Werken in de buitenlucht (1)

tem1Test, test. Het is dinsdag 9 juli, half zes in de middag, tijd voor deel één van het testproject “Werken in de buitenlucht”.

Zet ik in mijn woning alle ramen open, dan is het met de huidige zomerse temperaturen goed uit te houden. Toch lokt de zon. Ik weet dat ze pas tegen een uur of zeven ’s avonds een blik in mijn kamer werpt en dat is rijkelijk laat. Vandaar mijn spontane besluit om ergens in de buitenlucht te – vlieg, wilt u a.ub. ergens anders heen gaan, dank u – werken. De nieuwe plek moet ik eerst testen op bruikbaarheid. Ik bevind me op de oude Berlijnse luchthaven Tempelhof, hier 10 minuten lopen vandaan. Natuurlijk zit ik niet op het hete asfalt van een landingsbaan maar op een stuk gras tegenover een barbecueveldje. Ik ben hier niet alleen. Continue zoemen hier heel veel – wat heb ik nou gezegd, gggrr! – vliegen rond, een hoeveelheid die je eerder aantreft op paarden- en/of koeienvijgen,  – hé, nu is het genoeg! – maar ik ruik niets.

Nu al weet ik dat dit niet de ideale werkplek is. Naast de insecten is het vooral de zon zelf die mij nu parten speelt. Ik zit in de kleermakerszit voor mijn laptop en gebruik mijn eigen lichaam als schaduw. Dat betekent dat ik sterk voorovergebogen moet zitten om te kunnen zien wat ik schrijf. Dat hou ik niet lang vol.

17:45 uur. De meeste mensen zitten waarschijnlijk op hun werk of houden elders vakantie. Het is hier erg rustig. Op het barbecueveldje tel ik slechts vier barbecues. Oeps, een lieveheersbeestje. Aai, liggend schrijven lukt niet. Shit, weer geen schaduw. Wel een mooi uitzicht op de beroemde Fernsehturm, die mij zegt dat ik me in magisch Berlijn bevind.

Wat is die magie van Berlijn? Talloze mensen probeerden die magie op de één of andere manier vast te leggen. Het lukte altijd net niet. Waarom? Omdat magie zich eenvoudigweg niet laat vastleggen. Dat is juist het mooie van magie. Je kunt de Fernsehturm laten zien, de quadriga op de  Brandenburger Tor of de zakenman die bij Curry36 in een curryworst bijt, de magie ontbreekt. Berlijn als stedelijk Gesamtkunstwerk, dat komt in de buurt van de genoemde magie.

Een tafeltje zou wel handig zijn om te schrijven. Oh, wat is het verlangen naar een woning met een tuin of een balkon opeens groot. Hoewel , als ik een woning met een tuin of een balkon zou hebben, dan zou ik nooit op het idee komen om met een laptop naar Tempelhof te lopen in een poging om daar te werken. Bovendien zou niemand kunnen lezen hoe het is om tussen de vliegen en lieveheersbeestjes een column te schrijven. Wat ben ik toch blij dat ik in een woning zonder balkon of tuin woon.

Wordt vervolgd, uiteraard live vanaf een zonnig vliegveld Tempelhof!

Excusez le mot

Foto: Wikipedia

Foto: Wikipedia

“Wild hadden ze elkaars uniform uitgetrokken, nee, van elkaars lijf gescheurd, elkaar bijna opgevreten, zo’n trek hadden ze in elkaar”

De aanleiding voor een column kan een leuke ergernis zijn die de columnist een beetje opblaast en aanpast. Natuurlijk maakt de columnist in de regel niet bekend wat de aanleiding voor het schrijven van de column is, want dat interesseert de lezer geen ene, excusez le mot, reet. De lezer wil een column lezen, niet meer en niet minder. Hij of zij wil niet weten hoe de columnist op het idee komt, in welke ruimte hij of zij werkt of hoeveel tijd het schrijven in beslag neemt. Het zijn allemaal zaken waar de lezer geen boodschap aan heeft. Ik heb er geen moeite mee de bron bekend te maken. Mijn bewegingen worden toch al door allerlei geheime diensten op de wereld geregistreerd en vastgelegd. De aanleiding was een doodgewone, kleine ergernis. Oké, laat ik het niet mooier maken dan het is, gisteren vond ik het nog een grote ergernis.

Ik hou van reizen met de trein en ben zelfs van plan mijn auto van de hand te doen. Afgelopen zaterdag moest ik naar Münster. De website van de Deutsche Bahn (DB) biedt de mogelijkheid ruim van tevoren een ticket te kopen en voor 4 euro extra een zitplaats te reserveren. Aangezien ik altijd denk dat treinen propvol zitten, dat heb ik ook bij restaurants die achteraf vrijwel leeg blijken te zijn maar daarover een andere keer meer, maakte ik van die mogelijkheid gebruik. Een andere service van de DB is het sturen van een alarm-mailtje voor het geval er veranderingen in de geplande treinreis optreden. Een dergelijk bericht ontving ik gisteren, een paar uur voor vertrek. Ik lees de tekst drie keer, vier keer en na de vijfde keer lezen grijp ik naar de telefoon. Dit kan toch niet waar zijn!

“Stempel holen,” klinkt de stem van een slaperige jongeman ergens in de telefooncentrale van de Deutsche Bahn. Het lijkt hem echt geen ene, excusez le mot, reet te interesseren dat mijn trein is uitgevallen. Die dingen gebeuren, zegt hij. Mijn treinverbinding bestaat enkel nog op mijn uitgeprinte ticket en volgens dat ticket zou ik om 11:08 in de trein naar Hannover moeten zitten. Aangezien er in de realiteit geen trein om 11:08 vanaf Berlijn naar naar Hannover vertrekt, kan ik mijn ticket net zo goed, excusez le mot, in mijn reet steken. De jongeman van de DB vertelt me echter dat dit geen goed idee is. Hij raadt mij aan een stempel te halen, terwijl ik in gedachten de bestuursraad van de DB in een spoedberaad bij elkaar zie komen om de acute situatie te bespreken. “Heren, de trein van mijnheer van Gent rijdt niet, ” leidt de DB-president Rüdiger Grube de spoedvergadering in. “Hoe kan dit?! Die man schrijft alles op z’n blog, dit mag nooit meer gebeuren!”

Ik verlaat de gedachte, keer terug naar de realiteit en vraag waar ik zo’n stempel kan halen. Aan de andere kant van de lijn hoor ik nu een ontevreden zucht. De jongeman heeft al honderden keren in zijn leven uitgelegd waar je een stempel haalt en nu, op deze zaterdagochtend dat zijn koffiezetapparaat er de brui aan gaf, zijn vriendin niet langer zijn vriendin wilde zijn en ook het koffiezetapparaat van de telefooncentrale van de Deutsche Bahn kapot is, vraagt zo’n idioot met z’n Rudi Carrell accent waar je een stempel moet halen. Het liefst zegt hij dat hij Nederlanders maar gekke mensen vindt die niet kunnen autorijden en al helemaal niet als er een caravan achter de auto hangt. Maar hij houdt zich in.
“Bij het reiscentrum van de Deutsche Bahn, mijnheer”, klinkt het noch vriendelijk, noch onvriendelijk. Het klinkt enkel.

“Alles klar,” zeg ik en leg de hoorn op de haak, ook al kan dat niet. Het kan vandaag de dag met vrijwel geen enkel telefoontoestel meer. Tijd voor een nieuwe uitdrukking, dunkt me. Wie legt vandaag de dag nog de hoorn op de haak? Of wie gooit woedend de hoorn op de haak? Een telefoon heeft geen haak meer. Het is een op zichzelf staand apparaat dat je in een oplader zet. Oké, er zijn nog wel telefoontoestellen met haken maar het aantal neemt met de dag af. Dus zet ik de telefoon krachtig in de lader.

Inmiddels heb ik mijn woning verlaten en loop vanaf U-Bahnstation Französische Strasse naar Friedrichstrasse. Dit stukje U-Bahn tussen beide stations  is al enkele jaren door bouwwerkzaamheden onderbroken en het ziet er niet naar uit dat het ooit nog goed komt. Ik loop de stationshal binnen, rechtdoor, linea recta naar het reiscentrum van de DB. Eenmaal binnen zie ik de drukte. Ik stop, draai me om en spring 10 seconden later in de S-Bahn richting Hauptbahnhof,  het huidige Centraal Station van de Duitse hoofdstad. Ik hoop dat hier wel meer dan één medewerker aan het werk is en er minder dan 30 personen wachten. Het eerste deel van mijn wens wordt realiteit, want er zijn maar liefst zes loketten open. Daarvoor moet deel twee het echter laten afweten. De rij met wachtenden staat zelfs buiten de toegangsdeuren van het reiscentrum. Snel sluit ik me aan, want er is geen tijd voor overleg. Immers, over een half uur vertrekt de trein die ik als alternatief heb uitgezocht. Die rijdt niet via Hannover maar via Hamburg naar Münster. Ik heb alleen een stempel nodig.

Ik voel de onrust van de wachtende mensen achter mij en realiseer me dat je onrust niet hoort maar voelt. Inmiddels ben ik langs de openstaande glasdeuren geschuifeld en sta nu in het reiscentrum zelf. Direct rechts van mij bevindt zich de ontvangstbalie in de vorm van een moderne katheder. “Empfang (Ontvangst)” lees ik boven het hoofd van de dame die erachter staat. Het is een dame in DB-uniform. Op het bordje naast haar staat dat je hier voor informatie terecht kunt, maar dat je voor het omboeken of voor het kopen van zitplaatsreserveringen niet bij haar moet zijn maar bij de mensen achter de loketten. De ontvangstdame loopt nu richting de rij wachtenden en vraagt of iemand informatie nodig heeft. Zij is de informatieverstrekster van de Deutsche Bahn.
“Stempel?”, probeer ik. “Gaat u ook over de stempels?”
Ze kijkt gemaakt ernstig en wil verder lopen. Ze is duidelijk in de veronderstelling dat dit een grapje is en ze is vandaag niet in de stemming voor grapjes. Vanochtend heeft ze het namelijk uitgemaakt met haar vriend, die ook bij de DB werkt, ergens in een telefooncentrale. Bovendien was het koffiezetapparaat in zijn woning kapot. “Je kunt m’n”, excusez le mot, “reet likken,” dacht ze vanochtend vroeg en trok boos de deur van zijn woning achter zich dicht.

“Ik heb een stempel nodig, omdat mijn reisplan door toedoen van de DB is veranderd,” roep ik nu met een verdomd serieuze stem in de richting van de ontvangstdame. Dat kan ik, verdomd serieuze stemmen opzetten. Dat is altijd handig, omdat sommige mensen dan opeens het gevoel hebben dat ze met één of andere directeur te maken hebben. Het is eigenlijk een directeursstem.
De informatieverstrekster reageert op mijn stemgeluid. Ze schrikt.
“U moet voor een stempel aangaande een verandering van uw reisschema bij een loket van de Deutsche Bahn zijn. U staat momenteel in de juiste rij, mijnheer,”
Ik knik voorzichtig, om aan te geven dat haar antwoord ermee door kan.

Iemand achterin de rij vraagt op welk perron hij moet overstappen in Hamburg. De ontvangstdame kijkt op haar beeldscherm en biedt uitkomst.
“Wat een baan,” denk ik. Dat kan ik ook. Ze kijkt op dezelfde website van de DB die ik vanochtend ook raadpleegde. Voor de rest stuurt ze iedereen naar de loketten.
“Ik ben voor de informatie,” roept ze weer, nu op een toon alsof ze ijsjes verkoopt in een voetbalstadion of popcorn in een bioscoop. “Wil er iemand informatie?”
“Ik wil een stempel,” zeg ik en vergeet mijn directeursstem op te zetten. Nu reageert ze niet. Ze denkt, excusez le mot, je kunt m’n reet likken, met je idiote Rudi Carrell accent. Het liefst zegt ze dat ze Nederlanders maar gekke mensen vindt die niet kunnen autorijden en al helemaal niet als er een caravan achter de auto hangt. Dat vindt haar ex-vriend ook. Maar ze houdt zich in. Eindelijk ben ik aan de beurt.

“Ik heb een probleem,” vertel ik de dame van de DB en wijs op mijn ticket.
“Iedereen die hier staat heeft een probleem,” lacht ze. Gelukkig, eindelijk een medewerkster die goed geluimd is. Dat kan ook bijna niet anders, nadat ze een nacht vol passie en erotiek achter de rug heeft. Gisteren, na een romantisch etentje in de stationsrestauratie, was het er dan eindelijk van gekomen. Vol overgave gaf ze zich die nacht over aan een conducteur, waar ze al weken verliefd op is.
“De trein bestaat niet. Hij is uitgevallen, zomaar,” leg ik haar uit.
“Uw collega van de telefoondienst vertelde me dat ik hier een stempel moest halen,” voeg ik er nog aan toe.
“Helemaal juist,” roept ze enthousiast. Ze heeft blosjes op haar wangen.
“Mijn nieuwe trein vertrekt over 9 minuten,” zeg ik.
“Dat gaat zeker lukken”, lacht ze nu extreem opgewekt en typt vliegensvlug op haar toetsenbord. Uit een printer rolt een stuk papier, dat ze er razendsnel uittrekt. Ondertussen trekt ze met haar rechterhand een stempel uit een la.
“Gaat ie,” roept ze en “bam”,  ik heb mijn stempel te pakken.
“Gute Reise,” roept ze. Ik zwaai met mijn ticket in de lucht, bedank haar nogmaals hartelijk en spurt richting perron 8, waar de trein naar Hamburg gereed staat voor vertrek.

Ik ben al op het perron en dan schrik me opeens helemaal het apelazarus. Naast me staat een conducteur die zo hard op zijn fluit blaast, dat zelfs de duiven op het dak van de stationshal verschrikt opvliegen en koers zetten richting de Brandenburger Tor, dat zelfs bij een dame in een rolstoel het pacemaker-alarm afgaat en dat zelfs een Chinese toerist zijn kartonnen beker met koffie uit zijn hand laat vallen. De conducteur merkt niets van dat alles. Hij barst van de energie. Vannacht lag hij namelijk in bed met een collega van het reiscentrum van de Deutsche Bahn, een vrouw waar hij al maanden enorm verliefd op is. De nacht was lang en vooral heel erg vurig. Wild hadden ze elkaars uniform uitgetrokken, nee, van elkaars lijf gescheurd, elkaar bijna opgevreten, zo’n trek hadden ze in elkaar. Na deze hartstochtelijke nacht met in zijn ogen de allermooiste medewerkster van de Deutsche Bahn op de hele wereld kan hij niet anders dan vol overgave op zijn fluit blazen. Het is zijn uiting van liefde, zijn uiting van levensvreugde. En als hij zijn levensvreugde wil uiten, dan interesseert het hem helemaal geen ene reet wat andere mensen daar van vinden. Excusez le mot.

Ratatouille

Vandaag wilde ik hier iets schrijven, maar wat ? Deze eerste zin duidt er al op dat ik het nog steeds niet weet. Dat is juist. Toch begin ik maar, zodat de kop er af is. Vandaag boden zich zo veel potentiële onderwerpen aan, dat ik geen beslissing kon of liever gezegd wilde nemen.

God is een ingenieur
Ik las bijvoorbeeld een interview met de schrijver Erst-Wilhelm Händler naar aanleiding van zijn nieuwe boek „Der Überlebende“. De titel van het interview trok, zoals het een goede titel betaamt, direct mijn aandacht: „Gott ist ein Ingenieur“. De hoofdpersoon in de roman is een ingenieur, zijn vrouw is kunstenares. Een belangrijke bijfiguur blijkt een pater te zijn, die als bestuurslid bij een hightech bedrijf werkt. Een geestelijke als topmanager? Heeft de auteur zijn creatieve fantasie de vrije loop gelaten? Dat vraagt de interviewer aan de auteur. Händler ontkent dit ten zeerste en zegt dat hij zich zelfs nog eufemistisch heeft uitgelaten.

Onderdrijven
Letterlijk zegt hij in het interview “ Ich habe sogar noch untertrieben“. Dat is leuk, tenminste, dit woordgebruik. In het Duits kun je übertreiben en untertreiben. In het Nederlands kun je weliswaar overdrijven maar onderdrijven is een woord dat niet bestaat. Dat is voor een vertaler altijd weer leuk om te lezen. Die verschillen tussen de talen, dat was ook een onderwerp waar ik meer over wilde schrijven.

Soep
Maar er lag vandaag ook nog een column op de loer. Bijvoorbeeld over de man die vanmiddag het Indiase eetcafé verliet om buiten een sigaret te roken. Op het moment dat hij de deur achter zich dichttrok, zette de dikke Indiase kok de kop soep op tafel van de man die buiten stond. Daarbij dacht ik meteen dat ik van geluk mag spreken dat ik nog een roker was in de tijd dat er gewoon een asbak op tafel stond en je de sigaret even uitmaakte om je soep op te eten. Daar wilde ik ook over schrijven.

Nieuwe krant
Of over de opkomst van nieuwe kranten. Zelf bereid ik al langere tijd een nieuwe krant voor, omdat ik denk dat vandaag de dag veel mensen in staat zijn om nieuws te verkopen. Je moet alleen weten hoe en ik weet dat. Het is interessant om te zien dat er momenteel op journalistiek gebied van alles gebeurt, net als op wetenschappelijk gebied. De geloofwaardigheid en de competentie van beide gebieden worden door meer en meer mensen al langere tijd in twijfel getrokken, een tendens die dagelijks stijgt. De nieuwe initiatieven zoals De Nieuwe Pers en De Correspondent zie ik als een eerste, in mijn ogen nog zeer lauwe, reactie. Wat visie betreft zijn het toch geen vernieuwende media. De Correspondent gaat bijvoorbeeld op zoek naar de verhalen achter het nieuws (was dat niet de naam van de actualiteitenrubriek van de VARA, waar Paul Witteman ooit furore maakte) en De Nieuwe Pers brengt nieuws in een andere vorm.

Nog nieuwere krant
Ik ga nieuw nieuws creëren, er een andere betekenis aan geven en hou me verre van de traditionele berichtgeving. Hoe dat precies in zijn werk gaat, dat verklap ik natuurlijk niet. Mijn journalistieke vorm wordt nu al van harte financieel ondersteund door bedrijven die zich in mijn visie kunnen vinden. Tot nu toe impliceert dat, dat ik ook achter de visie van die bedrijven sta. Samen zetten we iets nieuws op poten voor iedereen die benieuwd is hoe we het er op deze planeet de komende jaren het beste van kunnen maken, in tal van opzichten. Over dat onderwerp wilde ik ook nog meer schrijven. Maar de tijd is op. Er is nog veel ander werk aan de winkel.

Ratjetoe
Al met al had ik voor vandaag meer dan voldoende onderwerpen. Nu is dit stukje noch een column, noch een nieuwsbericht of een artikel geworden. Het is eerder een soort ratatouille. Ach, ook best lekker op z’n tijd. Bovendien bekt het mooi als titel.