Welkom in Berlijn

bpEen verhuizing gaat vaak gepaard met stress. Voor mij was het belangrijkste dat alle waardevolle documenten op mijn laptop de verhuizing zouden overleven. Daarom kopieerde ik alles naar een usb-stick, die ik in mijn tasje met belangrijke spullen bewaarde. Een dag nadat ik mijn complete huishouding naar Duitsland had gebracht, reed ik de verhuisbus naar de benzinepomp in mijn nieuwe buurt Berlin-Zehlendorf. De bus moest immers nog terug naar Nederland.

Ik vulde de tank en liep, al zoekend naar mijn portemonnee, richting het loket. Zou ik kunnen pinnen of niet, dacht ik. Al peinzend over de betaalmogelijkheden betrad ik het winkeltje en toen gebeurde het. Opeens vloog de usb-stick uit het tasje en belandde onder de kast met Marsen en Bounty’s. Schrik. Hup, ik zat al op mijn knieën en probeerde mijn stick te pakken.

‘Was machen Sie!?’ klonk een strenge Duitse stem.

‘Meine USB. Wichtig! Alle Texte, mein ganzes Leben!’

De verbaasde Duitse vrouw achter de kassa keek naar haar eveneens verbaasde collega, die al op mij af gesneld kwam.

‘Pen, haben Sie een pen?’ Het Duitse woord Kugelschreiber schoot me zo snel niet te binnen.

De fors gebouwde collega van de caissière gebood mij op te staan en mijn benzine te betalen. Ik moest die stick hebben, hoe dan ook. Dus duwde ik tegen het schap met zoetwaren, ik schudde er aan, waardoor de eerste repen al door de ruimte vlogen.

‘He, aufhören!’ Ik voelde de stevige hand van de forse Duitser om mijn arm. De caissière greep de telefoon. Ik hoorde het woord Polizei vallen. Nadat ik in het politiebureau van de handboeien werd bevrijd, zag ik eindelijk mijn kans schoon om uit te leggen wat er aan de hand was.

‘Es geht um die Stick’, zei ik.

De agent keek mij wat lacherig aan. ‘Stick’, zei hij en hield mijn usb-stick omhoog.

‘Jaaaa’, riep ik opgewonden.

De man legde de stick voor me neer.

‘Wilkommen in Berlin’, zei hij en schudde me de hand.

(Deze tekst verscheen eerder, in 2011, in dagblad De Pers)

Eindpunt Pankow

pankowVandaag was ik weer eens op U-Bahn station Pankow. Je ogen doen pijn als je te lang naar de hagelwitte tegelwanden kijkt. Jee, wat was dit station weer super schoon. Deze plek is in de verste verte niet te vergelijken met bijvoorbeeld Hallesches Tor of Neuköln. Je waant je overal behalve in Berlijn. Het heeft iets weg van een wasstraat, zeker als je ziet hoe de lege wagons uit het donker aangereden komen, klaar voor hun rit door Berlijn. Ondergronds rijden we naar de Vinetastraße en dan opeens is daar het daglicht. Links en rechts verkeer. We zijn toch in Berlijn! Hoe heerlijk is het als deze metro dan langzaam naar boven rijdt, alsof je in een achtbaan zit. Je kijkt naar beneden en denkt “wat een drukte”. De volgende halte is Schönhauser Allee, tijd om uit te stappen en af te dalen naar het leven van alledag. Met een beetje fantasie is dit stukje U-Bahn altijd weer een mooie belevenis.