11 september, 25 jaar later: een column uit oktober 2001

Waar was jij toen het gebeurde? Het is een vraag die ook 25 jaar na de aanslagen van 11 september 2001 onmiddellijk herinneringen oproept.

Zelf was ik die dinsdag thuis op Mallorca. Via internet volgde ik de eerste berichten en zag ik de dramatische beelden uit New York. Op dat moment werkte ik aan het eerste nummer van Mallorca Vandaag, een nieuw Nederlandstalig maandblad op het eiland. Het stond voor mij vast dat ik in het eerstvolgende nummer aandacht aan de aanslagen moest besteden. Maar hoe?

Ik dacht aan schrijver Jean Schalekamp, van wie ik wist dat hij het internationale nieuws altijd nauwgezet volgde. Voor het Spaanse dagblad Diario de Mallorca had hij op 25 september 2001 al een column over de aanslagen geschreven. Ik belde hem en vroeg of hij ook voor Mallorca Vandaag een bijdrage wilde schrijven. Hij aarzelde geen moment.

Zijn column verscheen op 15 oktober 2001, ruim een maand na de aanslagen. Nu, 25 jaar later, publiceer ik die tekst opnieuw. Het is een tijdsdocument: geschreven op een moment waarop nog niemand wist welke politieke en maatschappelijke gevolgen 11 september zou krijgen.

Hieronder staat de column van Jean Schalekamp zoals de lezers van Mallorca Vandaag hem in oktober 2001 onder ogen kregen.

Een bominslag

Die fatale dinsdagmiddag, 11 september om 3 uur was het alsof er een bom insloeg in mijn eigen huiskamer. „Dit kan niet“, zei ik hardop, toen ik de eerste beelden van de brandende wolkenkrabber zag en nog niet bekend was wat er precies was gebeurd. Een paar minuten later, toen het tweede vliegtuig zich in de andere toren boorde, begon de werkelijkheid tot me door te dringen. Verbijstering, ongeloof, afgrijzen, net als bij iedereen, gevolgd door een nog vage angst voor wat de gevolgen zouden zijn. Dit gebeurde in Amerika, en op hetzelfde moment gebeurde het hier, en in miljoenen andere huiskamers. De volle omvang van de ramp begon te dagen: duizenden doden, maar ook: tienduizenden die achterbleven, die plotseling wezen, weduwen waren geworden, ouders, verloofden, broers, zusters, vrienden die zich ineens met een leegte in hun bestaan geconfronteerd zagen, een peilloos diep zwart gat. En dan begin je na te denken. Waarom? Wat is de oorzaak van die verschrikkelijke haat, die voor iedereen onverwacht tot explosie kwam en deze catastrofe veroorzaakte?

Op het moment waarop ik dit schrijf, is het al weer ruim drie weken geleden dat het gebeurde. President Bush heeft de wereld voor de keus gesteld: wie, in deze strijd van Goed (Amerika) tegen Kwaad (de terroristen) niet met Amerika is, is met de terroristen. Maar zo simpel is het niet. Natuurlijk ben ik solidair met de Amerikaanse slachtoffers en vanzelfsprekend ben ik tegen alle vormen van terrorisme en politiek of religieus fanatisme. Maar mag ik evengoed mijn twijfels hebben over de mogelijke methoden om het probleem op te lossen? Dan sta ik meer achter de woorden die de Israëlische politicoloog Shlomo Avineri onlangs uitsprak: „Terroristen doden is net als muskieten doden. Je mept er een paar dood, maar er komen er altijd weer meer. Muskieten kun je alleen doden door het moeras droog te leggen waarin ze gedijen.” Om het probleem van het terrorisme te kunnen oplossen is het van groot belang, eerst na te denken over het Waarom. Het moeras waarin de terroristen gedijen is niet alleen de verschrikkelijke ellende van veel derde wereldlanden, waar de moslimintegristen hun adepten rekruteren. Het is ook het nu al meer dan 50 jaar oude conflict tussen Israël en de Palestijnen, waarin de VS ook voor de meer gematigde moslims de grote boosdoener is, die met geld, wapens en veto’s in de Veiligheidsraad de politiek van Israël blijft steunen. Bovendien was het provocerende bezoek van Ariel Sharon aan het voor de moslims heilige plein van de moskeeën in Jeruzalem een klap in het gezicht van de hele Islam, die het effect had van de lont in het bekende kruitvat, en tot gevolg had dat nu zowel in Israël als in het Palestijnse gebied de fanatieke radicalen het toneel beheersen. Zolang het probleem Palestina niet op een rechtvaardige manier wordt opgelost, zullen er steeds meer terroristen komen.

Natuurlijk is Palestina maar een deel van het probleem. De moslimfundamentalisten, die ernaar streven de hele mensheid met geweld naar de donkerste Middeleeuwen terug te drijven, begaan op veel plaatsen hun gruweldaden: in de Filipijnen, de Molukken, Kahmir, en zelfs op een paar honderd kilometer van onze zuidkust, in Algerije. Maar zelfs hier zou Amerika een deel van de verantwoordelijkheid bij zichzelf moeten zoeken: uiteindelijk komen ook de Algerijnse terroristen uit de school van Bin Laden en de Taliban, die enkele jaren geleden nog door de VS en de CIA werden gesteund en bewapend omdat ze tegen de Russen vochten. Soms heeft de koude oorlogspolitiek ware monsters gebaard.

Terwijl ik dit schrijf, weten we nog altijd niet wat er zal gaan gebeuren. Ik moet toegeven dat Bush tot nu toe, ondanks zijn dreigementen en ondanks de – begrijpelijke – pressie vanuit het grootste deel van de Amerikaanse bevolking, de zaak zeer voorzichtig heeft aangepakt. Maar dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Ik hoop alleen dat het niet tot massale en waarschijnlijk nutteloze bombardementen komt, die alleen maar nog meer haat en terrorisme zouden opwekken. En wie weet, misschien heeft dit alles ook nog positieve gevolgen. Zoals, om maar eens iets te noemen: het verdwijnen van het afschuwelijke regiem in Kabul, al moeten we maar afwachten wat er voor in de plaats komt. Erger dan de Taliban kan het in elk geval niet. Laten we hopen dat er misschien, op langere termijn, een oplossing van het Palestijnse probleem uit voortkomt. En vooral, dat de anti-terroristische maatregelen die nu overal genomen worden, geen inbreuk maken op wat de belangrijkste verworvenheden zijn van wat we onze vrije wereld noemen: onze individuele privacy en onze vrijheid om te denken, te zeggen en te schrijven wat we willen.

Milena Jesenská 130 jaar geleden geboren: veel meer dan de vriendin van Franz Kafka

Uitzicht over de Praagse wijk Žižkov, waar Milena Jesenská in 1896 werd geboren

Op 10 augustus is het 130 jaar geleden dat Milena Jesenská werd geboren. Haar naam is vooral bekend door haar intensieve briefwisseling met Franz Kafka. Maar Jesenská was veel meer dan een vrouw in het leven van de beroemde schrijver. Ze bouwde in Praag een reputatie op als journaliste en hielp na de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije tientallen vervolgden. Uiteindelijk werd ze zelf door de Gestapo opgepakt en naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd.

Jesenská werd op 10 augustus 1896 geboren in Žižkov, destijds nog een voorstad van Praag. Ze volgde onderwijs aan het meisjesgymnasium Minerva in Praag, de eerste onderwijsinstelling van dit type in Centraal-Europa.

In 1918 verhuisde ze met haar eerste verloofde Ernst Polak naar Wenen. Vanuit de Oostenrijkse hoofdstad begon ze artikelen en vertalingen naar Praag te sturen. Een van die vertaalprojecten bracht haar in contact met Franz Kafka.

Milena Jesenská en Franz Kafka

In 1919 bood Jesenská Kafka aan een van zijn verhalen te vertalen. Uit dat eerste contact ontstond een intensieve correspondentie die later wereldberoemd zou worden.

De brieven hebben er mede voor gezorgd dat Jesenská’s naam tot op de dag van vandaag met Kafka verbonden is. Haar eigen journalistieke loopbaan verdient echter minstens zoveel aandacht.

Na haar terugkeer naar Praag groeide Jesenská uit tot een gerespecteerde journaliste. Ze schreef feuilletons, reportages en politieke commentaren. Haar werk onderscheidde zich volgens Radio Prague International door een herkenbare stijl en haar betrokkenheid bij het lot van andere mensen.

Journaliste in het verzet

Een beslissende wending kwam in maart 1939, toen nazi-Duitsland Praag bezette. Jesenská sloot zich aan bij het verzet.

Ze hielp mensen die door de nazi’s werden vervolgd, stelde haar woning beschikbaar als schuilplaats, regelde valse identiteitsdocumenten en hielp bij de voorbereiding van ontsnappingen. Onder degenen die ze hielp waren Joodse vrienden, maar ook Tsjechische officieren en piloten.

Volgens Radio Prague International redde Jesenská daarmee het leven van tientallen mensen.

Haar verzetswerk bleef niet onopgemerkt. In november 1939 arresteerde de Gestapo haar. Ze zat aanvankelijk gevangen in Praag en Dresden. In 1940 werd ze naar het concentratiekamp Ravensbrück ten noorden van Berlijn gedeporteerd, waar ze op de ziekenafdeling werkte.

Ravensbrück

In Ravensbrück raakte Jesenská bevriend met medegevangene Margarete Buber-Neumann. De twee vrouwen waren van plan samen een boek te schrijven over hun ervaringen in het concentratiekamp.

Zover kwam het niet. Jesenská’s gezondheid ging steeds verder achteruit. Ze onderging uiteindelijk een nieroperatie, waarvan ze niet meer herstelde.

Milena Jesenská overleed op 17 mei 1944 in Ravensbrück. Ze was 47 jaar oud.

Haar correspondentie met Franz Kafka maakte haar naam wereldberoemd. Haar eigen levensverhaal laat tegelijkertijd een journaliste zien die niet alleen schreef over de wereld om haar heen, maar tijdens de Duitse bezetting ook bereid was grote persoonlijke risico’s te nemen om anderen te helpen.

‘het is heerlijk koel’ en… het was heerlijk koel

Illustratie van Simon uit Hitzenberg die ontspannen in de zon staat tijdens een warme zomerdag.

Uitgerekend in het Duitse dorpje Hitzenberg, in de deelstaat Baden-Württemberg, lijkt zich een wonder te hebben voltrokken. Ik las toevallig in een lokale onlinekrant het bericht over de mantra die het hoofd koel zou houden. De uitvinder ervan sprong in het oog, omdat hij geen enkele last van de enorme hitte leek te hebben.

Terwijl dorpsbewoners puffend klaagden over de extreem hoge temperaturen, verrichtte de 60-jarige Simon opgewekt zijn normale dagelijkse bezigheden.

„Het is heerlijk koel”, citeerde de krant hem. „Het is zo simpel. Als je bij 35 graden in de volle zon onderweg bent en je denkt: wat is het heet, dan is het ook echt heet. Maar het is bij oeroude volkeren in andere delen van de wereld allang bekend dat het niet alleen de zon is die ervoor zorgt dat je het zo heet hebt. De gedachte ‘ik heb het heet’ is de katalysator die je doet zuchten en zweten. Mijn mantra ‘het is heerlijk koel’ schakelt die katalysator uit. Sterker nog, hij geeft tegengas bij het zonlicht en je voelt je opeens veel frisser”, aldus Simon uit Hitzenberg.

Het antwoord op de hitte

Ik nam vandaag de proef op de som. Om 13.00 uur wandelde ik bij 35 graden door de zon en dacht: ‘Het is heerlijk koel.’ En opeens voelde ik een verkoelend briesje en mijn T-shirt was nog opvallend droog. Normaal gesproken liep ik nu volop te zweten. Natuurlijk wilde ik niet overdrijven en wandelde ik zo’n 40 minuten. Ik genoot van de bezwete gezichten van de wandelaars die ik onderweg tegenkwam. De gedachte ‘het is heerlijk koel’ bleek het antwoord op de aanhoudende hitte. Zo simpel.

In een stadspark laste ik op een terrasje een pauze in. Om me heen hoorde ik meermaals mensen zeggen dat het zo heet was en voor ik het wist, voelde ik zweetdruppels op mijn hoofd. Nu was het dus oppassen geblazen. Niet meegaan met de gedachten van de mensen in je omgeving. Ik blies de hittegedachten weg en herhaalde: „Het is heerlijk koel, het is heerlijk koel.”

De serveerster keek mij lachend aan. „Die is goed’, zei ze. „Die houden we erin.”

Deze column staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten