Ontbijten in de Berlijnse buitenlucht

In Berlijn bevinden zich in de diverse stadsdelen tal van leuke eetgelegenheden waar je heerlijk kunt ontbijten. Vanochtend ontbeet ik in de buitenlucht, onder de eerste zonnestralen, direct aan mijn favoriete Schlachtensee in stadsdeel Zehlendorf.

De locatie is een tip voor degene die én in Berlijn én in de natuur wil ontbijten. Onderstaande beelden zijn inclusief. De “Biergarten” waar je kunt ontbijten of alleen een kop koffie drinken (door de locatie gelden hier hogere prijzen dan in de gemiddelde Berlijnse bar, een beker koffie kost hier € 2,80) heet “Die Fischerhütte am Schlachtensee“. Tip: een een wandeling van ca. 6 kilometer om het hele meer en dan ontbijten!

Verslaafd

bordLinks van mij zie ik hoe een jonge vrouw door drie mannen wordt belaagd. Ze vliegen op haar af, de vrouw schiet er vandoor. Ik lach, want daarvoor was het andersom. Toen zaten er drie vrouwen achter één mannetjeseend aan. Ik zie hoe de op de vlucht geslagen vrouwtjeseend nu beledigd maar vol trots verder zwemt. De andere eenden kijken eventjes opzij en slapen verder. Ik kijk op mijn telefoon. Half elf. Zouden eenden op zaterdagochtend ook uitslapen, vraag ik me af. De hoentjes zijn in ieder geval allemaal op.

Zo nu en dan komen hier ook mensen in een joggingpak langs. Een kleine vrouw met een behoorlijk dik achterwerk, dat als een blubberpudding in haar zwarte maillot heen en weer beweegt. En een lange man die niet wil uitglijden en zich daardoor met rare grote passen een weg baant. Achter hem komt iemand aangelopen die lange tijd net achter mij blijft.

Ik kijk niet om, maar ben wel  heel nieuwsgierig wie er achter mij aan sopt. Sopt, omdat de bodem van dit pad door de regen en de gevallen bladeren in een blubberige massa is veranderd en nauwelijks begaanbaar is. Het soppende geluid bevindt zich nu naast me, op de inhaalstrook. Ik zie wederom een kleine dame, ook met een proportioneel groot achterwerk dat nog meer tekeer gaat dan bij de vorige vrouw. Dat komt omdat ze snelwandelt.

Als dan nog een stokoude man in een groen trainingspak en een paarse gebreide muts op zijn hoofd mij tegemoet strompelt kan ik een lachbui niet meer voorkomen. Het lijkt erop alsof al deze mensen vandaag de terugkeer van Monthy Python met een silly walk vieren. Na een uur in de natuur verlaat ik de Schlachtensee, op weg naar de enige delicatessenzaak in Berlijn die Uckerkaas verkoopt, direct naast S-Bahn station Schlachtensee.

Uckerkaas is kaas van kaasboer Wolters, die in de jaren ’90 met zijn gezin vanuit Groningen naar de Uckermark vertrok om daar een kaasboerderij op te zetten. Hij “boert” goed, om het maar zo te zeggen. Twee jaar geleden wilde ik al een reportage over hem en zijn bedrijf schrijven en stuurde mijn idee naar honderd tijdschriften in Nederland. Helaas bleken honderd tijdschriften in Nederland geen interesse te hebben in een Groninger die in het gebied ten noordoosten van Berlijn succesvol zijn Uckerkaas verkoopt. Dan niet.

“Lekker”, zeg ik tegen de verkoopster nadat ze mij een plakje oude Uckerkaas heeft aangeboden. Ik koop een halve kilo, loop terug naar de auto en rij voldaan terug naar Kreuzberg. Eindelijk heb ik dan een lekkere kaas ontdekt die niet onderdoet voor de kaas in Nederland. Bij mij om de hoek, op Südstern, koop ik op de markt nog twee zakken drop bij de Nederlandse dropverkoper. Net als bij de oude kaas heb ik soms ook ineens zin in drop. Dan is mijn missie voor deze zaterdag volbracht en keer ik opgelucht terug naar mijn woning. Ik heb alle noodzakelijke levensmiddelen in huis, laat de acute verslavingsverschijnselen nu maar komen.

Het zou verboden moeten worden

Er bestaat een reclame voor drop waarin de uitdrukking ‘het zou verboden moeten worden’ opduikt. Ondanks dat het een behoorlijk irritante en infantiele reclameboodschap is, beklijft hij toch. Googelt u even mee. Jawel, als eerste resultaat verschijnt de tekst over drop, gevolgd door ‘klussen, het zou verboden moeten worden’, ‘gamen, het zou verboden moeten worden’ en nog ongeveer twee miljoen andere resultaten.

Vanochtend jogde ik voor het eerst rond de Schlachtensee, een prachtig Berlijns meer dat bij mij om de hoek blijkt te liggen. Op het pad langs het water was het rustig. Ik had veel meer joggers verwacht. Bovendien zag ik weinig huppelaars; mensen in een hippe sportoutfit, die tussen de joggers door huppelen. Ze kijken nieuwsgierig om zich heen om de laatste trends in zich op te nemen en vooral ook om te zien of ze zelf wel gezien worden. Je ziet ze vooral in het Amsterdamse Vondelpark, in Hamburg aan de Alster, in New York in Central Park en in tig andere parken.

Hier langs de Schlachtensee zag ik slechts één verdwaalde huppelaarster. Zou dit verboden moeten worden? Nee, waarom? Omdat ik dit stukje met die uitdrukking begon? Dat lijkt me geen goede reden. Ik begon dit stukje om een heel andere reden. Mijn eerste joggingsensatie eindigde namelijk catastrofaal. Na 20 minuten schakelde ik terug naar een wandeltempo en genoot van de rust. ‘Is dit Berlijn, waar is iedereen?’, dacht ik en strekte uitgebreid mijn armen.

‘Héééé, man, hé!!’

Ik schrok me rot. Waar kwam die figuur opeens vandaan? En dan loopt ie ook nog met z’n kop frontaal tegen de rug van mijn hand. Hij riep nog wat in de geest van ‘kun je niet uitkijken, man.’ Ik was perplex. Kwam de man uit een boom of uit een onderaardse gang? Ik keek hem na en zag dat hij vreemde schoenen droeg. Een soort bordeelsluipers, wat verklaarde waarom je zo iemand niet hoort. Ja, dat was het moment waarop ik dacht ‘bordeelsluipers tijdens het joggen, het zou verboden moeten worden.’

(Deze tekst Verscheen eerder in dagblad De Pers)