Category Archives: Columns

De sollicitant

Niet iedereen solliciteert om werk te vinden. Sommige mensen solliciteren om te ontdekken hoe gewild ze zijn. Neem Paul, de man die ik regelmatig in mijn stamcafé spreek. Diploma’s? Check. Werkervaring? Ruim voldoende. Een uitstekende kandidaat, zouden werkgevers zeggen. En toch bleef hij nergens langer dan een maand.
Zijn vorige baan had hij verlaten omdat hij elders zwart werkte. Wat hij precies deed, bleef onduidelijk, maar vast stond dat hij financieel onafhankelijk was. Hij had genoeg geld om meerdere luxe levens te leiden. Geen uitkering, geen belastingaangifte, geen administratieve rompslomp. Hij had het niet nodig. Toch solliciteerde hij. Niet omdat hij moest, maar omdat hij wilde.
Hij genoot van het ritueel: de eerste e-mailuitnodiging, de formele handdruk bij binnenkomst, de obligate vraag naar zijn motivatie. Het kopje koffie, soms met een koekje. De recruiters die knikten, onder de indruk van zijn cv. “U bent precies de kandidaat die we zoeken!”
En daarna het échte plezier: de eerste dagen op een nieuwe werkplek. Alles was vers. Nieuwe namen, nieuwe systemen, nieuwe gewoontes. Hij schudde handen, leerde de weg naar het koffieapparaat, maakte smalltalk bij de waterkoeler. Met een beetje geluk vielen er verjaardagen in zijn proeftijd, zodat er iets lekkers in de keuken klaarstond.
Hij hield ervan zijn fantasie in het echte leven om te zetten. Als het ter sprake kwam, en dat kwam het vaak, dan noemde hij Karin. Ze was ook rond de dertig en ze kenden elkaar al sinds de kleuterschool. “We denken aan kinderen,” zei hij dan. “Want je moet er niet te lang mee wachten.”
Karin bestond niet. Ze was zijn verzonnen vriendin, gebaseerd op zijn fascinatie voor inspecteur Columbo – de rechercheur die altijd over zijn vrouw sprak, maar die de kijker nooit te zien kreeg. Zijn eigen Columbo-vrouw, een personage dat perfect in zijn rol paste: de ideale kandidaat, de betrouwbare toekomstige vader, de collega die je graag in het team had.
Maar dan, net voordat de proeftijd van een maand verstreek, kwam zijn grote finale.
Hij diende zijn ontslag in.
Verbijstering alom. Hij was toch een topcollega? Een snelle leerling, een harde werker? Wat was het probleem? Te weinig salaris? Slechte werksfeer?
Nee, niets van dat alles.
“Ik weet het niet,” zei hij simpelweg, met een geheimzinnige glimlach.
En hij vertrok, met achter zich een team vol vraagtekens en een verse kop koffie in het vooruitzicht bij zijn volgende sollicitatiegesprek.

Deze column staat ook op metronieuws.nl

Dons donkere wereld

De schemering accentueert de herfstkleuren in het bos op de Veluwezoom. Op een verborgen plek, waar zelfs de boswachter nooit komt, houdt edelhert Gerben zijn toespraak over het nieuwe ecoduct. Zijn toehoorders luisteren aandachtig.
“Op het ecoduct komt gewone bosgrond, zodat de dieren zonder aarzeling de oversteek maken: edelherten, reeën, dassen, boommarters, eekhoorns, ringslangen, kevers… Zelfs vlinders en vleermuizen krijgen een veilige doorgang.”
“En wij dan?”, roept Henk de haas. “Mogen wij niet naar de overkant?”
Gerben schuift zijn leesbril iets naar beneden en kijkt over de menigte. Vandaag is de bijeenkomst drukker dan ooit. Naast de vaste groep zijn er vogels, vleermuizen en kevers opgedoken, nieuwsgierig naar het nieuws.
“Volgens mijn bronnen is het ecoduct voor iedereen”, vervolgt Gerben. “Maar hier komt een ecombiduct: een buis onder de weg, speciaal voor dieren die schrikken van lawaai en licht.”
“Angsthazen!”, kraait een brutale zwarte kraai, waarop de groep in lachen uitbarst.
Na afloop praten eekhoorns Joep en Eek na met egel Erik.
“Ik ga bovenlangs”, zegt Erik. “Ik ga toch niet urenlang door zo’n tunnel kruipen.”
Joep kijkt zijn broer aan. “En jij, Eek? Ga jij door die tunnel?”
“Ik weet niet of ik wel naar de andere kant wil. Daar zitten ze niet echt op ons te wachten. Gerben zei dat ze patrouilles instellen om te controleren wie er uit de tunnel komt.”
“En wij moeten opletten wie hier na de aanleg op bezoek komt”, voegt Joep toe. “Voor je het weet, blijft de hele overkant hier hangen.”
“Ach”, zucht Eek. “Er is plek zat. Alleen Don, die reebok met dat rare gewei, jaagt iedereen de stuipen op het lijf. Als het aan hem ligt, blijft de tunnel aan deze kant dicht.”
“Don? Die roept al jaren dat de andere kant vol criminelen zit”, lacht Erik.
Maar Eek blijft onrustig. “Hij krijgt steeds meer aanhangers.”
De grote dag breekt aan. Volgens geruchten zullen vandaag de eerste dieren de tunnel uit komen. Bij het ecombiduct verdringt iedereen zich om te kijken.
Dan, beweging. Gerben begint te klappen als de eerste bevers aarzelend uit de tunnel stappen. De anderen juichen. Alleen Don en zijn volgelingen kijken argwanend toe.
“Dit is het begin van het einde”, mompelt hij, terwijl hij wegloopt. Maar dan voelt hij ineens een aanwezigheid achter zich.
“Nou Don, hoe gaat het met jou, lieverd?”
Don draait zich om en kijkt recht in de stralende ogen van Carla – de reebok op wie hij ooit smoorverliefd was.
“Carla?!”, stamelt hij.
“Ik ben eindelijk hier”, zegt ze stralend. “We kunnen nu samen leven!”
Don weet niet wat hem overkomt. Samen leven? Waarom heeft hij daar nooit aan gedacht?
Zijn kameraden kijken hem verbijsterd aan. Maar Don lacht. “Jongens, kijk niet zo dom! We leven nu samen, begrijpen jullie dat niet?”
Carla vleit zich tegen hem aan. Verliefd verdwijnen ze het bos in, een gezamenlijke toekomst tegemoet.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

Nieuwe carrière

Mijn nieuwe carrière begon vorige week geheel onverwacht in het café van een luxe warenhuis in Berlijn. Vraag me niet waarom, maar ik had zin in een kop koffie en gunde mezelf er een stuk gebak bij. Ik genoot van de luxe, de warme atmosfeer en de mensen die, net als ik, zichzelf iets lekkers gunden.

“Het gaat erom dat ik die vermogensbeheerder niet vertrouw,” hoorde ik een dame aan het tafeltje naast me zeggen. Ze was alleen en telefoneerde met iemand. “Ja, professionele beleggers,” lachte ze cynisch.

In gedachten zag ik een ploeg professionals honderden boterhammen met kaas beleggen, omdat ik van dit soort zaken niet echt kaas heb gegeten.

“En bij ons is uw geld in goede handen,” riep ze nu wat luider, waarna ze schuddebuikte van het lachen. Ze keek mij kort aan. Ik knikte vriendelijk.

“Ach, mijnheer,” zei ze en drukte de telefoon uit. “Iedereen wil geld van anderen.”

Ik lachte, maar wist niet wat te antwoorden.

“Vermogensbeheerders noemen ze zich,” voegde ze eraan toe.

“Ik ben vermogensbeheer old school,” floepte ik eruit. “Geen transacties via internet met versleutelde wachtwoorden en digitale documenten. Ik heb zakken met geld, kasten vol ordners, maar leef als een bescheiden man die zichzelf hier zo nu en dan een kop koffie met een gebakje gunt.”

De vrouw schoof haar stoel iets naar achteren en vroeg of ik tijd had om met haar over vermogensbeheer te praten. Ik verklapte dat dit slechts mijn gedachte was bij een eerlijke vermogensbeheerder.

Ze vertelde me dat ze de banken niet vertrouwde. Om het kort te houden: ze wilde me meer dan 100.000 euro toevertrouwen. Cash. Of ik dat aankon?

Ik vertelde haar dat in mijn kledingkast al ruim tien jaar kleren liggen die ik niet meer draag. Ze glunderde. “In die zakken had ook geld kunnen zitten,” zei ze.

De volgende dag gingen we samen naar haar bank. Net als in een film kregen we toegang tot een kluis. De filiaalbeheerder keek me telkens wantrouwend aan. Ik genoot ervan, net als Marie-Louise, de 92-jarige dame die ik in een café in een luxe warenhuis ontmoette en die aan de start stond van mijn nieuwe carrière.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »