Grote Berlijn-expositie in New York

De Neue Galerie in de Upper East Side in Manhattan, New York City (Foto: Wikipedia)

De Neue Galerie in de Upper East Side in Manhattan, New York City (Foto: Wikipedia)

Op 1 oktober gaat in de Neue Galerie in New York de expositie Berlin Metropolis: 1918-1933 van start. Ruim 300 schilderijen, tekeningen, sculpturen, foto’s, films en kledingstukken belichten de metropool Berlijn tijdens de Weimarer Republik. Ook worden er werken van beroemde schilders uitgesteld waaronder schilderijen van Max Beckmann en George Grosz. Deze bijzondere tentoonstelling  duurt tot 4 januari 2016.

De Neue Galerie aan Fifth Avenue bij Central Park (Museum Mile) bestaat sinds 2001 en is gespecialiseerd op kunst uit Duitstalig gebied. Op deze plek is de kunstverzameling van ondernemer Ronald Lauder ondergebracht. Eén van de beroemdste werken uit de permanente tentoonstelling is het schilderij Adèle Bloch-Bauer I van Gustav Klimt, dat Lauder in 2006 voor de recordprijs van circa 135 miljoen dollar kocht.

Een bominslag

Het is vandaag 11 september. Dertien jaar geleden, op de dag dat in New York de verschrikkelijke aanslag plaatsvond, woonde ik net enkele jaren op Mallorca. In augustus 2001 gaf ik de eerste uitgave van mijn eigen maandblad “Mallorca Vandaag” uit, een blad dat tot eind 2006 in gedrukte vorm op het Spaanse eiland verscheen. Sinds 2011 is “Mallorca Vandaag” niet meer in mijn handen. Destijds moest ik in mijn blad iets over de aanslag schrijven. Er niet over schrijven zou belachelijk zijn.

Ik wist alleen niet hoe ik op korte termijn een zinnig stuk op papier kon krijgen. Gelukkig hielp de Nederlandse schrijver/literair vertaler Jean Schalekamp mij destijds uit de nood en schreef een gastcolumn n.a.v. de aanslag. Het was een heldere column van iemand die weet waar hij het over heeft. Daarom zet ik die tekst vandaag op mijn blog:

Jean Schalekamp en zijn vrouw Muriel ten Cate op Mallorca

Jean Schalekamp en zijn vrouw Muriel ten Cate op Mallorca

Een bominslag

Die fatale dinsdagmiddag, 11 september om 3 uur was het alsof er een bom insloeg in mijn eigen huiskamer. „Dit kan niet“, zei ik hardop, toen ik de eerste beelden van de brandende wolkenkrabber zag en nog niet bekend was wat er precies was gebeurd. Een paar minuten later, toen het tweede vliegtuig zich in de andere toren boorde, begon de werkelijkheid tot me door te dringen. Verbijstering, ongeloof, afgrijzen, net als bij iedereen, gevolgd door een nog vage angst voor wat de gevolgen zouden zijn. Dit gebeurde in Amerika, en op hetzelfde moment gebeurde het hier, en in miljoenen andere huiskamers.

De volle omvang van de ramp begon te dagen: duizenden doden, maar ook: tienduizenden die achterbleven, die plotseling wezen, weduwen waren geworden, ouders, verloofden, broers, zusters, vrienden die zich ineens met een leegte in hun bestaan geconfronteerd zagen, een peilloos diep zwart gat. En dan begin je na te denken. Waarom? Wat is de oorzaak van die verschrikkelijke haat, die voor iedereen onverwacht tot explosie kwam en deze catastrofe veroorzaakte?

Op het moment waarop ik dit schrijf, is het al weer ruim drie weken geleden dat het gebeurde. President Bush heeft de wereld voor de keus gesteld: wie, in deze strijd van Goed (Amerika) tegen Kwaad (de terroristen) niet met Amerika is, is met de terroristen. Maar zo simpel is het niet. Natuurlijk ben ik solidair met de Amerikaanse slachtoffers en vanzelfsprekend ben ik tegen alle vormen van terrorisme en politiek of religieus fanatisme.

Maar mag ik evengoed mijn twijfels hebben over de mogelijke methoden om het probleem op te lossen? Dan sta ik meer achter de woorden die de Israëlische politicoloog Shlomo Avineri onlangs uitsprak: „Terroristen doden is net als muskieten doden. Je mept er een paar dood, maar er komen er altijd weer meer. Muskieten kun je alleen doden door het moeras droog te leggen waarin ze gedijen.”

Om het probleem van het terrorisme te kunnen oplossen is het van groot belang, eerst na te denken over het Waarom. Het moeras waarin de terroristen gedijen is niet alleen de verschrikkelijke ellende van veel derde wereldlanden, waar de moslimintegristen hun adepten recruteren. Het is ook het nu al meer dan 50 jaar oude conflict tussen Israël en de Palestijnen, waarin de VS ook voor de meer gematigde moslims de grote boosdoener is, die met geld, wapens en veto’s in de Veiligheidsraad de politiek van Israël blijft steunen. Bovendien was het provocerende bezoek van Ariel Sharon aan het voor de moslims heilige plein van de moskeeën in Jeruzalem een klap in het gezicht van de hele Islam, die het effect had van de lont in het bekende kruitvat, en tot gevolg had dat nu zowel in Israël als in het Palestijnse gebied de fanatieke radikalen het toneel beheersen. Zolang het probleem Palestina niet op een rechtvaardige manier wordt opgelost, zullen er steeds meer terroristen komen.

Natuurlijk is Palestina maar een deel van het probleem. De moslimfundamentalisten, die ernaar streven de hele mensheid met geweld naar de donkerste Middeleeuwen terug te drijven, begaan op veel plaatsen hun gruweldaden: in de Filipijnen, de Molukken, Kahmir, en zelfs op een paar honderd kilometer van onze zuidkust, in Algerije. Maar zelfs hier zou Amerika een deel van de verantwoordelijkheid bij zichzelf moeten zoeken: uiteindelijk komen ook de Algerijnse terroristen uit de school van Bin Laden en de Taliban, die enkele jaren geleden nog door de VS en de CIA werden gesteund en bewapend omdat ze tegen de Russen vochten. Soms heeft de koude oorlogspolitiek ware monsters gebaard.

Terwijl ik dit schrijf, weten we nog altijd niet wat er zal gaan gebeuren. Ik moet toegeven dat Bush tot nu toe, ondanks zijn dreigementen en ondanks de  – begrijpelijke – pressie vanuit het grootste deel van de Amerikaanse bevolking, de zaak zeer voorzichtig heeft aangepakt. Maar dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Ik hoop alleen dat het niet tot massale en waarschijnlijk nutteloze bombardementen komt, die alleen maar nog meer haat en terrorisme zouden opwekken.

En wie weet, misschien heeft dit alles ook nog positieve gevolgen. Zoals, om maar eens iets te noemen: het verdwijnen van het afschuwelijke regiem in Kabul, al moeten we maar afwachten wat er voor in de plaats komt. Erger dan de Taliban kan het in elk geval niet. Laten we hopen dat er misschien, op langere termijn, een oplossing van het Palestijnse probleem uit voortkomt. En vooral, dat de anti-terroristische maatregelen die nu overal genomen worden, geen inbreuk maken op wat de belangrijkste verworvenheden zijn van wat we onze vrije wereld noemen: onze individuele privacy en onze vrijheid om te denken, te zeggen en te schrijven wat we willen.

Door Jean Schalekamp
(Deze column verscheen eerder in september 2001 in maandblad Mallorca Vandaag)

Jean Schalekamp (Rotterdam, 1926) is literair vertaler van Engelse, Franse en Spaanse literatuur. Meer dan 160 boeken zijn door hem in het Nederlands vertaald. Daarbij horen bijna alle boeken van schrijver/journalist Arturo Perez Reverte, die o.a. de historische roman “El sol de Breda” aan zijn Nederlandse vertaler opdroeg. Bovendien is Jean Schalekamp schrijver van diverse romans, reis- en verhalenbundels. Vanaf 1960 woont en werkt hij op Mallorca. Hij levert regelmatig bijdragen aan de cultuurpagina’s van de Spaanse krant Diario de Mallorca. Wikipedia: Jean Schalekamp.

Het zou verboden moeten worden

Er bestaat een reclame voor drop waarin de uitdrukking ‘het zou verboden moeten worden’ opduikt. Ondanks dat het een behoorlijk irritante en infantiele reclameboodschap is, beklijft hij toch. Googelt u even mee. Jawel, als eerste resultaat verschijnt de tekst over drop, gevolgd door ‘klussen, het zou verboden moeten worden’, ‘gamen, het zou verboden moeten worden’ en nog ongeveer twee miljoen andere resultaten.

Vanochtend jogde ik voor het eerst rond de Schlachtensee, een prachtig Berlijns meer dat bij mij om de hoek blijkt te liggen. Op het pad langs het water was het rustig. Ik had veel meer joggers verwacht. Bovendien zag ik weinig huppelaars; mensen in een hippe sportoutfit, die tussen de joggers door huppelen. Ze kijken nieuwsgierig om zich heen om de laatste trends in zich op te nemen en vooral ook om te zien of ze zelf wel gezien worden. Je ziet ze vooral in het Amsterdamse Vondelpark, in Hamburg aan de Alster, in New York in Central Park en in tig andere parken.

Hier langs de Schlachtensee zag ik slechts één verdwaalde huppelaarster. Zou dit verboden moeten worden? Nee, waarom? Omdat ik dit stukje met die uitdrukking begon? Dat lijkt me geen goede reden. Ik begon dit stukje om een heel andere reden. Mijn eerste joggingsensatie eindigde namelijk catastrofaal. Na 20 minuten schakelde ik terug naar een wandeltempo en genoot van de rust. ‘Is dit Berlijn, waar is iedereen?’, dacht ik en strekte uitgebreid mijn armen.

‘Héééé, man, hé!!’

Ik schrok me rot. Waar kwam die figuur opeens vandaan? En dan loopt ie ook nog met z’n kop frontaal tegen de rug van mijn hand. Hij riep nog wat in de geest van ‘kun je niet uitkijken, man.’ Ik was perplex. Kwam de man uit een boom of uit een onderaardse gang? Ik keek hem na en zag dat hij vreemde schoenen droeg. Een soort bordeelsluipers, wat verklaarde waarom je zo iemand niet hoort. Ja, dat was het moment waarop ik dacht ‘bordeelsluipers tijdens het joggen, het zou verboden moeten worden.’

(Deze tekst Verscheen eerder in dagblad De Pers)