Cultkroeg heeft genoeg van burgerlijk Prenzlauer Berg

Bert Papenfuß. Foto: Wikipedia

Bert Papenfuß. Foto: Wikipedia

De undergrounddichter, punker en anarchist Bert Papenfuß (1956) heeft genoeg van de totaal burgerlijk geworden wijk Prenzlauer Berg. Dat de eigenaren van dure eigendomswoningen aan de overkant straks in zijn bar Rumbalotte aan de Metzer Straße zouden kunnen zitten, dat kan en wil hij zich niet voorstellen. Hij gaat op zoek naar een andere locatie. In de Metzer Straße klinkt binnenkort jazz in plaats van punk.

Dat staat in een vandaag verschenen artikel in de Berliner Zeitung. De wijk Prenzlauer Berg duikt geregeld op in de lokale, Berlijnse media. Een paar jaar geleden repten de kranten al over de komst van de Schwaben alsof het om bezetting van de wijk ging. Viel in Berlijn het woord gentrificatie, dan viel de naam Prenzlauer Berg. Ook de colonnes kinderwagens in het straatbeeld bleven bij de Berlijnse media niet onopgemerkt.

Terug naar het artikel over de kroeg van Bert Papenfuß, die vijf jaar geleden zijn lokaal opende en volgens de krant één van de bekendste dichters in Prenzlauer Berg is. Hij is een undergroundschrijver, punk en anarchist. “Iedereen doet hier wat hij wil en kan, wat op zijn zeezoute tong brandt, leest uit de ‘drankflessenpost’, vertelt de fantastische verhalen verder, zingt en drinkt tegen het lauwe briesje dat hier een onverdraaglijke weerstoestand is geworden”, aldus de kroegeigenaar in de Berliner Zeitung.

Bij de opening van zijn bar in 2011 was het de bedoeling dat het er niet zo lauw aan toe zou gaan. Zijn ontmoetingspunt voor cultuur, lekker ouwehoeren en drinken veranderde in een café op de hoek voor de ‘renitente rest van de Prenzlauer Berg Connection‘, die nog niet waren weggetrokken, nog niet uit hun woningen waren verdreven of gestorven waren. Een bar voor kunstenaars en dienstweigeraars, die elkaar in de nissen van de DDR ontmoetten, er gedichten voorlazen, dronken, zongen, filosofeerden en die in de loop der jaren hun ontmoetingspunten in het volgens Papenfuß ‘volledig burgerlijk geworden Prenzlauer Berg’ verloren. Papenfuß is van mening dat de wijk Prenzlauer Berg veranderde in een “gepensioneerden-getto”. Als ik dat lees, denk ik terug aan het interview met Marjolijn Uitzinger waarin ook kreten over andere wijken opdoken. In het oosten van Berlijn wonen bijvoorbeeld mensen die City West graag ‘Shitty West’ noemen en Charlottenburg als ‘rollator-country’ wegzetten.

In Prenzlauer Berg verdwijnt  het alternatieve wereldje en breidt het aantal inwoners met veel geld zich uit. Dat is ongeveer de strekking van het artikel over Rumbalotte, de kroeg waar lezingen en concerten werden gehouden, voetbal werd gekeken en waar muzikanten, kunstenaars en schrijvers gezamenlijk een glas dronken. Achter de bar stonden ook musici van voormalige, succesvolle DDR-bands. De ‘Oost- bohème’ kwam hier bij elkaar en men voelde zich hier op z’n gemak.

Kroegeigenaar Papenfuß, die nu in Weißensee woont, wil niet alles opgeven. Zijn concept van een alternatieve cultuurkroeg blijft overeind. Voor zijn ‘opstandige activiteiten’ zoekt hij een geschikte ruimte van ongeveer 60 m2. De huiseigenaren in Prenzlauer Berg bieden volgens hem echter alleen peperduur onroerend goed aan.

De tekst over de teloorgang van de cultkroeg eindigt met de toekomst van de locatie. Bevriende kunstenaars nemen het lokaal over en openen op 17 oktober ‘Watt’. De nieuwe eigenaar wil hier een ‘rook- en cultuurlokaal’ van maken waarin naast een literaire avond ook een bioscoop- en muziekprogramma wordt aangeboden. Bands zoals het Ensemble Club Jazz Debakel (speelt op de openingsavond) zullen hier optreden en de drankkaart zal met tapbier en een paar soorten whiskey worden uitgebreid. In Watt zal meer freefunk en jazzrock te horen zijn en minder punk zoals bij Papenfuß.

Deze tekst is gebaseerd op het artikel “”Schnauze voll” – Kulturspelunke Rumbalotte macht dicht” dat op 19 september op de website van de Berliner Zeitung verscheen.

Een hippe wijk

In december 2011 verhuisde ik van de wijk Zehlendorf naar Prenzlauer Berg. Dat betekende dat ook veel situaties in columns zich niet meer in de Berlijnse villawijk Schlachtensee afspeelden maar in het hippe stadsdeel in het voormalige Oost-Berlijn. In die hippe omgeving woonde ik een half jaar en verhuisde daarna naar een eveneens hippe wijk en keerde terug naar het voormalige West-Berlijn. De wijk heet Kreuzberg en ik woon hier nog steeds. Bij het opruimen van teksten stuitte ik op een stukje over mijn eerste dag in Prenzlauer Berg. Het was een bijzondere dag en dus plaats ik het stukje alsnog op dit blog.

04.12.2011. Sinds vanochtend woon ik in één van de hipste wijken van Berlijn, te weten Prenzlauer Berg. Hip, omdat ik dat op internet las. Of de wijk ook echt hip is, dat moet ik nog uitvinden. Aangezien ik deze eerste zondagochtend nog geen eten en drinken in huis heb, neem ik meteen de proef op de som en ga op zoek naar een bakkerij in deze hipste wijk van Berlijn. Onderweg weinig hips te beleven. Een student leunt tegen een verhuiswagen en wacht waarschijnlijk op vrienden. Een oudere vrouw laat haar hond uit. Niet echt hip. En ook het jonge echtpaar met kinderwagen (daarvan schijnen er heel veel te zijn in deze hipste wijk) kan mij niet overtuigen. De bakkerij twee straten verderop is niet hip maar de moeite waard om te bezoeken. Naast het uitgebreide assortiment aan brood liggen hier ook heerlijk belegde broodjes in de vitrine, staat er een schaaltje met gekookte eieren op de toonbank en biedt een grote glazen koelkast uitkomst voor degenen die thuis willen ontbijten. Vruchtensappen, kaas, ham, boter, het is hier allemaal te koop.

Ik besluit mijn ontbijt hier te nuttigen, zodat ik goed in de gaten kan houden of er hippe mensen langskomen. Misschien gebeurt er iets hips. Tijdens mijn korte verblijf leer ik veel over het taalgebruik in een Duitse bakkerij. Van Butterbrot tot Rosinenbrötchen en dat mensen elkaar een mooie tweede advent wensen. Na deze eerste leerzame kennismaking met mijn nieuwe bakkerij loop ik omwille van een goede spijsvertering een blokje om. Op de terugweg wandel ik weer langs de bakkerij. Op mijn oude plekje voor het raam  zitten twee jonge dames. En dan opeens een enorme knal, pats! Naast me ligt een kapotte bloempot, die de wind zojuist van een balkon heeft geblazen. Ik loop naar binnen en vertel wat er gebeurde. Als klap op de vuurpijl betreedt een oudere man met baard (niet Sinterklaas!) de bakkerij. Hij knalt een fles sekt open, deelt plastic bekertjes uit, schenkt ze vol en wenst ons allen met luide stem een mooie tweede advent. Licht aangeschoten door twee bekertjes sekt loop ik naar huis en weet één ding zeker: dit is wellicht toch een hippe wijk.

Het voetgangersstoplicht

stoplichtberlijnVanochtend moest ik tijdens mijn wandeling naar het postkantoor twee keer uitwijken vanwege een mobiele blokkade van twee naast elkaar rijdende kinderwagens. Het is niet voor niets dat deze buurt in heel Berlijn, en ook ver daar buiten, bekend staat als ‘bijzonder vruchtbaar’. De wijk is ook een plek waar mensen komen die het maar niets vinden dat je er overal biologische winkeltjes, boetiekjes en yogaclubjes aantreft. Deze mensen plakken stickers met de tekst ‘fuck yoga’, waarmee ze indirect naar de Schwaben wijzen. Sommige Schwaben vinden het wederom niets dat zij verantwoordelijk worden gehouden voor de stijgende huren en de toenemende burgerlijkheid. Wat doe je nu als je uit Schwaben komt en geen latte macchiato drinkt, niet bij een reclamebureau werkt en niet in een “loft”  aan Kollwitzplatz woont, waar voorheen plaats genoeg was voor vier gepensioneerden en vijf arbeidersfamilies? Lees hier het relaas van deze “Schwaab”.

Eigenlijk wilde ik het over heel iets anders hebben, namelijk over de gele, plastic kapjes bij de voetgangersstoplichten. Ik woon nu negen maanden in Berlijn, een symbolische tijdspanne voor Prenzlauer Berg, maar dat even terzijde. Uit (Nederlandse) gewoonte drukte ik de eerste maanden altijd op die gele kapjes als ik over wilde steken, hoewel je het eigenlijk geen drukken kunt noemen. Ik wilde erop drukken maar de drukknop ontbrak. Dus legde ik een kort moment mijn hand op het gladde plastic. De eerste weken hield ik het gedrag van andere gebruikers van het voetgangerstoplicht in de gaten, omdat ik iedere keer zwaar twijfelde of het aaien over die gele kap wel zin had. Gelukkig, ik was niet de enige die dacht dat je met een beetje aaien het voetgangerslicht eerder op groen kon krijgen. Vorige week sprak ik met een paar Duitsers over dit onderwerp, het kwam toevallig ter sprake. Wel, ze moeten gedacht hebben “altijd lachen met die gekke Hollanders”. Zij beweerden in ieder geval dat die kapjes niet bedoeld waren om je hand er op te leggen. De kap is gewoon de behuizing van een apparaatje dat akoestische signalen voortbrengt voor de slechtziende en blinde voetganger, die op die plek wil oversteken. Tja, die geluiden had ik ook wel gehoord.

Dus hield ik in het vervolg mijn handen in mijn jaszakken of op mijn rug. Soms keek ik gniffelend naar iemand die met zijn hand het kapje betastte, in de hoop snel te kunnen oversteken. Maar wat schetste vanochtend mijn verbazing? Er zijn ook voetgangerstoplichten met een geel kapje én het opschrijft “ Bitte berühren”. Vanochtend zag ik deze uitvoering voor het eerst, onder de brug bij de beroemde curryworstzaak ‘Konopke’. Twijfelend legde ik mijn hand op de gele kap, die ook nog eens was uitgerust met een afbeelding van een hand. Zou dit gedaan zijn om te voorkomen dat mensen hun zweetvoet tegen het kapje zouden drukken en daarna onschuldige passanten nietsvermoedend hun fris gewassen hand er weer tegenaan hielden? Je weet maar nooit, hier is alles mogelijk. Ik “betastte” voorzichtig het kapje. Enkele seonden later flitste het rode voetgangsstoplicht al op groen. Dit moest ik op de gevoelige plaat vastleggen,zodat alle bezoekers en bewoners van Berlijn eens en voor altijd kunnen zien, dat ik dit niet uit mijn duim heb gezogen en vooral  om te laten zien wat voor een grootse ontdekking ik vanochtend heb gedaan.