Category Archives: Columns

Wapper de flap, dit lijkt wel The Truman Show

House from The Truman Show film. Foto: Jakesilb14 (https://commons.wikimedia.org/w/index.php?title=User:Jakesilb14&action=edit&redlink=1)

Als ik het kantoor verlaat en in de overdekte fietsenstalling sta, begint het net als vanochtend opeens weer te regenen. Ik haal het regenpak uit mijn rugzak en trek het aan. Vervolgens ga ik op weg naar huis. Onderweg is het donker, fietsers in korte broek en T-shirt racen alsof de duivel ze op de hielen zit en worden zeiknat. Op de stoepen sieren groepen toeristen met paraplu’s het straatbeeld. Het is volop zomer en ruim vijfentwintig graden. Onder mijn regenpak transpireer ik door de inspanning, maar mijn broek en T-shirt worden niet echt nat. Het is drie uur in de middag en erg donker. Straatlantaarns floepen aan. Het begint nu ook te onweren.

Corona neemt ook weer toe, vertelde mijn collega me vanochtend. Op flink wat afdelingen stijgt dan ook het aantal ziekmeldingen. Met die gedachte in dit noodweer denk ik opeens, wapper de flap, dit lijkt wel heel erg op The Truman Show. Zouden de bedenkers van die film door dit soort situaties op het idee zijn gekomen het verhaal voor de film te bedenken? Nog meer regen, hoor ik iemand in een studio zeggen. Een assistent drukt op de knop “Nog meer regen” en ik fiets sneller. En Corona weer activeren, luidt de stem van de regisseur. Een assistent drukt op de knop “Meer Corona”. Nog meer oorlogen, vraagt de assistent. De regisseur ziet dat ik aan de Gaza-oorlog denk en dat er ook beelden van de Russisch-Oekraïense Oorlog op mijn netvlies zijn gebrand. Momenteel voldoende oorlog, roept hij. Ik trap flink door en verheug me erop strak thuis te zijn en een warme kop thee te drinken, hoewel het volop zomer is en een koele frisdrank meer op zijn plaats is.

Een auto toetert, ik fiets door een diepe plas water en denk “Wapper de flap, dit is The Truman Show anno 2024”. Lachend kijk ik naar boven en hoor weer dat stemmetje van de regisseur uit de studio: “Hij heeft het in de gaten en lacht naar ons.” Dan hoor ik de assistent zeggen, “maar hij weet toch niet waar we zijn?”. Daarna is het stil. Verbinding verbroken. Zo kan de fantasie dus met iemand op de loop gaan en ontstaan complottheorieën, denk ik, zwaai in de camera en fiets naar huis.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

Het pashokje

In het warenhuis zochten we een broek voor mij. „Deze past bij je, die moet je maar even proberen.” Ze legde de gevouwen broek op mijn uitgestrekte armen alsof het een pasgeboren baby was.

„En deze”, zei ze en legde een donkerbruine ribbroek op de beige pantalon. Ik liep de paskamer in, trok het gordijn achter me dicht en voelde me allesbehalve op mijn gemak. Buiten wachtte mijn vrouw tot ik het hokje uit zou komen. „Kunt u alles vinden?”

Er stond nog een vrouw aan de andere kant van het gordijn. De verkoopster. „Mijn man probeert twee broeken. Misschien kunt u straks ook even kijken hoe ze staan.” „Maar natuurlijk”, hoorde ik de verkoopster zeggen. Vervolgens zei ze zacht, met haar hand deels voor haar mond alsof niemand het mocht horen: „Mannen.” Ze keek bij het uitspreken van het woord mijn vrouw veelbetekenend aan. Zo moet het zijn gegaan. Ik kon het niet zien, want ik was op dat moment met de nieuwe broeken weer.

Ik trok het gordijntje open en zag hoe de twee vrouwen keurend mijn kant opkeken. „Je billen mogen best gezien worden!” Dat zei mijn moeder altijd als we een broek kochten. Nu zei mijn vrouw het en trok een plooi van de nieuwe broek strak.
„Hij is iets te kort, wat zegt u?”, vroeg ze aan de verkoopster. „Ja. Als u even een paar passen loopt.”

Ik liep een paar passen en voelde me weer het kind dat met zijn moeder een broek kocht. Ik was nu 65 jaar, maar de tijd leek geen invloed te hebben op dergelijke gebeurtenissen. „Ja, een maatje langer”, ze de verkoopster en zocht in een stapel broeken naar een broek die een maatje langer was.

„En nu ook even die donkerbruine passen, lieverd.” Het waren wederom exact dezelfde woorden als die van mijn moeder, die nu uit de mond van mijn vrouw kwamen. Ik liep in de iets te korte broek terug naar de paskamer en voelde hoe mijn ergernis in een rap tempo toenam. Ik haatte broeken passen met mijn moeder.

„Lukt het, jongen”, hoorde ik mijn moeder zeggen. En ja, ook mijn vrouw wist deze woorden te vinden. Het waren woorden die als druppels water de spreekwoordelijke emmer deden overlopen. Wild trok ik het gordijn open. „Nee”, brulde ik, „het lukt niet, mevrouw. En nee, het interesseert me niet hoe anderen de billen in mijn broek zien.”

De verkoopster sloeg nu haar hand voor haar mond. Mijn vrouw bleef stokstijf staan. „Beneem je”, riep ze. „Altijd hetzelfde spelletje. Zo, nu ga je terug in je hok en pas je die tweede broek. Man, man, man.” Ik gaf me geslagen en kroop op handen en voeten terug naar het pashokje. „Mannen”, zei mijn vrouw en keek de verkoopster veelbetekenend aan. Zo moet het zijn gegaan.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

Schrijven in opdracht

Als tekstschrijver heb ik zo nu en dan te maken met een geheimhoudingsplicht. Dat betekent in de meeste gevallen dat de opdrachtgever met mijn tekst kan doen en laten wat hij wil. Ik heb er geen invloed meer op.

In de regel gaat het hierbij om commerciële teksten. Ik vind het allemaal prima. Het is leuk om te doen, maar echt eer van je werk heb je natuurlijk nooit. Immers, niemand weet dat de prozaïsche tekst van een multinational door mij geschreven is.

Twee jaar geleden kreeg ik weer eens een opdracht waarbij geheimhouding de hoogste prioriteit had. De opdrachtgever vroeg mij teksten te redigeren. Dat is op zich niks bijzonders en daar draai ik mijn hand niet voor om. Maar hier was meer aan de hand. De uitgever stond erop de voorwaarden en instructies in een persoonlijk gesprek toe te lichten. Vreemd. Dat klonk geheimzinnig, maar ook spannend. Ik houd van geheimzinnigheid en spanning en dus zegde ik de opdracht voorlopig toe. De uitgeverij betaalde de reiskosten.

Schamen
Ik herinner me dat ik niet de enige kandidaat was en dat er een strenge selectie gold. Ik weet niet wie nog meer aan dit project meewerkte, omdat ook mijn collega’s zich in stilzwijgen hulden. Zelfs onder elkaar aan de stamtafel spraken ze er niet over. Zouden ze zich schamen, vroeg ik me af. Ik schaam me niet. Als ik een zeep niet lekker vind ruiken en de opdrachtgever wil ik dat van die zeep een heerlijk geurend, exotisch product voor in de badkamer maak, dan doe ik dat.

In dit geval ging het niet om zeep, maar om grappige en soms ook spannende teksten voor kinderen. De opdrachtgever vroeg me in de rol te kruipen van een bezorgde ouder en bij aanstotende passages de tekst van suggesties te voorzien. We leven in een kwetsbare tijd met gevoelige ouders, vertelde hij me en gaf me een voorbeeld. Ik las de tekst en zag er niks kwetsbaars in. Een aantrekkelijke vrouw, zei hij. Ja, antwoordde ik. Is dat gevoelig? Het is een stereotype, legde hij uit. Een aardige vrouw vond hij beter op zijn plaats. Ook het dikke jongetje had ik over het hoofd gezien. Mijn opdrachtgever vond ‘enorm’ een betere benaming. Ik was het er niet mee eens, maar goed, ik ging akkoord. Zo lang mijn naam er niet bij staat, heb ik niks te vrezen.

Deze tekst staat ook op metronieuws.nl

« Oudere berichten Recent Entries »