Category Archives: Columns

De paraplu

HBBBovenin het trappenhuis trok ik de voordeur achter me dicht, liep over acht trappen van de vierde verdieping naar de begane grond, trok de deur naar de binnenplaats open en liep over de binnenplaats naar de laatste grote deur die toegang bood tot de wijde wereld. Een dagelijks ritueel. Op weg naar het U-Bahn station Gneisenaustraße voelde ik de eerste regendruppels en dacht aan de paraplu die alleen in de woning was achtergebleven. Ik had hem speciaal op tafel gelegd, zodat ik ‘m niet zou vergeten. De volgende keer laat ik hem gewoon op zijn vaste plek aan de kapstok hangen. Ik liep terug naar de grote deur om de wijde wereld even te verlaten en mijn paraplu op te halen. Was ik doorgelopen, dan was ik gegarandeerd op tijd voor de U-Bahn van 09:18 uur. Ik was ingestapt en om 09:20 uur op Mehringdamm uitgestapt. Vervolgens was ik op hetzelfde perron overgestapt op de U-6 die om 09:22 uur richting Friedrichstraße vertrok. Daar was ik dan om 09:29 uur uitgestapt en had ik me vast en zeker geërgerd aan die plakkerige enveloppe die aan mijn schoenzool kleefde. Altijd had ik wel iets onder mijn schoenen op dat vaak vuile station. Met die plakkerige envelop was ik verder gelopen richting de S-Bahn die me om 09:36 uur naar Berlin Hauptbahnhof had gebracht. In het grote Centraal Station van Berlijn was ik met de roltrappen naar Hauptbahnhof Tief afgedaald, op weg naar de ICE naar München. Ik zou me als altijd veel te vroeg op perron 2 bevinden en op een bord bekijken bij welk deel van het perron het treinstel met de door mij gereserveerde stoel zou stoppen. Vervolgens zou ik op een bankje plaatsnemen en wachten op de trein. En ik zou eindelijk de enveloppe nader bekijken en zien dat er geld in zat, heel veel geld. 10.000 euro. Een enveloppe met alleen bankbiljetten en geen enkele aanwijzing voor wie of van wie het geld was. Het was ongeveer 10.000 euro, ik wilde niet openlijk op het perron zoveel geld tellen. Dus stopte ik de enveloppe met ongeveer 10.000 euro in mijn rode reclametasje van de Berliner Sparkasse. Ik ga altijd erg vroeg van huis, zodat ik eventueel nog kan terugkeren als ik iets ben vergeten. In dit geval was dat dus mijn paraplu. Het kostte me slechts vier minuten extra en dus stapte ik dit keer iets later, om 09:22 om precies te zijn, in de U-Bahn en was om 09:24 uur op station Mehringdamm. Vervolgens stapte ik op hetzelfde perron over op de U-6 die om 09:27 uur richting Friedrichstraße vertrok. Daar stapte ik om 09:34 uur uit en ergerde me aan de vuile reclamefolder van de Deutsche Bahn die aan mijn voetzool kleefde. Altijd had ik wel iets onder mijn schoenen op dit vaak vuile station. Met die plakkerige folder liep ik verder richting de S-Bahn die me om 09:39 uur naar Berlin Hauptbahnhof bracht. In het grote Centraal Station van Berlijn daalde ik met de roltrappen naar Hauptbahnhof Tief, op weg naar de ICE naar München. Ik bevond me als altijd veel te vroeg op perron 2 en bekeek op een bord bij welk deel van het perron het treinstel met de door mij gereserveerde stoel zou stoppen. Vervolgens nam ik plaats op een bankje en wachtte op de trein. En ik kon me eindelijk van de Deutsche Bahn folder ontdoen en smeet hem in een prullenbak. Daarna nam ik de krant uit mijn rode reclametasje van de Berliner Sparkasse. Ik ga altijd erg vroeg van huis, zodat ik eventueel nog kan terugkeren als ik iets ben vergeten. In dit geval was dat dus mijn paraplu.

Laatste lezerscolumn

Pers_logoOp 30 maart 2012 verscheen het laatste exemplaar van het gratis dagblad De Pers. De krant dreigde een krant te worden die ertoe doet. Kranten die ertoe doen zijn echter geen lang leven beschoren, het bewijs leverde de krant zelf. Na het laatste exemplaar kwam er noch een herstart, noch een beter of soortgelijk blad. Vandaag struikelde vandaag ik toevallig over mijn laatste lezerscolumn, die op 26 maart 2012 onder de titel ‘Lezerscolumn’ verscheen. Hieronder de tekst.

Op maandag 3 november 2009 verscheen voor de eerste keer mijn lezerscolumn in De Pers. Dat gaf meer dan alleen voldoening. Ik verkeerde in een mega feeststemming, want opeens lazen misschien wel duizenden mensen mijn stukje. Op 19 november 2009 verscheen er wederom een. Eerlijk gezegd werd me dat allemaal iets te veel. Na publicatie van deze tweede lezerscolumn vroeg mijn buurvrouw waarom ik opeens naast mijn schoenen liep. Ze vond het maar een raar gezicht.

Normaal liep ik altijd met mijn voeten in mijn schoenen, zoals de meeste andere mensen doen. Ik vertelde haar dat er een stukje van mij in De Pers was verschenen. Wat dat is, De Pers, wilde ze weten. Opeens pasten mijn schoenen weer.

Een aantal maanden later liep ik er weer naast, mede door toedoen van Nico Dijkshoorn en Kustaw Bessems, die behalve in De Pers ook geregeld op tv verschenen. Het werden BN’ers. Het werd mij opnieuw te veel op het moment dat mijn lezerscolumn verscheen in de krant van deze bekende Nederlanders. De buurvrouw vroeg weer waarom ik naast mijn schoenen liep. Ik vroeg haar of ze Nico Dijkshoorn kende, en Kustaw Bessems. Moet ik die kennen, antwoordde ze. Ze was duidelijk niet op de hoogte van de jongste ontwikkelingen in medialand. Ik wilde de foto’s van beide heren nog uitprinten maar dat ging me toch echt iets te ver. De lezerscolumn volgde ik die dagen op de voet. Alle lezerscolumnisten schreven leuke en originele stukken. Op alle vlakken steeg de kwaliteit van De Pers. De krant was duidelijk op weg een bijzondere positie als gratis kwaliteitskrant in te nemen. Mede daarom is het buitengewoon triest om te lezen dat De Pers letterlijk en figuurlijk stopt. Nu, nu het er helemaal niet meer toe doet, spreekt de buurvrouw mij aan. Ze heeft een papiertje in haar hand. ‘Ik heb uh… Wacht even, ik heb het opgeschreven, uh… Ben Rogmans op televisie gezien. Hij was bij Clairy Polak. Het ging over De Pers. Ik dacht nog, is dat niet de krant waar jij het altijd over hebt? Goed joh!’

Komkommertijd

cuHet is komkommertijd, dus zijn herhalingen toegestaan. Daarom plaats ik nu een stukje dat ongeveer twee jaar geleden  als lezerscolumn in de Pers verscheen. De lezerscolumns uit die tijd heb ik weggestopt in het archief van dit blog en nooit “vers gepubliceerd”.  De komkommertijd is natuurlijk een mooie gelegenheid zo’n column nogmaals te presenteren. Dus bij deze:

Digitale werkelijkheid

’s Avonds surf ik geregeld naar een forum met mensen die ik al jaren ken, tenminste, virtueel. Op dit forum heet ik “Peppie’. Alle andere forummers hebben ook nicknames zoals  Kruitje, Poekie, Kratje en Balpen, om er maar een paar te noemen. De onderwerpen op het forum zijn heel divers.  Humor, serieuze zaken en barpraat. In de virtuele bar schrijf je wat je zo op een dag meemaakt.  Ik ben zenuwachtig, ik ga zo koken, ik heb vervelende schoonfamilie op bezoek  of ik ben boos. Meestal zijn het alledaagse ervaringen.

Vandaag schreef ik over mijn gebeurtenis in een supermarkt waar ik normaal nooit kom, tweehonderd kilometer bij mij vandaan. “Hallo ! Vandaag wat meegemaakt, je gelooft het niet. In de supermarkt duwde een dame mij gewoon met haar karretje aan de kant en keek me daarna ook nog verwijtend aan. Echt een bitch. Ze had een belachelijk  blauw hoedje op. En voor ik er erg in had noemde ik haar een kutwijf.  ‘Onbeschofte vlegel’, riep ze daarna nog en kreeg nota bene meteen bijval van alle klanten.  Ik heb het maar zo gelaten en ben weggegaan. Niet te geloven, wat een middag.’

Een van mijn vaste vriendinnen op het forum is Nietje. Met haar heb ik altijd de meeste lol. We kennen elkaar al zeker drie jaar. We lachen heel wat af op het forum.  Het toeval wil dat ik uitgerekend vandaag Nietjes bericht over het hoofd heb  gezien: “Ik had net dat blauwe hoedje gekocht waar ik het al eerder over had. Daarna wilde ik boodschappen doen. Je gelooft niet wat ik daar heb meegemaakt. Daar stond een type die gewoon niet aan de kant wilde. Echt een brutale vlegel. En onbeschoft! Hij noemde me een kutwijf, echt waar! Terwijl ik er gewoon met mijn karretje  langs wilde.  Wat lopen er toch agressieve eikels rond op de wereld. Ik  ben blij dat dit forum bestaat. Als de echte wereld er zo uitzag als hier op het forum, dan zou het leven een stuk leuker zijn.”

« Oudere berichten