Naar Buiten Jongmensch! Het zijn de woorden van de legendarische dichter en schrijver Johnny van Doorn die mij deze zaterdagochtend dwingen mijn woning te verlaten. Eindelijk schijnt de zon weer eens volop en ligt Berlijn onder een strak blauwe hemel. Vervolgens hoor ik Johnny van Doorn roepen „De geest moet waaien!“ Naar buiten, de geest moet waaien. Goed idee, maar waarheen? De stad in of de stad uit? Ik wil de stad uit, de natuur in, lopen en dus bekijk ik op Google maps de omgeving van Berlijn. Ik waag een gokje en noteer „Groß Schönebeck“ in mijn navigatie-apparaat, spring in de auto en verlaat via Alexanderplatz en Prenzlauer Berg de stad, op weg naar het groene leven.
Onderweg rij ik over de kasseien van een heerlijk gehucht met een paar scheve huizen, een mestkar en een oude brievenbus. Ik hou van dit soort surrealistische plekken. Al hobbelend geniet ik…
In de jaren tachtig demonstreerden mensen in Berlijn tegen de muur. Gisteren demonstreerden mensen in Berlijn voor behoud van een stuk van dezelfde muur. Het is een rare wereld. Op de zonovergoten maandag besluit ik me niet met dat stuk muur bezig te houden en verlaat wederom de stad, op weg naar een uniek park, dat deels in Polen en deels in Duitsland ligt. De ontwerper was een rokkenjager, salonheld, vorst, pasja en dandy tegelijk. Naast gepassioneerd landschapsarchitect was hij ook wereldreiziger en schrijver. Zijn naam is Hermann von Pückler-Muskau, die vooral in de regio Lausitz nog immer wereldberoemd is. Het aanleggen van landschappen was zijn lust en zijn leven. De aanleg van het Muskauer park nam 30 jaar (1815-18459) van zijn leven in beslag. Over het park zelf zegt de excentrieke Pückler: “…wie Muskau heeft gezien, kon in mijn hart kijken.”
Soms vraag je je wel eens af, waarom reageren mensen zo snel zo agressief op elkaar? Ik vraag me dat af, omdat in Duitsland een boel gedoe is ontstaan omtrent een dansje van de voetballers tijdens het vieren van het wereldkampioenschap. Wat gebeurde er?
“So geh’n die Gauchos, die Gauchos, die geh’n so!” Dat hoorden circa 400.000 feestvierende fans op het moment dat zes spelers van het Duitse elftal het podium bij de Brandenburger Tor betraden. Ze hadden iets te vieren. Terwijl ze die woorden zongen liepen ze er gebukt, verslagen bij. Ze voerden een dansje uit. Daarna zongen ze “Und so geh’n die Deutschen, die Deutschen, die geh’n so!” en liepen opeens rechtop en vierden feest. Daarna weer gebukt en “So geh’n die Gauchos, die Gauchos, die geh’n so!”. Dit korte optreden zorgde voor veel beroering in vooral de Duitse en Argentijnse media.
Ik heb de video gezien en ik vind ‘het gedoe’ een storm in een glas water. Het dansje was een spontaan idee van de spelers om gewoon iets geks te doen. In mijn ogen was het niet slim om tijdens het vieren van het wereldkampioenschap de tegenstander er op die manier bij te betrekken. Dat vind ik eerder dom. Hierdoor wordt er nu wereldwijd over “die arrogante Duitsers” gesproken. Sommige mensen kunnen het niet laten om in hun reacties het oorlogsverleden van Duitsland erbij te betrekken. Dat is in mijn ogen nog veel dommer dan dom, dat moge duidelijk zijn. Wat ze roepen, dat kunt u wel raden en daarom laat ik het ook graag achterwege.
Het is jammer dat de spelers niet gewoon dansten en hun eigen feestje vierden. Waarom moest Argentinië er op die manier bij betrokken worden? De mooie herinneringen aan het “Sommermärchen” uit 2006 lagen opeens verder weg dan ooit. De Duitse media berichtten verschillend. De Frankfurter Allgemeinen Zeitung noemde het ‘een gigantisch eigen doelpunt’, dagblad Der Tagesspiegel schreef over ‘een onsmakelijke dans’ en volgens de Tageszeitung (taz) was het ‘respectloos in overwinningsroes’.
In Argentinië heerste her en der veel woede. De sportkrant ‘Olé’ schreef: “De Duitsers denken dan ze van bovenaf op iedereen neer kunnen kijken. Ze vinden zichzelf een ander ras.” CNN in het Spaanse berichtte: “Het schijnt zo te zijn alsof de Duitsers hun eigen manier hebben om de Argentijnen te vragen ‘Hoe voelt u zich?’ Dagblad “Infobae” noemde het een ‘provocatief anti-Argentijns feest van de wereldkampioen”, “La Nación” sprak van een ‘polemische grap’.
Het Duitse dagblad “Die Welt” heeft inmiddels ontdekt dat het lied niet nieuw is. Tijden het EK 2008 in Oostenrijk en Zwitserland zongen Duitse supporters na de 3-2 tegen Portugal “So gehen die Portugiesen, die Portugiesen gehen so.” Het Duitse elftal, met grappenmaker Lukas Podolski voorop, pakte het lied destijds op en zong mee. Na de halve finale tegen Turkije schalden spelers en supporters vervolgens “So gehen die Türken, die Türken, die gehen so.” Destijds nam niemand er notitie van. Bij het aansluitende feest in Berlijn pakte entertainer Oliver Poch het lied nog een keertje op en maakte het populair. Hij danste en zong voorop, de spelers volgden. Ook twee jaar later bij het WK in Zuid-Afrika dook de melodie weer op. Opnieuw nam niemand er notitie van.
En nu is het lied dus opeens een rel. Waarom? Omdat iedereen vandaag de dag zo snel is aangebrand. Dat schreef ik al in mijn inleiding. Waarom is iedereen vandaag de dag zo snel aangebrand? Op die vraag moet ik het antwoord vooralsnog schuldig blijven. Maar wie dit blog leest weet dat ik me ook daar mee bezig hou.
Ter afsluiting: de melodie van het omstreden dansje is afkomstig van een kinderlied met de titel “”Ich kenne einen Cowboy” en dat lied begint met de volgende tekst: Ich kenne einen Cowboy, der Cowboy der heißt Bill, und wenn der Cowboy reiten will,dann steht mein Herze still. Und so reit’ der Cowboy, der Cowboy, der reit’ so, Und so reit’ der Cowboy,der Cowboy, der reit’ so.” Dat lijkt me toch nog een vrolijke afsluiting.