Het vulpistool drukte nu op een veel te klein ventiel. Mijn sportwagen was een sportfiets. Zonder tank. Corona! Ik schreeuwde in de richting van mijn vriendin die op haar gemak aan een motorfiets sleutelde. Een zijspan. Ik hou van het sleutelen aan motorfietsen, zei ze. Haar motorfiets had een tank waar je benzine in kon laten lopen, mijn fiets niet. Ik kan de tank niet vinden, riep ik vertwijfeld. Nu pas keek ze op uit haar instructieboekje. Ik kan niet tanken, schreeuwde ik. Mijn vriendin bleef rustig, heel erg rustig. Dat geeft toch niet, zei ze bedaard. Dan tank je toch een andere keer. Ik liep met het vulpistool terug naar het gat in de muur en de lange slang rolde naar binnen, net als eerder bij slang nummer zes. Hoe is het mogelijk, zei ik tegen mezelf.
Doei! Dat was de Japanse dame. Ze zwaaide en reed weg uit de grote garage. Opeens was het doodstil. Mijn vriendin was nergens meer te bekennen. Op de plek waar eerst mijn sportwagen en later mijn sportfiets stond, lag enkel een dor blaadje dat de wind door de hoge schuifdeuren naar binnen had gewaaid.
Dit kan niet waar zijn, riep ik nu heel hard. Haal me hier uit! Ik sloeg hard met mijn hand op het nachtkastje en wist dat mijn leesbril kapot was. En toch schreef ik mijn zojuist beleefde gebeurtenis meteen op papier, zonder een letter te herkennen. Met één pennenstreek stond het er.