“In het catastrofegebied hebben we ons als in Syrië gevoeld.”

lik op de foto om de Duitstalige Reuters video (01:59) te bekijken.

In het door overstromingen geteisterde gebied in Duitsland zijn op diverse plekken Syrische vluchtelingen aan het werk. Op het moment dat ze de eerste beelden van de catastrofale overstromingen zagen, besloten ze te helpen. In bovenstaande video van het Duitse weekblad Die Zeit komen ze aan het woord. Hieronder de vertaling.

Commentator: De mannen die hier in het door overstromingen verwoeste Ahrweiler aanpakken en meehelpen de schades weg te werken, komen eigenlijk uit Syrië. Ze zijn vanwege oorlog en armoede hun vaderland ontvlucht en leven nu in Duitsland. Op het moment dat ze de beelden van de catastrofale overstromingen zagen, besloten ze om te helpen. Anas Al-Akkad is één van de organisatoren van de Syrische groepen vrijwilligers. Hij had op internet tot hulp opgeroepen.

Anas Al-Akkad: “Wat wij van Duitsland weten is dat alles georganiseerd is, mooi is, groen is, en dan opeens… in het catastrofegebied hebben we ons als in Syrië gevoeld. We hebben toen gedacht, dat kan niet, dat is onmogelijk, we moeten iets bijdragen. Dat had ons echt getroffen.”

Commentator: Zoals hier in Ahrweiler zijn ook in andere plaatsen in het rampgebied vluchtelingen uit Syrië aan het werk. Ze zijn daar meer dan welkom.

Bewoonster: “Ik vind het mooi. Ze zijn ongelooflijk flink en vlijtig en vol ideeën hoe je het hier moet aanpakken, dat is echt klasse.”

Commentator: Onder de Syrische vrijwilligers bevinden zich ook enkele die in het overstromingsgebied leven en daardoor hun huis of woning hebben verloren. Na hun vlucht uit Syrië is dat de tweede keer, zoals deze man die in Ahrweiler woont.

Syrische vrijwilliger: “De huizen van Duitsers zijn vernietigd, onze huizen zijn vernietigd, we zijn bij elkaar, we voelen hoe het de Duitsers hier nu moet vergaan, wij hebben dat beleefd en beleven het hier nog een keer. Maar ik moet zeggen, uiteindelijk zijn we hier om te helpen en hand in hand met de Duitsers repareren we alles, wat dan ook, wij zijn erbij.”

Commentator: Gezien de enorme schaden is het duidelijk dat er nog veel werk wacht op de vrijwillige hulpverleners uit Syrië. Volgens de organisatoren melden zich dagelijks nieuwe vrijwilligers aan die graag willen helpen. Sommige hebben zelfs speciaal vakantie hiervoor opgenomen.

Deze bijdrage verscheen ook op Joop

Jezelf zijn

Ik woon in een huis met vijf verdiepingen. Op de begane grond bevinden zich vier woningen. De buurvrouw van de woning naast mij op de begane grond stond samen met mij in het trapportaal. De deur naar de straat stond open. Mijn buurvrouw, een dame van 88, wees naar buiten.

„Op wie vind je dat hij lijkt”, vroeg ze en wees naar de man die het huis aan de overkant van de straat verliet. „Dat is die een zanger, hoe heet ie ook alweer. Bowie. David Bowie!’” Mijn buurvrouw lachte. „Daar lijkt hij inderdaad op”, zei ze en keek op haar horloge. Het was half negen in de ochtend. „Bent u hier morgenochtend weer tegen half negen, dan heb ik een verrassing voor u.” Ik knikte. Ik moest sowieso rond die tijd naar mijn werk.

Van David Bowie naar Löw
De volgende ochtend stond ze al om vijf voor half negen in het portaal. De voordeur stond weer open. „Komt straks David Bowie weer uit zijn huis”, lachte ik. „Let maar op. Kijk, de deur gaat al open. En wie ziet u?” „Dat is… niet David Bowie. Dat is die Duitse voelbaltrainer. Hoe heet hij ook alweer. Iets met Löw. Ja, Joachim Löw, zo heet hij. Maar is dat dezelfde persoon?” Mijn buurvrouw legde haar wijsvinger op haar lippen. Dat betekende dat ik niets moest vragen. „Morgen tegen half negen vertel ik u wie wie is.”

De volgende ochtend wachtte ik vol spanning op wie het huis aan de overkant zou verlaten; een zanger of een voetbaltrainer? De deur aan de overkant ging open. Mijn buurvrouw en ik keken de man aan. „Dat is… dat is… ik weet niet wie dat is”, zei ik. De buurvrouw keek geïrriteerd.

Beroemdheden in de gang
„Wacht even”, zei ze. Ze liep naar buiten en sprak de man aan. Ik hoorde niet wat ze zeiden, maar ze maakte handgebaren en leek niet tevreden met wat de man zei. Even later liep ze met een verontwaardigde blik in haar ogen terug. „Vandaag zou Ronaldo, Sting of Robert de Niro uit het huis moeten komen”, zei ze.

Ik haalde mijn schouders op en zei dat ik haar niet begreep. „Ik ben een keer bij de overbuurman binnen geweest”, zei ze. „Rond de spiegel in de gang hangen foto’s van beroemdheden die hij zou willen zijn. Hij vertelde me dat hij altijd een persoon uitkoos op wie hij die dag zou willen lijken.” „Maar wie was dan de beroemdheid van vandaag? Ik herkende hem niet.” „Nee, dat heb ik ook gevraagd. En weet u wat hij zei? Hij wilde vandaag voor het eerst in zijn leven zichzelf zijn. Ik ben vandaag mezelf, zei hij net. Nou ja, zeg. Wat een gek!”

Ook te lezen op Metronieuws.nl

Het dobberparadijs

Vanochtend stapte ik uit bed, trok mijn sportoutfit aan en trad de dag wandelend tegemoet. Eenmaal buiten leek ik door de droom te lopen die ik een half uur eerder had verlaten. Ik lag aangespoeld op een zonnig strand nadat ik ruim een jaar eerder werd meegenomen door een metershoge coronagolf die me lange tijd deed duizelen.

Ik krabbelde omhoog en liep richting de promenade. Dobberparadijs, las ik op een groot bord dat voor het zwembad van een hotel stond. Ik wreef het zoute water uit mijn ogen om te zien of het mensen of walrussen waren die in het grote bekken met dampend water lagen te dobberen. Ze dreven en bewogen nauwelijks nog. Op de rand van het bad stonden hoge glazen met vurige cocktails en bonte rietjes. Ik kwam dichterbij en zag dat het geen walrussen, maar echte mensen waren. Ook zij waren aangespoeld en hadden zich vervolgens in dit zwembad te ruste gelegd om bij te komen, om te wachten op de tijden van vóór de golf. Genoegzaam baadden ze in hun herinneringen en namen tussendoor een slokje van hun Pina Colada of Bloody Mary. Ze leefden in een compleet andere wereld dan ik. Alsof ze in hun eigen zweet baadden: het lichaam had er al afstand van gedaan, maar toch wilde ze er nog even van genieten. Dat zei ik tegen de badmeester die erop lette dat niemand van het dobberende gezelschap kopje onder ging en verdronk.

Hij lachte.

“Een jaar lang waren we dicht, u weet wel, de golf. Nu we weer open zijn, beleven we een stormvloed van mensen die hier willen dobberen. Ze willen weer terug naar hun oude leven, zeggen ze allemaal”.

Ik knikte.

“Maar na een week of misschien twee weken moeten ze toch weer terug naar huis en hun oude leventje achter zich laten”, voegde hij eraan toe.

Ik knikte.

“Dan kies ik toch liever voor de zee”, zei ik. Die ligt er nu toch prachtig bij.
“U heeft gelijk, zei de badmeester. “Maar mocht u zich bedenken en onzeker voelen over wat u te wachten staat, dan kunt u hier altijd naar hartenlust dobberen, zo lang u maar wilt.”

Ik lachte.

“En dan verdrinken in de mooie momenten van weleer, antwoordde ik. Nee, hartelijk dank voor het aanbod. Dan loop ik toch liever voorwaarts, terug naar de zee.”

Ook te lezen op Metronieuws.nl

« Oudere berichten