Writers against Trump

In de aanloop naar de verkiezingen neemt de Amerikaanse culturele scène stelling tegen president Trump. Schrijver Paul Auster heeft het initiatief “Schrijvers tegen Trump” in het leven geroepen. Hij komt uit 1947 en kan zich nog goed herinneren dat hij de eerste keer de Amerikaanse president mocht kiezen. Dat was in 1968. Destijds was de stemgerechtigde leeftijd in Amerika nog 21. Richard Nixon kwam uit voor de Republikeinen en won nét van de kandidaat van de Democratische Partij Humbert Humphrey, die Auster destijds koos.

Veel van zijn vrienden waren gepassioneerde idealisten, zegt hij. “Voor hen was Humphrey oninteressant. Daarom zijn ze niet eens gaan stemmen. En ik geloof dat ze daardoor Nixon president hebben laten worden. En dat is nu ook weer het gevaar.”

Het is inderdaad zo dat veel – vooral jonge mensen – weinig met de Democratische kandidaat weten aan te vangen. Joe Biden is 77 jaar oud en – net als Humphrey destijds – als voormalige vicepresident niet echt een signaal voor ontwaken en verandering. “Ook voor mij was Biden niet de eerste keus – zelfs niet de tweede. Maar ondertussen geloof ik dat hij momenteel misschien toch de beste kandidaat is die de Democraten konden nomineren.”

Biden heeft begrepen “dat we op een tweesprong van de geschiedenis staan. Ik geloof dat hij heeft begrepen dat hij dezelfde last van de verantwoordelijkheid draagt zoals Roosevelt in 1932/33, toen hij president werd tijdens de grote crisis.” Een belangrijke historische vergelijking waarmee Auster in ieder geval de gefrustreerde jonge kiezers wil motiveren die in de afgelopen maanden liever kandidaten zoals Bernie Sanders ondersteunden.

“Ik weet dat veel van jullie grote idealisten zijn en geweldige verwachtingen voor de toekomst van de USA hebben – en dat jullie teleurgesteld zijn door de keuze die jullie hebben. En dat jullie niet onder de indruk zijn van het Democratische gespan Biden/Harrus – en dat jullie liever helemaal niet willen stemmen. Maar dat zou een verschrikkelijke fout zijn!”

Om dat te voorkomen heeft Auster samen met zes andere Amerikaanse schrijvers het initiatief “Writers Against Trump” in het leven geroepen. Bij virtuele ontmoetingen op internet discussiëren ze, er zijn vragenrondes – vooral echter statements zoals die van schrijfster Siri Hustvedt, die met Auster is getrouwd.

“Als schrijvers weten we dat woorden belangrijk zijn, omdat ze instellingen kunnen veranderen, mensen ertoe bewegen kunnen om te handelen. En zo roepen we alle Amerikanen op van hun recht gebruik te maken, hun stem te verheffen door de kracht van de verkiezingen.”

Meer dan 1100 schrijvers, scenarioschrijvers, essayisten en songschrijvers uit heel Amerika hebben zich al bij het initiatief aangesloten.

Het doel, Trump-aanhangers te overtuigen, hebben ze daarbij allang niet meer, aldus Auster. “Ik wil de geïrriteerde, de teleurgestelde mensen aanspreken. De mensen die walgen en niet willen stemmen. Ik dring er bij jullie op aan: denk er toch nog eens over na. De herverkiezing van Trump en de Republikeinse Partij kan het einde van de democratie in de USA zijn. En het begin van een autoritaire heerschappij in een land waarin dan niemand meer de mogelijkheid heeft om te gaan stemmen.”

De New-Yorkse acteur, filmmaker en scenarioschrijver John Turturro, die passenderwijs laatst in de verfilming van Philips Rots “The Plot Against America” meespeelde, drukt het iets minder pathetisch uit. “Ik hoor altijd, het is de belangrijkste verkiezing in jullie leven. Bla, bla, bla. Maar dit keer klopt het werkelijk. Dat is onze democratie. Dus, wees sterk, ga stemmen, laat ons dat ding winnen en die figuur uit het Witte Huis smijten. Ik ben opgegroeid met hem en weet wat voor een oplichter hij is.”

BRON
Tageschau: Schriftsteller formieren sich gegen Trump

 

De dirigente

De Nederlandse filmproducent, filmregisseur en scenarioschrijver Maria Peters schreef een roman n.a.v. haar eigen film “De dirigent”. Dat staat op de laatste bladzijde van het gratis blaadje Kulturmovies, een brochure met informatie over de nieuwste filmhuisfilms in Duitsland. Vorige week liep ik langs het filmhuis Xenon Cinema in Schöneberg en nam een blaadje met bioscoopnieuws mee.

Ik las dat Maria Peeters een film maakte over Antonia Brico en haar strijd tegen discriminatie van vrouwen in de klassieke muziek. Vervolgens stelt het blad de vraag: waarom nu nog een boek? Maria Peters: “Een groot verschil tussen boeken en films is dat ik in mijn roman het innerlijke perspectief van mijn personages veel gedetailleerder kan weergeven. Daardoor komt de roman veel dichter bij Antonia en de andere personages dan dat dit in de film mogelijk is. En aangezien ik mijn budget niet voor een productiebedrijf moet rechtvaardigen, had ik veel meer vrijheden. Zo zijn er in het boek bijvoorbeeld meer scènes met orkesten – die moeten in het boek immers niet allemaal betaald worden.”

De tweede en tevens laatste vraag in Kulturmovies luidt of het schrijfproces bij het schrijven van de roman anders was dan bij het schrijven van het draaiboek voor de film. Maria Peters: “In ieder geval. Bij het schrijven van een draaiboek ga ik zonder veel omhaal te werk, voor de roman ben ik veel dieper in de taal gedoken. Bovendien was de omgang met de lectoren en adviseurs heel anders dan bij de onderhandelingen van de film. Er was meer geduld en ik heb veel ontplooiingsmogelijkheden en constructieve feedback teruggekregen. Ik heb bij dit alles waanzinnig veel plezier gehad.”

De roman verscheen dit jaar onder de titel “Die Dirigentin” bij de Duitse uitgeverij “Hoffmann und Campe Verlag”. Het boek is vertaald door Stefan Wieczorek.

Roman: Die Dirigentin
Auteur: Maria Peters
Vertaler: Stefan Wieczorek
Verkrijgbaar vanaf: 05.08.2020
Uitgeverij:Hoffmann und Campe Verlag

Verzet in Schöneberg

Vanochtend liep ik door de Belziger Strasse. Op een brede vensterbank lagen een paar boeken, zoals je die wel vaker ziet liggen voor huisdeuren of op bankjes. Mensen willen ervan af en proberen zo nog nieuwe lezers voor hun oude boeken te vinden. De man voor mij liep trager dan ik. Inhalen zag ik niet zitten, want ik probeer dezer dagen toch zo goed als het kan afstand te bewaren. Dus bleef ik staan en pakte een boek.

Widerstand in Schöneberg und Tempelhof, luidde de titel. Interessant, dacht ik en liet het in mijn tas glijden. Zojuist heb ik er even in gebladerd en al een paar interessante passages gevonden. In het handige straatnamenregister zocht in natuurlijk meteen naar de Eisenacher Straße, de straat waarin ik alweer ruim een half jaar woon. De straatnaam dook op in een citaat uit het boek Nicht alle waren Mörder van de Duits-Israëlische toneelspeler, filmacteur en schrijver Michael Degen. In dat boek schrijft hij over zijn kinderjaren in Berlijn. Hieronder mijn vertaling van het stukje waarin Degen schrijft over het moment van onderduiken in Schöneberg:

“Ze rukte de sterren van mijn mantel en jas, die waren sowieso slechts aan de uiteinden vastgemaakt, deed hetzelfde bij haar mantelpakje en we renden langs de keuken richting de deur van de woning…
En toen kwamen ze. Onmogelijk ze niet te horen, met hun met ijzer beslagen laarzen…
En toen kwam de lift…
We hoorden ze verder omhoog gaan en op de deuren beuken, terwijl wij in de parterre uitstapten. Bij de huisdeur stonden mannen in uniform en moeder ging meteen op ze af. ‘Wat is hier dan aan de hand?’
De man keek ons eventjes strak aan, zei niet onbeleefd, maar zeer beslist: ‘Gaat u verder!’…
Vervolgens gingen we de Eisenacher Straße naar beneden, staken de Grunewaldstraße over, gingen steeds verder en zagen in de Rosenheimer Straße een behoorlijke samenscholing van mensen…

De Rosenheimer Straße in Berlin-Schöneberg was een straat met een flink aantal Joodse bewoners en men haalde ze uit verschillende huizen. Een paar open vrachtwagens met korte trapjes stonden gereed en de mensen – mannen, vrouwen, kinderen – werden grof de wagens in gedreven. Een oude dame met een ongeveer zesjarig meisje aan de hand kwam eveneens uit een van de huizen.
Plotseling rukte het meisje zich los en liep de straat naar beneden. ‘Ik wil naar mijn moeder, ik wil naar mijn ouders’, riep ze, terwijl ze liep. Ze riep het telkens weer.
En daarna legde een van de geüniformeerden kort aan en schoot. Het meisje struikelde en viel. Vervolgens liepen twee SS’ers op haar af, grepen haar en brachten het meisje naar de wagen waar de oude dame al was ingestapt. Ze moet aan het been zijn geraakt, want ze greep telkens weer naar haar knie zonder een kik te geven. De klep werd afgesloten en de wagen reed weg…

Ik trok mijn moeder weg. Ik was plotseling heel erg bang…
We gingen terug naar de Grunewaldstraße, Martin-Luther-Straße, Lietzenburger Straße, stonden voor het UFA-Palast bij Zoo en gingen naar binnen…
Na de bioscoop wandelden we door de gehele Tiergarten tot aan de Brandenburger Tor…

Direct voor station Börse werden we gegrepen door de alarmsirene…”