Author Archives: AvG

Veel beroering over dansende Duitse voetballers

fussSoms vraag je je wel eens af, waarom reageren mensen zo snel zo agressief op elkaar? Ik vraag me dat af, omdat in Duitsland een boel gedoe is ontstaan omtrent een dansje van de voetballers tijdens het vieren van het wereldkampioenschap. Wat gebeurde er?

“So geh’n die Gauchos, die Gauchos, die geh’n so!” Dat hoorden circa 400.000 feestvierende fans op het moment dat zes spelers van het Duitse elftal het podium bij de Brandenburger Tor betraden. Ze hadden iets te vieren. Terwijl ze die woorden zongen liepen ze er gebukt, verslagen bij. Ze voerden een dansje uit. Daarna zongen ze “Und so geh’n die Deutschen, die Deutschen, die geh’n so!” en liepen opeens rechtop en vierden feest. Daarna weer gebukt en “So geh’n die Gauchos, die Gauchos, die geh’n so!”. Dit korte optreden zorgde voor veel beroering in vooral de Duitse en Argentijnse media.

Ik heb de video gezien en ik vind ‘het gedoe’ een storm in een glas water. Het dansje was een spontaan idee van de spelers om gewoon iets geks te doen. In mijn ogen was het niet slim om tijdens het vieren van het wereldkampioenschap de tegenstander er op die manier bij te betrekken. Dat vind ik eerder dom. Hierdoor wordt er nu wereldwijd over “die arrogante Duitsers” gesproken. Sommige mensen kunnen het niet laten om in hun reacties het oorlogsverleden van Duitsland erbij te betrekken. Dat is in mijn ogen nog veel dommer dan dom, dat moge duidelijk zijn. Wat ze roepen, dat kunt u wel raden en daarom laat ik het ook graag achterwege.

Het is jammer dat de spelers niet gewoon dansten en hun eigen feestje vierden. Waarom moest Argentinië er op die manier bij betrokken worden? De mooie herinneringen aan het “Sommermärchen” uit 2006 lagen opeens verder weg dan ooit. De Duitse media berichtten verschillend. De Frankfurter Allgemeinen Zeitung noemde het ‘een gigantisch eigen doelpunt’, dagblad Der Tagesspiegel schreef over ‘een onsmakelijke dans’ en volgens de Tageszeitung (taz) was het ‘respectloos in overwinningsroes’.

In Argentinië heerste her en der veel woede. De sportkrant ‘Olé’ schreef: “De Duitsers denken dan ze van bovenaf op iedereen neer kunnen kijken. Ze vinden zichzelf een ander ras.” CNN in het Spaanse berichtte: “Het schijnt zo te zijn alsof de Duitsers hun eigen manier hebben om de Argentijnen te vragen ‘Hoe voelt u zich?’ Dagblad “Infobae” noemde het een ‘provocatief anti-Argentijns feest van de wereldkampioen”, “La Nación” sprak van een ‘polemische grap’.

Het Duitse dagblad “Die Welt” heeft inmiddels ontdekt dat het lied niet nieuw is. Tijden het EK 2008 in Oostenrijk en Zwitserland zongen Duitse supporters na de 3-2 tegen Portugal “So gehen die Portugiesen, die Portugiesen gehen so.” Het Duitse elftal, met grappenmaker Lukas Podolski voorop, pakte het lied destijds op en zong mee. Na de halve finale tegen Turkije schalden spelers en supporters vervolgens “So gehen die Türken, die Türken, die gehen so.” Destijds nam niemand er notitie van. Bij het aansluitende feest in Berlijn pakte entertainer Oliver Poch het lied nog een keertje op en maakte het populair. Hij danste en zong voorop, de spelers volgden. Ook twee jaar later bij het WK in Zuid-Afrika dook de melodie weer op. Opnieuw nam niemand er notitie van.

En nu is het lied dus opeens een rel. Waarom? Omdat iedereen vandaag de dag zo snel is aangebrand. Dat schreef ik al in mijn inleiding. Waarom is iedereen vandaag de dag zo snel aangebrand? Op die vraag moet ik het antwoord vooralsnog schuldig blijven. Maar wie dit blog leest weet dat ik me ook daar mee bezig hou.

Ter afsluiting: de melodie van het omstreden dansje is afkomstig van een kinderlied met de titel “”Ich kenne einen Cowboy” en dat lied begint met de volgende tekst: Ich kenne einen Cowboy, der Cowboy der heißt Bill, und wenn der Cowboy reiten will,dann steht mein Herze still. Und so reit’ der Cowboy, der Cowboy, der reit’ so, Und so reit’ der Cowboy,der Cowboy, der reit’ so.” Dat lijkt me toch nog een vrolijke afsluiting.

Dit is het dansje van afgelopen dinsdag:
(direct op YouTube)

Dit is het dansje in 2008:

En voor de liefhebbers van het kinderliedje een link naar de complete tekst.

Sonntagsmorgen, im Bett

Was – was ist?
Ach so. Heute ist Sonntag. Da kann ich noch liegen.
Mit den Schultern kuscheln. Mich ans Kopfkissen schmiegen –
Aus alter Gewohnheit wacht man sonntags immer
so früh auf wie wochentags – das kommt vielleicht von dem Schimmer
da von den Jalousien – was ist denn das für ein Geratter und Gebraus?
Na, jedenfalls heute muß ich nicht raus.

Ich kann heute ganz stille liegen und ruhn.
Und muß gar nichts. Und hier kann mir keiner was tun.
So ein Bett ist eigentlich eine schöne Sache –
da müßte noch so eine Sonnenplache
drüber sein, und dann fährt man damit überall hin.
Woher kommt das, dass ich heute so furchtbar müde bin –?

Gestern abend haben wir wesentlich zu viel Schwedenpunsch getrunken,
Paul war zum Schluß ganz in seinen Sessel versunken;
ich habe auch noch so einen komischen Geschmack im Mund
und – –

Halb neun! Da muß ich richtig wieder eingeschlafen sein.
Sonntagsmorgen im Bett, das ist fein.
Das heißt: Was nun noch kommt, ist weniger schön …
Heute muß ich zu Onkel Otto und Tante Frieda gehn –
Margot ist auch da, die keusche Lilie …
Warum, lieber Gott, ist man sonntags stets in Familie?
Vor Tisch sind sie beleidigt, und nach Tisch sind sie satt –
wenn ich dran denke, wird mir jetzt schon ganz matt.

Abends ist Theater … morgen muß ich unbedingt mal mit Kempner
telefonieren:
Er muß mir die Diele billiger tapezieren –
achtzig ist zu viel – der Junge ist wohl nicht ganz gesund!
und – –

Halb zehn!
»Willi! Aufstehn! Aufstehn!«
Ja doch, ja!
Ich stehe ja schon auf, Mama –

Jetzt geht der Sonntag los! Nein: eigentlich ist er jetzt vorbei.
Jetzt kommen die Zeitungen und Briefe und Telefon und Geschrei.
Das ist nun weniger geruhsam und labend …

Aber so ist das im Leben:
Das Schönste vom Sonntag ist der Sonnabend Abend.

Kurt Tucholsky

Bron/Quelle: www.textlog.de

Kurt Tucholsky (Berlijn, 9 januari 1890 – Göteborg, 21 december 1935) was een Duitse schrijver, columnist en journalist tijdens het interbellum. Omdat hij zoveel schreef, gebruikte hij bijna altijd pseudoniemen, zoals Kaspar Hauser, Peter Panter, Theobald Tiger en Ignaz Wrobel. Lees verder op Wikipedia.

Tucholskys Schreibtisch im Kurt-Tucholsky-Literaturmuseum auf Schloss Rheinsberg

Tucholskys Schreibtisch im Kurt-Tucholsky-Literaturmuseum auf Schloss Rheinsberg

Kurt Tucholsky (* 9. Januar 1890 in Berlin; † 21. Dezember 1935 in Göteborg) war ein deutscher Journalist und Schriftsteller. Er schrieb auch unter den Pseudonymen Kaspar Hauser, Peter Panter, Theobald Tiger und Ignaz Wrobel. Weiterlesen auf Wikipedia.

 

Een kwestie van smaak

dropVanochtend was ik even op de wekelijkse markt bij Südstern.
‘Morgen!’
‘Morgen! Sie wünschen?’
‘Graag deze grote zak drop.’
‘Ah ja, ik had je niet zo snel herkend.’
Ik lach en vertel dat ik dat logisch vind. A koop ik niet iedere week een zak drop op deze markt en b wonen er wel heel veel meer Nederlanders in Berlijn.
‘Maar die kopen geen drop’, legt de Nederlandse verkoper mij uit.
Ik reageer verbaasd.  Die kopen geen drop? In mijn gedachten trekken wekelijks hordes Nederlanders naar de Hackescher Markt, Südstern en de Maybachufer om drop te kopen en heb ik altijd geluk dat het zo rustig is tijdens mijn bezoek.
‘Het is natuurlijk niet zo goedkoop als in Nederland’, vertelt de sympathieke verkoper verder.
Ik knik. Dat is natuurlijk zo. Maar als ik zin heb ik drop, dan koop ik drop. Dan ga ik niet eerst zes uur in de auto zitten. Dan zou de drop pas echt duur zijn. Ik leg hem uit waarom ik bij hem drop koop.

‘Omdat ik er zin in heb. Dan kijk ik niet op een euro. Bovendien woon ik hier om de hoek.’
‘Ja, maar Nederlanders zie ik hier niet en ook niet op de andere markt. Wel Scandinaviërs. De drop uit die landen verkoop ik ook. Als zij zin hebben in drop, dan kopen ze drop. Ook veel Duitsers kopen drop. Maar Nederlanders vinden het te duur, die wachten liever een week totdat een kennis drop uit Nederland meeneemt.’
Ik herken de zuinige Nederlanders in het buitenland. Op Mallorca kwam ik ze ook geregeld tegen. Alles was altijd te duur.
‘Maar als ik nu zin heb in drop, dan wacht ik toch niet een week, omdat het goedkoper is,’ vraag ik.
De verkoper kijkt mij veelbetekenend aan. Ja, dan wachten de meeste Nederlanders dus wel, omdat het goedkoper is.
‘Ze kijken wel, ‘ zegt hij nog. ‘Maar ze kopen niet.’

Ik begrijp dat nog steeds niet. Hoe doen die andere Nederlanders dat dan? Ik probeer me voor te stellen hoe dat gaat. Je hebt een enorme zin in drop, aan de overkant staat een dropkraam maar die drop is natuurlijk duurder dan de drop in Nederland. Kwijlend schuifel je langs de bontgekleurde lekkernij, vraagt of er toevallig nog iets in de aanbieding is en dan keer je gefrustreerd huiswaarts. In gedachten baad je in een zee vol zoute schuinen, kokindjes en griotten. Piet, die drop uit Nederland meeneemt, komt pas over vijf dagen.

Ik probeer me dat voor te stellen maar het lukt me niet. Als ik écht zin heb in drop, dan koop ik drop. Er is altijd wel een rekensommetje voorhanden om het prijsverschil te rechtvaardigen. De onverwachte korting bij de aankoop van dat 2e T-shirt, de muzikant die je iets wilde geven maar je had geen muntgeld op zak, de bekeuring die je na een uur verkeerd parkeren niet kreeg of de kop koffie die je van plan was te drinken maar niet dronk. Uiteindelijk wil je toch niets anders dan heerlijk genieten van een paar kostelijke dropjes, de smaak in je opnemen, bijna in extase verkeren, de geniale ideeën die de dropsmaak teweegbrengt uitvoeren, het leven omarmen, dat is toch niet in geld uit te drukken, dat is een kwestie van smaak.

« Oudere berichten Recent Entries »