Europese openbaarheid: niet meer nationaal debatteren, maar Europees

De originele Duitse tekst is een gastbijdrage in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 02.02.2019, geschreven door Johannes Hillje. De bijdrage is met toestemming van de auteur vertaald om vervolgens de Nederlandse tekst hier te kunnen publiceren.

Als de EU het vertrouwen van de burgers niet verder wil verliezen, dan moet ze snel iets elementairs creëren: een Europese communicatieruimte voor de protesten van de burgers.

Wil je bij de ophanden zijnde Europese verkiezingen de populistische nationalisten wat tegenstand bieden, dan moet in de periode vooraf een analytische fout vermeden worden: EU-kritiek betekent niet meteen vijand van Europa. Wie enkel en alleen met de blauw-gele vlag zwaait en de wereld in vrienden en vijanden van Europa indeelt, zou op de verkiezingsdag nog wel eens raar kunnen opkijken. Een meerderheid van de Duitsers heeft allang gezien dat de “EU slecht functioneert” en “enige veranderingen” nodig heeft. Dat was in december de uitkomst van een representatieve enquête in opdracht van de Duitse Friedrich-Ebert-Stiftung. Het schijnt veeleer zo te zijn dat men de EU met zijn huidige besluitvormingen scherp zou moeten bekritiseren om de talrijke blokkades (bijvoorbeeld de migratiepolitiek) op te lossen en een EU te worden die tot adequaat handelen in staat is. Het devies zou moeten luiden: EU-kritiek en Europa-gezindheid zijn geen tegenstellingen, ze staan in correlatie met elkaar.

Volgens de econoom Albert O. Hirschman ligt in de tegenspraak een centrale sleutel die mogelijkerwijs zelfs de Brexit had kunnen verhinderen. In zijn standaardwerk “Exit, Voice, and Loyalty” schetste Hirschman in 1974 drie handelingsopties voor burgers wiens instituties zich in een existentiële crisis bevinden: ze kunnen de frustratie opkroppen en trouw blijven (Loyalty), de institutie verlaten (Exit) of hun stem verheffen (Voice). De meeste mensen in de EU rest daadwerkelijk alleen de eerste optie, omdat in veel landen een exit-referendum door de grondwet niet mogelijk is. Ze zouden regeringen moeten kiezen die de exit op een of andere manier voor ze doordrukt. Het zou toch veel zinvoller zijn eindelijk de derde optie mogelijk te maken i.p.v. gefrustreerd te blijven of er geïrriteerd uit te stappen: de proteststem van de burgers.

Wat hiervoor echter ontbreekt is een Europese communicatieruimte waarin de politieke leiders van de EU-instituties, de machtige EU-commissie voorop, bereid zijn voor een openbaar debat dat voor heel Europa geldt. Daarin zouden ze hun politiek moeten uitleggen en rechtvaardigen, maar zouden die echter door de terugkoppeling met de bevolking tegelijkertijd ook beter kunnen legitimeren. Zo bezien hadden de Brexiteers het vóór het Britse referendum gemakkelijk: de Britten debatteren zeer veel over de EU, maar niet met de vertegenwoordigers van de EU. Bovendien was de verslaggeving van vele grote Britse kranten jarenlang doordrenkt van mythes die de indruk wekten dat het enige bestaansrecht van de EU eruit bestond de Britten hun levensvreugde te ontnemen: de EU wil kinderen het opblazen van ballonnen verbieden, vanwege nieuwe EU-maatregelen ter bescherming van de werknemer zou de queen in de toekomst zelf haar thee moeten zetten, in pubs zou dankzij Brussel binnenkort geen darts meer gespeeld mogen worden. De leave-campagne verhoogde de inbreng van leugens in sociale media nog een keer. Onjuiste informatie zoals “76 miljoen Turken kunnen zonder visa de EU binnenkomen” kregen in verborgen, zogenaamde “Dark Ads” slechts kleine segmenten van de kiezers toegespeeld.

EU-topconferenties worden als gladiatorengevechten beschreven

De discussie over Europa was in Groot-Brittannië altijd al iets speciaals, maar toch is hij exemplarisch voor een probleem dat heel Europa aangaat: de disfunctionaliteit van de Europese openbaarheid. De openbare arena waarin ook de aanstaande verkiezingsstrijd plaatsvindt, is in Europa op de eerste plaats nationaal en toenemend digitaal georganiseerd. Gemeten aan de thema’s, deelnemers en perspectieven zijn openbare debatten over Europese politiek eenzijdig nationaal gevormd, of ze nu via analoge of digitale kanalen plaatsvinden. Ondertussen praten de lidstaten weliswaar veel meer dan vroeger over de EU en over elkaar, maar altijd nog niet met elkaar. Europa behandelt Europese thema’s in nationale bubbels i.p.v. in een Europese communicatieruimte. Dat betekent: de burgers krijgen informatie over Europese politiek in hun nationale media door een nationale filter geserveerd.

Pro-EU-demonstratie in Londen op 25 maart 2015.

Deze filter is geen algoritme, maar een mediale discussiemethode die door een eenzijdige, nationale blik op Europese belangen is gekenmerkt. Deze methode legt de focus op het nationale saldo i.p.v. op de Europese solidariteit, kent het nationale belang als beoordelingscriterium maar te zelden het Europese. Zo worden EU-topconferenties ook regelmatig als gladiatorengevechten beschreven waarbij natie tegen natie vecht. Krantenkoppen na dergelijke bijeenkomsten in Duitse grote media als “Gewonnen gegeven in Brussel” drukken Europese politiek uit in begrippen als tegen i.p.v. met elkaar. Dat betekent overigens ook dat nationalisten hun posities ook niet tegenover een algemeen Europees belang hoeven te rechtvaardigen. Bovendien hebben we in onze nationale debatten geleerd het Europees collectief op basis van nationale narratieven te construeren. Met andere woorden: in de openbaarheid bestaat het begrip en de voorkeur voor een “Frans Europa”, een “Duits Europa” of een “Hongaars Europa” maar juist niet voor een Europees Europa dat bestaat uit een Europees Frankrijk, Duitsland en Hongarije. Voor een uitwisseling zijn de muren van de nationale bubbels te robuust. Daardoor ontbreekt ook een gevoel van saamhorigheid in Europa, omdat dit niet alleen door de som van nationale saamhorigheidsgevoelens voor de EU kan ontstaan.

De digitalisering van de openbaarheid wordt vooral door machtige platforms zoals Facebook, Google en Youtube bepaald. Ze hebben de digitale openbaarheid geprivatiseerd en tot oligopolie gemaakt. Ook de relevantie, zichtbaarheid, verbreiding en uitdrukkingsvorm van openbare belangen hebben ze onder controle. Ze hebben het gezag over persoonlijke informatie, ja, zij bezitten ook de infrastructuur van de democratische openbaarheid zoals die op internet is gevormd. Je zou kunnen zeggen: met de digitalisering heeft de openbaarheid de openbaarheid verloren. Populisten en extremisten profiteren van de algoritmes van sociale media die niet een opdracht voor het algemeen belang uitvoeren, maar zich alleen houden aan een opdracht van de digitale concerns, namelijk het trekken van aandacht en belangstelling. Trollenlegers, fakes en haat kunnen zich hierin vrij bewegen en meningsvormingsprocessen manipuleren. In het slechtste geval ontstaat er uiteindelijk een gedesinformeerde wil van de kiezer, zoals bij het Brexit-votum.

Klankborden voor populisme en nationalisme

Johannes Hillje werkt als politiek/communicatie adviseur in Berlijn en Brussel. @Johannes Hillje

De vormen van openbaarheid in Europa zijn klankborden voor populisme en nationalisme geworden. Wat ontbreekt is een Europese communicatieruimte waarin naar democratische regels over de toekomst van Europa gestreden kan worden. Om dit doel te bereiken werd in het verleden regelmatig een Europese televisiezender geëist. Het zou niet alleen anachronistisch zijn om in een digitaal tijdperk nogmaals tot een dergelijk project aan te zetten maar ook getuigen van historische vergeetachtigheid: of het nu Euronews is of Arte, al dit soort pogingen landden uiteindelijk in een niche van de televisiemarkten, mede doordat deze markten ondertussen volledig oververzadigd zijn. Het lijkt daarentegen zinvoller te denken aan een Europese communicatieruimte als digitaal platform van de regeringen. Daarbij gaat het op generlei wijze om een staatsversie van Facebook of een digitale “Europese staatsomroep”. Het gaat veel meer om een principe om te zetten dat we van de klassieke mediasystemen kennen. Deze zijn in Europa duaal georganiseerd, commerciële en publieke media bestaan naast elkaar. Een volkomen geprivatiseerde openbaarheid bestond voor het digitale tijdperk niet.

De dualiteit van commerciële en publieke media is een slim systeem om de democratische openbaarheid tot stand te brengen. Het zorgt namelijk voor compensatie tussen op de markt en op het algemeen belang gerichte inhouden, tussen entertainment en informatie. Een dergelijk systeem met twee kanten zouden we ook voor digitale media in Europa kunnen nastreven. Een geschikt kader voor de realisatie van een publiek platform zou de door EU-instituties bestuurde onafhankelijke Europese omroepunie kunnen zijn. Daar komen de nationale publieke omroepen bij elkaar. Een openbaar platform zou zelfs precies die waarden kunnen nastreven die weliswaar een maatschappelijk maar niet per se een economisch doel hebben en waarvan de toegevoegde waarden voor de digitale platformeconomie zelfs af en toe met elkaar in tegenspraak zijn – privacybescherming, transparantie, democratie, fairness en veiligheid. Op het “platform Europa” zou het daarom kunnen gaan om de infrastructuur voor een Europese communicatieruimte te creëren die de centrale behoeften van een Europese democratie kan vervullen. De concrete functies en inhouden van het platform zouden, in tegenstelling tot de EU zelf, volstrekt bottom-up in plaats van top-down ontwikkeld moeten worden. Hierbij kan absoluut iets van de werkwijze in de high-tech branche worden opgestoken. Die maakte het tot principe de toekomstige gebruikersgroep al tijdens de ontwikkeling van nieuwe apps of platforms te integreren.

Ook als de behoeften van de Europeanen voor een gemeenschappelijke communicatieruimte nog gevonden moeten worden, zou een “basisuitrusting” van vier gebieden zinvol zijn: een Europese newsroom voor een pan-Europese discussie over Europese thema’s die bijvoorbeeld ook talkshows met Europees personeel produceert. Een aanbod van amusement en cultuur ter representatie van een „European way of life“, bijvoorbeeld in de vorm van Europese series in de trant van „House of Cards“ uit Brussel. Instrumenten tot politieke participatie, zodat burgers zich effectiever voor de tot nu toe weinig gebruikte Europese burgerinitiatieven kunnen organiseren. En tot slot zou dit platform de centrale plek moeten worden waardoor meer mensen van de Europese integratie profiteren – bijvoorbeeld d.m.v. een vacaturesite die beschikbare arbeidsplaatsen in heel Europa publiceert.

In een dergelijke transnationale communicatieruimte kan Europa zijn democratische waarden ook t.o.v. illiberale regeringen verdedigen die, zoals in Hongarije, Polen en ondertussen ook in Italië, in een razend tempo nationale media en culturele instituten tot propaganda-organen ombouwen. Volgens „Reporters Zonder Grenzen“ is in 2018 de persvrijheid in geen enkele regio ter wereld zo zeer verslechterd als in Europa. Met het „platform Europa“ zou de Europese democratie een waakhond krijgen die in gelijke mate EU-instituties alsook nationale regeringen in het vizier heeft. De transparante algoritmes zouden persoonlijke voorliefdes met maatschappelijke relevantie verbinden maar niet die belonen, die haat, leugens of hetze verspreiden.

Populisme en extremisme fungeren op het platform voor het algemeen belang niet meer als bronnen van toegevoegde waarde, maar het zijn te sanctioneren overtredingen tegen het wettelijke en bindende kader waarbinnen de Europese Unie ooit gepland was.

Johannes Hillje werkt als politiek/communicatie adviseur in Berlijn en Brussel.

Originele Duitstalige bijdrage in de FAZ:
https://www.faz.net/aktuell/politik/ausland/gastbeitrag-nicht-mehr-national-debattieren-sondern-europaeisch-16002323.html?printPagedArticle=true#pageIndex_0

@ Originele Duitse tekst: Johannes Hillje
@ Vertaling Allard van Gent

Advertenties

Morgen première in Nederland: “Werk ohne Autor – Never Look Away”

Op donderdag 24 januari 2019 gaat in Nederland de Duitse speelfilm Werk ohne Autor – Never Look Away in première.

Twee Oscar-nominaties
Florian Henckel von Donnersmarck tekende voor de regie van de film die onlangs was genomineerd voor de Golden Globe beste anderstalige film. Dit keer viel Henckel von Donnersmarck niet in de prijzen, maar wie weet wint hij volgende maand een Oscar. Immers, zijn beroemde film Das Leben der Anderen werd in 2007 ook genomineerd voor de Golden Globe beste anderstalige film, won evenmin maar sleepte vervolgens wel een Oscar als beste anderstalige film in de wacht. Daarnaast heeft “Werk ohne Autor – Never Look Away ook een Oscar-nominatie in de categorie “beste camerawerk”. Op 25 februari weten we meer.

Gerhard Richter
Werk ohne Autor – Never Look Away
is een fictieve kunstenaarsbiografie. Dat schrijft het Duitse dagblad Tagesspiegel treffend. De film toont een periode uit het leven van de Duitse kunstenaar Gerhard Richter. In 2004 schreef een Duitse journalist het ongelooflijke verhaal over de schoonvader van Gerhard Richter, Heinrich Eufinger genaamd. Die man maakte in het Derde Rijk carrière als gynaecoloog bij de elite van de SS-troepen. Als directer van de vrouwenkliniek in Dresden was hij ook betrokken bij het euthanasieprogramma van de nationaalsocialisten. In dat ziekenhuis werd in 1944 de tante van Gerhard Richter onder dwang gesteriliseerd. Daarna overleed zij in de psychiatrische inrichting Großschweidnitz. Het artikel van de journalist diende als basis voor de biografie Ein Maler aus Deutschland. Gerhard Richter – Das Drama einer Familie. Regisseur Florian Henckel von Donnersmarck heeft met zijn film deze biografie zeer vrij geïnterpreteerd.

Cai Cohrs and Saskia Rosendahl as young Kurt Barnert
and Elisabeth May © 2018 BUENA VISTA INTERNATIONAL / Pergamon Film / Wiedemann & Berg Film

De fictieve Gerhard Richter heet Kurt Barnert (Tom Schilling). In het begin van de film bezoekt hij samen met zijn tante Elisabeth de tentoonstelling Entartete Kunst in Dresden. “Kunst komt van kunnen”, hoont de gids van de tentoonstelling terwijl Kurt van zijn tante de grondregel meekrijgt “Kijk niet weg. Kijk nooit weg. Alles wat waar is, is mooi”. Die woorden bepalen de rest van Kurts leven.

Op de kunstacademie in Dresden leert Kurt Elisabeth (Paula Beer) kennen. Hij is op slag verliefd. Elisabeths vader is professor Carl Seeband (Sebastian Koch). Hij is duidelijk niet onder de indruk van Kurt en is hem liever kwijt dan rijk. Seeband is als SS-Obersturmbannführer een fervent voorvechter van de nazi-ideologie. Hij zorgt ervoor dat Kurts tante onder dwang wordt gesteriliseerd en later wordt vermoord, terwijl Kurt getuige is van de bombardementen op Dresden.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt Seeband door de KGB gearresteerd. Ik ga niet verraden waarom de KGB-officier ook een belangrijke rol speelt in het verhaal waarbij verschillende highlights uit de recente Duitse geschiedenis de revue passeren. Zo levert Kurts leven aan de kunstacademie in Dresden bijvoorbeeld veel informatie op over het bestaan in de DDR. Hoe het er aan de andere kant van de Muur aan toe gaat, dat brengt de regisseur in beeld als Kurt op de kunstacademie in Düsseldorf in contact komt met de moderne kunst in de naoorlogse tijd.

Oliver Masucci as Professor Antonius van Verten
© 2018 BUENA VISTA INTERNATIONAL / Pergamon Film / Wiedemann & Berg Film

De drie uur durende film zit vol met prachtige beelden, ook al worden daarmee soms verschrikkelijke gebeurtenissen getoond zoals het bombardement op Dresden of een douche scène in de gaskamers. Frappant detail: op de kunstacademie in Düsseldorf herkennen de kunstkenners meteen de professor in jeansbroek met vissersjasje, de vele opgenaaide zakken en een vilten hoed, namelijk Joseph Beuys. In de film heet hij natuurlijk anders.

Avontuur in de treincoupé

Een kort verhaal van de Russische schrijver Arkadi Timofejevitsj Avertsjenko

De sneltrein raasde naar het zuiden. In een tweedeklascoupé zat Iwan Michailow, ambtenaar van het Russische controlebureau, samen met zijn jonge en slanke vrouw Sinotschka. Tegenover hen zat de handelsreiziger Schitomirski en las een humoristisch blad. De passagiers spraken geen woord.
“Mijn god, wat saai!” merkte de jonge vrouw op en geeuwde.
“Hou toch op”, riep haar man. “Je steekt zo toch iedereen aan!” En onwillekeurig geeuwde hij ook. Toen richtte hij zich tot de man tegenover hem en zei: “Niet waar, mijnheer, het is een beetje vermoeiend?”

Lees verder