Category Archives: Columns

Jezelf zijn

Ik woon in een huis met vijf verdiepingen. Op de begane grond bevinden zich vier woningen. De buurvrouw van de woning naast mij op de begane grond stond samen met mij in het trapportaal. De deur naar de straat stond open. Mijn buurvrouw, een dame van 88, wees naar buiten.

„Op wie vind je dat hij lijkt”, vroeg ze en wees naar de man die het huis aan de overkant van de straat verliet. „Dat is die een zanger, hoe heet ie ook alweer. Bowie. David Bowie!’” Mijn buurvrouw lachte. „Daar lijkt hij inderdaad op”, zei ze en keek op haar horloge. Het was half negen in de ochtend. „Bent u hier morgenochtend weer tegen half negen, dan heb ik een verrassing voor u.” Ik knikte. Ik moest sowieso rond die tijd naar mijn werk.

Van David Bowie naar Löw
De volgende ochtend stond ze al om vijf voor half negen in het portaal. De voordeur stond weer open. „Komt straks David Bowie weer uit zijn huis”, lachte ik. „Let maar op. Kijk, de deur gaat al open. En wie ziet u?” „Dat is… niet David Bowie. Dat is die Duitse voelbaltrainer. Hoe heet hij ook alweer. Iets met Löw. Ja, Joachim Löw, zo heet hij. Maar is dat dezelfde persoon?” Mijn buurvrouw legde haar wijsvinger op haar lippen. Dat betekende dat ik niets moest vragen. „Morgen tegen half negen vertel ik u wie wie is.”

De volgende ochtend wachtte ik vol spanning op wie het huis aan de overkant zou verlaten; een zanger of een voetbaltrainer? De deur aan de overkant ging open. Mijn buurvrouw en ik keken de man aan. „Dat is… dat is… ik weet niet wie dat is”, zei ik. De buurvrouw keek geïrriteerd.

Beroemdheden in de gang
„Wacht even”, zei ze. Ze liep naar buiten en sprak de man aan. Ik hoorde niet wat ze zeiden, maar ze maakte handgebaren en leek niet tevreden met wat de man zei. Even later liep ze met een verontwaardigde blik in haar ogen terug. „Vandaag zou Ronaldo, Sting of Robert de Niro uit het huis moeten komen”, zei ze.

Ik haalde mijn schouders op en zei dat ik haar niet begreep. „Ik ben een keer bij de overbuurman binnen geweest”, zei ze. „Rond de spiegel in de gang hangen foto’s van beroemdheden die hij zou willen zijn. Hij vertelde me dat hij altijd een persoon uitkoos op wie hij die dag zou willen lijken.” „Maar wie was dan de beroemdheid van vandaag? Ik herkende hem niet.” „Nee, dat heb ik ook gevraagd. En weet u wat hij zei? Hij wilde vandaag voor het eerst in zijn leven zichzelf zijn. Ik ben vandaag mezelf, zei hij net. Nou ja, zeg. Wat een gek!”

Ook te lezen op Metronieuws.nl

Het dobberparadijs

Vanochtend stapte ik uit bed, trok mijn sportoutfit aan en trad de dag wandelend tegemoet. Eenmaal buiten leek ik door de droom te lopen die ik een half uur eerder had verlaten. Ik lag aangespoeld op een zonnig strand nadat ik ruim een jaar eerder werd meegenomen door een metershoge coronagolf die me lange tijd deed duizelen.

Ik krabbelde omhoog en liep richting de promenade. Dobberparadijs, las ik op een groot bord dat voor het zwembad van een hotel stond. Ik wreef het zoute water uit mijn ogen om te zien of het mensen of walrussen waren die in het grote bekken met dampend water lagen te dobberen. Ze dreven en bewogen nauwelijks nog. Op de rand van het bad stonden hoge glazen met vurige cocktails en bonte rietjes. Ik kwam dichterbij en zag dat het geen walrussen, maar echte mensen waren. Ook zij waren aangespoeld en hadden zich vervolgens in dit zwembad te ruste gelegd om bij te komen, om te wachten op de tijden van vóór de golf. Genoegzaam baadden ze in hun herinneringen en namen tussendoor een slokje van hun Pina Colada of Bloody Mary. Ze leefden in een compleet andere wereld dan ik. Alsof ze in hun eigen zweet baadden: het lichaam had er al afstand van gedaan, maar toch wilde ze er nog even van genieten. Dat zei ik tegen de badmeester die erop lette dat niemand van het dobberende gezelschap kopje onder ging en verdronk.

Hij lachte.

“Een jaar lang waren we dicht, u weet wel, de golf. Nu we weer open zijn, beleven we een stormvloed van mensen die hier willen dobberen. Ze willen weer terug naar hun oude leven, zeggen ze allemaal”.

Ik knikte.

“Maar na een week of misschien twee weken moeten ze toch weer terug naar huis en hun oude leventje achter zich laten”, voegde hij eraan toe.

Ik knikte.

“Dan kies ik toch liever voor de zee”, zei ik. Die ligt er nu toch prachtig bij.
“U heeft gelijk, zei de badmeester. “Maar mocht u zich bedenken en onzeker voelen over wat u te wachten staat, dan kunt u hier altijd naar hartenlust dobberen, zo lang u maar wilt.”

Ik lachte.

“En dan verdrinken in de mooie momenten van weleer, antwoordde ik. Nee, hartelijk dank voor het aanbod. Dan loop ik toch liever voorwaarts, terug naar de zee.”

Ook te lezen op Metronieuws.nl

Samen

Door de jaren heen ontmoet je voor- en tegenstanders. Waarvan? Kernenergie, alternatieve geneeskunde, linkse partijen, rechtse partijen, maar ook van voetbal, het Eurovisie Songfestival of die ene talkshow. Recentelijk zijn daar groepen bijgekomen die voor en tegen coronavaccinatie zijn.

Ik dacht hieraan op het moment dat ik wilde oversteken op een druk kruispunt in Berlijn dat vanwege een demonstratieve optocht van duizenden fietsers was afgesloten.

Ze denken alleen aan zichzelf
Verschrikkelijk is het, zei de man naast me. Ik schatte hem dik in de tachtig. Hij leunde op een stok en trilde lichtjes. Die hebben allemaal niets beters te doen, gooide hij erachter aan. Hij bedoelde de fietsers. Ze denken alleen aan zichzelf, zei ik in mijn beste Duits. Hij keek mij verwonderd aan. Ondertussen was er een Duitse jongeman met fietstas bijgekomen. Ik neem ook deel aan deze tocht, zei hij en wees op een sticker die op zijn fietstas prijkte. Hoewel hij had gehoord hoe de oude man deze fietsoptocht verafschuwde, bleef hij vriendelijk.

Dat kan wel uren duren, zei hij tegen de oudere man. Zelf had ik het plan al opgevat om met alle risico’s van dien gewoon de weg over te steken. Die fietsers zouden vanzelf wel aan de kant gaan. Maar de oude man was extra voorzichtig sinds hij een paar jaar geleden door een bus was geschept en de dood in de ogen had gezien. Vijf maanden lag hij in het ziekenhuis. Dat vertelde hij ons.

Oversteken
De jongeman met fietstas bood aan om de man te helpen bij het oversteken. We houden allebei het verkeer tegen, zei ik. De jongeman met de fietstas knikte instemmend. De oudere man was prettig verbaasd, maar wilde nog even wachten. Vijf minuten later nam hij het tweede aanbod toch aan. Samen met de jongeman met de fietstas beschermde ik de overstekende oudere man met gespreide armen. Hij bedankte de man met de fietstas en mij hartelijk. Dat is vandaag de dag niet meer vanzelfsprekend, zei hij. De man met de fietstas sprong op zijn fiets.

Voetbal
Ik praatte nog wat met de oudere man over voetbal. Ik zat in de jaren ’50 bij de amateurs van voetbalclub Hertha, zei hij. Ik vertelde dat 1974 in mijn vaderland een memorabele datum was. Daarna praatten we over Johan Cruijff, Paul Breitner en Uli Hoeneß. Na een half uur nam ik afscheid. De man bedankte zich hartelijk voor het prettige gesprek. Met u wordt het nooit saai, zei hij. Met u ook niet, lachte ik en vervolgde mijn weg.

Ook te lezen op Metronieuws.nl

« Oudere berichten