Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull

Wederom filmnieuws op dit blog. Dit keer over de film Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull die op 2 september in de Duitse bioscopen in première gaat. Hierbij gaat het om de verfilming van de gelijknamige roman van Thomas Mann die in Nederland onder de titel Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull verscheen, vertaald door Dirk Salomons.

Het is bijna 70 jaar geleden dat Thomas Mann zijn laatste roman Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull publiceerde. Het werk verscheen in 1954. In de jaren tussen 1910 en 1913 schreef hij al de eerste stukken van het boek. Dat schrijft recensente Claudia Voigt in Der Spiegel. Ze zoekt in haar bijdrage een antwoord op de vraag waarom regisseur Detlev Buck deze film wilde maken.

Uitgerekend een roman van Thomas Mann willen verfilmen is een ambitieuze onderneming, schrijft ze en vervolgt: ‘Het zou zeker helpen een herkenbare reden daarvoor te hebben: wat is vanuit het perspectief van vandaag de dag interessant aan het verhaal van Felix Krull, die een meester van het bedrog is en door een verlangen naar iets hogers wordt gedreven? De Felix Krull film van Detlev Buck, die nu in de bioscopen komt en waar geweldige acteurs in meespelen, levert op deze vraag helaas geen enkel antwoord.’

Voigt noemt de film een slechte kostuumfilm (“ein Kostümschinken”), eentje van de ouderwetse soort: ‘De beelden zijn voortdurend in goud licht gedompeld en de decors werken alsof ze niet kitscherig genoeg kunnen zijn. Op de achtergrond licht een kleine Eiffeltoren op.’

De film begint in Parijs. Het verhaal wordt in een terugblik verteld. Felix Krull (Jannis Niewöhner) werkt als kelner in hotel St. Edward. Hij ontmoet bij het avondeten de markies De Venosta (David Kross), ‘twee jonge mannen, beide goed gekleed, die hetzelfde zijn maar door hun sociale stand toch verschillend.’ Krull maakt hem deelgenoot van zijn levensverhaal en zo ervaart de toeschouwer dat hij als zoon van een wijnfabrikant in Rheingau werd geboren, zijn vader op de pof leefde en zichzelf ombracht op het moment dat de banken hem geen geld meer wilden lenen.

Krull werkt zich in hotel St. Edward snel op van liftboy tot kelner, omdat hij zich gemakkelijk aan de verwachtingen van anderen kan aanpassen. Als hij zijn spel iets te roekeloos speelt, moet hij Parijs snel verlaten. Tijdens het avondeten wil hij de markies ervan overtuigen hem in zijn plaats een wereldreis te laten maken. De markies ziet hier tegen op, omdat hij op de jonge Zaza verliefd is. Hij weet echter niet dat Zaza (Liv Lisa Fries) allang de geliefde van Felix Krull is. Deze driehoeksverhouding werd speciaal voor de film bedacht. ‘Het zou mooi geweest zijn als deze artistieke vrijheid tot meer geleid zou hebben dan nog meer zoete scenes’, schrijft Voigt.

Voor het scenario van de film schakelde regisseur Detlev Buck niemand minder in dan de Duitse schrijver Daniel Kehlmann. Op zich een goed idee, vindt Voigt, ‘want als iemand de kern van Thomas Manns roman in een film kan vertalen, dan is dat wel Kelhmann.’ In een paar dialogen is de taal van Thomas Mann dan ook te horen. ‘Maar het scenario dient er hoofdzakelijk toe de handeling op de een of andere manier in goede banen te leiden en niet volledig onaannemelijk te laten verschijnen.’

De recensente volhardt in haar mening dat de regisseur geen idee heeft waarom hij de film heeft gemaakt. ‘Dat is ook irritant, omdat hij met enkele van de interessantste Duitse acteurs en actrices mocht werken. De meesten kunnen zich met moeite redden uit de val van de cliché en blijven in het beste geval kleurloos, maar dat lukt niet iedereen. De film bezorgt de toeschouwers in ieder geval momenten van plaatsvervangende schaamte.’

De roman Felix Krull van Thomas Mann werd tot nu toe twee keer verfilmd. De bekendste versie stamt uit 1957 met Horst Buchholz in de titelrol. Volgens Markus Zimmer, producent van “Detlev-Buck-Films”, had een nieuwe verfilming allang moeten plaatsvinden. Wellicht was dat de enige reden voor het project, sluit Claudia Voigt haar recensie af.

Martin Eden

Op donderdag gaat in Duitsland de verfilming van Jack Londons beroemde roman “Martin Eden” in première. Hannah Pilarczyk is positief gestemd in haar bijdrage in de recente uitgave van SPIEGEL.

Het boek werd meermaals verfilmd, ‘maar nog niet zo briljant als nu door de Italiaan Pietro Marcello. In zijn versie van “Martin Eden” komen beelden uit een halve eeuw bij elkaar, uit archieven en uit de filmgeschiedenis, vooral de Italiaanse. Midden in filmscenes duiken documentaire opnames van echte havenarbeiders op die de fictieve vertelling aanvullen en samenballen tot een werk waarvan de visuele kracht eerst verbluft, daarna bedwelmt. Als we nu al zouden moeten kiezen voor de film van het jaar: “Martin Eden”, dat staat buiten kijf.’

Licht

Ik was 10 jaar toen de oorlog uitbrak, vertelde de man die naast mij op het bankje zat. Hij wilde mij iets vertellen, dat was duidelijk. Mijn plan bestond vandaag uit niets anders dan op een bankje in de zon zitten en dus luisterde ik gewoon naar wat hij te vertellen had. Ik was me er pas later van bewust dat het bankje voor een verzorgingshuis stond, het rustoord waar deze man woonde.

Strijd
Als pubers voerden we een strijd, zei hij en rechtte zijn rug. Het was alsof hij weer ten strijde wilde trekken. Maar we streden niet tegen de Duitsers, nee, die hadden we al verslagen. Tenminste, de geallieerden hadden dat gedaan. Dat waren volwassen kerels. Mijn vriendjes en ik trokken ten strijde tegen een generatie oudere landgenoten die niet tegen het licht konden.

Spruitjes
Niet tegen het licht, vroeg ik. De man glimlachte. Zo noem ik dat altijd, zei hij. Ik bedoel daarmee te zeggen dat wij de eerste sprankjes licht zagen en wisten dat we in een wereld leefden waar alles mogelijk was. De donkere jaren van de oorlog waren voorbij. Maar wat deed die generatie oudere landgenoten? Die mensen wilden zichzelf weer opsluiten, nu in de woonkamer, gordijnen dicht en braaf iedere avond gekookte aardappels met een stukje vlees en spruitjes eten. Ik keek de man aan. De beroemde spruitjeslucht, zei ik. De man knikte en lachte.

Hippies en de vredespijp
Maar wij wilden geen spruitjes, zei hij nu luider. Wij wilden veel meer. We gingen met z’n allen de straat op. Met rock-‘n-rol, hippies en de vredespijp lieten we de hele wereld zien dat er veel meer mogelijk is dan we denken. En dat was ook zo. De technische ontwikkelingen volgden elkaar razendsnel op. De mobiele telefoons, internet, wie had dat ooit gedacht! Hij zweeg even. Ik liet zijn woorden tot me doordringen.

Deal
We hebben het hier ook goed, zei ik en wilde hem bijna bedanken voor zijn voorbereidende werk. Maar hoe lang nog, vroeg ik. De man haalde diep adem. Jongen, zei hij (ik ben 55), blijf in het licht. Wij zijn de duisternis ontvlucht, dat is gelukt, het is jullie taak in het licht te blijven. Neem afstand van mensen die naar het donker willen terugkeren, die hun ogen gesloten houden voor natuurrampen en pandemieën. Identificeer je er niet mee, blijf wakker en hou je ogen open. Meer kun je niet doen, maar dat is al meer dan genoeg. Ik knikte. Deal, zei ik. Deal, antwoordde hij en schudde me de hand.

Ook te lezen op Metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »