Schemerdagen

Een zine is soort zelfgemaakt boekje, krantje of magazine.  Volgens Wikipedia worden ze op verschillende manieren samengesteld, van met de printer afgedrukte tekst tot tekeningen of zelfs handgeschreven tekst. Kleinere formaten worden wel mini-zines genoemd.

De schrijver Ilona Verhoeven uit Berlijn maakt al jarenlang diverse mini-zines. Onlangs presenteerde ze in het online programma van Concerto TV (vanaf min. 05:12) haar allernieuwste literaire mini-zine “Schemerdagen”. Ze ziet dit zelf als het beginnetje van een project. “Voor de komende edities wil ik ook grotere en dikkere maken. Dit is als het ware een soort proloog”, aldus Ilona.  Normaal verschijnen haar boeken bij Uitgeverij In de Knipscheer, maar deze mini-zines noemt ze “een tussenvorm van het schrijven, alsof ik met de lezers even naar de schrijftafel toe ga.”

“Schemerdagen” gaat over de huidige coronatijd, over het afstand houden, over het gemis van contact, etc. “Je mag elkaar bijvoorbeeld geen hand geven, maar wel een boekje”, zegt Ilona tijdens het interview van Concerto TV. Het verhaal “Schemerdagen” is geschreven in de ik-vorm, maar is wel fictief. Wie nieuwsgierig is, kan het boekje voor twee euro (exclusief verzendkosten) per e-mail (studio[AT]ilonaverhoeven.nl) bestellen. Het is ook verkrijgbaar bij Athenaeum Nieuwscentrum in Amsterdam.


©Video: Ilona Verhoeven

Schemerdagen
een omhelzing
Tekst en beeld: Ilona Verhoeven
©Ilona Verhoeven

www.mixedmediasoup.com

Ilona Verhoeven is schrijver, journalist en kunstenaar. In 2019 publiceerde ze haar derde boek bij uitgeverij In de Knipscheer, een bundel met verhalen en foto’s getiteld In het licht. In het najaar van 2016 verscheen van haar hand bij uitgeverij In de Knipscheer de bundel Fiets onder de waterspiegel, met korte verhalen en foto’s, waarvan in 2018 een tweede druk is uitgekomen. In 2012 publiceerde ze, ook bij In de Knipscheer, haar eerste boek Voor de eerlijke vinder, een verzameling verhalen en collages. Het boek was genomineerd voor de Academica Literatuur Prijs, voor het beste debuut van het jaar.

Mondkapjes vooral werkzaam als iedereen ze ook draagt

Robert Koch-Institut

Vanaf vandaag geldt in Nederland een mondkapjesplicht. In het land is al langere tijd een ware welles-nietes discussie aan de gang. Veel inwoners gedragen zich daarbij als kleine kinderen. Alles draait om het opzetten van een mondkapje, niet meer en niet minder. In Duitsland is het ondertussen al de gewoonste zaak van de wereld om er eentje bij je te hebben en zo nu en dan op te zetten. Zelf draag ik hem gemiddeld 20 minuten per dag: tien minuten in de S-Bahn en tien minuten in de supermarkt. Dat is alles. Wat zegt het RKI, de Duitse pendant van het RIVM, eigenlijk over het dragen van mondkapjes? Wel, dat heb ik even opgezocht:

“Het Robert Koch-Institut (RKI) adviseert het in het algemeen het dragen van een mondkapje (hier “Mund-Nasen-Bedeckung” genoemd, bedoeld wordt een kapje dat mond en neus bedekt) in bepaalde situaties in de openbare ruimte als een verdere bouwsteen om risicogroepen te beschermen en de besmettingsdruk en daarmee de uitbreidingssnelheid van COVID-19 in de bevolking te reduceren. Dit advies berust op onderzoeken die bewijzen dat een relevant aandeel van SARS-CoV-2 besmettingen ongemerkt verloopt. Dat betekent op een tijdstip voor het optreden van de eerste ziektesymptomen.

Een gedeeltelijke reductie van de ongemerkte overdracht van infectieuze druppels door het dragen van een mondkapje zou op populatieniveau tot een vertraging van de uitbreiding kunnen bijdragen. Dit betreft overdracht in de openbare ruimte waar meerdere mensen samenkomen en zich langer ophouden (bv. werkplek) of waar de fysieke afstand van minimaal 1,5 meter niet altijd aangehouden kan worden (bv. bij boodschappen doen, openbaar vervoer). Het dragen van mondkapjes in de openbare ruimte kan vooral dan in de zin van een reductie van het aantal besmettingen werkzaam worden, als zoveel mogelijk personen een mondkapje dragen.

Het dragen van een mondkapje draagt ertoe bij andere personen tegen fijne druppeltjes en partikels die je bv. bij het spreken, hoesten of niezen uitstoot, te beschermen (bescherming van derden). Hierbij is het belangrijk dat mond en neus bedekt zijn. Voor deze bescherming van derden door mondkapjes zijn ondertussen de eerste wetenschappelijke aanwijzingen. Er is echter daarvan uit te gaan dat de bescherming van derden met mondkapjes door ademventielen wordt gereduceerd. Mondkapjes met uitademventiel zijn daarom voor het hier nagestreefde doel minder geschikt. De zelfbescherming door mondkapjes is tot nu toe niet wetenschappelijk bewezen.”

Lees de gehele tekst op de website van het Robert Koch Institut:
https://www.rki.de/SharedDocs/FAQ/NCOV2019/FAQ_Mund_Nasen_Schutz.html

 

VIDEO ENGELS

VIDEO DUITS

 

Diep- en hoogbegaafde kinderen in Berlijn

ricopost

In oktober van dit jaar verscheen “Rico, Oskar und das Mistverständnis”, het vijfde deel uit de reeks kinderboeken over Rico en Oskar van Andreas Steinhöfel. De boekpremière voor de schoolklassen vond op 2 oktober via een livestream van Literaturhaus Berlin plaats, natuurlijk met medewerking van de auteur.

Humoristische kinderboeken met Berlijn in een hoofdrol, die schreef de Duitse kinderboekenschrijver Andreas Steinhöfel (1962) met zijn Rico en Oskar trilogie. Slechts twee boeken van Steinhöfel zijn in het  Nederlands verkrijgbaar. “Eeuwig zonde dat er niet meer dan twee titels uit zijn oeuvre vertaald zijn,” schreef Bas Maliepaard tien jaar geleden in dagblad Trouw.

De kinderboeken over Rico en Oskar zijn ook voor volwassenen heerlijk om te lezen, omdat de auteur emoties van de ‘buitenbeentjes’ beschrijft die veel volwassenen herkennen uit hun eigen kindertijd. De reeks boeken met Rico en Oscar zijn thrillers voor kinderen. Het eerste deel heet Rico, Oscar en de spookschaduwen (Rico, Oskar und die Tieferschatten) en is vertaald door de Vlaamse schrijfster Ina Vandewijer. Steinhöfel publiceerde dit boek in 2008 en won er in 2009 de Duitse jeugdliteratuurprijs mee.

In 2014 jaar verscheen de speelfilm over de diepbegaafde Rico uit de Dieffenbachtstraße in Berlijn-Kreuzberg en zijn hoogbegaafde vriendje Oscar uit dezelfde wijk. Hoewel de twee kinderen de hoofdrol spelen, duiken in de film ook bekende, Duitse acteurs op. De kidnapper Mister 2000, die Oscar ontvoert, wordt bijvoorbeeld gespeeld door Axel Prahl, de Tatort-commissaris uit Münster. Een klein rolletje is weggelegd voor Anke Engelke, die als ijsverkoopster haar afkeer van kinderen niet onder stoelen of banken steekt. De film toont net als het boek het milieu in een Berlijnse volkswijk. “Rico’s moeder is weduwe en bedrijfsleidster van een nachtclub. Ze slaapt overdag en als ze wakker is bakt ze ‘vissticks met bloedblubber’, laat ze haar haren ‘aardbeienblond’ verven of haar nagels beplakken met glitterdolfijntjes en bezoekt ze een bejaardenbingo”, aldus deze recensie in Trouw. De film is op dvd verkrijgbaar.

Op 11 juni 2015 was voor de eerste keer de verfilming van het tweede deel van de Rico en Oskar reeks Rico, Oskar und das Herzgebreche in de bioscopen te zien. Eind mei 2015 vond in het Berlijnse Zoo-Palast de officiële première plaats (video 2:23 min.) Ook dit boek is door Ina Vandewijer naar het Nederlands vertaald en draagt de titel Rico, Oscar en het bingoraadsel. In dit verhaal ontdekt Oscar tijdens de wekelijke bingoavond dat Rico’s moeder zwaar in de problemen zit. De twee vriendjes bedenken een plan om Rico’s moeder te helpen en beleven wederom spannende avonturen met de nodige humoristische passages.

Het derde deel van de oorspronkelijk geplande trilogie heet Rico, Oskar und der Diebstahlstein. Ook dat deel is verfilmd en ging op 28 april 2016 in première.

Later verschenen nog deel drie (Rico, Oskar und der Diebstahlstein) en deel vier (Rico, Oskar und das Vomhimmelhoch). Het meest recente deel “Rico, Oskar und das Mistverständnis” verscheen in oktober 2020.

Boek: Rico, Oscar en de spookschaduwen

Boek: Rico, Oscar en het bingoraadsel