Oostenrijker Arno Geiger schrijft en blijft

Hieronder een deel van mijn beschouwing over Arno Geiger. Bestel de actuele uitgave van Kunsttijdschrift Vlaanderen om de complete bijdrage te lezen.

Arno Geiger (1968, Bregenz) studeert Duitse filologie, vergelijkende literatuurwetenschap en Oude Geschiedenis. Hij werkt van 1986 tot 2002 als videotechnicus bij het cultuurfestival Bregenzer Festspiele. In 1997 verschijnt zijn eerste roman. Inmiddels staan er een verhalenbundel, een kinderboek en zeven romans op zijn naam, waarvan de jongste onder de titel Zelfportret met nijlpaard in april 2017 bij uitgeverij De Bezige Bij verscheen.

Debuutroman
Het eerste optreden van Arno Geiger bij de Bachmannpreis in 1996, het jaarlijkse literaire evenement waar schrijvers nieuw werk voorlezen, levert hem geen prijs op. Een jaar later verschijnt zijn debuutroman Kleine Schule des Karussellfahrens. Protagonist is de 21-jarige Philipp Worovsky. Arno Geiger zet de innerlijke leegte van de hoofdpersoon in 1989 tegenover de opwindende revolutie in 1789. De roman bestaat uit verschillende verhalen die niet direct met elkaar in verbinding staan, maar dat hoeft volgens de Oostenrijkse taal- en literatuurwetenschapper Wendelin Schmidt-Dengler niet. Volgens hem gaat het hier om – zoals de titel al suggereert – de terugkeer van hetzelfde. De Duitse uitgeverij Hanser Verlag noemt het boek een moderne schelmenroman over iemand die niets van het leven verwacht en toch alles wil. Alleen de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) publiceert een recensie, geschreven door Arnd Rühle. Euforisch is hij niet: “Ook wie het leesgeduld kan opbrengen voor deze 238 bladzijden over zeurpieten en onnozele halzen wordt uit de Kleine Schule des Karusselfahrens niet wijs.”

Irrlichterloh
Zijn tweede roman Irrlichterloh (Irrlicht = dwaallicht) verschijnt in 1999. Volgens veel literatuurcritici een soort roadmovie. Hoofdpersonage Jonas Kreuzer is ’s nachts met verfspuitbussen onderweg om op creatieve wijze verkeersborden te bekladden. Als zijn vriendin Ann-Kathrin er met zijn chef vandoor is, volgen hilarische scenes. Jonas belandt bij een feestvierend gezelschap op het marktplein en springt in de zijspan die voor het bruidspaar bedoeld was. Met de klapperende lege blikjes aan de achterkant racet hij er vandoor. Recensent Wolgang Schneider (FAZ) ziet deze scene als hoogtepunt van de roman. Niet voor niets vind je de met touw doorregen blikjes terug op de boekomslag. De recensent is het niet eens met een collega die de ‘bruisende taalfantasie’ van de schrijver looft. “Je kunt er ook een andere mening over hebben: heel duidelijk te veel gebruis. Ook een stijl moet kloppen; dat is hier gewoon niet het geval”, aldus Schneider. Martin Krumbholz van Die Zeit vindt dat Geiger taalkundig gezien een slordige en inhoudelijk gezien een onbelangrijke tweede roman heeft geschreven.

Schöne Freunde
Onder de titel Schöne Freunde komt in 2002 Arno Geigers derde roman op de markt. Hoofdpersoon is Carlos Kovacs, een ouderloos jongetje. Zijn naam wordt slechts één keer genoemd. Bij hem ligt het perspectief. Dagelijks staat hij met een accordeonist voor de poorten van een mijngroeve en houdt zijn hand op. Weetgierig vangt hij flarden op van gesprekken tussen volwassen. Vooral bij de vuile brandvijver hoort hij veel liefdebeloftes en observeert hij geheime liefdesavontuurtjes. Carlos absorbeert en filtert zijn waarnemingen. Noemt hij een bepaalde wijsheid, dan eindigt deze in het boek vaak met de bron tussen haakjes (uitdrukking van Frau Doktor Grüneisen). Na een ongeluk in de mijn verlaat iedereen per schip de stad en lijken volgens Gustav Mechlenburg van die tageszeitung (taz) alle volwassenen uit hun vertrouwde rollen te vallen. De FAZ looft de roman en voert Kafka op: “Deze knaap lijkt soms op een wat jongere Karl Roßmann wiens zintuigen door de verlaten plek niet afgestompt maar verscherpt lijken. Geen onnozele jongen van het platteland maar een kind met een instinct voor wat goed en kwaad is.” Het Oostenrijkse dagblad Der Standard vindt dat de roman qua potsierlijkheid en melancholie aan Fellini doet denken.

Met ons gaat het goed
In 2004 neemt Arno Geiger voor de tweede keer deel aan de Bachmann-Preis. Weer valt hij niet in de prijzen. Achteraf gezien is dat opmerkelijk, want zijn voorgelezen tekst is een fragment uit de roman Es geht uns gut, zijn literaire doorbraak in 2005. Het is het eerste boek van Arno Geiger dat in het Nederlands verschijnt. Vier jaar werkte hij aan deze familieroman waarin hij aan de hand van drie generaties 70 jaar Oostenrijkse geschiedenis beschrijft. Dat doet hij met 21 hoofdstukken waarvan elk hoofdstuk één dag beslaat. Het verhaal begint met kleinzoon Philipp die op de trap voor de villa ligt die hij onlangs van zijn grootouders heeft geërfd. Hij wil alle herinneringen aan het verleden weggooien. Arno Geiger brengt alles echter voor het voetlicht vóórdat het in de afvalcontainer verdwijnt. “Hoe langer je in Arno Geigers roman leest, hoe dichter je bij de personages komt”, schrijft Michaela Schmitz van Deutschlandfunk. De titel verwijst naar een citaat uit het hoofdstuk over 1978 waarin Philipps vader Peter zijn laatste telefoongesprek met Philipps moeder Ingrid voert. Peter vraagt of er thuis nog bijzonderheden zijn. “Met ons gaat het goed”, antwoordt Judith. Arno Geiger sleept met deze roman de eerste Deutscher Buchpreis in de wacht.

Wie is Arno Geiger?
Op 10 november 2005 verschijnt een veelzeggend artikel over Arno Geiger in weekblad Die Zeit, geschreven door de Oostenrijkse schrijver en journalist Joachim Riedl. Aanleiding is het verschijnen van Es geht uns gut. Riedl beschrijft Arno Geiger als een waarnemer en niet iemand die handelt. Als iemand die zichzelf als ‘buitenstaander’ beschouwt en als iemand die zich meteen aan een roman waagt, er negen jaar aan vijlt en de tekst 20 keer omwerkt. Geiger is geïnteresseerd in zijn directe omgeving, want daar bevinden zich ook de figuren die hij met alle volhardendheid – volhardend is Arno Geigers favoriete woord om zichzelf te karakteriseren – en alle voorhanden zijnde precisie op het spoor wil komen. Sinds de schrijver uit Vorarlberg naar Wenen is gekomen, schrijft hij volgens Riedl aan zijn grote doorbraak en gunt zichzelf geen afleiding, hoogstens een kort bezoekje aan zijn stamcafé Rüdigerhof in het 4e district van Wenen. In dit lokaal ‘met de verwelkte vriendelijkheid van een ouderwetse kamerplant’ voelt hij zich thuis.

Verhalenbundel
Na het grote succes komt Arno Geiger in 2007 met zijn eerste verhalenbundel op de proppen. Het boek Anna nicht vergessen bevat 12 korte verhalen. In het titelverhaal kruipt Geiger in de rol van de 30-jarige Ella. Zij verleidt in opdracht van een echtgenote de echtgenoot om te zien of hij bereid is met haar naar bed te gaan. Telkens stelt ze zichzelf als een andere persoon voor. Door dit werk dreigt ze haar dochtertje uit het oog te verliezen. Daarom hangt ze overal in huis papiertjes op met de tekst ‘Anna niet vergeten’. Een hilarisch verhaal waarbij de man de illusie heeft een nieuw leven met Ella te beginnen maar dat blijkt schijn. Ella gaat er namelijk altijd op tijd weer vandoor. Iets dergelijks overkomt ook Lukas in Abschied von Berlin. Dat is volgens recensent Oliver Pfohlman van het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung (NZZ) een ‘verdrietig mooi verhaal’. Zowel hij als Claus Lüpkes van Deutschlandfunk zijn het er echter over eens dat de kwaliteit van de verhalen schommelt. De recensent van de FAZ vindt de helft de moeite waard.

Wetenschap
De eerste vier romans tonen een stijgende lijn. Dat schrijft de eerder genoemde taal- en literatuurwetenschapper Wendelin Schmidt-Dengler in zijn standaardwerk Bruchlinien II. Volgens hem weet iedereen die Geigers debuutroman heeft gelezen meteen dat we met een belangrijke schrijver te maken hebben. De vrijblijvendheid die in Geigers debuutroman storend kan werken wordt in Irrlichterloh een sympathieke levenselixer, aldus Schmidt-Dengler. Hij vindt het begrijpelijk dat het boek als roadmovie wordt bestempeld “maar dat slaat alleen op de inhoudelijke structuur van het geheel: de anarchie is radicaler en ondoorgrondelijker dan de tekstboekjes voor dergelijke films doen vermoeden”. De roman Es geht uns gut looft hij. Na een uitvoerige analyse merkt hij op dat Geiger de individuele familiegeschiedenis op vaardige wijze met de Oostenrijkse geschiedenis van de 20e eeuw verbindt “zodat je de roman met een gerust hart een Oostenrijk roman (en één van de beste bijdragen in het gedenkjaar 2005) kunt noemen. Es geht uns gut is echter vooral een glansrijk vertelde familieroman. Zonder twijfel één van de beste Oostenrijkse romans van de laatste jaren.”

Alles über Sally
Alles über Sally heet de roman die in 2010 verschijnt. Inmiddels zijn er in dat jaar van Es geht uns gut al meer dan 400.000 exemplaren verkocht. Het boek werd bovendien in 20 talen vertaald. Alles über Sally is een huwelijksroman, verteld vanuit het perspectief van Sally, een 52-jarige gymnasiumlerares Engels. Ze is getrouwd met de 57-jarig museumcurator Alfred. Het verhaal begint tijdens hun vakantie in Engeland. Ze vliegen halsoverkop terug naar Wenen, omdat in hun huis is ingebroken. Alles is verwoest. Sally is een zelfbewuste, levenslustige vrouw. De gezette Alfred is een huismus met steunkousen tegen spataderen. Het bevriende echtpaar Erik en Nadja helpt opruimen. Sally heeft een affaire met Erik. Later vertelt Nadja dat Erik zich wil laten scheiden vanwege een jongere vrouw. Hiermee bedriegt Erik zowel Sally als zijn vrouw Nadja. “Een groot huwelijksepos zoals Tolstoi’s Anna Karina kan hier weliswaar geen maatstaf zijn maar ook met John Updikes subtiele huwelijkstragedies kan Alles über Sally zich niet meten”, aldus Volker Hage van Der Spiegel. Ebergardt Falcke van Die Zeit vindt de stijl zeer wisselvallig en ziet de schaarse momenten die aan Updike herinneren als toevalligheden.

De oude koning in zijn rijk
In 2011 nomineert de Leipziger Buchmesse Arno Geigers nieuwe boek Der alte König in seinem Asyl voor hun jaarlijkse prijs. Het is een indrukwekkend boek over Alzheimer bij zijn vader. De recensenten in Duitsland en Oostenrijk reageren laaiend enthousiast. In veel recensies keert de vergelijking met het boek Demenz van de Duitse schrijver Tilman Jens op. Het verschil is dat Geiger een boek over zijn vader heeft geschreven en niet zo zeer over Alzheimer, aldus Dirk Knipphals in de TAZ. In NRC recenseert Erwin Mortier de Nederlandse vertaling.

Bestel om verder te lezen de actuele uitgave van Kunsttijdschrift Vlaanderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s