Jarig: Duitse dichter Jürgen Becker wordt 90

Vandaag wordt de Keulse dichter Jürgen Becker 90 jaar. Afgelopen vrijdag zond Deutschlandfunk Kultur een interessante bijdrage over hem uit, gemaakt door de Berlijnse dichteres Nadja Küchenmeister. Becker is een dichter die echter het proza niet schuwt.

“Ik kan niet zeggen dat het bij het schrijven überhaupt om iets gaat, dat ik met bepaalde bedoelingen zou schrijven. Het gaat erom een tekst te schrijven waarin ik mezelf terugvind, waarmee ik mijn onzekerheden, mijn vragen niet beantwoorden kan, maar ik kan ze stellen. Dat zou misschien iemand die zich ermee bezighoudt, die het leest, net zo kunnen ervaren.” Met die woorden van Jürgen Becker gaat de radiodocumentaire van start. De dichter zegt vervolgens “als dat het geval is, dan heeft zo’n klein gedicht zelfs zijn zin.”

Drie personen houden zich al jarenlang met het werk van Jürgen Becker bezig. Dat zijn de schrijfster Ursula Krechel, de schrijver Marcel Beyer en Matthias Kniep. Hij is de uitgever van bloemlezing “Jahrbuch der Lyrik” en verantwoordelijk voor het programma in het “Haus für Poesie” in Berlijn.

Volgens Krechel zijn de teksten van Becker niet uit een dagboek genomen, maar zijn ze een continue vorm van begeleiden en reflecteren. “Misschien is werkelijk het schrijven zelf – jour à jour – een levenservaring die geen verandering meer nodig heeft”, zegt Krechel.

Becker zelf zegt hierover: “Als ik een gedicht heb geschreven, vraag ik mezelf: weet ik nu dan meer? En ik moet vaak zeggen: ach, eigenlijk weet ik niet veel meer. Ik heb in het moment een licht ontstoken of heb met de zaklantaarn in het donker geschenen, maar fundamenteel verandert er niets.”

De 90-jarige dichter gaat volgens Mathhias Kniep altijd van dagelijkse routines uit: “Wat doe je? Wat moet je in de tuin doen? Moet je weer naar de kapper? Dat is het uitgangspunt voor de herinneringen die terugkomen. Men herinnert zich immers het bijzondere uit een alledaagsheid. Het is nooit andersom.”

Het verleden is niet constant aanwezig, zegt Becker. Maar: “Als ik schrijf, merk ik hoe herinnering ontstaat, hoe herinnering wordt gemaakt.”

“De vriendelijke begeerte zich tot de wereld en de taal te wenden en de wereld niet te hiërarchiseren – alles, alles kan productief worden – deze begeerte is in de loop der decennia niet alleen de aanleiding, maar in zekere zin ook de motor van het schrijven gebleken”, zegt collega-schrijver Marcel Beyer.

Tijdens het bezoek van Nadja Küchenmeister steekt de schrijver steeds weer een sigaret op. Het is twintig jaar geleden dat hij voor de laatste keer een poging deed met roken op te houden. De documentairemaakster beschrijft hoe Becker tijdens zijn leven de veranderende landschappen en stemmingen in zijn gedichten probeert vast te houden. Matthias Kniep zegt hierover het volgende: Becker gaat altijd uit van wat hij heeft gezien, daarom zijn er ook zoveel beeldbeschrijvingen in zijn teksten. Ansichtkaarten worden beschreven, schilderijen waar hij van houdt. Volgens mij zijn er bijna alleen maar concrete dingen in zijn teksten, het wordt zelden abstract.”

Becker bevond zich altijd in de omgeving van beeldend kunstenaars. “Boze tongen hebben beweerd dat ik alleen met Rango Bohne ben getrouwd, omdat ze schilderes was, omdat ik eindelijk die geur om me heen wilde hebben”, vertelt hij. Jürgen Becker was 56 jaar lang met haar getrouwd. Er ontstonden gezamenlijke boeken. Rango Bohne stierf in september 2021.

Jürgen Becker won in 2014 de gerenommeerde Büchnerpreis (Duitse literatuurprijs). Er zijn tot nu toe geen werken van hem in het Nederlands verschenen.

Meer over Jürgen Becker staat (in het Duits) op de volgende webpagina van Deutschlandfunk Kultur:
https://www.deutschlandfunkkultur.de/die-wirklichkeit-macht-immer-mit-100.html

Bijdragen in de Duitse media n.a.v. de 90ste verjaardag van Jürgen Becker:

Süddeutsche Zeitung: Der riesige Rest

WDR: Der Dichter Jürgen Becker wird 90

Tagesspiegel: Die Schatten des früher Gesagten

Die Zeit: Der Sound des Augenblicks

In memoriam Remco Campert

Remco Campert is op 92-jarige leeftijd overleden. Mijn grote held is gestorven. Zijn avontuurlijke prozaboek Campert Compleet liet mij ooit kennismaken met het fenomeen schrijven. Ik was een jaar of tien. Dit verzamelde werk lag op de slaapkamer van mijn moeder. Nieuwsgierig las ik de eerste bladzijden en er ging een nieuwe wereld voor mij open. Niet eerder wist ik dat woorden je in een andere wereld konden verplaatsen.

Ik herinner me nu nog dat ik na het lezen van de eerste regels het gevoel had ‘s ochtends vroeg in Parijs te zijn aangekomen: “De mist van de ochtend hing over de pasgewassen straten. Arbeiders raasden langs op kleine fietsjes. De métro reed nog niet.” Later heb ik Alle dagen feest met oudere ogen gelezen en was nog meer onder de indruk.

Remco Campert zag zichzelf in de eerste plaats als dichter. In een interview met de Nederlandse popjournalist, radiomaker en schrijver Jan Donker zegt hij dat poëzie hem overvalt, terwijl hij met proza echt bezig is. Wat dat betreft vindt hij het avontuurlijker om proza te schrijven, ‘omdat ik niet van tevoren vastleg wat ik wil gaan schrijven, eigenlijk net als poëzie, begint het ergens en dan gaat het zichzelf invullen al schrijvende, bij mij.’

Na die eerste kennismaking met de romanschrijver kocht ik als puber de dichtbundels Dit gebeurde overal (1962) en Betere Tijden (1970) en ontdekte de dichter Remco Campert. De kaft van de eerstgenoemde bundel had iets underground-achtigs en paste bij mijn beeld van de dichter die vaak in Parijs verbleef, net als het motto van het boek: “What am I hunting? I cannot remember” van Thomas Mc Grath.

Door zijn gedichten leerde ik ook Charlie Parker en andere jazzgiganten kennen. Niet voor niets wordt Remco Campert ook wel een “jazzdichter” genoemd. In het in 2018 verschenen portret van Remco Campert Een knipperend ogenblik gebruikt de portretmaakster Mirjam van Hengel woorden uit 1956 van de Nederlandse schrijver J. Bernlef om dit te karakteriseren:

‘Waarom is een jazzconcert zoveel opwindender dan zijn klassieke pendant? Ik geloof omdat je als luisteraar getuige bent van het proces van ontstaan. Kenners kijken elkaar dan even kort aan en knikken. Hij heeft het, nu! Even plotseling raakt hij het dan soms weer kwijt. Het vrijblijvende karakter van die muziek, die zelden of nooit genoteerd wordt omdat alles aankomt op persoonlijke intonatie, geeft er een merkwaardig melancholiek plezier aan. Zo van: jazzmusici en de dingen die voorbij gaan. In plaats van een gooi naar het tijdloze, het eeuwige, een nadruk op het zeer tijdelijke en aan bederf onderhevige leven. Datzelfde karakter bezitten de gedichten van Remco Campert, die weliswaar genoteerd staan, maar dan op zo weinig opdringerige, “gemaakte” manier dat je toch eerder een stem hoort dan dat je gedichten leest.’

Als inwoner van Duitsland maakt Camperts verhaal over zijn reis naar Praag indruk op me. Het was 1947. De jonge dichter zat in een trein en reed dwars door het platgebombardeerde Duitsland. Hierover zegt hij in de documentaire “Remco Campert – Verloop van Jaren” het volgende:

” Kort na de oorkog had je de World Friendship Association. Die verzorgde de uitwisseling van de jeugd tussen verschillende landen. En ik ging met die Association naar Praag. Dat was een prachtige maar ook verschrikkelijke reis door het na-oorlogse Duitsland. Dat was in 1947, dus alles lag nog in puin daar. Een verschrikkelijk gezicht. Ik herinner me die reis nog heel goed. Hoe oud was ik? Een jaar of 18, denk ik. Ja, een jaar of 18. Heel gevoelig voor alle indrukken.

Het riep viel poëzie in me wakker. De mensen die je ontmoette in de trein, een man die zei dat na het bombardement “achtzehn Kinder sind tot”, zei hij en dat schokte mij enorm.

Ja. Je had toch een zekere wrok tegen de Duitsers. Mijn vader was ook omgekomen door toedoen van de Duitsers. Als je dan mensen zelf ontmoet en je ziet hun moeilijkheden, dan verdwijnen die wrokgevoelens een beetje….of totaal zelfs. “

Tot slot geef ik hier graag mijn eigen poëtische beeld dat ik van Remco Campert heb. Daarin zie ik de aarde als poëzie. Tien dichters krijgen een schep om te graven, negen ervan ploeteren en stuiten uiteindelijk op steen, zand of een andere ondergrond. Remco Campert ploetert niet, zijn schep glijdt in de aarde en stuit meteen op meerdere lagen. Dat was zijn kracht, gezegend te zijn zo’n schep te hebben.

PEN Berlin: nieuwe schrijversvereniging

Eva Menasse en Arnon Grunberg tijdens een optreden in Berlijn 2014 (foto: © Allard van Gent)

De journalist Deniz Yücel was enkele maanden voorzitter van de Duitse afdeling van de internationale schrijversorganisatie PEN International. Na interne conflicten stapte hij op. Hij is nu samen met schrijfster Eva Menasse voorzitter van de onlangs opgerichte schrijversvereniging PEN Berlin.

Binnen PEN Duitsland was een groep leden die het niet eens was met de wijze waarop Yücel de vereniging leidde. De onenigheid kwam in maart naar buiten. Aanleiding was Yücels optreden tijdens het Keulse literatuurfestival lit.Cologne waarop hij zich positief uitsprak over het eventueel afsluiten van het luchtruim boven de Oekraïne. Daar waren zijn vijf nog levende voorgangers het absoluut niet mee eens. In een openbaar geworden brief uitten Gert Heidenreich, Christoph Hein, Johano Strasser, Josef Haslinger en Regula Venske hij kritiek op Yücel. In April verscheen een brandbrief waarin 36 van de 750 leden zich distantieerden van hun voorzitter.

Yücel stapte zelf op en is nu dus medevoorzitter van een nieuwe schrijversvereniging in Duitsland. Op een online vergadering van de 150 leden kozen de leden journalist Deniz Yücel en schrijfster Eva Menasse tot de leiding van de nieuwe vereniging PEN Berlin.

Bij de stemming kreeg Menasse 143 van de 143 stemmen. Yücel kreeg 136 stemmen en 8 tegenstemmen. De in Groot-Brittannië gevangen genomen oprichter van Wikileaks Julian Assange werd direct tot erelid benoemd. Naar verluidt heeft hij dit aanvaard.

Tot de ondersteuners van PEN Berlin behoren o.a. Daniel Kehlmann, Christian Kracht, Karen Köhler, Lucy Fricke, Ursula Krechel,Thea Dorn, Mithu M. Sanyal, Christian Berkel en Feridun Zaimoglu.

De nieuwe vereniging wil volgens Yücel ook met PEN International samenwerken. De daarvoor noodzakelijke ondersteuning kwam al van de verenigingen in Oeganda en de Ukraine. “Dit is geen club van gelijkgestemden en wil het ook niet zijn”, aldus Yücel.

Ook Menasse erkent de bijzonderheden van de nieuwe vereniging: “Deze grote bandbreedte van stemmen en diversiteit, de mix van vrouwen en mannen, van allochtone en andere literatuur, allen dat alles wat daar bij elkaar komt op onze lijst kan en zal veel teweegbrengen, plus de vele prominente namen die we ook hebben” zei Menasse.
Eva Menasse ziet de nieuwe vereniging niet als concurrentie van het in Darmstadt gezetelde PEN Duitsland. Deze organisatie heeft echter meer elan en energie, aldus de schrijfster.

PEN Duitsland reageerde gelaten op de nieuwe vereniging. “We zien het als een verrijking van het werk van PEN in het streven naar een nieuwe positionering”, zei Clauda Guderian, algemeen secretaris van PEN Duitsland.

« Oudere berichten Recent Entries »