Duits wetsontwerp tot massaal uitlezen mobieltjes van asielzoekers en vluchtelingen

mob-5-3-1427311Ambtenaren van het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge (BAMF) mogen mobiele telefoons van asielzoekers checken om hun identiteit vast te stellen. Dat staat in een wetsontwerp van het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het dagblad Süddeutsche Zeitung en de omroepen WDR en NDR beschikken over dit document. Over het wetsontwerp moet nog gestemd worden. Het ministerie maakt vóór deze stemming geen nadere details bekend.

Volgens de Süddeutsche Zeitung blijkt uit het voorhanden zijnde document welke omvang deze mogelijkheid tot het vaststellen van de identiteit in de toekomst zal hebben. Het ministerie schat dat in het jaar 2016 50 tot 60 procent van de asielzoekers tot het uitlezen van de mobiele telefoon in aanmerking waren gekomen. Dat zouden ongeveer 150.000 mensen zijn geweest. De over het hele land verspreide kantoren van de BAMF zullen met gerechtelijke hard- en software worden uitgerust zodat ongeveer 2.400 informatiedragers (zoals een mobiele telefoon) per dag uitgelezen kunnen worden.

Het gebeurt niet zelden dat vluchtelingen met andere namen, zogenaamde aliasnamen,  werken. Velen doen dit preventief uit angst uitgewezen te worden. Sommige vluchtelingen gebruiken ook aliasnamen om gemakkelijker misbruik te kunnen maken van sociale voorzieningen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken mag sinds 2015 gebruik maken van de mogelijkheid mobiele telefoons of andere informatiedragers uit te lezen, maar was in die gevallen altijd aangewezen op de toestemming van de eigenaar van de mobiele telefoon. Normaal gesproken is het uitlezen van mobiele telefoons eigenlijk alleen mogelijk bij de verdenking van een strafbaar feit én met een rechterlijke beslissing.

Bron
Süddeutsche Zeitung, 19 februari 2017: Bamf soll Identität von Asylbewerbern durch Blick ins Handy überprüfen

Advertenties

Tot nu toe 5.000 werkgelegenheidsplekken voor vluchtelingen

De Duitse minister Nahles van Werkgelegenheid

Andrea Nahles, de Duitse minister voor Werkgelegenheid

Op 1 augustus riep de Duitse minister voor Werkgelegenheid Nahles (SPD) het Ein-Euro-Job programma in het leven om vluchtelingen kennis te laten maken met de arbeidsmarkt. Het doel is 100.000 van dit soort plekken op de werkvloer te creëren. Tot nu toe zijn het er 5.000.

Vier maanden na de start van het programma bedraagt het aantal van dit soort werkgelegenheidsplekken veel minder dan het geplande aantal van 100.000. “Volgens de laatste gegevens ontstonden tot nu toe circa 5.000 dergelijke plekken”. Dat zei de directeur van het IAB (Nürnberger Instituts für Arbeitsmarkt- und Berufsforschung) Joachim Möller in Berlijn.  Het  IAB is het onderzoeksinstituut
van de Bundesagentur für Arbeit, de Duitse pendant van de UWV.

“Er zijn echter al veel meer werkgelegenheidsplekken goedgekeurd, zodat we een groei verwachten”, zei Möller. “In hun uitwerking als overgang naar de reguliere arbeidsmarkt zijn deze werkgelegenheidsplekken echter beperkt en mogen ze de reguliere arbeidsplaatsen niet verdringen en ze moeten geschikt zijn voor vluchtelingen.” Minister Nahles zei dat het belangrijk is dat vluchtelingen de arbeidsmarkt in Duitsland leren kennen, bijvoorbeeld bij de bibliotheek of bij de brandweer.

De stap naar de eerste reguliere arbeidsmarkt hebben volgens de IAB-chef van december 2015 tot november ongeveer 34.000 immigranten uit de acht belangrijkste niet-Europese landen gemaakt. “Dat zijn o.a. Syrië, Irak., Afghanistan, Nigeria en Eritrea.” In 2015 en de eerste elf maanden van 2016 hebben volgens het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken circa 1,2 miljoen mensen in Duitsland asiel aangevraagd.

Bron: Frankfurter Allgemeine Zeitung 19.12.2016

Vluchtelingen en een hart voor mensen

temp4Haat, angst en onrust openbaren zich vandaag de dag als niet tevoren. Dat mocht ik vandaag weer eens ondervinden.  Vanmiddag liep ik zoals zo vaak in de richting van het voormalige vliegveld Berlin-Tempelhof, niet ver bij mij vandaan. Ik wist dat hier vluchtelingen waren ondergebracht. Als altijd had ik een fototoestel bij me, want in Berlijn is altijd wel iets fraais te zien.

Nieuwsgierig liep ik langs het enorme luchthavengebouw en zocht naar mogelijke veranderingen in verband met de opvang van vluchtelingen. Ik ontdekte niets. Het was een doodgewone zonnige zondagmiddag. Ik betrad het Tempelhofer Feld en liep langs de witte hekken, waarachter onlangs nog het muziekfestival Lollapalooza plaatsvond. Nu stond er als altijd een oud vliegtuig en voor de rest was het terrein leeg. Totdat ik in de verte, tegen de muur van een hangar, een groep mensen op de grond zag zitten. Misschien zijn het mensen die een rondleiding door het gebouw krijgen, dacht ik, want vanaf deze grote afstand kon ik geen gezichten onderscheiden. Ik zag dat een man de telelens van zijn fotocamera op de groep richtte. Hij wekte daarmee de indruk van grote afstand een groep vluchtelingen te willen fotograferen. Op het grasveld rechts van mij was het zondags druk. Gezinnen met kinderen, vliegers, de mobiele koffiebars, rollerskaters en hier en daar zelfs een barbecue.

Geen vluchtelingen te zien, dacht ik. Ik stelde me voor dat ze allemaal binnen zaten, terwijl buiten volop de zon scheen. Waarom zouden ze niet naar buiten mogen? Dat dacht ik, totdat ik in een hoek achter het hek een gezin ontwaarde. Het was me meteen duidelijk dat dit  gezin uit vluchtelingen bestond. Aan mijn kant stond een jongeman die Arabisch met ze sprak en telefoneerde. De kleine jongen uit het gezin klom op het hek. Voor hem was dit vast en zeker het grootste avontuur in zijn nog prille leventje, ondanks de verschrikkelijke aanleiding.
temp3
Ik voelde de camera in mijn hand en ik voelde het journalistieke bloed door mijn aderen stromen. Ik ben niet het type van de telelens, ik heb er niet eens een, en ik ben ook niet het type dat stiekem een foto maakt en dan wegrent. Dus liep ik langzaam langs de gevluchte familie en was druk met mezelf in overleg. Honderd meter verderop keerde ik weer terug. Dit beeld wilde ik vastleggen, want het toont de huidige situatie aan. Spelende kinderen met vliegers aan ene kant en een uit Syrië gevlucht jongetje achter een hek aan de andere kant. Ik weet dat de familie uit Syrië stamt, omdat de Arabische jongeman aan mijn kant van het hek met een Duitse man praatte die net zo nieuwsgierig was als ik.

Ik bleef staan en vertelde dat ik ook nieuwsgierig was. Toen gebeurde er iets interessants. Ik vroeg de Arabische jongeman of ik het gezin mocht fotograferen. De jongen sprak het gezin in het Arabisch aan en ze knikten. Geen probleem. Het waren aardige mensen, dat was mijn eerste indruk, ook al hadden ze ‘nee’ gezegd. De kleine jongen vond het prachtig en ik zei dat de foto een interessant contrast vormde met de voormalige luchthaven. De vriendelijke sfeer werd plotseling doorbroken door de Duitse man.

‘Was für eine Unverschämtheit’, brulde hij. Hij stond min of meer direct naast me en ik keek in zijn met haat gevulde ogen. Voor de goede orde; de man betichtte mij in het Duits van brutaliteit, van een enorme onbeschoftheid. In mijn jonge jaren had ik deze man met zijn fiets en al tegen de grond gesmeten, maar die tijden liggen ver achte me.
‘U fotografeert die mensen als dieren in een hok, u bent een onbeschofte klootzak’, tierde hij. Ik zag de opgezwollen aders in de paarse neus van de man die ik rond de 65 jaar schatte. Ik antwoordde dat dat zijn zienswijze was maar zeker niet de mijne.
‘Dat u dat zo ziet, dat heeft met uw verleden te maken’, zei ik. Als je zoiets tegen een Duitser zegt, dan heb je de kans dat hij reageert zoals deze man, die zich nu nog meer opwond en vertelde dat hij niet uit de DDR kwam en ook de oorlog niet had meegemaakt. Ik legde hem uit dat ik noch van de DDR, noch van de oorlog had gesproken, maar dat er iets in zijn verleden plaatsgevonden moet hebben waardoor hij deze mensen als dieren in een kooi ziet. Ik keek het Syrische gezin met plaatsvervangende schaamte aan.
‘Ik heb een mening en die mag ik uiten, we leven in een democratisch land!”, brulde de Duitse man. Ik wist nu al dat dit een zinloze discussie was en rondde het vreemde gesprek af met ‘zo is het’.
‘Veel plezier met uw sightseeing’, bitste hij me nog toe. Ik keek het gezin uit Syrië aan.
‘Dat is een hele rare meneer, die suggereert dat ik jullie zou vernederen’, zei ik. Het jongetje lachte. ‘Englisch’, vroeg ik. Nee, niemand uit het gezin sprak een woord Engels. Ik wenste ze met mijn oogopslag veel geluk toe en hoopte dat ze me begrepen. Ik realiseerde me ook hoe moeilijk het is om met mensen in contact te komen als je elkaars taal niet begrijpt. Dan kun je alleen je hart laten spreken.

De moraal van dit verhaal: de Duitse man die mij aansprak ging mij nog net niet te lijf. Zoals ik al schreef, in vroeger jaren was ik ingegaan op zijn hatelijke opmerkingen en hadden we een robbertje staan vechten voor de ogen van een Syrisch gezin, dat op de vlucht was voor een vreselijke oorlog. De spanning is vandaag de dag om te snijden, dacht ik op weg naar huis. Die spanning, haat en onrust komen in de maatschappij steeds meer aan de oppervlakte. De vluchtelingenstroom uit Syrië lijkt slechts een aanleiding. Het lijkt wel een beproeving om te zien of we als mensheid in staat zijn dingen met elkaar te delen, een eigenschap die met het hart te maken heeft.

Een kennis uit de esoterische wereld – ik heb kennissen uit tal van werelden, van de onderwereld tot de financiële wereld, dat is wel zo handig – sprak laatst over de grote uitdaging waar de mensheid nu voor staat. Volgens haar zou na het jaar 2012 de wereld paradijselijke vormen kunnen aannemen en mensen in vrede met elkaar kunnen leven.
‘We zijn in de overgang van de derde naar de vierde chakra’, legde ze uit. ‘De vierde chakra symboliseert het hart, het met elkaar samenleven en samen delen. De derde staat voor haat, macht, angst, chaos en woede. De keuze ligt bij ons. Willen we van drie naar vier?’

Hoewel het woord chakra vaak associaties met vage beelden oproept, vond ik het dit keer duidelijker en logischer klinken dan ooit.