Category Archives: Columns

Geen reactie

In de vorige eeuw, in het internetloze tijdperk, kon je als lezer van een krant ook al reageren op het nieuws. Neem nu de lezer in het café, die de krant met een houten krantstok eraan las en verheugd vaststelde dat zijn politieke partij op een overwinning afstevende. Hij stak zijn duim op naar de barman die vragend keek of de man nog een koffie, biertje of een glas jenever wilde hebben. Die persoonlijke duim is natuurlijk niet te vergelijken met het duimpje in de digitale krant waar je met je wijsvinger (smartphone/tablet) of muis (pc) op klikt. Wilde je in die tijd een inhoudelijke reactie geven, dan klom je in de pen en schreef een lezersbrief. Als student heb ik daar meermaals gebruik van gemaakt om mijn onvrede over de studiefinanciering kenbaar te maken.

Vandaag de dag kun je bij een digitale bijdrage van een krant of tijdschrift een opmerking plaatsen. Dagelijks maken miljoenen mensen hier gebruik van. De reacties zijn in de regel extreem kort. Gaat de bijdrage over de coronapandemie, dan schiet het aantal reacties in de hoogte. Waarom? Omdat een grote groep mensen in de gaten heeft gekregen hoe je het nieuws op internet kun beïnvloeden. In de meeste reacties wordt direct of indirect melding gemaakt van de leugens die de traditionele media verspreiden. Hierdoor ontstaat een situatie waarin het oorspronkelijke nieuwsbericht in een zee van negatieve reacties ten onder dreigt te gaan. Dat is een strategie waar het rechtspopulisme patent op heeft. Ik moet eerlijk zeggen dat de rechts-populistische en extreemrechtse lezers dit ‘nieuws tot zinken brengen’ bijzonder goed onder de knie hebben. Zou je de huidige digitale krant vergelijken met de papieren editie, dan zie je dat deze groep in staat is een krant te creëren waarvan vrijwel alle pagina’s zijn volgeschreven met eenzijdige, negatieve reacties over dat ene berichtje op de voorpagina.

Kun je hier iets aan doen? Ja en nee. Mijn advies is om de krant op de website van de krant zelf te lezen en vooral niet op Facebook of andere sociale media. Dan ontloop je die diarree van reacties die bedoeld zijn om een visie te ondersteunen waar de honden geen brood van lusten. Het is alsof je naar een voetbalwedstrijd wilt kijken, maar contact met hooligans wilt uitsluiten. Dan zoek je ook geen voetbalstadion op, maar kijk je thuis, bij vrienden of in de kroeg.

Maar ik moet zeggen, het gaat al de goede kant op. Bij politieke onderwerpen en bijdragen over de pandemie komt meer dan tachtig procent van de reacties uit de rechts-populistische hoek. Dat klinkt paradoxaal, maar het maakt duidelijk dat het slechts één bepaalde groep is die zich helemaal uitleeft in reactieruimtes onder het nieuws. Waarom plaatsen die mensen zo massaal reacties? Volgens mij willen ze niets anders dan jennen, klieren, beledigen, mensen uitlachen en vooral hun eigen frustratie de vrije loop laten.

Eerst dacht ik dat het een goed idee zou zijn om de reactiemogelijkheid bij krantenberichten op social media en websites van kranten te verwijderen, maar daarmee ontneem je de lezers de mogelijkheid over een bepaald onderwerp te discussiëren. Wat ik wel als optie zie, is een ‘geen reactie app’ waarmee automatisch alle reacties onleesbaar zijn en je zelf geen reactie kunt plaatsen. Op die manier lees je het digitale nieuws alsof je met een papieren krant aan de ontbijttafel zit en het vers gedrukte nieuws tot je neemt. Door individueel gebruik van deze app kunnen de pestkoppen en klierige etterbakken gewoon hun gang gaan en volop reacties achterlaten, terwijl een andere groep lezers rustig het nieuws leest, het laat bezinken en weer tot de orde van de dag terugkeert. De pestkoppen en de klierige etterbakken merken waarschijnlijk zelf niet dat er niemand meer is die ze kunnen pesten of beledigen.

Zelf zou ik die app direct installeren. Nu al weet ik dat ik dan toch heel even de app zal verwijderen om ‘stiekem’ te kijken welke reacties er worden gegeven, maar die gewoonte slijt. Een dergelijke ervaring heb ik bij Twitter opgedaan. Je gaat weg bij Twitter, maar komt toch nog even terug om ‘stiekem’ te kijken. Daarna houd je het voor gezien.

Tot slot. Als ik toch wil reageren op een krantenbericht over het vaccineren en over de pandemie, wat dan? Dan adviseer ik om een blog in het leven te roepen en daar je meningen op het nieuws achter te laten. Dat kan echt opluchten. Je kunt dan zelf nog bepalen of je wel of geen reacties toelaat.

De sinaasappelkist

Een column klopt nooit op de deur of kondigt aan dat hij onderweg is. Nee, hij is er opeens. Vandaag werd ik er weer door overvallen. Ik ben nietsvermoedend op weg naar een brievenbus met als doel er een enveloppe in te werpen en vervolgens huiswaarts te keren.

Een prettige bezigheid voor een bewolkte zondagmiddag.

Verraad
Halverwege mijn route, bij de kerk, loop ik langs het verroeste zitbankje. De ene keer slaapt er een zwerver op, de andere keer leest hier een zonderlinge intellectueel zijn krant. Dit keer is het bankje leeg. Ernaast staan twee 75-plussers, een man en een vrouw. Aan de kleding te zien horen ze bij het gezelschap dat voor de ingang van de wat hoger gelegen kerk iets te vieren heeft. Ik kijk naar boven en zie mannen in chique pakken en vrouwen in stralende jurken. Daarna laat ik mijn blik weer dalen en zie dat er vlak bij het bankje een jongen op een kist zit, een langwerpige sinaasappelkist. Hij kijkt strak naar voren. Zijn ogen branden van woede. Ik herken de blik van vroeger. Als ik als kind in het weekend bij mijn vader op bezoek was en hij iets met zijn nieuwe vriendin te vieren had, dan voelde dat voor mij als verraad aan mijn moeder en keek ik ook zo uit mijn ogen.

Ogen
Ik vermoed dat hier een bruiloft gaande is. Een man, wellicht de bruidegom, kijkt heel even naar de jongen beneden op de sinaasappelkist. Is dat zijn zoon die roet in het eten wil gooien? Daarna kijkt hij beschuldigend naar mij, alsof ik als voorbijganger er iets mee te maken heb dat zijn zoon zo slecht gehumeurd is. De zwarte ogen van de jongen stralen zo fel dat je er niet omheen kan. Kijk je erin, dan zie je een jongen die schreeuwt dat hij het niet eerlijk vindt, een jongen die woedend tegen een deur trapt, die vloekt en uiteindelijk huilend in elkaar zakt. Wat ogen zo teweeg kunnen brengen, denk ik en loop verder. Ik weet ondertussen dat thuis het papier wacht.

Bankje
Op de terugweg denk ik aan de jongen op de sinaasappelkist. Zou hij er nog zitten? Zou hij de boel kort en klein hebben geslagen? Wat zou er met hem gebeurd zijn? Ik loop iets sneller maar niet snel genoeg. De kerk ligt er verlaten bij. Het roestige bankje staat weer op de voorgrond, dit keer bezet door een zonderlinge intellectueel met het zondagsblad. Naast hem liggen de resten van een kapot getrapte sinaasappelkist.

Ook te lezen op Metronieuws.nl

Licht

Ik was 10 jaar toen de oorlog uitbrak, vertelde de man die naast mij op het bankje zat. Hij wilde mij iets vertellen, dat was duidelijk. Mijn plan bestond vandaag uit niets anders dan op een bankje in de zon zitten en dus luisterde ik gewoon naar wat hij te vertellen had. Ik was me er pas later van bewust dat het bankje voor een verzorgingshuis stond, het rustoord waar deze man woonde.

Strijd
Als pubers voerden we een strijd, zei hij en rechtte zijn rug. Het was alsof hij weer ten strijde wilde trekken. Maar we streden niet tegen de Duitsers, nee, die hadden we al verslagen. Tenminste, de geallieerden hadden dat gedaan. Dat waren volwassen kerels. Mijn vriendjes en ik trokken ten strijde tegen een generatie oudere landgenoten die niet tegen het licht konden.

Spruitjes
Niet tegen het licht, vroeg ik. De man glimlachte. Zo noem ik dat altijd, zei hij. Ik bedoel daarmee te zeggen dat wij de eerste sprankjes licht zagen en wisten dat we in een wereld leefden waar alles mogelijk was. De donkere jaren van de oorlog waren voorbij. Maar wat deed die generatie oudere landgenoten? Die mensen wilden zichzelf weer opsluiten, nu in de woonkamer, gordijnen dicht en braaf iedere avond gekookte aardappels met een stukje vlees en spruitjes eten. Ik keek de man aan. De beroemde spruitjeslucht, zei ik. De man knikte en lachte.

Hippies en de vredespijp
Maar wij wilden geen spruitjes, zei hij nu luider. Wij wilden veel meer. We gingen met z’n allen de straat op. Met rock-‘n-rol, hippies en de vredespijp lieten we de hele wereld zien dat er veel meer mogelijk is dan we denken. En dat was ook zo. De technische ontwikkelingen volgden elkaar razendsnel op. De mobiele telefoons, internet, wie had dat ooit gedacht! Hij zweeg even. Ik liet zijn woorden tot me doordringen.

Deal
We hebben het hier ook goed, zei ik en wilde hem bijna bedanken voor zijn voorbereidende werk. Maar hoe lang nog, vroeg ik. De man haalde diep adem. Jongen, zei hij (ik ben 55), blijf in het licht. Wij zijn de duisternis ontvlucht, dat is gelukt, het is jullie taak in het licht te blijven. Neem afstand van mensen die naar het donker willen terugkeren, die hun ogen gesloten houden voor natuurrampen en pandemieën. Identificeer je er niet mee, blijf wakker en hou je ogen open. Meer kun je niet doen, maar dat is al meer dan genoeg. Ik knikte. Deal, zei ik. Deal, antwoordde hij en schudde me de hand.

Ook te lezen op Metronieuws.nl

« Oudere berichten